|
Je wilt je kop boven het zand houden |
| Afdrukken | |
E-mailadres |
|
Locomotie 39
|
|
maandag, 04 januari 2010 10:05 |
door A.J. Snel
Je wilt je kop boven
het zand houden
|

|
|
|
|
Het is een van de weinige herinneringen die hij bewaart aan zijn vader. De hongerwinter was aanstaande en de achtjarige Piet Bruijstens werd blij verrast. Zijn vader gaf hem een gekookte aardappel. Dat wás wat. Het was, ongeweten, een laatste, liefdevol gebaar, een afscheidsgeschenk. De volgende middag in oktober klonk een klop op de deur. Piet deed open. Daar stond een man in zwart uniform; janhagel, zoals landverraders schamper werden aangeduid. De man zei hem dat die ochtend zijn vader was doodgeschoten. Of hij dat maar aan zijn moeder wilde doorgeven. Het bericht over zijn vader, die zonder vorm van proces door de Duitsers was omgebracht, was vermoord dus, omdat hij voor het verzet wapens naar IJmuiden had gebracht, luidde een periode in van diepe armoede. Bruijstens, nu 73 jaar, heeft ervaren dat je als je ouder wordt het besef groeit dat de leefomgeving en omstandigheden van je jonge jaren voor een groot deel bepalend zijn voor wie en wat je wordt. Voor hoe je aan je latere leven een maatschappelijke invulling geeft.
Geld verdienen, het is een onderwerp dat hem altijd sterk heeft beheerst. Als hij praat over zijn leven heeft hij het vaak
|
over de kansen die voorbijkwamen en die hij zonder aarzeling pakte, waarbij hij veelvuldig switchte van de ene baan naar de andere. Zijn hang naar het veiligstellen van een boterham met beleg was groter dan zijn honkvastheid. Het feit dat 'zijn' Partij van de Arbeid gaandeweg afzag van verworvenheden die Bruijstens zag en ziet als fundamenten van een beschaafde samenleving, leidde ook politiek gezien tot een koerswijziging. In de eerste helft van de jaren negentig nam bij Bruijstens het gevoel de overhand dat de PvdA sociale zekerheden aan het verkwanselen was. Hij keerde de partij de rug toe en werd lid van het Algemeen Ouderen Verbond Nederland. 'Onder het motto: in een democratie als de onze wil je toch ergens bijhoren. Ik vind dat je niet alleen maar vanaf de zijlijn kunt gaan staan roepen.'
Een middag met Piet Johannes Bruijstens (Amsterdam, 28 mei 1936), sinds 1995 fractievoorzitter van de eenmanspartij Ouderenpartij Noord-Holland/Verenigde Senioren Partij, iets korter aangeduid, maar nog steeds niet in een krantenkop te wringen: Ouderenpartij NH/VSP. Natuurlijk rijden we vanuit zijn woonplaats Hippolytushoef even over het schone, oude eiland Wieringen. Naar Den Oever, naar zee. Onderweg stoppen we voor een kort bezoek aan een begraafplaats, waar Bruijstens een graf weet van een visserman die hij wel kende en die op zijn steen een hoogst curieuze tekst heeft gewenst en gekregen. Er staat: Ien ding wil ik nog effe zeage: 'Ik viend 't verskrikkelijk om hier te leage'. Bruijstens glimlacht en vertelt met onverholen plezier over de eigenzinnigheid van de visser.
|
'Ja, misschien voel ik me daar wel een beetje verwant mee, al ben ik een heel ander type. Maar ronduit zeggen hoe je over iets denkt, wat anderen daar ook van mogen vinden, dat staat me wel aan.' 'Vrijheid. Je leert de betekenis daarvan kennen als je de ellende van de oorlog hebt gekend, weet je wat mensen elkaar kunnen aandoen. Ik was een jongetje. In en na de oorlog was Amsterdam voor mij vooral ook een avontuurlijke stad waar we als kinderen rotzooi trapten, bomscherven zochten en appels en peren jatten. Maar daar staan andere herinneringen tegenover. Mijn vader, die stalhouder was bij de Amstelbrouwerij en die werd doorgeschoten, wiens lichaam we niet meer hebben gevonden; op de Oosterbegraafplaats was een massagraf waarin hij is begraven. De ellende die volgde. Mijn drie jaar oudere zusje en ik werden in 1944 door tussenkomst van het bestuur van de Westerkerk naar Drenthe gestuurd, naar een boer die ons te eten kon geven. Op de heenreis over het IJsselmeer werd de boot met het Rode Kruis waarop we voeren, beschoten. Drie jongens werden getroffen. Het heeft me geleerd hoe het voelt vluchteling te zijn. Wij kwamen heelhuids aan in Drenthe. Verzwakt door de honger. Ik weet nog dat ik schapenmelk te drinken kreeg. Later heb ik nooit meer melk gedronken. Mijn zusje is na heel korte tijd door heimwee gedreven op eigen gelegenheid teruggegaan naar Amsterdam. Ze heeft er twee weken over gedaan, waarin ze dingen heeft meegemaakt waar ze niet over sprak. Toen ik na de bevrijding thuiskwam, vond ik mijn moeder met hongeroedeem in bed. Ze had zes herenhuizen |
|
|
pagina 2 van 4
|
|
op de Keizersgracht.Werkhuizen dus. En ze kreeg achteraf van het kerkbestuur de rekening gepresenteerd voor ons verblijf in Drenthe. Of ze maar achthonderd gulden wilde betalen, terwijl we straat- en straatarm waren. Mijn moeder had elf gulden per week om van te leven en daar moest drie gulden huur af. Met de kerk viel niks te regelen. Daar wilden we dus ook niets meer mee te maken hebben. De moord op mijn vader, die toestand waarin we later kwamen, ik heb wel eens gedacht dat als er een god bestond, hij zoiets niet gewild zou hebben. Hoe ik er nu tegenover sta? Laten we het erop houden dat ik niet fanatiek meelevend ben. De kerk? Alleen met Kerst.'
De test die hem via de lagere school in 1949 door het arbeidsbureau werd afgenomen, gaf een heldere uitslag: 'Geknipt voor metaalbewerker'. Bruijstens, sardonisch: .'Laat de arbeidsbureaus in die tijd nou net van hogerhand de opdracht hebben gekregen om voor de wederopbouw van Nederland zoveel mogelijk metaalarbeiders en bouwvakkers klaar te stomen voor de arbeidsmarkt. En laat ik nou toch precies in dat beleid passen. Wonderlijk hè? Nou ja ik ging dus naar de ambachtsschool op de Westerstraat in de Jordaan. Daarna ging ik naar de modernste bedrijfsschool van Nederland, die van Fokker op Schiphol en van 1955 tot en met 1957 vervulde ik mijn militaire dienstplicht bij de Luchtmacht, waar ik een specialistenopleiding als straaljagermotormonteur kreeg en in een boardploeg kwam. Ik had tekenbevoegdheid om straaljagers de lucht in te laten gaan en taxi-bevoegdheid. Mooie tijd hoor.' En toen ging er iets fout in de administratie van de Luchtmacht. Op een manier die een beslissende wending in het leven van Piet Bruijstens zou geven. Hij werd in zijn functie als straaljagermonteur overgeplaatst naar Den Helder. Toen hij daar arriveerde, bleek de luchtmacht ter plekke
|
dringen behoefte te hebben aan een fietsenmaker. Een roeping in de richting van het herstel van rijwielen zonder hulpmotor was Piet Bruijstens vreemd, hij weigerde en na wat heen en weer gepraat viel hem de functie van barkeeper in de officiersmess ten deel. Het leverde hem niet alleen de luxe van een eigen slaapkamer op, het opende ook vensters op de horeca, waar hij met tussenpozen veelal in werkzaam zou raken. 'Barkeeper, dat paste wel bij me. Hier op Wieringen, niet in Amsterdam. Had overigens wel gekund. De Jordaanzangeres Tante Leen kwam hier zo nu en dan langs en bood me aan bij haar in het café in de Jordaan te komen werken. Daar werd je verondersteld mee te drinken, wat voor mij de garantie zou zijn geweest binnen een half jaar alcoholist te worden. Dat aanbod heb ik dus maar vriendelijk van de hand gewezen.
Na zijn diensttijd zag hij af van een baan die hem werd aangeboden bij een dépendance van Fokker in Brazilië. Via een slapie uit dienst kwam hij bij hotel De Haan in Den Oever terecht. Een gouden tijd met als klanten veel sportvissers en passanten; vóór twaalf uur 's morgens werden er vaak duizend koppen koffie verkocht en vrijwel net zoveel kleine fooien geïncasseerd. 'Ja, ik heb altijd gekeken waar wat te verdienen was. Armoede, daar ben ik van weggevlucht. Je wilt met je kop boven het zand uitkomen. In die tijd heb ik Annie, mijn vrouw, leren kennen die uit een vissersfamilie komt. Samen hebben wij een cateringzaak gehad met soms dertig, veertig, vijftig man aan het werk. We hebben een disco gedreven en een kantine gerund. Die zaken heb ik ook weer verkocht En ik heb ongeveer drieëndertig jaar bij de Machinefabriek Den Oever gewerkt: onderhoud van visserschepen. Daar ben ik tussendoor een aantal keren weggeweest om in het seizoen de horeca in te gaan. Je pakt de kansen die zich voordoen, zo zie ik het. Het zit wel eens mee en het zit wel
|

eens tegen. Dat laatste is ook niet erg. Als je nooit in je leven liefdesverdriet hebt gehad, weet je ook niet wat ware liefde is.' Zijn reeks koerswijzigingen van werk in de techniek en in de horeca en weer terug zijn wel verklaarbaar. Ze kwamen niet voort uit het feit dat hij tussen die twee niet kon kiezen. Nee, het had ermee te maken dat, als het erop aankomt Bruijstens' hart bij geen van beide sectoren echt ligt. 'Als ik altijd mijn natuur had kunnen volgen, had ik het compleet in het bestuurlijke gezocht', zegt hij. Die hang dateert van vele jaren her. Op zijn zeventiende werd hij al lid van het jeugdbestuur van een buurthuizenvereniging in Amsterdam, een club met 35.000 leden. 'Daar heb ik geweldige bestuurlijke ervaring opgedaan, mijn interesse in besturen begon daar. In 1978 werd ik bestuurslid van de PvdA Wieringen en van toen af aan heb ik veel tijd besteed om via studie, symposia et cetera kennis op te doen op bestuurlijk vlak. In 1982 werd ik lid van de gemeenteraadsfractie van de PvdA op Wieringen. Dat ben ik gebleven tot 1994. In die tijd speelde dat de PvdA zich door Elco Brinkman op sleeptouw liet nemen en de AOW-indexering loskoppelde van de CAO-ontwikkelingen. Ik kon daar de rechtvaardigheid niet van inzien. Daar heb je, denk ik, weer mijn neiging om te-
|
|
|
pagina 3 van 4 |
|
|
|
|
gen armoede te vechten. Ik werd lid van het Algemeen Ouderen Verbond en in 1995 kwam ik daarvoor in de Provinciale Staten van Noord-Holland. Het is bekend hoe het verder ging met het AOV, het viel uit elkaar. In de tweede periode dat ik in
de Staten zat, ben ik lid geworden van de Verenigde Senioren Partij. Met Wim Bosboom als eerste man zou ik destijds een duo vormen om in de Tweede Kamer te komen. Door zijn overlijden is dat plan gestrand. Ik zie er nog steeds veel in om een duo de top van een ouderenpartij te laten presenteren.’
’In 2007 hebben we besloten in Noord-Holland voor de vierde keer aan de Statenverkiezingen deel te nemen. We voerden een korte, heftige campagne en het resultaat mocht er zijn. In 2003 behaalden we met 8700 stemmen nog net een restzetel (van de 83 Statenzetels); in 2007 haalden we met 29.000 stemmen één zetel (van de nu 55 Statenzetels) en
|
gingen er ruim 12.000 reststemmen van ons door een merkwaardige kronkel in de kieswet naar andere partijen. De afgelopen tijd is er, door actie en promotie op veel plaatsen een opleving. In 2010 zullen wij onder verschillende namen in negen grote gemeenten (Weesp, Zandvoort, Haarlem, Amstelveen, Purmerend, Hoorn, Alkmaar, Heerhugowaard en Zaanstad meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen.’
’Of de Ouderenpartij in Noord-Holland een toegevoegde waarde heeft? Jazeker, niet alleen in Noord-Holland, in heel Nederland is er een toenemende behoefte aan een goede Ouderenpartij. Het doemdenken over de toekomst van sociale voorzieningen, in het bijzonder het verhogen van de AOW-leeftijd, waarbij werkplekken worden vastgehouden terwijl de jeugdwerkloosheid toeneemt, getuigt
van verstandverbijstering. Er is zeker
|
plaats voor een partij die het algemeen belang in het oog heeft en tegelijkertijd focust op de positie en belangen van ouderen, zoals veiligheid, een leefbare omgeving, gezondheidszorg, huisvesting, financiën, openbaar vervoer.’ ’Wij doen er zeker toe. Persoonlijk vind ik besturen heel boeiend. Het is soms een beetje sjoemelen en sjacheren als het nodig is. In nette bewoordingen noem je dat: compromissen sluiten Daar ben ik niet vies van. Nooit geweest.
Ik herinner me dat ik op mijn dertiende met de bakfiets op pad was voor een oud-papieractie om geld bij elkaar te halen voor een schoolreis. Ik vond een drukkerij waar ze van het oud archief afwilden. Het oud papier deed het aardig in die tijd. Ik had zomaar voor zeshonderd gulden bij elkaar. Driehonderd kon ik er mee naar huis nemen, in een luciferdoosje. Iedereen blij. Mooi toch!’
|
|
|
Pagina 4 van 4 |
|
|
Laatst aangepast op maandag, 04 januari 2010 12:10 |
|