|
Door Dick van Niekerk
Behoud dialecten
gaat niet vanzelf
|
|
| Wie het dialectlandschap van Overijssel in ogenschouw neemt, stuit al gauw op een duidelijk waarneembare tweedeling. In het oosten spreekt men Twents, in het westen worden uiteenlopende dialecten gesproken, die evenals het Twents tot de Nedersaksische taal behoren. De IJsselacademie in Kampen rekent deze ogenschijnlijk zo gemêleerde groep van Nedersaksische dialecten |
van West-Overijssel tot haar permanente aandachtsgebied. De academie speelt een belangrijke rol in het bewaren van deze West-Overijsselse dialecten in woordenboeken en grammatica. Ook stimuleert ze op creatieve wijze het gebruik ervan. De neerlandica Drs. Philomène Bloemhoff–de Bruijn kan met gezag spreken |
over de dialecten van West-Overijssel. Zij verdiept zich al tientallen jaren in de dialecten van West-Overijssel en werkt sinds 1981 bij de IJsselacademie in Kampen, vanaf 1998 als projectleider streektaal. In haar spaarzame vrije tijd is ze bezig met een proefschrift over de veranderingen in het Zwols tijdens de afgelopen twee eeuwen. Opvallend aan de dialecten van West-Overijssel is hun diversiteit. Philomène Bloemhoff: ’Bij het gebruik van het |
|
|
Pagina 1 van 4 |
|
|
|
|
Twents kan iedereen in dit land zich wel iets voorstellen. Dat kan niet gezegd worden van de dialecten in het westen van de provincie Overijssel. Hét West- Overijssels bestaat niet, er is ook geen West-Overijssels identiteitsgevoel. Je zult nooit iemand tegenkomen die zal zeggen dat hij er trots op is een West-Overijsselaar te zijn. Bijna elke plaats kent zijn eigen specifieke Nedersaksische dialect.’ De spreekdichtheid van de Nedersaksische dialecten in West-Overijssel is vrij hoog. Volgens het handboek Nedersaksische Taal en Letterkunde spreekt 62% van de meer dan een half miljoen inwoners in dit gebied thuis een Nedersaksisch dialect in combinatie met Nederlands, 54% spreekt thuis uitsluitend Nedersaksisch. Geen wonder dat het in West-Overijssel bruist van de activiteiten waarin de spreektaal een belangrijke plaats inneemt.
Kenniscentrum Dat laatste is vooral een verdienste van de IJsselacademie. De in Kampen gevestigde academie wil een onderzoeks- en kenniscentrum zijn voor de taal en de geschiedenis van Overijssel. Zij stimuleert en begeleidt onderzoek van wetenschappers en amateurs en organiseert educatieve projecten. Bovendien fungeert zij als uitgeverij van boeken over de taal en geschiedenis van Overijssel.

|
De academie is in 1977 in het leven geroepen door de toenmalige - uit Friesland afkomstige - burgemeester van Kampen, Sybren van Tuinen. Hij wilde in Kampen een kenniscentrum opzetten naar het voorbeeld van de Fryske Akademy in Leeuwarden. Zijn geesteskind krijgt momenteel financiële steun van een aantal gemeenten uit de regio en de provincie Overijssel. Verder moet de academie het hebben van particuliere donaties, van verschillende fondsen, met name het Prins Bernhard Cultuurfonds, en van ondersteuning uit het bedrijfsleven. Het werkgebied is ruwweg West-Overijssel (Salland en het Land van Vollenhove), tot aan de grens met Twente bij de gemeente Hellendoorn.
Keenderbiebel
De IJsselacademie heeft de laatste jaren menig streektaalproject met succes opgepakt. Bloemhoff: ’Van het Woordenboek Overijsselse Dialecten (WOD) van dialectoloog Dr. Harrie Scholtmeijer zijn nu vijf delen verschenen. Hij werkt inmiddels elders, maar heeft de manuscripten van de volgende twee delen wel zo goed als voltooid achtergelaten. Ik heb de uitgave van deze komende twee delen op me genomen. Gelet op al onze andere activiteiten vind ik het wel lastig om tijd vrij te maken voor zo’n intensieve onderneming.’ Het gaat om een ware mammoetklus, waarvan het voorbereidende werk is uitgevoerd door ruim driehonderd vrijwilligers, verspreid over zestig plaatsen in Overrijssel. Enkelen zijn zelfs afkomstig uit het aangrenzende Duitse Graafschap Bentheim. Zij zijn tien jaar bezig geweest met het inventariseren van duizenden dialectwoorden. Het WOD is een interessant en overzichtelijk naslagwerk dat vele honderden Overijsselse dialectwoorden en gebruiken voor een definitieve teloorgang behoedt. Een kleurrijk voorbeeld uit het WOD is het lemma Sierhondjes in deel 2 ’Het Huis - B.’ Betekenis: twee stenen, meestal witte hondjes die als versiering dienst deden. In de verschillende dialecten worden
|
ze onder meer sierhunties (Gramsbergen), sierhonties (Sibculo) en heundkes (Wierden) genoemd. In een toelichting schrijft de informant uit Ommen dat een hoer geen geld mocht vragen voor haar diensten; een man bezocht haar en betaalde door de hondjes te kopen. De informant uit Wijhe stipt nog het voorbeeld aan van een vrouw die twee van dergelijke hondjes in de vensterbank had staan. ’Stond er maar één, dan was haar man niet thuis en dan kon ze bezoek ontvangen……’
Een tweede, zeer boeiende productie is de uitgave van de eerste Nedersaksische Kinderbijbel. Deze keenderbiebel is geschreven in het Sallands, in de taal van Hellendoorn, en begin 2008 ten doop gehouden en uitgegeven door de IJsselacademie. De auteur Tineke van Buren heeft 52 verhalen uit het Oude Testament in de ’taal van thuus’ opgeschreven. De bedoeling is dat andere verhalen gaan volgen.
Verrassend veel bijval kreeg begin 2009 het jongerenproject ’uuspreken’, popliedjes in je eigen dialect. ’Diverse popmuzikanten van naam uit Overijssel kregen van ons de opdracht een lied te schrijven en het uit te voeren in de streektaal. Die liedjes zijn uitgebracht op een dvd. Veel artiesten zongen voor het eerst in hun dialect en dat was voor hen zo boeiend dat ze besloten hebben om er een liedjesprogramma van te maken. Daarmee zijn ze op tournee gegaan langs zeventien theaters in de regio.’ Hoogtepunten uit de voorstelling waren het zingen van het winnende lied dat geschreven was door een scholier uit de regio en het optreden van regionaal zeer bekende publiekstrekkers als André Manuel en Hans Keuper. ’De reacties waren enthousiast, de publieke belangstelling was wisselend: soms een massale opkomst; soms wat minder!’
Ook op jongeren gericht is het project ’Streektaal in de Zorg’ waarvoor een aanvraag bij de provincie ligt. ’Wij gaan een lesbrief ontwerpen voor de taaldocenten
|
|
|
Pagine 2 van 4 |
|
|
|
| van de MBO - zorgopleidingen. Het is de bedoeling om bij leerlingen en docenten alle nog bestaande vooroordelen over het dialect uit de weg te ruimen. In de omgang met de cliënten kan het voor de leerlingen zelfs grote voordelen hebben als ze in het dialect communiceren. De mensen uiten hun gevoelens en hun klachten beter in hun eigen taal. Door het gebruik van dialect ontstaat er ook makkelijker een vertrouwensrelatie.’ De IJsselacademie ziet cursuswerk als een vruchtbaar promotiemiddel voor de streektaal.. ’We hebben kort geleden in Hardenberg een cursus Taal en Geschiedenis van Noordoost-Overijssel gedraaid. In Zwolle loopt jaarlijks een cursus Zwols die gemiddeld twintig tot dertig deelnemers trekt. De cursisten zijn voornamelijk krasse knarren. De ene helft bestaat uit hoog opgeleide pensionado’s uit het westen, de andere helft uit belangstellenden die in de streek geboren en getogen zijn en die meer van hun eigen taal willen weten. Helaas zien we weinig jongeren op de cursussen.’ In de toekomst krijgt het cursuswerk nog meer aandacht. ’We zijn bezig met het raamwerk van een nieuwe leergang over de West-Overijsselse dialecten. Daarin staat de taal van Vollenhove, het Venoos, centraal.’ |
Gekoloniseerd Historisch gezien is ons Nedersaksische taalgebied gekoloniseerd door het Nederlands, dat van oorsprong een Frankisch dialect is. Wij zijn gewoonweg gedwongen het Nederlands te gaan gebruiken, want als je plat sprak kwam je maatschappelijk niet verder. Maar het Nedersaksisch is een deel van onze cultuur waarvan we door die kolonisatie vervreemd dreigden te raken. Bedenk dat het Nedersaksische cultuurgebied voor de Tweede Wereldoorlog nog liep tot ver in Polen. De enige oplossing om het Nedersaksisch echt levend te houden is een tweetalige opvoeding van de kinderen. Daar is niets mis mee, zo blijkt uit tal van onderzoeken. In de gemeente Heerde hebben ze dat goed begrepen want daar is onlangs een cursus streektaal op de basisschool gestart. Hoe groter Europa hoe meer aandacht voor de eigen omgeving.’ Klare taal van Dick Visscher, voorzitter van de werkgroep Zwols die deel uitmaakt van ’De dialektkring Salland en Oost–Veluwe’, een vereniging die zich ten doel stelt het Nedersaksische dialect in stand te houden. De werkgroep van Visscher - 39 leden waarvan de jongste 55 jaar oud is - heeft een woordenboek Zwols-Nederlands samengesteld, werkt aan een Zwolse grammatica en geeft in het Zwols recepten-, verhalen- en spreekwoordenboeken uit. Die gaan grif over de toonbank: per boek worden er gemiddeld vijfhonderd exemplaren in een half jaar verkocht. Over de toekomst van het Zwols maakt Visscher zich niet al te veel illusies: ’Het Zwols bladdert steeds verder af, vooral door de vele inwijkelingen die Zwolle kent. In feite is het Zwols alleen nog de specifieke taal van de bouwvakkers.. Een bouwvakker in Zwolle moet zich het Zwols eigen maken want anders kan hij zijn vak niet naar behoren uitoefenen! Ik vrees voor de toekomst van het Zwols maar niet voor die van het Nedersaksisch, want ik zie geleidelijk een veralgemening van de verschillende dialecten plaats vinden.’ Het is noodzakelijk dat de overheid meer aandacht aan de streektalen geeft. Daarom ondersteun ik de nota `Nedersaksisch waar het kan’ van harte. De overheid is een beetje bang. Men vreest dat elk straatnaambordje tweetalig gaat worden. Het vertrekpunt moet niet bij die angst liggen maar bij een andere gedachte: hoe groter Europa wordt, hoe meer de mensen zich gaan bezinnen op het wel en wee binnen hun eigen concreet waarneembare leefomgeving. En daarmee is de eigen taal onlosmakelijk verbonden. |
Geen garantie Toch vormen alle activiteiten volgens de projectleider streektaal geen garantie dat de streektaal blijft voortbestaan. ’Het is hard nodig dat vooral de politiek meer werk maakt van het beleid ten aanzien van de streektaal, met name het Nedersaksisch. Het is in onze ogen belangrijk dat de streektaal gesproken blijft worden. Mensen kunnen zo hun betrokkenheid op de eigen leefomgeving uiten. Het geeft hun een thuisgevoel. Een dialect kun je ook zien als een transportmiddel van een stuk eigen cultuur. Daarvan blijft vrijwel niets over als de taal uitsterft. Maar een streektaal in stand houden, dat gaat absoluut niet vanzelf. Je moet er iets extra’s voor doen. Mensen maken zich nu eenmaal |
wel druk om het uitsterven van de hamster en niet om het verdwijnen van de taal.’ Een paar maanden geleden is er een lijvig rapport (140 pagina’s) verschenen ’Nedersaksisch waar het kan’ , dat ter bespreking ligt bij de provincies waar Nedersaksisch wordt gesproken: Groningen, Drente, Overijssel en Gelderland. De bedoeling is dat de provincies via dit rapport op één lijn komen te zitten bij de ondersteuning van de al jaren op handen |
zijnde aanvraag naar een hogere erkenningsstatus van het Nedersaksisch. Philomène Bloemhoff is optimistisch over het resultaat. ’De provincies hebben nog niet allemaal volmondig ja tegen het rapport gezegd. Maar ik acht de kans klein dat er nog ernstige hinderpalen zullen worden opgeworpen. De algemene verwachting is dat erkenning volgens deel III van het Europees Handvest voor regionale talen binnen afzienbare tijd een feit zal zijn. Dat zou onze mogelijkheden om extra dingen te gaan doen aanmerkelijk verhogen.’ |
|
|
Pagina 3 van 4 |
|
|
|
’Juist op emotionele momenten is het gebruik van je eigen dialect heel logisch. Ik fungeer regelmatig als trouwambtenaar van de burgerlijke stand. Zelfs in de Trouwzaal spreek ik dan dialect, alleen de officiële huwelijksvraag stel ik in het Nederlands. Maar alles wat we eromheen bedenken, gaat in het dialect. En iedereen voelt zich daar prettig bij.’ Over de toekomst van haar dialect heeft ze gemengde gevoelens: ’Het is heel goed dat we dialecten in woordenboeken vastleggen. Je ziet ook steeds meer belangstelling voor het dialect komen. Maar…… steeds minder mensen voeden hun kinderen op in het dialect. Het integreert niet. Ik zeg eerlijk dat ik dat ook niet gedaan heb. Alleen onze jongste spreekt nog dialect. En met mijn man spreek ik alleen dialect als ik kwaad ben.’ ’Het is heel belangrijk dat de politiek beleid maakt gericht op het behoud van dialect. Maar we moeten het wel relativeren. Als je het afweegt tegenover de noden in de gezondheidszorg, dan heb ik mijn twijfels. Vergelijk het met bijdragen aan goede doelen. De hongersnood in Afrika is mensonterend, terwijl een bijdrage voor de zeehondjes toch van een heel andere intentie getuigt.’ |
Verliefd zoas een pasgeboren kiend voldaon van alle zörgen ebaekerd en ebörgen de eugies slöt en slöp
nog argloos, niet wet dat onger veur het eten get dat smaerte zonder treust bestet en soms de liefste oe ’t diepste grieft zo now mien tienerkiend: verliefd

|
Uut sinds een uur is et uut en et vuur van ’t besluut smeult nog nao in wat snekkend geluud kwetsber - klein zit ze door nog niet kloor veur verdriet zie kröp weg in eurzelf: wat ze niet ziet is d’r niet köppien thee, skolderklop en de rook traekt wat op mistig zicht op de leegt’um eur èn tussen asse en gruus tast ze nog naor et uus dat eur paste maer niet meer bestet fluustert ze dat ie vast’ eur verjoordag verget. |
|
Uit: Meer geliek as eigen, gedichten, Jannie Bakker, Stichting IJsselacademie 2005, ISBN 90-6607-000-6. Dit is de negentiende aflevering uit de serie ’Streektalen in Nederland’ van Dick van Niekerk, die vanaf 2000 in Locomotie is verschenen |
|
Meer geliek as eigen
Jannie Bakker - Rietman (1953), geboren en getogen in Genemuiden. Studeerde Nederlands in Groningen en keerde na
haar studie terug naar haar geboortedorp waar ze allerlei taken op zich nam in dialectorganisaties. Schrijft proza
(columns) en poëzie in het dialect van Genemuiden, het Gaellemunigers. ’Meer geliek as eigen’ waaruit hieronder
geciteerd wordt, is haar eerste gedichtenbundel. De titel van deze bundel moet volgens de dichteres als volgt worden begrepen: ’Meer geliek as eigen’ betekent dat meer en andere mensen net zo goed en geschikt zijn dan die uit de eigen kring. De uitdrukking wordt gebruikt als mensen de neiging hebben het te veel in eigen kring te zoeken
|