Home
Schoonheidsvlekje van de taal | Afdrukken |  E-mailadres
Locomotie 39
maandag, 04 januari 2010 14:51

Door A.J. Snel

 

Schoonheidsvlekje


van de taal

 

Wat woorden, enkele zinnen… en de gedaanteverwisseling is compleet.De minister-president klimt op het podium van het dorpshuisin het Zeeuwse Kapelle. Hier spreekt hij de taal waarin hij woont, zoveelis aanstonds duidelijk. Jan Peter Balkenende, die doorgaans eenverkrampte indruk maakt, zwoegend proza produceert en over zijnwoorden struikelt zodra microfoons en camera’s nabij zijn, is van hetene op het andere moment een losse vent. Hij bedient zich moeiteloosvan het Zeeuwse, nader gedefinieerd het Zuid-Bevelandse, dialect.De premier uit zich mild ironisch, maakt makkelijk gebruik vanhet understament. Hij is ongedwongen, aardig.
kozen dus dapper en opgewekt voor het Fries. Maar dat terzijde.Behoud en bescherming van de eigen taalkan voor veel mensen, vanwege de daarmeesamenhangende identiteit, van grotebetekenis zijn.Maar; de taal is gans het volk en zal dusveranderen naar de mate dat volk het wil.Zo is het op landelijk niveau, zo zal hetook gaan met de dialecten. Er kunnen organisatiesen instellingen draaiend gehoudenworden waarbinnen geestdriftige lieden,financieel geholpen door overheden,zich sterk maken voor het behoud vande streektaal. Of die tenslotte zal overleven,hangt geheel en al af van de vraag ofhet volk dat wil.
Zo krachtig kan de werking van het dialectzijn. Blijkbaar voel je je er een andermens door.Het valt in het leven van alledag niet zoop, maar de benutting van de streektaalheeft niet alleen individueel maar ookcollectief een grote draagwijdte en dienttalrijke, zij het niet alle even nobele, doeleinden.Het heeft allereerst te maken met hetzich-behaaglijk-voelen, de vertrouwdheidvan de omgeving waar de eigen melodieklinkt. Wie van zijn ouders een dialectheeft meegekregen, boft. Hij of zij beschiktover een complete taal extra endus over een bijkomende mogelijkheidzich uit te drukken. De dialectsprekerwordt bovendien onmiddellijk herkenddoor mensen met wie hij zijn geboortegronddeelt en die zijn schoonheidsvlekjevan de taal, zijn tache de beauté directherkent en op waarde weet te schatten.En dus krijgt hij de plaats die hem toekomt:hij is thuis; ons kent ons.Het gevoel voor de eigen taal zal in onsland zonder twijfel het sterkst ontwikkeldzijn in Friesland, waar al lang geledenmet succes voor volwaardige erkenning,voor een formele status, is geijverd. Maarelders in het land zal de hang naar het eigen idioom bij dialectsprekers gevoelsmatigniet minder zijn. Je beschikt overdat heel eigen, extra woord om een emotieuit te drukken. Je kunt verzachtendoor je woordkeus, duidelijk maken datiets niet zo kwaad bedoeld is, speelserdan in het Nederlands formuleren.Er is met het Nederlands grondwettelijkiets vreemds aan de hand. Toen Thorbeckein 1848 de grondwet herschreef, verzuimdehij daarin iets over de status vanhet Nederlands te verankeren. In alle andereEuropese landen in de constitutiegeregeld welke bestuurs-, cultuur- enomgangstaal als formeel behorend bij datland dient te worden beschouwd. In Nederlandmenen politieke stromingen alsde Christen Unie (in het spoor van hetGereformeerd Politiek Verbond) en CDAen de PvdA dat de tijd is gekomen ietsover het Nederlands in de grondwet teregelen, een tijdrovende aangelegenheid.Er zijn zeker valide argumenten voor beschermingvan het Nederlands, maar diegrondwetswijziging zal vast nog wel evenop zich laten wachten.Overigens, taalactivistische Friezen maaktenooit gebruik van de omissie vanThorbecke door te stellen dat nergenswas bepaald in welke taal zij in hun ProvincialeStaten moesten vergaderen. Ze Duidelijk waarneembaar is, dat de scharegeestdriftigen die zich sterk maakt voorallerhande dialecten een luide, veelal ookwelluidende stem heeft. Douwe Heeringasjongt Jacques Brel (jawel, in het Fries),Rowwen Hèze brengt Limburgse ballads,Daniël Lohues doet dat in het Drents,Normaal rockt boeren en Surrenderschalt licht scabreuze liederen waaraanniemand aanstoot neemt omdat je in hetZeeuws meer kunt zeggen dan in hetNederlands. Voor veel popmusici blijft dewaardering niet binnen de streek. Datheeft te maken met het effect van hettuinpad van mijn vader, in het lied HetDorp bezongen door Wim Sonneveld.Het dateert uit een tijd dat de wereldnog groot was en Friso Wiegersma, diede vertaling maakte voor zijn levensgezelSonneveld, slechts na enig aandringenwel wilde toegeven dat de oorspronkelijketekst werd geschreven door JeanFerrat, die het als La Montagne zong. HetDorp, dat kennen we allemaal, het wektbij iedereen herinneringen van eenzelfdeaard. En eigenlijk hoef je het Frans niet tebeheersen om te horen dat Ferrat erveruit de mooiste uitvoering ooit vanzong.Ede Staal, die zijn Hogelaand bezong,Rowwen Hèze dat met Auto Vleegtuugeen sfeer weet op te roepen tussen wee-
pagina1 van 2

moed en glimlach, ze voeren ons terug inde tijd, brengen de leefomgeving terugtot overzichtelijke proporties . Jawel: dewereldj is groet, ien mien durrup aan derivier. Veel kennis van het Gronings ofLimburgs is er niet nodig om te beseffenwaarover Ede Staal en Jack Poels hethebben. Ze hebben het over wat eenmens kan binden aan zijn geboortestreek,over wat voorbijging ook. Vaak zijn hetliedjes van verlangen. En dikwijls ook gaathet over trots. Normaal brengt op z’nAchterhoeks volle tenten tot grote prestatiesin het werpen en zuipen van bieren Surrender gaat zeer tekeer inzake delichamelijke liefde, maar achter de tekstenligt een gevoel van fierheid. De stad,dat kan allemaal best aardig zijn, maar wijplattelanders zijn er ook nog. Boeren zijnniet achterlijk, het zijn ondernemers diemet beide benen op de grond staan, zolangdat maar kan. Dat is de achterliggendegedachte.

 

Een merkwaardig fenomeen doet zichvoor in de reclame. Plattelanders en inzonderheidboeren worden daarin neergezetals lieden die vrijwel allemaal dezelfdebeheptheid hebben metmeervoudsvormen die op ’en’ uitgaan.We hebben het hier dus over boer’n endan in combinatie met melk, vla, boter enwat al niet. Dus boer’nboter, boer’nvlaenzovoort. Dat geeft de sprekers ietssimpels, maar kennelijk tegelijkertijd ietsvertrouwenwekkends. Waarschijnlijkgaan reclamemakers ervanuit dat iemanddie een tikkeltjedommig ofnaïef aandoetde medemensgeen rotzooizal aansmeren.En er gaat in hun strevingeneen element schuil dat onderhet begrip boerenslimheid valt. Ooittoonde de Staatsloterij gedurende eenlangere periode een reclamespot waarineen boer met stront- dan wel baggerlaarzenaan in een Ferrari wegscheurde. Deman had een grote prijs gewonnen. Die
was dus niet zo dom als hij eruit zag.Daar reed een winnaar.Op dezelfde manier is het schaatsendefenomeen Erik Hulzebosch ingezet. Hijheeft niet bepaald de uitstraling van eenintellectueel en spreekt het Twents zobinnensmonds uit dat hij nauwelijks verstaanbaaris. Niettemin heeft verwarmingsketelfabrikantNefit hem ingehuurd.Hulzebosch werd weliswaar in 1997 inde vijftiende Elfstedentocht tweede achterHenk Angenent maar hij spreekt,hoewel heel onduidelijk, meer dan Angenent,tot de verbeelding. Ook hier treedteen man naar voren die een verliezerlijkt en een winnaar blijkt. Zijn pogingentot zingen, bij voorbeeld van het lofliedop Hardenberg, ’Geef jezelf de ruimte’,komen ondanks alles sympathiek over.Hulzebosch heeft, grof gesteld, schijt aande Randstad. Wie hem ziet acteren krijgthet idee dat hij een fier mens is, ongevoeligvoor de arrogantie van de stedeling,trots op zijn streek van herkomst

 

Vrijwel alle sprekers van de streektaal ofhet dialect blijven zich, als het Nederlandshanteren, altijd verraden zodra zewat meer zinnen achter elkaar zeggen.Zegt iemand dat iets ’óp elkaar’ is of’dóór elkaar’, dan komt hij waarschijnlijkuit het noorden des lands en hoogstwaarschijnlijkuit Friesland. De rest vanNederland zegt ’voor elkáár’ en ’doorelkáár’, met de klemtoon dus op de laatstevan de drie lettergrepen.Wie de ’g’ en de ’h’verwisselt endus devoot’Onze gulp is inde naam desgeren’ zegt, ofveel minder devoot’Hod nogh toe’, diezal uit Zeeland komen en wel vanZuid-Beveland. De Zeeuwse afkomst valtniet te verhullen en ook een Fries krijgtdat niet vóór elkaar.Lieden uit het zuiden des lands zijn mindermakkelijk te determineren, althans

oerendhard

door buitenstanders. Natuurlijk, in Brabanten Limburg, is er de zachte ’g’, diehelaas niet fonetisch valt weer te geven.Maar wie zich tot nabootsing van die ’g’bepaalt teneinde de zuiderling na te doen,die valt door de mand. Het Limburgsheeft een fijnzinnige, zachte melodie, deBrabantse streektalen lenen zich aanzienlijkbeter voor hoempa-hoempa, eenconstatering die door Brabanders stelligweersproken zal worden maar die onderschrevenzal worden door wie deoren weet te spitsen.

 

Het leek de Onafhankelijke Senaats Fractieaardig bij dit nummer van Locomotie,dat kort voor kerst verschijnt, een kleingeschenk te doen met behulp waarvanmensen die de eigen streek, het eigendorp een warm hart toedragen, eenskunnen vergelijken. De CD bevat muziekenuit alle windstreken en teksten ineen reeks streektalen. Wie oplettendluistert, zal beamen dat het bofkontenzijn die er een extra, eigen taal op nahoudenen dus rijk zijn in uitdrukkingsmogelijkheden.

 

En voor wie van combineren houdt: onlangsis in het Friese Wommels/Baardeen wedstrijd gehouden waarbij werdgepoogd het record ’Tút onder de Maretak’te breken. Friezen kusten dus onbeperktonder de vooral in Limburg groeiendehalfparasiet de mistletoe.Als dát geen verzustering en verbroederingis. Mocht de recordpoging navolgingkrijgen dan verdient het aanbevelingdaarbij een Limburgs Kusje te drinken.De graanstokerij De IJsvogel in Arcenstookt dat likeurtje dat qua kleurstellinghet midden houdt tussen bronsgroen enmergelgeel.

Het drankje, gecombineerd met enig geduld,staat er garant voor dat straks heelHolland Limburgs lult.

Laatst aangepast op maandag, 04 januari 2010 15:23