Home
Column: Taal | Afdrukken |  E-mailadres
Locomotie 39
maandag, 04 januari 2010 00:00

 

locomotie37column

Taal



 

Laat ik, zo tegen het einde van het jaar,
nog eens voluit toegeven aan mijn
natuurlijke neiging te jongleren met
ergernissen. Over de misvorming van onze
landstaal moet het ditmaal maar eens
gaan.

 

Hele volksstammen rotzooien, in een
poging een flitsende indruk te maken,
een eind aan met zelfgemaakt Engels.
Hun zijn, naar mij is gebleken, met goede
raad noch mededogen te helpen.
Het is vechten tegen de beerput.
Ik laat hun gebrabbel daarom thans
onbesproken. Ook zonder hun wartaal
kom ik trouwens wel aan de content die
de uitgever van dit magazine als target
heeft gesteld.

 

Nee, mijn misnoegen gaat heden uit naar
een fenomeen met een sluipend karakter:
het vervuilde proza dat sinds decennia
wordt geloosd in de ooit zo zuivere rivier
van het Nederlands.

 

Daar is het verschijnsel van de verhulling.
De leden van het koninklijke huis zijn wat
dat betreft goed in het geven van het
slechte voorbeeld. Krijgen zij het verwijt
dat ze te veel verdienen of
milieuvervuilend vakantie vieren door
almaar over grote afstanden met het
vliegtuig te reizen, dan ontkennen ze dat
niet, maar ze zeggen: ’In onze beleving ligt
het anders’. Die wijze van uitdrukken
heeft intussen een verwoestende
uitwerking gehad op de goede gewoonte
op basis van feiten te oordelen.
De graaiende bankier die zijn klanten
louter financieel onheil heeft bezorgd,
ervaart zijn handelwijze zelf in het geheel
niet als frauduleus. De chirurg die
onbekommerd met de botte bijl zijn
patiënten is te lijf gegaan, heeft opeens

een heel eigen, milde beleving van de dood.
Ook heel erg is het toenemend gebruik
van het woord ’vooraankondiging’.
Hoe zinvol immers is het iets na afloop
aan te kondigen? ’Vorige week trakteert
de burgemeester alle ingezetenen op bier
of dubbelfrisss; naar keuze`.
Nou, daar zijn de ingezetenen dan vet
mee.


Journalisten die de zinsnede ’het kan
zomaar zijn dat’ gebruiken, zouden
langdurige vrijheidsstraffen opgelegd
moeten krijgen. Ze geven de taal een
ellendig virus mee. Ze zouden, als ze
eerlijk waren, moeten bekennen dat ze te
bedonderd zijn uit te zoeken welke
gebeurtenis aanstaande is, maar laten
hun luiheid en onwetendheid schuilgaan
achter de veralgemenisering dat ’iets
zomaar zou kunnen zijn’.


Zeer pijnlijk is het steeds vaker te moeten
horen dat geïnterviewde artiesten iets niet
’hun ding’ vinden. Zeg dan toch gewoon
dat je geen talent hebt, behalve dan om
een ’lekker ding’ te zijn, hetgeen voor de
media veelal ruim voldoende is om
aandacht aan je te besteden.


De weerkerende mededeling omtrent het
vermoeden dat er ’toch wel iets’ moet zijn,
is geen antwoord op de vraag naar
religiositeit. God bestaat, of hij bestaat niet.
Stop via handigheden in de taal de kool
en de geit te stoven en zeg wat je
werkelijk vindt.
Bijvoorbeeld: ’Ja, ik ben door mijn ouders
toch wel een beetje bang gemaakt voor
de hel. Nou kom ik daar liever niet voor
uit en dus zeg ik iets waar ik niet om
uitgelachen word en waar ik me ook
geen buil aan kan vallen mocht het
hiernamaals toch bestaan’.

 

locomotie37dikkebleek

 

 

Dan nog dit: het zou waarachtig geen
kwaad kunnen als in het onderwijs eens
op een regenachtige middag aandacht
wordt besteed aan de wederkerende en
niet-wederkerende werkwoorden.
Men moet zich toch beseffen hoezeer
velen zich kunnen irriteren aan als men
hem zijn eigen rommeliger uitdrukt als
strikt nodig.

 

Dat werkt als een lap op een rode stier.

 

Fijne feestdagen; en laat verzorgd
taalgebruik in 2010 de boventoon vieren.
Zo moeilijk is dat niet.

 

Een gegeven paard kan de was doen.

 

locomotie_37_img_25

 

 



Laatst aangepast op dinsdag, 02 februari 2010 15:17