|
broer en haar twee jongere zussen. Maar Nelly wilde op zichzelf staan. In Amsterdam verwierf ze een testimonium, een getuigschrift dat bevoegdheid gaf onderwijs te geven. En in 1971 werd ze lerares maatschappijleer, aan de Thorbecke-Scholengemeenschap in Zwolle, op de afdeling mavo.'Het was een traditionele school. De leerlingen zullen mij streng gevonden hebben, denk ik, maar ik heb zelf het idee dat ik toch wat soepeler was dan de leiding en de meeste van mijn collega's. Binnen mijn vak had ik nogal wat vrijheid. Ik zocht voor de lessen naar onderwerpen die aansloten bij de leef-en gedachtewereld van de leerlingen.We besteedden aandacht aan onderwerpen als democratisering, de positie van de Molukkers in de Nederlandse samenleving, politiek in het algemeen. Ik had er als docente wel ruimte, kon films laten zien en gastsprekers uitnodigen.'
In 1973 deed ze aan deVrije Universiteit in Amsterdam haar doctoraal politicologie met als bijvakken staats-en bestuursrecht. Een jaar later werd ze stafmedewerkster van het Jongeren Advies Centrum in Zwolle. 'Dat was een boeiende tijd. We deden niet alleen aan individuele hulpverlening en eerste opvang van jongeren in de problemen, de JAC's kwamen ook bij elkaar om zich te verdiepen in de verandering van wetgeving over de verhouding tussen ouders en kinderen, de rechtspositie van minderjarigen, huisvesting van jongeren.In dietijd heb ik wel, wat ik zei, gedacht dat ik eigenlijk wel graag rechten had willen studeren. Aan de andere kant, ik heb mijn studie politicologie en mijn ervaring in de politiek wel kunnen gebruiken.'
Ik heb nooit een
carrière nagejaagd
Nelly Nieuwenhuizen is sterk in de afweging. Ze is niet iemand die vlug onvoorwaardelijk kiest voor stad of platteland, voor één bepaalde componist of schrijver
|

Ze kan aangenaam onderkoeld spreken. Terzijde laat ze, laconiek en ongevraagd weten:'Ik ben ook nog een aantal jaren getrouwd geweest. Als dat al het vermelden waard is, kan dat wel zonder nadere verklaring of toelichting.' En ze houdt van simpel.'Ik kies voor eenvoud. Heb nooit een carrière nagejaagd. Veel mensen die dat wel doen, verliezen de belangen van de samenleving uit het oog. Binnen de onafhankelijke partijen in Drenthe heb ik in de loop van de jaren nogal wat opportunisme gezien. Geharrewar levert dat op en dat is demotiverend. Je moet, vind ik, in de politiek het algemeen belang voorop blijven stellen en je inzetten voor de positieve ideeën die je hebt. En je moet je niet te veel laten leiden door de waan van de dag of door de media.'
Wat ze in Drenthe ook heeft waargenomen is een zekere mate van berusting onder de bevolking.'Toen hier de plannen voor herindeling speelden is er geen tegenactie ontstaan. De mensen hebben hier de neiging om dingen over zich heen te laten komen terwijl sommige beslissingen toch een enorme impact hebben. Maar ik voel me hier toch op mijn plek. De mensen hebben geen kapsones, zo kun je er ook naar kijken. Het is niet zo
|
moeilijk allemaal. Ondanks dat, naar mijn smaak,wat te meegaande,ga ik graag met de mensen hier in Drenthe om. En ik houd van het landschap, de heidevelden. Zoals ik,op een andere manier,ook Schotland zo mooi vind. Ruimte en eenvoud trekken mij aan.'
Ze heeft wel eens het gevoel gehad dat ze de politiek maar beter vaarwel kon zeggen.Van 1999 tot 2003 was ze Statenlid in Drenthe. Binnen de onafhankelijke groeperingen werden nogal wat spelletjes gespeeld, waar ze met enige meewarigheid en met spijt naar keek. 'Het was veel gedoe waardoor ik wel eens gedacht heb dat ik er maar beter mee kon stoppen.' Haar ervaringen met opportunisme hebben Nelly voorzichtig gemaakt,ook als ze een inschatting maakt van de kansen op deelname van de onafhankelijken aan de Tweede Kamerverkiezingen over ruim vier jaar of eerder. 'De OSF is wel plezieriger geworden', stelt ze vast. 'Het zakelijke wordt de laatste tijd meer van het persoonlijke onderscheiden.' Om met zin voor betrekkelijkheid te verzuchten: 'Je weet natuurlijk nooit hoe lang dat zo blijft.'
Haar hang naar overzichtelijkheid is een terugkerend thema. Ze heeft het met veel genoegen over de jaren zestig waarin ze binnen Dolle Mina meestreed voor gelijkstelling en gelijkberechtiging van de vrouw. 'Die strijd is nooit helemaal ten einde.Vrouwen moeten nog altijd op hun qui vive zijn.' Met plezier ziet ze ook terug op de tijd rond midden jaren negentig,toen ze in de raad van de kleine gemeente Peize zat. We hadden een vaste groep mensen die op dezelfde golflengte zaten en die heel dicht stond bij de bevolking. We hadden heel veel directe contacten. Als die manier van werken kan terugkeren, heb ik er zeker zin in,nadat ik een tijdlang op de achtergrond ben gebleven, weer meer in actie te komen.'
|