Home locomotie 14 Bloemen plukken in ... de stad
Bloemen plukken in ... de stad | Afdrukken |  E-mailadres
Locomotie 14
dinsdag, 15 mei 2001 01:00

Wat doen we met de stad? Ruimtegebrek vraagt om dichte bebouwing. maar de burger wil ruisende bomen en vogelgezang. Voelt zich daar ook beter bij. Tot zich in de bosjes gevaren ophouden. Hoe is dit allemaal met elkaar te rijmen?

Op tal van plaatsen in Nederland gaat het openbare groen op de schop, zoals bijvoorbeeld het Julianapark in Venlo.De gemeente is tevreden, de bewoners hebben het nieuwe park enthousiast in gebruik genomen. Maar er klinkt ook een kritisch geluid tegen deze aanpak.

Venlo keert een park van binnen naar buiten

Bloemen plukken in ... de stad

Door Clemens Vollebergh

Een groene leefomgeving blijkt met name voor stadsbewoners van positieve invloed op hun ervaren gezondheid: men voelt zich er prettiger bij. Het Julianapark in Venlo was tot voor enkele jaren echter allerminst a place to be: dichte begroeiing en drugsoverlast maakten het park in meerdere opzichten ontoegankelijk, met name voor kinderen en oudere mensen.

Het stak de gemeente dat het park verloederde en er werd besloten rigoureus in te grijpen. De beplanting werd aangepakt, er kwamen wandel- en fietsroutes en speelveldjes. Sinds enige tijd leeft het Julianapark weer: er wordt gewandeld en geskeelerd. Ouderen spelen jeu de boules en jongeren trappen een balletje. Arno Lucassen, projectleider Groen van de gemeente Venlo, blikt terug op een grootschalig project waarbij van stedelijk groen gebruiksgroen werd gemaakt: 'De grootste voldoening is als argeloze wandelaars me spontaan vertellen hoe mooi het park is geworden en hoe vaak ze er tegenwoordig heen gaan om te recreëren', aldus Lucassen.

Afstotend
Het Julianapark dateert van enkele jaren na de oorlog. Het is aangelegd op een oud rangeerterrein, maar in de ondergrond zitten ook nog resten van de voormalige bastions van Venlo en resten van oude akkers. Hier werden grasveldjes aangelegd, een heemtuin, een rozentuin en er groeiden veel struiken. De unieke ligging -tegen het centrum aan- gaf in eerste instantie iets speciaals, maar al snel trad de verloedering op. De begroeiing werd te dicht en het park werd het domein van junks en alcoholverslaafden. De omwonenden, zoals onder andere de bewoners van bejaardencentrum de Beerendonck, durfden het park niet meer in en zo werkte het groen niet langer uitnodigend maar eerder afstotend. Daar kwam pas verandering in toen de plannen ontstonden om het Limburgs museum in het park te bouwen. De aanpassingen die hiervoor noodzakelijk waren deden de gemeenteraad besluiten het hele park aan te pakken.

Overleg
De geslotenheid van het park was de gemeente een doorn in het oog. Men wilde naar openheid en veiligheid en baseerde daarop haar plannen. Bij de herstructurering werden alle betrokkenen gehoord, zodat de gebruikers zich in de uiteindelijke realisatie konden herkennen. De eerste actie in het park bestond uit het rooien van het overgrote deel van de struikbeplantingen. Hierdoor werd openheid gecreëerd en dus de gewenste grotere sociale veiligheid. Een ander onderdeel uit het plan betrof de aanleg van een 'lijst' van beige halfverharding. Deze afwerking van de randen vergrootte de eenheid en toegankelijkheid van het park. In oktober jongstleden is het park feestelijk geopend en nu staan de bloemen in bloei.

Sociale controle
Het Julianapark is een echt gebruikspark: omwonenden gaan er wandelen, spelen een partijtje voetbal of fietsen er doorheen. Daarnaast zijn er door het jaar heen enkele grootschalige festiviteiten op het evenemententerrein in het park. Er zijn diverse (verlichte) wandelroutes voor bejaarden, er is een vaste bloementuin en een speeltuin. Daarnaast is er een asfaltstrook ingericht voor skeelers en er is een tafeltennisvoorziening. Ook de skaters komen in het nieuwe park aan hun trekken. Omdat voorheen de skatebaan ook activiteiten aantrok waar de gemeente vanaf wilde is gekozen voor een meer open locatie. Vanaf de jeu de boules banen is er nu toezicht op de 'half pipe' en kan er, in goed overleg met de gebruikers, enige sociale controle plaatsvinden.

Dwarsverbanden
De wijze waarop men in Venlo het Julianapark heeft heringericht, sluit bijzonder goed aan op de impulsen in het overheidsbeleid om dwarsverbanden te leggen tussen sporten en recreëren en tussen bewegen en gezondheid. Het park is van binnen naar buiten gekeerd: veel openheid in de beplanting, waardoor je het park in- en uit kunt kijken, een verlichte wandelroute en een verbindingsfietspad zijn allemaal factoren die bijdragen tot een grotere leefbaarheid en een sociaal veilige omgeving. Binnen dit denken in dwarsverbanden valt ook de realisatie van een parkenroute die fietsers langs de verschillende parken van Venlo leidt en daardoor groen en historie met elkaar verbindt.

Bloemen
De wilde bloemenweide is het grootste onverwachte succes. Lucassen: 'langs een lang wandelpad aangelegd is deze in bijna ieder jaargetijde schitterend om te zien. Mensen komen ook graag een boeketje plukken. Toen ik laatst met landschapsarchitect Muts nog eens door het park liep, sprak een mevrouw ons aan en bejubelde de nieuwe inrichting: 'Ik kwam hier vroeger nooit meer want ik vond het een beetje eng, maar sinds het zo is opgeknapt en hier allemaal wilde bloemen staan kom ik regelmatig een boeketje plukken, ik vind het erg mooi geworden.' Zoiets is leuk om te horen!'

you don't know what you've got 'till it's gone

Het is een landelijke trend: het uitdunnen, of vaker nog rooien van stedelijk groen. Beplanting die in vele jaren tijd volwassen is uitgegroeid, wordt geruimd. Alles onder het motto van de leefbaarheid - maar willen we dit echt? Ruud Repko, groendeskundige en fractielid van De Groenen in stadsdeel Noord te Amsterdam plaatst desgevraagd een kritische kanttekenig bij deze ontwikkeling.

Repko: 'Van de ruilverkaveling van het landelijk gebied in de jaren vijftig en zestig is men zich achteraf rot geschrokken. Daar worden nu weer houtsingels en ecologische verbindingen aangelegd, maar in het stedelijk gebied is nu de kaalslag gaande en niemand protesteert.'

En de sociale veiligheid dan?

'Sociale veiligheid' is een nonsense-term die je in geen enkel woordenboek zult vinden. Het is een samentrekking van sociale controle en veiligheid. De term is geintroduceerd door de landelijke werkgroep Vrouwen, Bouwen, Wonen die eind jaren tachtig de veiligheid van vrouwen op de politieke agenda zette. Deze landelijke werkgroep vertakte zich in Nederland, iedere stedelijke agglomeratie had zo'n werkgroep. Problemen als 'enge tunneltjes' werden benoemd en sociale veiligheid werd een issue.'

'De vrouwen die hierover begonnen zijn, hebben inmiddels spijt als haren op hun hoofd want de politiek is met dit begrip aan de haal gegaan. Het Gesundenes Volksempfinden regeert. Sociale Veiligheid wordt vertaald met het rooien van bomen en struiken, terwijl dat niet de oplossing is van het probleem. Er komt pas sociale controle als er veel meer mensen op straat zijn, ook mensen van weerbare leeftijd. Die zitten nu allemaal achter het stuur van een auto. De enigen die nog buiten wandelen zijn bejaarden en jongeren, de kwetsbaarder groepen dus.'

Enquêtes in Amsterdam Noord hebben uitgewezen dat tussen de vijftien en de twintig procent van de mensen zich onveilig voelt op straat. Dit gold onveiligheid op specifieke plekken in specifieke buurten, volgens politie onderzoek. Daar had gericht beleid op kunnen worden gevoerd maar dat is niet gebeurd. In plaats daarvan zijn de bosschages aangepakt.'

'Ook zijn er buurtbeheerders aangesteld. Deze zijn niet gekozen en hebben geen achterban. Als er iemand bij de buurtbeheerder een 'eng bosje' meldt, wordt het in de loop van het jaar weggezaagd. In de winter heb je dan een weiland met bomen. In de zomer -het seizoen waarin de sociale veiligheid een probleem is- heb je brandnetels die net zo hoog zijn als de struiken die er stonden. Zo creëren ze zelf een enorme ravage en dan klinkt vervolgens de roep om herinrichting.'

'Vanuit het Openbaar Ministerie zijn subsidies ingesteld om de veiligheid op straat te vergroten. Deze zijn onder andere gebruikt voor kaalslag van het groen. Ook gelden vanhet grote steden-beleid worden voor grootschalige groensloop gebruikt. De krachten hierachter zijn dan ook sterk. Er verdienen mensen veel geld met het rooien van het bestaande groen, met het bedenken van een nieuw ontwerp en met het uitvoeren daarvan.'

En wat zijn de tegenkrachten?

'Die zijn er niet. Budgetten voor het beheer van groen zijn eind jaren tachtig, begin jaren negentig wegbezuinigd. Nu het financieel goed gaat komt er weer geld, maar alleen voor nieuw beleid. Dat zijn incidentele, grote bedragen waar een mooi nieuw plan van kan worden gerealiseerd. Structurele gelden echter voor onderhoud, voor beheer, zijn niet teruggekomen. Daarom ook zijn veel ontwerpen zo strak en simpel: een grasmaaier kun je bedienen zonder vooropleiding. Want er is in de organisatie veel kennis en kundigheid wegbezuinigd. Het is zelfs zo dat stratenmakers nu soms beslissen over het verlenen van een kapvergunning.'

'In feite wordt de democratie uitgehold. De openbare ruimte wordt niet langer gezien als kapitaalgoed, maar als een consumptieartikel. Als een groepje mensen ergens om vraagt, bijvoorbeeld om een stukje asfalt en een basketbalnet, dan komt het er. De waan van de dag en het geld maken de dienst uit, er wordt vanuit de poltiek niet meer vastgehouden aan een visie voor de lange termijn. Als je een park aanlegt wordt pas over 40 jaar duidelijk wat de ontwerper bedoeld heeft. Alles wat groeit heeft tijd nodig, maar die tijd is er niet in de cultuur van het moment.'

Er komen toch steeds meer stadsecologen?

'Die fungeren als alibi, ze houden de schijn hoog dat de gemeente veel doet op dit gebied. Ze mogen nieuwe natuur aanleggen, dus ook zij zijn bezig met het aanleggen van iets nieuws. Maar ze zullen niet in het geweer komen tegen tegen het weghalen van het bestaande groen,want ze zijn bij diezelfde overheid in dienst die dat uitvoert. Bovendien zijn er geen wetten en regels die hen daarin kunnen steunen.'

'Ook burgers komen nergens met hun protest. Als ze ermee naar de rechter gaan stelt die de gemeente in het gelijk, want die toetst alleen of de gemeente haar eigen regels gevolgd heeft en dat is meestal wel het geval.'

'Wij krijgen nu een generatie kinderen die alleen onderscheid kunnen maken tussen drijfsijzen en kapseizen. Kinderen die opgroeien zonder natuurbeleving. Naast het educatieve aspect is behoud van de stadsnatuur ook een ethische kwestie: het landelijk gebied is al kaalgeslagen, veel soorten proberen zich nu staande te houden in de stad en in de stadsrand. Wat geeft ons het recht om allerlei leefgebieden weg te vagen?

H.S.
Laatst aangepast op donderdag, 25 december 2008 14:10