|
boekbespreking
'Dragers en schragers'
Overheid moet niet teveel doen
door Helene Stafleu
Sinds enige jaren wordt er door het lokale bestuur regelmatig verwezen naar “sleutelfiguren” in de samenleving. Bij pogingen van de overheid om met de burger in contact te komen en wijken te activeren, worden sleutelfiguren als bruggenhoofd gezien. Ze worden nader omschreven als mensen met invloed en gezag en een groot netwerk.
Persoonlijk zag ik daarbij altijd een soort buurtburgemeester voor ogen, iemand tegen wie iedereen “”ome’’ of “tante” zegt en die al sinds mensenheugenis met de buurt vergroeid is. Iemand die ook niets anders omhanden heeft dan bezig te zijn met de directe omgeving.
Uit ‘dragers en schragers, sleutelfiguren in de lokale samenleving’ komt een ander slag mensen naar voren. De twaalf sleutelfiguren die voor het boek zijn geinterviewd zijn geen buurt-tijgers, maar mensen die zich een bepaalde taak gesteld hebben. Ze hebben een concreet doel en werken daar systematisch en deskundig aan. Ze hebben ooit geconstateerd dat ergens behoefte aan was en zijn dat zelf gaan realiseren. Rondleidingen per boot door een oud stadje bijvoorbeeld. Naschoolse opvang voor kinderen. Sociale zorg voor psychiatrische patiënten. Windmolens op het platteland. Zij hebben allerlei weerstanden overwonnen om dat doel te bereiken. Het is boeiend om te lezen hoe dat in zijn werk is gegaan. Het meest nog lijken deze verhalen op de succes-story van een ondernemer. De dragers en schragers zijn mensen met visie. “Er moet iemand zijn die het idee verbeeldt (pag.88)”. Ze zien de mogelijkheden om hun plan te verwezenlijken en laten zich niet uit het veld slaan. Het verschil is dat zij het allemaal niet doen ten eigen bate.
Galesloot noemt ze dragers, omdat ze een sociaal belang dragen. Ze maken een behoefte manifest die anderen misschien niet eens uitspreken, bijvoorbeeld de behoefte aan een kindvriendelijke wijk. Dat doen ze niet door een handtekenactie of protestdemonstratie, maar door zelf de handen uit de mouwen te steken, dus door te schragen.
De drijfveer voor deze mensen is naast hun grote verantwoordelijkheidsgevoel ook de mogelijkheid tot zelfverwerkelijking. Vaak geeft het burgerinitiatief meer voldoening dan een reguliere baan. Men werkt er onafhankelijker, veelzijdiger en creatiever. De maatschappelijke erkenning is niet altijd even groot en de financiele vergoeding al helemaal niet, maar het directe resultaat van het handelen is een mooie beloning.
De overheid, zou je zeggen, mag wel blij zijn dat deze mensen gratis aan de leefbaarheid werken. Maar dit soort initiatieven en overheidshandelen verhouden zich slecht tot elkaar. De overheid heeft van zichzelf de neiging-en die wordt alleen maar sterker-tot een steeds verdere regelgeving, protocollering en juridisering. De initiatieven van dragers en schragers daarentegen zijn ad hoc en missen een formele basis. Ze gaan uit van de kansen van het moment in plaats van de bestuurlijke “planning and control”. Zelfs ook als de overheid een initiatief toch de ruimte geeft, drukt ze haar goedkeuring doorgaans uit door de actie te willen professionaliseren en planmatig te laten werken. Maar dan gaat de specifieke waarde verloren. Er komt meer afstandelijkheid, meer anonimiteit en met de komst van een professionele staf groeien de initiatieven uit tot instituties die zichzelf tot doel worden.
Dus wat moet een overheid doen om dit soort initiatieven te laten floreren? Het liefst: niet teveel. Een kleine subsidie misschien, als daar om gevraagd wordt. Maar dragers en schragers hebben minder de behoefte aan geld dan aan beleidsruimte.
Vanuit democratisch oogpunt valt hier natuurlijk op af te dingen. Waarom zouden dragers en schragers meer recht hebben op zeggenschap dan een ander? Waarom zou hun mening meer gewicht hebben? Hoe willekeurig is dit benaderen van sleutelfiguren en wie bepaalt er wie een sleutelfiguur is?
Allemaal terechte vragen, maar ook hier geldt dat we misschien niet al te rigide moeten zijn. Wanneer iemand psychiatrische patiënten sociale steun biedt en zelfs twee weken met ze op reis gaat, wat niemand anders durft, is deze persoon degene die bij het beleid betrokken moet worden dat hierover gaat.
Het boek biedt een serie van tien portretten van burgerinitiatieven, steeds afgewisseld met meer fundamentele beschouwingen, analyses en gesprekken met mensen uit het veld.
Dragers & Schragers,
Sleutelfiguren in de lokale samenleving, 112 pag.
Door Hansje Galesloot
Uitgegeven door het Instituut voor Publiek en Politiek (020-5217600)
ISBN 90-6473-409-7
14,95 euro
|