|
Varkens in de lift
Door Helene Stafleu
Als een mens gelukkig kan zijn op een flat, waarom een varken dan niet? Op 16 april hielden de stichting Varkens in Nood en Filosofie Magazine een symposium over de vraag of technologische vernieuwing een uitweg kan bieden uit de welzijnsproblemen van het dier in de intensieve veehouderij.
'Die kip mist niks, want ze is nog nooit buiten geweest'
Mensen houden dieren en houden van dieren. Maar het gaat met de dieren niet goed. Er is zelfs onlangs een partij opgericht om voor hun belangen op te komen. Mensen willen meer dierenwelzijn, maar kopen óók in de supermarkt een lapje vlees uit de bio-industrie. Noëlle Aarts van de landbouwuniversiteit Wageningen: ‘Het koopgedrag van consumenten is, anders dan vaak gedacht wordt, géén afspiegeling van hun opvattingen. Ze nemen verschillende rollen aan: als dierenvriend en als vleesgebruiker. Ook producenten laten een discrepantie zien tussen opvatting en gedrag. Als de verschillende rollen met elkaar geconfronteerd worden ontstaat er een ongemakkelijk gevoel, dat bestreden wordt met argumenten als “Deze kippen zijn nog nooit buiten geweest, dus ze missen het buitenleven niet”, of: “een hond in een flat in de stad is er net zo aan toe’’.’
‘Producenten vinden dat hun dieren het goed hebben: ze krijgen eten en drinken, een warme stal en medicijnen wanneer ze ziek zijn. Zij kijken dus alleen naar de lichamelijke aspecten van welzijn.’ Een houding die op mensen toegepast buitengewoon cynisch zou zijn en die alleen kan worden volgehouden wanneer het dier als voelend, denkend en ervarend wezen wordt ontkend. Aarts: ‘Verhullend taalgebruik is ook een middel om met het innerlijk waardenconflict om te gaan. Er wordt over “kilogram’’ gesproken in plaats van over aantallen dieren. Over “uitval” in plaats van sterven en over “beschadiging” in plaats van verwonding.’
‘Voor verbetering van de toestand van het dier verwijzen de producenten naar consumenten en supermarkten. Consumenten verwijzen naar de overheid en die verlaat zich op een betere voorlichting. Dit is georganiseerde onverantwoordelijkheid en ze wordt in stand gehouden door het feit dat consumenten de feiten niet willen weten. Producenten willen de feiten niet bekend maken en willen ook zelf niet weten dat hun dieren lijden (“mijn dieren klagen niet, de diérenbescherming klaagt”). De overheid verschuilt zich op haar beurt achter de gedachte dat de consument niet méér voor zijn eten betalen wil. Dit nu is een misvatting. Verdubbel de prijs van een cd of koffie of benzine en het blijkt dat de consument, na wat aanvankelijk gemor, die hogere prijs gewoon betaalt.’
Met de lift naar de kelder
Verbetering van de leefomstandigheden van koe of kip of varken betekent in de regel ‘terug naar vroeger’: het dier mag weer de wei in. Maar kan technologische vernieuwing ook aan dierenwelzijn bijdragen? Peter Smeets van Alterra, Wageningen en architect van agro-productieparken, meent van wel. ‘De Nederlandse agro-productie is binnen in de kassen en de stallen hoog-industrieel, maar de ruimtelijke ordening van die kassen en stallen is nog negentiende-eeuws. Er is geen enkele noodzaak om nu nog varkens te fokken in het landelijk gebied.’
Integendeel, zo betoogt hij, dit kan beter gebeuren in het stedelijk gebied in wat een ‘varkensflat’ is gaan heten: een groot gebouw met tien, twaalf verdiepingen dat op een industrieterrein staat, in de buurt van de Rotterdamse haven want daar wordt het goedkoopste veevoer aangevoerd. De bovenste verdieping wordt ingenomen door glastuinbouw. Daaronder is ruimte voor de productie van dieren die eenmaal rijp voor de slacht met de lift naar de kelder gaan. Daar, in alle koelte, bevindt zich de slagerij. Mestverwerking en waterzuivering gebeurt allemaal ter plaatse -wat dat betreft lijkt het op het oude gemengde bedrijf – dus het is heel economisch, maar…het is ook beter voor het dier! De stallen van de varkens kunnen namelijk geplaatst worden aan de buitenkant van het gebouw. De dieren krijgen dan daglicht, terwijl ze in de bio-industrie hun hele leven in het donker zitten. Ze zouden ook balkonnetjes kunnen krijgen zodat ze in de buitenlucht kunnen vertoeven. Ze zouden er in groepen kunnen leven en niet meer op die akelige roosters hoeven staan maar op stro, dat met mest vermengd weer tot een nieuw product verwerkt kan worden in het hart van het gebouw. Een andere belangrijke verbetering van hun welzijn ligt in het feit dat ze niet of nauwelijks meer vervoerd hoeven te worden (alleen nog met de lift naar de kelder). In de huidige situatie is vervoer immers een grote stressfactor voor varkens.
Met het oog op de plagen die de veehouderij teisteren, komt licht de vraag op of zo’n grote concentratie dieren niet buitengewoon kwetsbaar is voor ziekten. Om deze reden is onlangs in Nederweert geen vergunning verleend voor een agro-industrieel complex. Ten onrechte, volgens Smeets: ‘Niet de dichtheid vormt het risico, maar het transport. Bij het vervoer lopen dieren een infectieziekte op en verspreidt de ziekte zich. Wanneer je dieren hun hele leven op één plaats houdt, is er veel minder risico.’
De neus van het varken is essentieel
Etholoog Berry Spruijt, verbonden aan de Universiteit van Utrecht, plaatst kritische kanttekeningen. ‘De eerste varkensflats zullen nog prachtig zijn en de varkens zullen het er geweldig hebben, zeker in vergelijking met hun huidige huisvesting’, zegt hij, ‘maar naarmate de tijd verstrijkt en de druk op de kostprijs toeneemt, zal er meer en meer op het welzijn beknibbeld worden. De zachte waarden zijn altijd het eerste slachtoffer. Het probleem met deze benadering is dat er een verdinglijking van het dier optreedt. Het dier wordt alleen nog maar als productiemiddel gezien en niet meer als een op zich zelf staand levend wezen met onvervreemdbare rechten.’
Dat is natuurlijk waar. Anderzijds heeft de verdinglijking van het landbouwhuisdier allang plaatsgevonden, ook zonder flats. Dat dierenrechten beschermd moeten worden is een op zichzelf staand feit en het is best mogelijk dat moderne huisvesting zich daarmee laat verenigen. Wij mensen wonen ook niet meer in het bos. Is dat erg? Zijn mensen gelukkiger op gras of op beton? Onze steden kampen met verdroging door te snelle waterafvoer. Eén van de oorzaken daarvan is dat veel mensen in de afgelopen jaren van voorspoed hun tuin bestraat hebben. Geef mensen de keus en ze kiezen voor beton in plaats van gras. Zou een varken dan ongelukkig zijn in een flat met een balkon?
Het is een vraag voor ethologen. Grond zou voor een varken wel eens veel belangrijker kunnen zijn dan voor ons. Essentiëel aan het varken is zijn neus, of in vaktermen zijn ‘wroetschijf’. Een varken moet kunnen wroeten om varken te kunnen zijn. Wie dierenwelzijn serieus neemt en vindt dat ieder dier zich naar zijn aard moet kunnen gedragen, moet dus erkennen dat juist de varkenshouderij grondgebonden is. Wil de varkensflat het echt goed doen, dan moet er een flinke laag modder op de balkonnetjes.
|