|
De voors en tegens van dualisme
Raads- en Statenleden in dubio
door Rob J.L. Visser
Sinds de verkiezingen van maart van dit jaar heerst in de provincies
het duale stelstel, nadat dit in de gemeenten een jaar eerder was
ingevoerd. Hoe bevalt dat eigenlijk? Leidt dualisme tot echte debatten
of alleen maar tot meer duels om de macht? Is het misschien ingevoerd
om lokale en regionale partijen de wind uit de zeilen te nemen? Op
uitnodiging van Locomotie schuiven vier deskundigen aan tafel: Charles
de Haas (OPD), Herman Jansen (VPPG), Fons Zinken (PNL) en Lenneke van
der Meer (Gemeentebelangen Rozenburg). De meeste ervaringen zijn tot nu
toe niet positief, zo blijkt uit een gesprek omtrent vier thema’s:
verwachtingen, realiteit, verklaringen en conclusies. Commentaar op de
discussie wordt gegeven door Henri Senders, voormalig raadsgriffier.
Verwachtingen
“Dualisme bevordert dat er geluisterd wordt naar wat mensen op straat
met elkaar bespreken”, zegt Jansen. “Ik ging en ga ervan uit dat de
politiek dan gedwongen is zich te richten op wat er leeft bij de
kiezer. Bovendien past het bij de aard van onafhankelijke partijen om
een duidelijke positie te scheppen voor raadsleden, zodat zij echt
kunnen opereren als volksvertegenwoordiger.” De Haas stond er neutraal
tegenover: “Ik zag er het nut niet van. Na de invoering leek het er
heel even op dat partijdogma’s zouden worden doorbroken en dat er meer
initiatieven vanuit raad en PS zouden komen.” Zinken is het ermee eens
dat echte volksvertegenwoordigers zeldzaam zijn: “Maar dat zal op deze
manier ook niet veranderen. In de Tweede Kamer is sinds jaar en dag
formeel een duaal stelsel, maar de praktijk is anders. Ik denk dat er
zo geen eind komt aan de achterkamerpolitiek.” Van der Meer had zelfs
negatieve verwachtingen: “Voor mij was het niet meer dan een papieren
tijger die ons werk eerder bemoeilijkt. Luisteren naar burgers - in
plaats van alleen vergaderen en stukken lezen - is een kwestie van
persoonlijke mentaliteit, dus niet te vangen in regeltjes.”
Realiteit
“Raadsleden die zich opstellen als stemvee blijven dat ook”, vervolgt
Van der Meer. “Het klopt wel dat kleinere partijen meer mogelijkheden
krijgen om inbreng te leveren, maar die wordt nog altijd niet opgepakt.
Dualisme heeft uiteindelijk maar één voordeel: wethouders mogen niet
meer over hun eigen voorstellen meestemmen. Veelzeggend is bijvoorbeeld
dat, hoewel de raadszaal bij ons opnieuw is ingericht, de wethouders nu
toch weer naast de burgemeester willen zitten en dat de
coalitiefracties daar serieus over nadenken. Bovendien hebben we een
griffier die maar achttien uur per week werkt en die een sterke
behoefte heeft om te vergaderen met de burgemeester.” De Haas beaamt
dat de betrokkenen zelf het succes van dualisme maken of breken: “Er is
al rivaliteit ontstaan tussen de gemeentesecretaris en de griffier.
Staten- en raadsleden krijgen onvoldoende kansen om zelf onderzoek te
doen, maar ze nemen ook te weinig initiatieven in die richting. Gevolg
is dat hun controlerende functie wordt overgewaardeerd zodat veel te
veel discussies gaan over het verleden en er over het ontwikkelen van
beleid nauwelijks wordt gepraat. Misschien lopen we in Midden-Drenthe
een beetje achter, onze partij is de enige die heeft gepleit voor
inspreekrecht voor burgers en dat is er dus niet gekomen.” In Limburg
is er volgens Zinken ook weinig veranderd: “De ervaringen in de Staten
zijn nog zo pril dat er weinig van te zeggen is, maar in de gemeentes
blijkt duidelijk dat de bestaande machtskaders geen ruimte maken voor
vernieuwing. Ongetwijfeld zullen raadsleden van coalitiepartijen
incidenteel wel hun verantwoordelijkheid nemen, maar als de
coalitieverhoudingen in gevaar komen dan sluiten de gelederen zich
weer.”
Jansen blijft positief gestemd: “Eigenlijk zou ik willen zeggen dat er
zelfs meer is uitgekomen dan ik had verwacht. Misschien lag het aan de
herindeling die aan de invoering van dualisme voorafging, maar er is in
Meppel een soort dynamiek op gang komen die heel verfrissend is. De
burgemeester gelooft erin, hij houdt ook in de gaten of we niet per
ongeluk terugvallen in het monisme. De wethouders vergaderen niet mee
met hun fractie en weten dus ook niet of hun beleid daar gesteund
wordt. Er is een fulltime griffier wiens kamer niet bij het college
zit, maar bij de fractiekamers. Hij ondersteunt de raadsleden bij het
ontwikkelen van hun voorstellen, zodat ook de kleine partijen goed
beslagen ten ijs komen. Een gunstige bijkomstigheid is ook dat nieuwe
raadsleden in diverse partijen zich enthousiast profileren door het
stellen van allerlei vragen. In de commissies bepalen we of een
onderwerp rijp is voor de raad en daar ontstaan bij de stemmingen soms
meerderheden met een onverwachte samenstelling. Afhankelijk van hun
grootte hebben de fracties een budget voor eigen onderzoek. Ik hoorde
dat er in Nederland momenteel 125 wethouders van buiten de raad zijn en
dat zij meestal geen moeite hebben met dualisme, terwijl de wethouders
van binnen de raad dat in veel gevallen wel hebben. Dat is opvallend,
maar het komt natuurlijk ook door onwennigheid. Hoe dan ook, dualisme
is een stap in de goede richting. Als je ontevreden bent over een
situatie dan moet je soms experimenteren om nieuwe oplossingen te
vinden en die zoektocht is wat mij betreft nog steeds de moeite waard.”
Verklaringen
Met bewondering nemen De Haas, Zinken en Van der Meer kennis van de
resultaten in Meppel, hoe komt het dat het daar wel lukt en elders
nauwelijks? Gezamenlijk komen de aanwezigen tot een aantal antwoorden.
Wat helpt is dat Sterk Meppel 7 van de 23 raadszetels bezet, maar niet
in de coalitie zit. Als gevolg hiervan ontstaan wisselende
meerderheden, waardoor het college gedwongen is heel goed in te spelen
op de raad. De genoemde onwennigheid speelt natuurlijk ook mee, overal
zijn bestuurders, vertegenwoordigers en het ambtelijk apparaat nog
bezig te ontdekken wat hun rol is en waar de grenzen liggen. Verder is
het in deze wereld nogal gebruikelijk om gericht te zijn op de eigen
politieke carrière, de coalitieverhoudingen en publicitaire stunts met
het oog op de verkiezingen. Gangbaar is om meer bezig te zijn met de
eigen machtspositie (in concurrentie met andere partijen) dan met het
ontwikkelen van visie en het vertalen daarvan naar concreet, effectief
beleid. Aan het focussen van de politieke discussie daarop kan een
bijdrage worden geleverd door de principes van het dualisme, mits deze
transparant zijn en consequent worden toegepast.
Conclusies
Kernvraag is welke mogelijkheden lokale en regionale partijen hebben om
dit laatste te stimuleren. Wat niet helpt maar wel aantrekkelijk zou
zijn, is dat iedereen naar Meppel verhuist en zich daar verkiesbaar
stelt. Als de hilariteit van dit alternatief is bezonken, blijkt dat
Van der Meer de meeste reserves heeft: “We hebben dualisme toch niet
nodig om te zien wat er op dit moment allemaal fout gaat, laten we dat
dan eerst maar eens goed aanpakken. Bovendien hoeven we dan geen geld
te besteden aan het voorlichten van burgers over hun rol bij het
dualisme en we hoeven ook niet te vechten met een papieren tijger. Ik
sluit overigens niet uit dat de balans ooit een keer in de goede
richting zal doorslaan. De griffier heeft het afgelopen jaar veel tijd
gestoken in het aanpassen van verordeningen en we hebben er in
Rozenburg voor gekozen om niet te hard van stapel te lopen. Voordeel
daarvan is dat we kunnen leren van de ervaringen die elders zijn
opgedaan.”
Voor De Haas is voorlichting wel belangrijk: “Doel van dualisme is
zorgen dat de belangen van burgers beter worden behartigd. Om dat te
bereiken hebben we hun steun nodig, maar ze kennen vaak het woord niet
eens, laat staan de betekenis. Verbeteren van de communicatie met
burgers hoef niet altijd veel geld te kosten, zo zijn onze
fractievergaderingen openbaar. Dat is niet alleen van belang omdat
burgers kennis kunnen nemen van ons besluitvormingstraject, maar ook
omdat we daarmee beter inspelen op wat zij willen en uiteindelijk beter
kunnen uitleggen waarom we een standpunt hebben gekozen. Ik ben het met
Van der Meer eens dat dualisme niet mag uitlopen op ballast, naar mijn
overtuiging zijn eerder minder regels nodig dan meer. En naast een stuk
goede wil bij alle betrokkenen is het toch ook een kwestie van de
ruimte die je krijgt, wij hebben meer budget nodig voor onderzoek. Van
de 340 verkeersdrempels in onze gemeente kunnen er misschien wel
honderd verdwijnen, maar welke dat zijn moet je beargumenteerd
vaststellen. Daar is onderzoek voor nodig, bij voorkeur in samenwerking
met andere partijen die hetzelfde willen omdat je dan de kosten kunt
delen en sterker staat. Van een griffier mag bemiddeling worden
gevraagd bij het totstandbrengen van die samenwerking.”
Jansen beaamt het belang van contact met burgers: “Wij vertellen wat we
doen via een huis-aan-huis-krant, onze website en natuurlijk via
persoonlijke contacten. Daarmee leggen we verantwoording af en we
breiden ons netwerk uit. Verder moet het ambtelijk apparaat meewerken
door gedegen stukken te schrijven met een goede samenvatting. Als
vertegenwoordigers niet worden bedolven onder stapels details krijgen
ze meer zicht op de hoofdlijnen en hebben ze meer tijd om daarover hun
eigen standpunt te bepalen. En natuurlijk moet je als partij zorgen
dat er mensen op je kieslijst staan die echt geïnteresseerd zijn in wat
burgers willen zich daadwerkelijk inzetten om te bereiken wat nodig is,
op korte en lange termijn. Het vinden van geschikte kandidaten lukt bij
regionale en lokale partijen meestal heel behoorlijk omdat je daar geen
carrière kunt maken, ze trekken mensen aan die zich betrokken voelen
bij hun leefomgeving. Er wordt wel eens gezegd dat het dualisme is
ingevoerd om ons de wind uit de zeilen te nemen, maar ook al zou dat zo
zijn, het gebeurt in elk geval niet. Zeker de lokale democratie
functioneert in direct contact met burgers, dus zonder massamedia. Dan
hebben burgers meer de kans om na te gaan welke raadsleden hun werk
echt naar behoren doen. Het ligt in onze natuur om daar graag en
effectief aan mee te werken. ”
Ook voor Zinken zijn de persoonlijke kwaliteiten van politici
essentieel. “Zij behoren een beleid te formuleren op basis van wat ze
horen van kiezers en wat ze nodig vinden, de visie. Dat kost beide
moeite, de visie vinden ze niet interessant en luisteren doen ze
evenmin, ook niet naar elkaar. Discussies worden gevoerd op basis van
belangen in plaats van argumenten. Of iemand boer is, milieuactivist,
dijkgraaf of binnenschipper, waar het om gaat is niet in eerste
instantie welke belangen hij vertegenwoordigt, maar of zijn argumenten
waardevol zijn. Visie hebben betekent moed betonen om duidelijk te zijn
en zonodig toegeven dat je die visie misschien ook of zelfs beter kunt
realiseren op een andere manier. Voor partijen ligt hier een taak om
jonge mensen binnen te halen, vertrouwen te geven en op te leiden tot
politici die hun taak van volksvertegenwoordiger kunnen waarmaken,
zonder te pas en te onpas rivaliteit met andere partijen te zoeken. Het
slagen van dualisme is in het belang van de politiek als geheel. Als de
gewekte verwachtingen niet worden waargemaakt, zal dat onmiskenbaar
leiden tot een verdere daling van het vertrouwen in de politiek.”
‘Boegbeelden in de raad’
“In veel gemeentes en provincies is het duale stelsel niet naar behoren
doorgevoerd”, zegt Henri Senders in reactie op deze discussie. Hij is
voormalig griffier in de gemeente Heeze-Leende en momenteel werkzaam
als onderzoeker in opdracht van gemeentes en het ministerie voor OCW.
“Lokale en regionale politici zijn bestookt met cursussen over hun
nieuwe rol en aan de wettelijke verplichtingen wordt voldaan. Maar de
vraag hoe je gezamenlijk invulling geeft aan het dualisme en welke
faciliteiten daarvoor nodig zijn wordt zelden gesteld. Op de griffie
wordt bezuinigd, er is meestal een ‘lichte’ griffier met een minimale
aanstelling. Veel griffiers zijn dan ook niet of nauwelijks in staat de
raad voldoende te ondersteunen of de goede informatie uit de ambtelijke
organisatie te trekken. Verder is het natuurlijk lastig opereren voor
een fractie als de boegbeelden van de partij zitting nemen in het
college. Om dualisme werkelijk tot een succes te maken is nodig dat
politici de moed hebben om toetsbare doelen te stellen en uit te zoeken
hoe het staat met de realisatie daarvan. Dus niet roepen dat er iets
gedaan moet worden tegen stille armoede, maar eerst onderzoek doen bij
hoeveel inwoners daarvan sprake is en dan bespreken of dat aantal
aanvaardbaar is. Vervolgens moet er een klip en klare opdracht komen
aan het college waarna de resultaten van het beleid worden gemonitord.
Vaag blijven en iemand die aanspreekbaar is op een beleidsdoel onderuit
halen is in de politiek helaas gangbaar. Het is veel moeilijker om zelf
met concrete voorstellen te komen. Onafhankelijke partijen zijn naar
mijn idee beter dan andere partijen in staat te signaleren wat er
leeft, omdat zij minder last hebben van een ingesleten partijcultuur en
een ideologische achtergrond die het zicht op de realiteit belemmert.”
Duaal kwartet
De gesprekspartners:
Charles de Haas is al meer
dan zestien jaar fractievoorzitter van de partij Gemeentebelangen
Smilde-Beilen-Westerbork, in de Gemeente Midden-Drenthe. Verder is hij
inmiddels negen jaar Statenlid voor de Onafhankelijke Partij Drenthe
(OPD), waarvan vijf jaar fractievoorzitter.
Fons Zinken was de
afgelopen tien jaar lid van Provinciale Staten voor Partij Nieuw
Limburg, waarvan zes jaar als fractievoorzitter. Binnen deze partij
heeft hij deel uitgemaakt van een platform dat de komst van dualisme in
de Staten moest voorbereiden. Daarnaast is hij voorzitter van de
stichting Marten Bierman.
Herman Jansen zit sinds 1982 in de
gemeenteraad van Meppel, was acht jaar wethouder en is momenteel
fractievoorzitter van Sterk Meppel. Daarnaast is hij voorzitter van de
VPPG, de Vereniging voor Plaatselijke Politieke Groeperingen waarvan
ongeveer 180 lokale partijen lid zijn. Tevens is hij lid van de door
het ministerie van BZK en de VNG samengestelde commissie
Vernieuwingsimpuls Dualisme en Lokale democratie.
Lenneke van
der Meer was vier jaar wethouder namens Gemeentebelangen Rozenburg en
is momenteel fractievoorzitter in de raad van deze gemeente. Daarnaast
is zij namens Leefbaar Zuid-Holland lid van Provinciale Staten.
|