Home Locomotie 23 Naar de Verenigde Staten van Europa
Naar de Verenigde Staten van Europa | Afdrukken |  E-mailadres
Locomotie 23
woensdag, 05 december 2007 21:50
Naar de Verenigde Staten van Europa

Door Hendrik ten Hoeve


De ontwikkeling van Europa is momenteel politiek een belangrijk item, waar veel over gepraat wordt en waar hier en daar emoties bij boven komen. In de Eerste Kamer is dat natuurlijk ook te merken bij de behandeling van een aantal onderwerpen die met Europa samenhangen zoals de grondwet, de IGC, het Groei- en Stabiliteitspact en de uitbreiding.

De opstelling van de OSF bij discussies over Europa is, wat de hoofdlijn betreft, volledig helder: de OSF is voor een democratisch en federaal Europa in de volle zin van het woord. Concreet betekent dat een Europa dat met meerderheden beslissingen neemt (democratie) over die zaken waarvan geconstateerd wordt dat het zinvol is om ze op Europees niveau te regelen (subsidiariteit). Het door de Europese Conventie onder de leiding van Giscard d’Estaing opgestelde ontwerp voor het “Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa” kan, als het wordt aangenomen zoals het er nu ligt, zorgen dat we een heel eind verder komen op de weg naar dat door ons gewenste Europa.

De ontwerp-grondwet geeft aan dat er drie categorieën van bevoegdheden zijn: zaken waarvoor de Unie exclusief bevoegd is, zaken waarvoor Unie en lidstaten een gedeelde bevoegdheid hebben en zaken waarvoor de Unie alleen “ondersteunend, coördinerend of aanvullend” kan optreden maar waarbij dat optreden geen harmonisatie van de regelingen van de lidstaten kan inhouden. De nationale parlementen krijgen mede de taak om te blijven controleren of in concrete gevallen de Unie geen regelbevoegdheid tot zich trekt die niet nodig, dus ongewenst is. De wetgevende bevoegdheid in de Unie, het vaststellen van wetten en kaderwetten, is een gezamenlijke bevoegdheid van de Europese Raad en de Raden van ministers enerzijds en het Europees Parlement anderzijds (codecisie). De Raad beslist daarbij voor haar deel in de meeste gevallen bij gekwalificeerde meerderheid, in een aantal gevallen bij unanimiteit.

De vraag is interessant of daarmee de Europese Unie nu toegroeit naar wat een volwaardige federatie zou kunnen heten en of de OSF met deze uitkomsten tevreden kan zijn, of dat dat nog helemaal niet het geval is. Het is duidelijk dat de ontwerp-grondwet op zijn minst een heel grote stap in de goede richting zet. Een echte federatie (kijk naar de Duitse Bondsrepubliek of de Verenigde Staten) zal duidelijk aangegeven moeten hebben wat er op welk niveau geregeld (of juist niet geregeld) mag worden, er moet een procedure (inclusief een aan de grondwet toetsend gerechtshof) zijn om te controleren of de federatie niet teveel naar zich toe trekt, en er zal een uitvoerende regering zijn tegenover een wetgevend parlement dat bestaat uit een volksvertegenwoordiging en een vertegenwoordiging van de landen die samen de federatie vormen. De ontwerp-grondwet regelt in feite al deze zaken min of meer op de gewenste manier: de bevoegdheidsverdeling wordt aangegeven, er is een controle-procedure met de mogelijkheid om het Europees Hof een laatste uitspraak te laten doen, de Commissie is de uitvoeringsinstantie (regering), het Europees Parlement is de volksvertegenwoordiging en (maar daar wordt het moeilijk) de Europese Raad (resp. Europese raden van ministers) kan met wat goede wil als een soort parlement vanuit de deelnemende lidstaten beschouwd worden (dus een soort Europese senaat in zijn eerste fase). Je zou kunnen zeggen dat daarbij dus ook passend is dat de Raad (de vertegenwoordiging van de landen) bij zaken die voor de afzonderlijke landen van essentieel belang kunnen zijn met unanimiteit moet besluiten. Dat lijkt minder democratisch, maar in een federatie zal dit veto-recht van elke deelnemer voor echt existentiële belangen van de betreffende volken inderdaad van belang kunnen zijn.

Alle spelers zijn aanwezig, maar het spel wordt nog niet helemaal volgens de federale regels gespeeld, dus tevreden hoeven we nog niet te zijn. De Commissie heeft de uitvoerende rol, maar haar positie is natuurlijk in de praktijk nog uiterst zwak tegenover de lidstaten en zeker tegen een coalitie van grotere lidstaten. De Raad heeft (dus) een invloed die verre uitgaat boven wat in een federatie een senaat van vertegenwoordigers van volken zou kunnen zijn. Niet alleen existentiële belangen van deelnemende volken worden beschermd door het unanimiteitsvereiste in de Raad (de Nederlandse regering – als netto-betaler in de Unie - wil zelfs het meerjarig financiëel kader bij unanimiteit laten vaststellen om daarmee – heel opportunistisch - niet haar greep op de begrotingen kwijt te raken). Trouwens, een senaat van vertegenwoordigers van de volken hoort natuurlijk ook iets anders te zijn dan een conferentie van regeringen van lidstaten. En een functionerende federatie zal om op te kunnen treden een echt buitenlands- en veiligheidsbeleid moeten kunnen ontwikkelen en ook kunnen uitvoeren. Op dat punt staat Europa natuurlijk nog pas aan het begin van de ontwikkeling naar echte “statehood”.  Tenslotte: er mogen nu wel Europese partijen mogelijk zijn, maar het Europees Parlement wordt gekozen binnen strikt gescheiden “kieskringen”, te weten de lidstaten, die ieder een vooraf vastgesteld aantal leden naar het parlement mogen afvaardigen, zodat van echte evenredige vertegenwoordiging in ieder geval nog geen sprake is. Misschien moet je het een soort districtenstelsel noemen, waarbij niet ieder in gelijke mate vertegenwoordigd wordt. De ontwerp-grondwet zegt het zo: “De Europese burgers zijn degressief evenredig vertegenwoordigd, met een minimum van vier leden van het Europees Parlement per lidstaat”.

Zijn wij tevreden met de ontwerp-grondwet? En zullen wij voor de grondwet stemmen in het (waarschijnlijke) referendum en straks in de Kamer?  Er van uitgaande dat er geen grote veranderingen worden aangebracht en dat het lukt om iedereen mee te krijgen (ook Spanje en Polen, waar de grootste problemen liggen, omdat zij een zwaardere stem wensen bij de gekwalificeerde meerderheidsstemmingen in de Raad), dan zullen wij zeker ja zeggen!!
Want de grondwet is een enorme stap vooruit naar een democratisch en federaal Europa en verdient het dus om grote steun te krijgen!

Maar het eindpunt is het voor ons nog niet. Een aantal bezwaren zullen in de loop van de tijd wel een oplossing krijgen, gewoon automatisch, doordat Europa steeds meer zal gaan leven, als normaal zal worden gevoeld, en dus steeds meer de trekken zal krijgen van een echte federatieve staat. De Commissie zal zich ontwikkelen tot een echte, volwaardige, regering, het buitenlands beleid zal vorm krijgen, een Europese defensie zal ontstaan. Daarvoor is geen nieuwe grondwet meer nodig, het voorliggende ontwerp geeft voldoende ruimte.

Maar de positie van de lidstaten zal moeten veranderen. Ook dat zal deels automatisch gebeuren: de regio zal een grotere rol spelen en de staat een kleinere, waardoor een evenwichtiger Europa, van gelijkwaardiger partners, zal ontstaan. Maar dáárbij hoort dan wel een verandering van de grondwet. Het Europees parlement zal een echte volksvertegenwoordiging moeten zijn, met evenredige vertegenwoordiging, en verkiezingen waarbij onze stemmen vanuit Nederland ten goede kunnen komen aan één Europese lijst van regionalisten. En de Europese Raad zal omgevormd moeten zijn naar een Europese Senaat, waarin de volken, en niet de staten van Europa een plaats hebben. Het wordt nog moeilijk om daar een goede vorm voor te vinden, maar ontwikkeling van de regio’s geeft daarvoor een goed begin, waarin ook bijv. de minderheidsvolken die altijd tussen wal en schip zijn gevallen,een eigen plaats kunnen krijgen.

De OSF kan hier nog een belangrijke functie hebben. Want ook in Nederland moet er nog heel wat gebeuren voordat deze gedachten breed genoeg gedragen worden en ons doel bereikt kan worden. Onze stem telt daarbij mee, onze discussies hebben daarbij invloed en onze partijen zijn daarbij de noodzakelijke voortrekkers.