|
Opinie
Geen naaldhakken in het openbaar?
door Helene Stafleu
Waarom wordt bepaalde kleding voorgeschreven? Om mensen te stigmatiseren. Weeshuiskinderen moesten vroeger weeshuiskleren dragen. Soldaten krijgen een kortgeschoren kop en een fatsoenlijke moslima moet een hoofddoek om. Informeel is het nette pak voorgeschreven voor de zakenman, in ieder geval tijdens het werk. Kledingregels maken van een mens in de eerste plaats soldaat, of wees, of vrouw, of zakenman en pas daarna een uniek individu. Met deze rol komt ook een heel waardensysteem mee. Bepaalde dingen hoort een vrouw, of een soldaat, of een zakenman nu eenmaal niet te doen.
Dat is iets waar mensen op hun beurt weer gebruik van maken, wanneer ze uit vrije wil voor een bepaalde symbolische dracht kiezen. Hun kleding zegt: ‘aan dit waardensysteem verbind ik me. Dit hoort bij mij.’ Het uiterlijk is daarmee een wezenlijk deel van iemands identiteit. Daarom is het ook zo’n groot goed dat wij in dit land kleedvrijheid hebben. Wij hebben het recht om te zijn, wie wij verkiezen te zijn.
Vervolgens worden we –en dat weten we ook- op basis van ons “uithangbord” beoordeeld. Mensen wijzen iemand met bepaalde kleding af, omdat ze de waarden die door die kleding vertegenwoordigd worden, afwijzen. Geen baan dus voor de vrouw met een hoofddoek want we zijn tegen de islam.
Natuurlijk, het ligt subtieler: sommige tegenstanders van de hoofddoek zijn niet tegen de islam in het algemeen, maar alleen tegen de praktijk die vrouwen onderdrukt. Zij weten beter dan de islamitische vrouwen zelf wat goed voor hen is. De hoofdredactie van het feministisch maandblad Opzij laat geen journalistes toe met een hoofddoek. Prijzenswaardig. Of racistisch?
Een kenmerk van racisme is de dubbele moraal: zij mogen niet, wat wij wel mogen. Een tiental jaren geleden verliet Opzij het dogmatische pad door ruimte te geven aan een advertentie voor ontharingscreme. Voor ingewijden in de feministische zaak een bijzonder moment. Lang geleden immers bevrijdden vrouwen zich van hun korsetten en -een emancipatiegolf later- van hun beha’s. De vrouw die zichzelf kwelde met naaldhakken, werd onderdrukt en als ze zei dat ze dat zelf wilde heette dat ‘geïnternaliseerde onderdrukking’. Daarmee bedoelde men, dat de stem van de maatschappij in haar hoofd was gaan zitten, zodat ze dacht dat ze geheel uit zichzelf mooi en vrouwelijk wilde zijn.
Maar de feministische wind verwaaide en Opzij propageert geschoren benen. Moeten we daaruit concuderen dat geïnternaliseerde onderdrukking een dwaalidee was?
Nee. Het bestaat wel degelijk. Maar ieder moet voor zichzelf bepalen of hij of zij daar slachtoffer van is en zo ja, of hij of zij zich bevrijden wil. En op welke wijze. En in welk tempo.
De zoektocht naar een eigen identiteit (ben ik een zakenman? Een kunstenaar? Een monnik?) met de bijbehorende plek in de maatschappij moet aan iedereen zelf voorbehouden zijn. Natuurlijk betekent dat soms strijd met de familie of met de kerk waar iemand vandaan komt, maar dat hoort erbij. De keus van een vrouw om een hoofddoek te dragen, of van een man om een jurk te dragen (ik noem maar wat) kan vergaande consequenties hebben voor de sociale positie van die persoon. Het is niet aan de overheid om zich in dit speelveld van krachten te begeven. De staat heeft niet tot taak de keuze voor een bepaalde identiteit te vergemakkelijken.
Er dient dus geen hoofddoekverbod te komen. Zoals de westerse vrouw haar eigen positie heeft ingenomen, al of niet op naaldhakken, zo is ook de islamitische vrouw zeer wel in staat om haar eigen positie te bepalen.
|