Home Locomotie 23 De echte publieke omroep is de regionale omroep
De echte publieke omroep is de regionale omroep | Afdrukken |  E-mailadres
Locomotie 23
vrijdag, 30 november 2007 09:47
De echte publieke omroep is de regionale omroep
door Hendrik ten Hoeve en Johannes Kramer

De verhouding tussen politiek en publieke omroepen is meer dan innig. De vergelijking met Berlusconi gaat natuurlijk mank, maar de royale subsidiëring roept wel vragen op. Temeer omdat er een alternatief is dat beter aan de gestelde doelen beantwoordt.

Nederland is een bijzonder land. Eén van de nationale eigenaardigheden is, naast drop en Sinterklaas, het publieke omroepbestel. Dit bestel is 70 jaar geleden opgericht om de diverse, toen in volle bloei zijnde maatschappelijke zuilen een eigen stem in de ether te geven.
Ook onze politieke partijen zijn grotendeels geworteld in het zuilenstelsel. Daarom heeft het omroepbestel in de politiek altijd een krachtige medestander gehad. Zendpiraten als Veronica en de TROS waren regelrechte nationale bedreigingen. Ook commerciële televisie was niet eerder mogelijk dan door een regime change na een invasie van mediamogendheid Luxemburg.

De verhoudingen tussen politiek en publieke omroepen zijn meer dan innig. Niet voor niets zijn omroepbestuurders vaak gewezen politici, zoals Gerrit Braks, Gerrit Jan Wolfensperger en Joop van der Reijden. Niet voor niets verdienen de publieke omroepbazen zo veel. De vergelijking met Berlusconi gaat natuurlijk mank, maar vanuit het perspectief van Europese mededinging bekeken mag het op zijn minst vreemd heten dat avond aan avond drie rijkelijk gesubsidiëerde staatsamateurs de concurrentie aan kunnen gaan met de vrije jongens op het gebied van spelletjes, infotainment, sport en andere programma’s die niets meer te maken hebben met de identiteit van de eigen zuil.
Het maatschappelijke zuilenstelsel zoals dat tot in de jaren ’70 bestond, is goeddeels verdwenen. Politiek Den Haag wenst deze realiteit blijkbaar nog steeds niet onder ogen te zien. En dus worden wij avond aan avond via drie publieke netten vergast op spelletjes, quizzen en andersoortig vermaak dat verdacht veel lijkt op wat de commerciële omroepen brengen, maar dan wel grotendeels op onze (belasting) kosten.
Daarnaast onderhouden wij dan nog vijf publieke radiozenders die voor een groot deel ook niet anders doen dan de vele commerciële zenders. Het aantal identiteitgebonden programma’s is minimaal en naar de kleine uurtjes verbannen. Ook de invloed van de leden van de omroepen op het soort of de inhoud van de programma’s is minimaal. Het is dan ook niet langer de via het zuilenstelsel gedistribueerde en in de media verwezenlijkte ‘soevereiniteit in eigen kring’ die het omroepbestel overeind houdt, maar uitsluitend de innige verbondenheid tussen de grote politieke partijen en de omroeporganisaties.

Inmiddels zijn in het land in bijna elke provincie regionale omroepen ontstaan. Hoewel zij slechts mondjesmaat en zeker in verhouding tot het landelijke publieke bestel uitermate karig worden gefinancierd door het Rijk, voorzien zij in een grote behoefte. In de regio buiten de Randstad liggen de kijk- en luistercijfers (ver) boven die van de landelijke omroepen. De populariteit van ‘de regio’ wordt nog onderstreept door het feit dat de Hilversumse media zelf bewust het nieuws in het land opzoeken met programma’s als Hart van Nederland, NL-net en politienieuws.
De regionalen ontvangen echter slechts een fractie van wat de landelijke publieke omroepen toucheren. Zij werken daarvoor wel met hetzelfde hoog opgeleide personeel, professionele apparatuur en verbindingen, en van hen wordt dezelfde technische kwaliteit verwacht.
Dan is er nog het verband tussen het bereik van een regionale zender (het aantal mensen in een regio dat in een week minimaal éénmaal kijkt of luistert), het inwonertal en de publieke financiering. De hoeveelheid middelen wordt bepaald op basis van het aantal inwoners per provincie. Een goed beluisterde zender als Omroep Zeeland met een grote maatschappelijke betekenis (bereik 40%), krijgt veel minder geld dan het matig beluisterde Radio Noord-Holland (bereik 15%). Deze factoren veroorzaken dat in Fryslân een uur televisie 10.000 Euro mag kosten en men in Hilversum gemiddeld 70.000 Euro ter beschikking heeft.

Minister Zalm heeft al eens gesteld dat drie publieke televisienetten wel wat te veel van het goede is. Welnu, er zou een gigantische bezuinigingslag gemaakt kunnen worden door twee tv-netten (en drie radiozenders) op te heffen en wat resteert als een publiek net in de ware zin des woords overeind te houden. Met nieuws, sport en levensbeschouwelijke programma’s. Door een gedeelte van het landelijk bespaarde geld in de regionale omroepen te steken, krijgt de ware publieke omroep in Nederland een krachtige impuls. Daarmee wordt recht gedaan aan de verandering die de maatschappij sinds de jaren 50 heeft doorgemaakt en wordt aangehaakt op de trend dat de regio letterlijk en figuurlijk meer in beeld komt.

Hendrik ten Hoeve is lid van de Eerste Kamer voor de Onafhankelijke Senaatsfractie (OSF);
Johannes Kramer is voorzitter van de Statenfractie van de Fryske Nasjonale Partij (FNP)