|
Locomotie 25
|
|
maandag, 03 december 2007 12:49 |
OSF-partijen verdeeld over toetreding
Turkije hoort erbij
door Hendrik ten Hoeve
Doordat de algemene beschouwingen drie weken uitgesteld werden om de minister president de gelegenheid te geven er na zijn ziekte weer bij te zijn, kwam het Europadebat in de Senaat dit jaar eerst aan de beurt, namelijk op 9 november.
Ieder jaar doet de regering verslag van de ontwikkelingen met betrekking tot Europa in een beleidsstuk onder de titel "De staat van de Europese Unie". Daarbij komen alle aspecten die van belang zijn aan de orde: de voortgang van de Europese wetgeving, de begrotingsperspectieven voor Europa en de positie van Nederland daarbij, de beoordeling van de vorderingen van kandidaat-lidstaten (Roemenië, Bulgarije, Kroatië) met het oog op hun toetreding en natuurlijk de beoordeling van de kandidaat-lidstaat Turkije met het oog op de eventuele start van de toetredingsonderhandelingen.
Dat laatste punt heeft natuurlijk de meeste aandacht getrokken, ook in het fractieoverleg dat ik mocht voeren met de vertegenwoordigers van de statenfracties van de OSF partijen. Volledige eenstemmigheid werd daarbij overigens niet bereikt. Net zo divers als er in Nederland (en in Europa) in het algemeen gedacht wordt over een mogelijke toetreding van Turkije, zo divers is ook de reactie binnen de OSF partijen. Variërend van "Turkije hoort bij het Midden-Oosten en dus niet bij Europa" tot "Turkije is in heel zijn geschiedenis geöriënteerd geweest op Europa en heeft onder Atatürk zeer radicaal gekozen een westers land te willen zijn".
Een compromis smeden uit zulke verschillende gedachten is niet goed mogelijk, zodat de conclusie moet zijn dat de vertegenwoordiger in de Kamer in een situatie als deze een ruime mate van vrijheid van handelen heeft. In dit geval heb ik die vrijheid gebruikt om er op te wijzen dat Turkije (maar ook Roemenië!) nog zeer veel tekort komt op het gebied van de rechtsstaat (politie, justitie, handhaving grondrechten) en wat betreft de omgang met zijn minderheden (zowel religieuze minderheden als natuurlijk de Koerdische etnische minderheid, en in het geval van Roemenië de Hongaarse minderheid). Aangezien Turkije lid is van de Raad van Europa zou het zijn intenties op het gebied van minderheidsrechten duidelijk kunnen maken door toe te treden tot het Europese Kaderverdrag tot bescherming van nationale minderheden. In dat verdrag verplichten de deelnemende landen zich tot het geven van ruimte en mogelijkheden voor ontwikkeling aan hun minderheden voor wat betreft de eigen taal, cultuur of religie, in het onderwijs, in de media en (wat betreft de taal) ook in het openbaar bestuur en de rechtspraak. Overigens moet ook Nederland dit verdrag nog ratificeren (N.B. het verdrag dateert van 1995!!). Het komt (eindelijk!) binnenkort in de Kamer aan de orde.
Ondanks zulke bedenkingen heb ik overigens zeer principieel gekozen voor toelating van Turkije tot Europa, als het in de loop van het onderhandelingstraject, dat nog wel tien jaar kan duren, er in slaagt niet alleen in wetgeving maar ook in feitelijk gedrag te voldoen aan de Europese normen. Het land heeft immers, al in de Ottomaanse tijd, maar zeker na de 1e wereldoorlog tijdens de republiek, zo hartgrondig gekozen voor het westerse, constitutionele en democratische model van de moderne staat dat het, zoals het er nu voorstaat, wel bij Europa, maar nooit meer bij de Arabische wereld zou kunnen passen. Je zou misschien zelfs moeten zeggen dat het zo fanatiek voor het Franse model van de seculiere natiestaat gekozen heeft, dat het juist daardoor is doorgeslagen naar ontkenning van zijn minderheden (zoals de Fransen ook eigenlijk doen) en naar (nog in het recente verleden) een overreactie (verbod) op islamitische, maar democratisch gelegitimeerde partijvorming. Juist onder invloed van Europa zoekt het momenteel naar het juiste evenwicht en vordert daarin, zoals iedereen erkent, heel snel.
|
|
Laatst aangepast op maandag, 03 december 2007 12:52 |