Home Locomotie 27 Veiligheid is geen milieuvraagstuk
Veiligheid is geen milieuvraagstuk | Afdrukken |  E-mailadres
Locomotie 27
maandag, 03 december 2007 23:25
Veiligheid is geen milieuvraagstuk
door H. M. Stafleu

Op de politieke agenda zijn problemen aan mode onderhevig en dit geldt ook voor milieuproblemen. Na de ‘zure regen’ kwam ‘het gat in de ozonlaag’ voor het voetlicht en dat heeft inmiddels alweer plaatsgemaakt voor het begrip ‘externe veiligheid’. De vraag is of dat terecht is. Hoort het probleem wel in dit rijtje thuis?

Bij externe veiligheid gaat het om risico-analyses. Hoe groot is de kans op een ramp? Als deze trein ontploft, hoeveel woningen worden dan getroffen? Als deze rivier overstroomt, wat loopt er dan allemaal onder water? Externe veiligheid is een hoofdpijnthema voor gemeentebestuurders die compact willen bouwen en een vast onderdeel van het lijstje milieu-effecten. Toch is het een wonderlijke gedachte dat veiligheid, of het gebrek daaraan, een milieuprobleem zou zijn. Veiligheid gaat over het welzijn van de mens en niet over de kwaliteit van ons ecosysteem. Cynisch geredeneerd is er zelfs een omgekeerd evenredig verband, immers de mens vormt in deze eeuwen de grootste bedreiging voor het leven op Aarde. Hoe korter de levensverwachting van de mens hoe groter de milieuwinst, zou je zeggen.

Hoe zijn die begrippen dan toch zo verweven geraakt? Laten we eens kijken naar het begrip voedselveiligheid. Dertig jaar geleden begon men zich zorgen te maken over het gebruik van landbouwgif bij de productie van ons voedsel. Hoewel er ook wel aandacht was voor de kwaliteit van het ecosysteem als geheel, kwam de meeste nadruk te liggen op de gevolgen voor de mens. Esthetische argumenten (de natuur verschraalt; als de vogelstand terugloopt en het slootwater doodgaat wordt de natuur saaier) gingen samen met medische argumenten (straks hebben we geen schoon drinkwater meer). Bij het uitventen van een milieuvriendelijke manier van produceren en consumeren bleek dat het meeste effect bereikt werd als men speelde over de band van individueel welzijn. Milieuvriendelijk eten werd gepropageerd als lekker en gezond. Angst –altijd een goede motor om mensen in beweging te brengen - werd opgeroepen door te verwijzen naar kankerverwekkende stoffen. De milieubeweging liftte mee op deze gevoelens en zag tevreden dat er althans op papier geijverd werd voor een schonere productie.
Deze vorm van ‘meeliften’ hebben we recent nog gezien bij de commotie over luchtkwaliteit. Zelfs de verstokte autoliefhebbers bleken gevoelig te zijn voor klachten over het autoverkeer, toen uit onderzoek naar voren kwam dat de levensverwachting van mensen lager is als zij langs de snelweg wonen. Omdat bijna iedereen wel een dierbare kent die langs een drukke weg woont, kwam dat milieuprobleem wel erg dichtbij.

Wanneer we de milieudoelstelling formuleren als de kwaliteit van ons ecosysteem dan zien we dat het streven naar veiligheid van de individuele mens daar vaak haaks op staat. Veilige wegen zijn omgeven door hoge hekken, waardoor leefgebieden versnipperd raken en soorten uitsterven. Veilige wandelpaden zijn kaal en helverlicht, 
veilige auto’s zijn zwaar en slurpen benzine, Veilige woningbouw bevindt zich ver van spoorwegen en bedrijventerreinen en leidt dus tot meer ruimtebeslag en meer autoverkeer.
Hierbij zien we dat de strategie van de milieubeweging om milieuproblemen aan veiligheid te koppelen, tot mislukken is gedoemd. Compact bouwen -om bij dat voorbeeld te blijven- laat zien dat je de cake niet tegelijk kunt hebben en opeten. We kunnen niet het optimum bereiken voor zowel de mens als de overige levensvormen. Soms zal dat lukken, maar in veel gevallen moet er een keus gemaakt worden. Op de lange termijn betekent dit dat we een hoger risiconiveau moeten accepteren en een lager niveau van comfort. Hoe meer milieubeschermers opgescheept raken met de taak om veiligheid en milieukwaliteit te verenigen, hoe minder slagvaardig zij zijn. Voor de duidelijkheid en voor de kwaliteit van hun inbreng doen ze er dan ook goed aan om de zorg voor veiligheid op iemand anders bordje te schuiven, van ‘gezondheidszorg’ bijvoorbeeld, waar het hoort.