Home Locomotie 27 De herbestemming van religieus erfgoed
De herbestemming van religieus erfgoed | Afdrukken |  E-mailadres
Locomotie 27
woensdag, 05 december 2007 13:11

De herbestemming van religieus erfgoed

Vroeg of laat zijn het onderwerpen waar geen enkele regionaal georiënteerde politicus om heen kan: de herbestemming van religieus erfgoed en het hergebruik van kerken. In ons land hebben nu al ruim tweehonderd kerkgebouwen een andere functie; enkele tientallen kerken zijn daarnaast buiten gebruik zonder dat er een concrete herbestemming voor is.
Kun je iedere kerk die aan de eredienst onttrokken wordt, wel gaan hergebruiken? Zo ja, op welke manier en met welke beperkingen?
Wat is de sociale functie van zulke kerken en in hoeverre dragen ze bij aan het culturele gezicht van stad, dorp of provincie?
Moet de overheid bijdragen aan de steeds maar stijgende onderhoudskosten van dergelijke in het oog springende gebouwen?
Is het in feite wel raadzaam dat overheid en politiek een rol spelen bij hergebruik?

In een drieluik van artikelen draagt Locomotie enkele uiteenlopende visies aan die kunnen bijdragen aan een gefundeerde meningsvorming. In het eerste artikel spreken de protestantse theologe Jacobine Geel en de katholieke priester Antoine Bodar zich uit over de principiële, religieuze achtergronden van hergebruik van kerken en over de toegevoegde waarde van religieus erfgoed.
Vervolgens komen twee verschillende, ‘geslaagde’ vormen van hergebruik aan de orde in Tilburg: de ‘metamorfose’ van de vroegere Hasseltse kerk en die van de Paduakerk, nu in gebruik als glasatelier.
In het derde verhaal licht de Brabantse gedeputeerde voor cultuur, Wim Luijendijk, de stellingname en de financiële steun van de provincie toe.
We sluiten af met de visie van planoloog en gewezen OSF – senator Ir. Marten Bierman, die zich al tientallen jaren lang sterk heeft gemaakt voor het hergebruik van belangrijke gebouwen in Nederland, en voor een creatiever en doelmatiger gebruik van de bestaande woningvoorraad.
 

De kerk is niet een gebouw
- door Dick van Niekerk

Tijdens de Open Monumentendagen van 10 en 11 september – thema: religieus erfgoed – waren er in vierhonderd gemeenten zo’n vierduizend monumenten te bezichtigen.  Ruim 900.000 mensen brachten er een bezoekje.
De theologe Jacobine Geel en de priester Antoine Bodar gingen als opmaat voor dit monumentenweekeinde op donderdagmiddag 8 september met elkaar in debat over de vraag of kerkgebouwen per se behouden moeten blijven als ze aan de eredienst worden onttrokken. Plaats van handeling: de monumentale Petruskerk in het Brabantse Oirschot.

‘Niet een gebouw of ruimte leiden tot bezieling maar de intenties van de mensen die er gebruik van maken. Tenzij het om uitgesproken monumenten gaat, hoef je kerken daarom niet per se in stand te houden.’
Jacobine Geel, geïntroduceerd als het televisie- gezicht van protestant Nederland,
had geen overwegende bezwaren tegen hergebruik. ‘De waarde van een religieuze samenkomst wordt bepaald door de mensen niet door de al of niet gewijdheid van een gebouw.’
‘Ik geloof ook niet dat godsdienst invloed blijft houden door krampachtig vast te houden aan kerkgebouwen die niet meer gebruikt worden. Het is zonneklaar dat de mensen in ons land veel minder kerks zijn dan vroeger maar dat hoeft nog helemaal niet te betekenen dat ze ook minder religieus zijn.’
‘Laatst was ik in een voormalig katholiek kerkje in Zeeland, dat nu als winkel dienst doet. Het was leuk opgezet en het deed aangenaam aan. Een deel van de vroegere gemeenschapsfunctie is zo ook behouden want het is nu de ruimte waar de voedselbank van het dorp plaats heeft.’

Bisschoppen moeten geld vragen
‘De Nederlandse bisschoppen moeten de overheid nadrukkelijker om financiële steun vragen voor de instandhouding van kerken die niet meer voor de eredienst gebruikt worden.’
Antoine Bodar, een priester die zich vaak opwerpt als spreekbuis van behoudend katholiek Nederland, pleitte voor het ‘gewoon leeglaten’ van een niet meer gebruikte kerk. ‘De hoogste waardigheid is leegheid. Waarom kun je in ons rijke land een ruimte geen ruimte laten? Waarom moet alles zo calculeerbaar zijn? Waarom zou je belangstellenden niet af en toe de gelegenheid geven om even in zo’n godshuis te verwijlen? Waarom zou je er soms de liturgie niet kunnen vieren? Hergebruik zie ik bovendien een tijdelijke zaak. We moeten de dolenden ook de gelegenheid geven om weer terug te keren.’

Het bisdom Den Bosch ziet liever dat kerken gesloopt worden dan dat ze een andere bestemming krijgen. Dat voormalige kerken nu dienst doen als partycentrum (Den Bosch) of als supermarkt (Helmond) is het bisdom een doorn in het oog.
‘Maar het  afbreken van zo’n aan God geschonken huis is nog erger’, vond Bodar. ‘Je verwijdert een stuk gezamenlijk geheugen, kerken herinneren ons aan de wortels van onze cultuur. Daarom komt de overheid nu in beeld, want die is toch voor een deel verantwoordelijk voor het behoud van het cultuurgoed dat de kerk ons achterlaat.’

En als hergebruik dan eenmaal ‘onvermijdelijk’ is, dan vindt Bodar dat de vroegere kerken zo dicht mogelijk moeten blijven bij hun voormalige functie. ‘Dus ábsoluut geen winkels of bedrijven erin.’
‘Laat de vroegere kerken het decor worden van lezingen, debatten en uitvoeringen, kortom: van uitingen die van doen hebben met het Europese cultuurgoed.’


WEL EEN VIOOLSONATE, GEEN DISCO
De oproep van Antoine Bodar om de overheid nadrukkelijk te betrekken bij het behoud van het cultuurgoed in de vorm van kerken, is Stef Hagemeier uit het hart gegrepen.
Hagemeier kocht  enige jaren geleden de Padua-kerk aan de Tilburgse Hoefstraat om er z’n glasatelier te kunnen vestigen. Vanaf begin 2005 zit zijn Architectural Glass Company daar ook maar de verhuizing is ernstig vertraagd omdat er steeds weer aan nieuwe vertragende formaliteiten moest worden voldaan. ‘Het wordt hoog tijd dat de overheid eens gaat coördineren hoe we het in ons land gaan doen met de aanpak van leegstaande kerken.’

Directeur Hagemeier heeft destijds 525.000 gulden betaald aan het kerkbestuur voor het gebouw en er later nog eens voor 500.000 gulden aan verbouwd. Bij de door hem uitgedachte herinrichting van deze fraaie neo-byzantijnse kerk uit 1911 is rekening gehouden met de werkactiviteit van het glasatelier  (zoals restauratie en bewerken van modern glas).Bovendien is er een expositieruimte gecreëerd.

Een doos in een doos
Op termijn is het de bedoeling om het gebouw multifunctioneel te gaan gebruiken. Hagemeier: ‘Alles wat met verstand en gevoel te maken heeft kan wel, maar zaken die met nivellering te maken hebben niet. Concreet: een concert kan wel, een disco niet.’
De Tilburgse glazenier heeft gekozen voor het principe van een doos in een doos: in het oude gebouw wordt een constructie geplaatst die ruimte biedt voor het glazeniersbedrijf (zestien werknemers).
De nieuwe functie van de kerk wordt zodoende volledig ondergebracht in de nieuwe doos en tegelijkertijd blijft het interieur van de oude kerk vrijwel volledig intact.
Opmerkelijk is dat door deze aanpak de vrijwel volledige beleving van de binnenruimte is gebleven. Zeker op de doos is het zicht op de heiligenbeelden en muurschilderingen, maar ook op de gewelven, bogen en op het koor ronduit indrukwekkend.

Ambtelijke en ‘bisdommelijke’ macht
Hagemeier heeft zich veel moeite moeten getroost om de ‘ellenlange procedures’ te doorlopen om tot de benodigde vergunningen te komen.
‘Je krijgt met ronduit zwakzinnige wetgeving te maken en met veel ambtenarij. Zo moest er van de brandweer plotseling een muur van 26 meter in de kerk komen. Kun je je dat voorstellen, in dit interieur? Het is er niet van gekomen maar het kostte wel veel energie. Er moest plotseling een geluidsrapport komen. En dat terwijl we hier vrijwel geen geluid maken. Toen moest het plotseling een rapport worden over het geluid dat de auto’s maken die hier af en toe eens komen. Nou vraag ik je!’

‘Ook botsen het gewone recht en het kerkelijke recht steeds met elkaar. Een voorbeeld. De gemeente die alle vergunningen moet afgeven vond dat het kruis boven op de kerk moest blijven. Het bisdom, dat totaal geen medewerking geeft, eiste echter in een herderlijk schrijven dat de twee armen van het kruis dan afgezaagd moesten worden. Voor mij een staaltje van bisdommelijke machtswillekeur. Het kruis is gebleven.’
Hagemeier becijfert dat hij door alle vertragingen ruim 70.000 euro aan extra huur heeft moeten opbrengen. Bovendien moest hij de gemeente 10.000 euro aan leges-kosten betalen, ‘en dat terwijl de medewerking nul was.’

Het Franse model
Deze gedreven glazenier bepleit - na ‘alle rompslomp’ - om in Nederland het Franse model in te voeren bij het onderhoud van monumenten en kerken, al of niet leegstaand.
‘In Frankrijk zijn alle gebouwen van waarde en ook de kerken van de staat. Ze worden onderhouden door het patrimonium, dat overal een plaatselijke bouwondernemer of bouwvakker aanstuurt om – mondjesmaat, dat wel – het onderhoud bij te houden. Daardoor bereik je in ieder geval dat de zaak in handen is van vakmensen.’
In Nederland ligt het onderhoud van kerken in handen van kerkbesturen, waarin goed bedoelende leken zitten die te weinig deskundigheid hebben om verantwoord te opereren. Daarbij komt dat de rijksdienst voor monumentenzorg vrijwel is overleden. Die dienst keert nog wel gelden uit maar de controle op de uitgifte van restauratiegelden ligt bij de gemeente. Wat krijg je dan? De ambtenaar van sport moet ook nog even toezicht houden op de uitvoering van en de kwaliteit van restauraties. Dat werkt niet! Het Franse model verdient daarom de voorkeur.’

Van kerk naar wijkcentrum
In de wijk De Hasselt heeft de gemeente Tilburg zelf het heft in handen genomen bij het hergebruik van de kerk. Op aandringen van de wijkbewoners kocht Tilburg de kerk, die sinds kort getransformeerd is in een multifunctioneel wijkcentrum, ‘De Poorten’. Voor de deels uitgebrande kerk betaalde de gemeente 200.000 euro. De ombouw tot wijkcentrum heeft acht miljoen euro gekost.

Tilburg lijkt de zaak grondig te hebben aangepakt met de ombouw van de Hasseltse kerk. Ook dit ontwerp gaat uit van een gebouw in een gebouw. Op veel plekken blijven de kerk en de ruimte van die kerk nog beleefbaar. Er zijn echter ook veel nieuwe ruimten en vloeren bij gekomen om de vele functies die het gebouw nu heeft een plek te geven. Dit levert een interessante mengeling op van historische en van nieuwe architectuur. Het buitenaanzicht van de kerk is volledig intact gebleven.

Hoofdhuurder van het gebouw is de Twern, een organisatie voor sociaal cultureel opbouwwerk. Daarnaast zijn er gehuisvest: de wijkraad met alle daarbij horende activiteiten, de bibliotheek Hasselt, de peuterspeelzaal en de buitenschoolse opvang van Kinderstad, thuiszorg Thebe (die het gebouw gebruikt als uitvalsbasis voor 35 medewerkers die werken in de wijken Oud-Noord) en het ROC.
In totaal zijn er zo’n 55 betaalde krachten in ‘De Poorten’ gehuisvest.

Trots
Bij de officiële opening op vrijdag 8 september gonst het van de activiteit en gezelligheid in het fonkelnieuwe gebouw. Zo te zien aan de talloze vlaggetjes en spandoeken van de middenstand lijkt de hele wijk in feeststemming.
Bij binnenkomst in het gebouw stormen twee Marokkaanse meisjes van ongeveer tien jaar onbeschroomd op de verslaggever af: ‘Mogen wij u even rondleiden in ons prachtige wijkgebouw, meneer?’. Ook de allochtone jongeren lijken zich dus volledig op hun gemak te voelen in dit voormalige godshuis, dat gewijd was aan Onze Lieve Vrouw van de Rozenkrans.

Trots klinkt ook door in de reactie van Ivonne Spierings die als vrijwilligster aan de receptie zit. ‘Wij zijn echt blij dat we hier vandaag in zo’n prachtig gebouw zitten. In mijn jonge jaren ging ik hier nog bijna dagelijks naar de kerk. Pas stond ik nog bij het raam in de foyer en daar kijk je zo uit op het kerkhof. Hee, daar ligt mijn tante, schoot het toen door me heen. Ja, dat is dan wel even een rare gedachte.
Maar het leukste is toch dat de kerk altijd een ontmoetingsruimte is geweest en dat De Poorten dat binnen deze formule weer is.’

De conclusie lijkt gewettigd: de transformatie van de Hasseltse kerk tot wijkcentrum De Poorten lijkt een gouden – maar wel kostbare – greep geweest van de gemeente Tilburg.


 OVERHEIDSSTEUN OF NIET? - DRIE MENINGEN

‘KERKEN VORMEN EEN STUK VAN ONZE CULTURELE IDENTITEIT’

Tijdens de discussie bij de aftrap van de Open Monumentendagen oogstte de provincie Noord – Brabant waardering voor het nieuwe beleid ten aanzien van onderhoud en hergebruik van kerken. Afgezien van de jaarlijkse 2,2 miljoen trekt Brabant tot 2007 nog eens 6.3 miljoen extra uit voor het behoud van cultureel erfgoed. Een gedeelte daarvan gaat naar de kerken.

Kerken als wandelpleinen
In een prachtig uitgevoerde brochure ‘Toekomst voor religieus erfgoed in Noord – Brabant’ (70 pagina’s) roept gedeputeerde Wim Luijendijk iedereen op die betrokken is bij kerkelijk erfgoed, om ‘geen energie te verliezen met spiegelgevechten maar met een positieve grondhouding naar de toekomst te kijken.’
Luijendijk schrijft verder:
‘Het debat over behoud en herbestemming of afbraak van kerkgebouwen is omgeven met veel emoties. Bisdommen beschuldigen gemeenten dat ze alles willen bewaren. Actiegroepen zijn het niet eens met een bisdom dat alle leegkomende kerken wil laten slopen uit vrees voor onwaardige bestemmingen. Een dergelijke krampachtige houding bestond vroeger niet. Bestaande gebouwen slopen was een kostbare zaak, daarom werden muren en daken zoveel mogelijk opnieuw gebruikt. Zo werden kerken pakhuis of kazerne. Kerkmuren keerden terug in schuren of woonhuizen.

Oude schilderijen en prenten tonen kerken als wandelpleinen, waar mensen elkaar ontmoetten en hun huisdieren vrij rondscharrelden. Die grootscheepse overdekte ruimten hadden niet alleen een religieuze functie maar speelden ook een rol in de vorming van hechte gemeenschappen.’

Afbraak een zwaktebod
In een toelichtend gesprek verbindt Luijendijk bovenstaand citaat met de subsidies die Brabant vanaf 2005 geeft voor het onderhoud van kerken.
‘Kijk, als de kerk het alleen niet meer kan opbrengen om de in onze ogen culturele eigendommen naar behoren te beheren, dan vinden wij dat we als provincie moeten bijspringen. Wij kennen in Brabant geen provinciale monumenten. Maar we hebben wel een prachtig Brabants cultureel landschap waarvan iedereen wil dat de Brabantse identiteit bewaard blijft. Welaan, kerken zijn een belangrijk onderdeel van het Brabantse (culturele) landschap en leven. Daarom zijn we er iets mee gaan doen.’

‘Wij ondersteunen gemeentelijk beschermde kerken en herbestemde kerken met subsidie. Daarvoor is per jaar voor tien projecten elk € 50.000 beschikbaar. We zoeken daarbij oplossingen met ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteit. Afbraak is in onze ogen de laatste oplossing en meestal een zwaktebod.’

‘Mottenballenproject’
Soms kan een Brabants kerkgebouw via het zogenaamde ‘mottenballenproject’ tijdelijk onderhouden worden. Hiermee wil de provincie stimuleren dat leegstaande kerkgebouwen zo worden beheerd dat de bouwkundige staat niet achteruitgaat. Het betreft hier vooral het nemen van noodmaatregelen om verder verval van het gebouw tegen te gaan. Op termijn kan dit hogere restauratiekosten voorkomen. De stichting Monumentenwacht Noord – Brabant gaat de komende jaren het mottenballenproject uitvoeren.

Culturele duurzaamheid
Culturele duurzaamheid, dat is het begrip dat de Rotterdamse architect Han de Kluijver (in tijdschrift Cobouw, september 2004) introduceert in de discussie over herbestemming van (kerk)gebouwen.
‘Sommigen vinden dat monumenten tot ons erfgoed behoren, dat zonder enige transformatie moet worden doorgegeven. Deze stelling lijkt achterhaald in onze dynamische wereld, waarin de begrippen verandering en vernieuwing immers centraal staan.
Volledig en onveranderd behouden is dus niet meer goed mogelijk. Lagen stadsvernieuwing en monumentenzorg nog niet zo lang geleden mijlenver uit elkaar, tegenwoordig vinden ze elkaar in een nieuwe definiëring van hergebruik van gebouwen. Behoud is daarin niet meer synoniem met niets doen, maar is een volledige ontwerpopgave geworden.
Daarmee ontstaat een nieuw zicht op hergebruik: niet meer gericht op het behouden van ‘eeuwige’ waarden maar op het vasthouden aan juist die structuren die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken. Culturele duurzaamheid is daarin een kernbegrip.’

‘Een bestaand gebouw krijgt een vaak verrassend nieuwe bestemming.’
De Kluijver haalt voorbeelden aan van hergebruik waaraan ‘ook ontwerpers van nieuwe, flexibele gebouwen zich zouden kunnen spiegelen.’
In Lisse, Sassenheim en Rijnsburg werden bollenschuren succesvol getransformeerd tot woningen en bedrijfsverzamelgebouwen. Kerkgebouwen in Haarlem, Den Bosch en Zwijndrecht kregen bestemmingen tot respectievelijk kapsalon, orangerie en kinderdagverblijf.
De Kluijver houdt een pleidooi voor het zogenaamde time – based bouwen. Dat is ‘gebouwen zodanig ontwerpen dat hun functie in de loop der jaren kan veranderen, dat ze vrij eenvoudig aanpasbaar zijn.’

‘Geef kerkgebouw zelfde behandeling als een woonhuismonument’
Planoloog Marten Bierman gelooft niet dat het centralistische Franse model van monumentenonderhoud over te planten is op Nederland. Stef Hagemeier bepleit dat in het artikel over de Tilburgse  Padua-kerk.
Bierman: ‘Het gaat in Frankrijk vaak om kerken van een heel ander, ouder soort, uit de elfde, twaalfde of dertiende eeuw. Bij ons draait het probleem vooral om vrij recent gebouwde kerken die hooguit een eeuw of anderhalve eeuw oud zijn. Daarnaast hebben we hier te maken met een overheid die zich geleidelijk overal terug trekt. Die zie ik niet zo maar de zorg voor monumenten naar zich toetrekken. Het is ook de vraag of er geld voor zou zijn, want alom is toch Schraalhans keukenmeester.’
‘Met een kerkgebouw ligt het niet anders dan met een woonhuismonument’, vindt Bierman. ‘Het kerkbestuur is verplicht tot onderhoud. Is er sprake van verwaarlozing of bouwval dan kan het gebouw overgenomen worden of op de markt gebracht worden. Er zijn verenigingen die zulke gebouwen kunnen opkopen. In Amsterdam heb je bijvoorbeeld Stadsherstel, Diogenes en Bond Heemschut. Die beschikken stuk voor stuk over een schat aan kennis en deskundigheid.’

Beschermd stadsgezicht
‘Het is ook belangrijk om de organisaties tot landschapsbehoud en de burgers bij het proces te betrekken. Vaak maakt een kerk, en vooral de toren, deel uit van een beschermd dorps- of stadsgezicht. Als het geloof dan binnen de kerk wat minder beleden wordt, dan is er toch nog altijd het geloof in de kwaliteit van het landschap!’

‘Vlak ook de katholieke woningbouwverenigingen niet uit. Die beschikken over genoeg geld en kunnen het hergebruik van de kerk aangrijpen om op een slimme manier woonruimtes te creëren.’
‘Ook voor een gemeente kan hergebruik van een kerk interessante aspecten hebben. De gemeente spaart de bouw van een nieuw gebouw uit en heeft meestal maar weinig of geen grondkosten. Vaak gaat het ook nog om een centrale, goed bereikbare locatie. Daarin zitten heel wat aanlokkelijke aspecten in. Het alternatief is dat er een onrendabel gebouw staat te verkommeren.’
Procesarchitectuur, culturele duurzaamheid, het zijn begrippen die Bierman zeer aanspreken. ‘Dat werken met een doos in een gebouw vind ik een uitstekende oplossing voor het hergebruik van een kerk.’

Laatst aangepast op woensdag, 05 december 2007 13:21