|
De provincie in andere tijden |
| Afdrukken | |
E-mailadres |
|
Locomotie 28
|
|
woensdag, 05 december 2007 15:38 |
Congres “Wie beslist er over wat?”
De provincie in andere tijden
door Adrie Gaasbeek
Als we naar de toekomst kijken zien we het ‘land’ Europa. Na Londen en Parijs is onze Randstad daarin de derde metropool. Het bestuur van dit gebied stamt uit de negentiende eeuw, uit de tijd van de afzonderlijke staten. Hoe kan dit bestuurlijke bouwwerk passend gemaakt worden voor de nieuwe eeuw?
Op 12 december werd in de oude Statenzaal van het Drents Museum te Assen een congres gehouden over het middenbestuur in Nederland, onder de kernachtige titel “ Wie beslist er over wat?” Teun Jan Zanen, Gronings Statenlid van de Partij v/h Noorden, had een centrale positie in de organisatie. Hij is ook de geestelijk vader van de SAR (Stichting de Autonome Regio). Reeds vele jaren is Zanen actief om de mogelijkheden te onderzoeken om te komen tot meer zelfstandigheid van de Noordelijke regio; denk aan de activiteiten van het landsgrenzen overstijgende “Nieuw FoArum”. Bij die zelfstandigheid behoort uiteraard ook een eigen belastinggebied, anders heb je niet de middelen om iets tot stand te brengen.
De Randstad bezint zich op haar bestuurlijke toekomst in de 21e eeuw. Men denkt daarbij dat onze Randstad in Europa de derde metropool is na Londen en Parijs. Dat deze problematiek internationaal is, merkte men op dit congres met sprekers uit Italië, België, Duitsland en Schotland. Voorzichtigheidshalve werd geconcludeerd dat “Het Huis van Thorbecke” aan verbouwing toe is. Door de gemeentelijke herindelingen is het aantal gemeenten meer dan gehalveerd en zijn er provincies bijgekomen; zelfs Den Haag is niet meer de allerhoogste wetgevende macht. Op dit Congres vroeg men zich af hoe men het Middenbestuur efficiënt kan verbeteren en of het instellen van landsdelen oplossingen zou kunnen bieden voor actuele bestuurlijke problemen. Het gaat daarbij om de juiste schaal en de macht van het Middenbestuur. Dit kan men bekijken vanuit de gemeentelijke invalshoek, maar ook vanuit Europa. Het gaat daarbij om het verkleinen van de afstand tussen burger en politiek en om het vergroten van de bestuurlijke slagkracht. Willen we dan een landsdelig bestuur met wetgevende bevoegdheden?
Senator Hendrik ten Hoeve opent het congres. Hij geeft aan dat het deze dag vooral gaat om de autonome regio. Maken we een keuze voor de eenheidsstaat of voor het federalisme? De OSF is de grootste sponsor voor dit gebeuren in het Drents Museum. De Partij v/h Noorden heeft de wens te komen tot een landsdeel Noord met verregaande autonomie. De FNP wil autonomie voor Fryslan (er zijn deze dag opvallend veel FNP-ers aanwezig).
Professor Gualini van de Universiteit van Amsterdam maakte kanttekeningen bij het rapport van de commissie Geelhoed. De provincie is in feite bovenlokaal; een soort super-gemeente. Het aantal regionale taken zou via decentralisatie uitgebreid moeten worden en schaalvergroting is dan onvermijdelijk; nu is er een lappendeken van samenwerkingsverbanden. De afstand tot de burger is te groot om economische en sociale krachten te kunnen vertegenwoordigen. Het zoeken naar de juiste schaal is een politieke strijd en een maatschappelijke vraag.
Regio`s zijn dynamische verschijningen en zijn nooit af. De gemeentelijke herindelingen gaven aan dat territoriale verschuivingen vaak op verzet stuiten. Er moet een duidelijke structuur en taakomschrijving zijn voor het middenbestuur als hoger lokaal bestuur. Je moet je afvragen wat voor een bepaalde regio het ontwikkelingsbeleid is. Het conflict tussen een provincie en een stadsregio (dus platteland versus de stad) moet vermeden worden. Schaalvergroting op bestuurlijk gebied kan gewenst zijn als de economische ontwikkeling dat vereist; als er meer cöordinatie van taken mogelijk is; er meer innovatievormen zijn en de lappendeken van samenwerkingsverbanden verdwijnt.
Volgens professor Toonen, hoogleraar te Leiden, remt “Het Huis van Thorbecke” onze flexibiliteit van handelen. In Europa signaleert hij dat de steden als het ware een banaan vormen (Londen, Randstad, Parijs, Milaan). Elke stad heeft haar eigen prioriteiten en deze zijn in het geheel niet op elkaar afgestemd. Het middenbestuur is vaak zwak. In Zuid-Holland bijvoorbeeld is de provincie in feite onbelangrijk, terwijl ze toch veel vermogens en bevoegdheden heeft.
Er ontstaan veelsoortige nieuwe samenwerkingsverbanden omdat de schaal vaak de werkzaamheid bepaalt. Daarbij maakt Toonen onderscheid in mensgerichte zaken en gebiedsgerichte zaken. Hier noemt hij ons watersysteem en dat is geenszins toekomstgericht. De provincies moeten anders gaan functioneren. Verkokering is een ramp met een zorgautoriteit, een onderwijsautoriteit etc. Hier kan regionalisering een oplossing bieden.
Professor Reverda van de hogeschool van Maastricht sprak over globalisering en regionalisering: Grenzen zijn vaak gebaseerd op nationalisme. Hier treedt nu erosie op omdat er zoveel verschillende culturen zijn. Namens wie spreekt men in Brussel als het gaat over politieke of culturele zaken? Wetten maken de staat sterk in kwesties van veiligheid en economie, maar wetgeving geschiedt steeds meer op internationale schaal. De nationale staat alleen kan niet meer de veiligheid van haar burgers garanderen, daar is een groter verband voor nodig.
Deze conferentie gaat voornamelijk over de regio en over de bevoegdheden van die regio op het gebied van welzijn, zorg, infrastructuur etc. Dit vereist wel een zeker volume van de desbetreffende regio. Bovendien is het bestuurlijk vermogen essentieel en daarbij is creatief en innovatief denken vereist. De regio moet haar eigen cultuur en historie beschermen en geen randstadbeleid op de eigen regio toepassen. Men moet de armslag (het eigen belastinggebied) en de actieradius van de eigen regio versterken.
Professor Roper uit Bremen was de eerste spreker bij het onderwerp buitenlandse ervaringen. Het regionaal bewustzijn is belangrijk voor het ontstaan van een nieuwe regio. Men moet gesteund worden door de bevolking want de grenzen van landen kunnen veranderen. Eigenlijk zouden alle besluiten in de politiek met een tweederde meerderheid genomen moeten worden. Het probleem van onze Noordelijke regio is dat deze zo dunbevolkt is.
Mevrouw Maes uit Vlaanderen is Europarlementariër geweest. In de Europese alliantie heeft zij intensief contact met de FNP. Als we spreken over bevoegdheden dan hebben de Belgische gemeenten veel meer autonomie dan de Nederlandse. Bij de diverse bevoegdheden hoort ook het desbetreffende geld; veel bevoegdheden zijn “zo laag mogelijk” gelegd. In Belgie kiezen de regio’s de vertegenwoordigers in “Europa”.
Doctor Ross van de universiteit van Glasgow stelde dat onafhankelijkheid een proces is en niet een eenmalig gebeuren. Deze evolutie staat haaks op nationalisme. De Schotten mogen geen uitspraak doen over de Britse buitenlandse politiek, bijvoorbeeld over de Britse participatie in Irak. “Over hondenpoep mogen we wel beslissen!”, zei hij grijnzend. Schotland streeft dus momenteel naar meer eigen verantwoordelijkheid.
|