|
‘Stad’ en ‘platteland’ moeten hun strijd staken |
| Afdrukken | |
E-mailadres |
|
Locomotie 28
|
|
woensdag, 05 december 2007 15:42 |
‘Stad’ en ‘platteland’ moeten hun strijd staken door Helene Stafleu Eindeloos uitdijende nieuwbouwwijken worden vaak als bedreiging gezien van het groene buitengebied. Maar suburbanisatie kan ook de oplossing zijn voor de tegenstelling tussen ‘stad’ en ‘land’. Mits de bebouwing zich naar de natuur weet te voegen. Want als we de natuur onderdrukken, slaat ze terug. De natuur is niet zielig en de stad is niet per se vijandig, ze kúnnen belang hebben bij elkaar. Dat is de strekking van het betoog dat professor Lars Lerup van de Rice University in Houston hield op de achtste Megacities lezing in Amsterdam. In een brede streek schetste hij de “condition Américaine” die tegelijk de conditon humaine is: we kunnen aan ons verleden ontsnappen (de Amerikanen zijn aan Europa ontsnapt), we kunnen aan de stad ontsnappen (door allemaal naar de buitenwijken te trekken) maar we kunnen niet aan de natuur ontsnappen. Dit is wat de verwoestende orkanen ons recentelijk hebben laten zien. Monsterverbond Ook in de rivierdelta waar wij leven, dreigt de natuur. ‘De kans dat je in het westen van Nederland sterft door een overstroming is vele malen groter dan de kans dat je sterft door terrorisme, ontploffende chloortreinen of vogelgriep. De drukte die we erom maken is niet navenant,’aldus Dirk Sijmons, rijksadviseur voor het landschap, die een co-referaat hield. Nederland werkt niet meer als spons zoals vroeger, toen het land in de winter veel water vasthield. Boeren hebben nu in zomer en winter een laag grondwaterpeil. ‘Vijf procent van het oppervlak van de Randstad is nodig voor waterberging en we moeten dat maar snel vastleggen, want er zijn vele andere claims op het land.’ Zo is er de groeiende behoefte aan wonen in het groen. Sijmons: ‘We kunnen niet zeggen “wat in de VS gebeurt zal hier zo’n vaart niet lopen”. De meest verschrikkelijke zaken waarvan we dachten dat die zich in Nederland niet zouden voordoen, van tenenkrommende tv-programma’s tot mensen en auto’s met overgewicht, zijn toch met uiteindelijk bij ons verschenen. Daarom kunnen we niet zeggen dat het monsterverbond dat de planologie in Amerika in zijn greep heeft -namelijk dat van vastgoedspeculanten, de transportlobby en vermeende woonbehoeften - niet bij ons zal optreden,’ zo waarschuwt Sijmons. Lintbebouwing De Nederlandse planologie werd in de afgelopen eeuw gekenmerkt door enerzijds de angst voor de Metropolis en anderzijds de angst voor VerBelging van het buitengebied. Hiervoor werd bijvoorbeeld in 1937 de wet tegen de lintbebouwing ingevoerd. Een scheiding tussen stad en platteland was in het belang van beide. Inmiddels, we zijn nu een eeuw verder, zien we dat het buitengebied van binnenuit wordt opgegeten. Het lijkt wel alsof woningbouw overal kan aangroeien. De grondprijs rijst inmiddels de pan uit waardoor boeren de kosten van het land niet meer terug kunnen verdienen en op niet-grondgebonden landbouw overstappen. De landbouw industrialiseert en dat proces tast het landschap aan. De dominante verdedigingsstrategie hiertegen is: vasthouden aan de klassieke planologie met zijn scheiding tussen stad en land. Vinexwijken zijn hiervan het gevolg. Een alternatief is stadsverdichting, want in de overruimte van steden kan nog veel gebouwd worden. Maar steeds vaker klinkt een pleidooi voor liberalisering dat resulteert in plannen als ‘Nederland Parkland’ of ‘Palet’. Hete soep Lerup pleit ervoor om de stad als een organisme te zien. Het “metabolisme” van een stad moet beter begrepen worden. Enerzijds bouwt de stad energie op, anderzijds voert ze afvalstoffen af. Het eerste, daar zijn we goed in maar het tweede is een probleem voor ons. Vervuiling van grondwater bijvoorbeeld is een groeiend probleem. We moeten onthouden dat we, zodra we het energieniveau opvoeren, ook meer aandacht aan het katabolisch aspect moeten besteden. Houston, dat in grootte de vierde stad is van de VS, heeft een bijzondere ecologie. Het type grond waarop de stad gebouwd is heet “Gambo” (zo heet ook een dikke, hete soep die traditioneel in dat gebied wordt gegeten). Dit is een zeer dichte rivierklei die geen water doorlaat. Afwatering geschiedt vanouds door een stelsel van kleine kanaaltjes, de zogenaamde bayou’s, die een groot deel van het jaar droog staan. Toen Houston door hevige overstroming werd getroffen, besloot men om de bayou’s van beton te maken zodat het water sneller afgevoerd kon worden. Dit was een grote vergissing, die overigens ook in Europa gemaakt is. Het teveel aan water kon niet meer worden geabsorbeerd en er kwamen hevige overstromingen. Wij komen nu op terrein dat voor Nederlandse planologen al zeer bekend is: Lerups stelt voor om het vertragen van water te combineren met het inrichten van de publieke ruimte. Waterlopen kunnen zowel waterberging als natuur en recreatie dienen. Hierin valt Dirk Sijmons hem bij. Wat wij nodig hebben is ‘De kunst van het tuinieren’, en wel op zodanige wijze dat natuur en cultuur een symbiose aangaan. Japanse planten De natuur doet in ieder geval d’r best: nu al komen allerlei planten en dieren naar de stad die zich daar eerst niet lieten zien. Het alternatief gebruik van privétuinen biedt mogelijkheden. Pesticiden zouden niet meer gebruikt mogen worden in tuinen en parken. Interessante Japanse planten kunnen beter in Japan blijven: er zouden alleen inheemse planten mogen worden gebruikt. Sijmons en Lerup schetsen een fraai beeld.Toch kan er wel een probleem liggen in de uitvoering. ‘De mensen moeten opgevoed worden in anders kijken naar natuur’. Maar zou het helpen? Het is al eens eerder gedaan in de jaren zeventig en in de milieubevlogen jaren tachtig. En álle mensen die toen zijn doodgegooid op school met lespakketten over interessante onkruiden (vlinders op brandnetels!) en de schoonheid van bermbloemen, zetten nu hun eigen tuin vol met beeldjes en straatttegels en richten de gifspuit op iedere spriet die zich daar tussenuit weet te wurmen. Alle natuurstroken in Nederlandse steden zijn, al dan niet met verwijzing naar sociale veiligheid of het tegengaan van vandalisme en zwerfvuil, ten prooi gevallen aan de maaimachine. Het is er allemaal geweest en het is allemaal al weer weg. Als er al verzoening mogelijk is van cultuur en natuur – en uw verslaggever wil dat best geloven – dan zal die door een stevige hand geleid moeten worden, anders loopt wat als een symbiose bedoeld is toch uit op het knechten van het een door het ander. Zonder tegendruk blijven wij bouwen en asfalteren. De enkele machteloze woede-uitbarsting van water, wind of lava houdt ons immers niet echt tegen.
|
|
Laatst aangepast op donderdag, 25 december 2008 13:39 |