|
Soap maakt het Twents springlevend |
| Afdrukken | |
E-mailadres |
|
Locomotie 29
|
|
woensdag, 05 december 2007 12:04 |
Serie: Talen in Nederland
Soap maakt het Twents springlevend
door Dick van Niekerk
Dertig opeenvolgende zondagavonden keken 400.000 van de één miljoen Overijsselaars naar de regionale tv-serie “Van Jonge Leu en Oale Groond” met Herman Finkers als acteur. Op de achtergrond fungeert hij ook als taalcoach van de overige spelers, die hun sporen eerder hebben verdiend in het Twentse amateurtoneel. Hij zorgt ervoor dat zij “perfect Twents” spreken.
De serie staat aan de basis van een spectaculaire herleving van het Twents, vooral onder jongeren. “Jonge ouders willen hun kinderen weer graag Twents leren. Zeventien- en achttienjarigen gebruiken in meer situaties Twents. Vergeten of in onbruik geraakte Twentse woorden zijn weer helemaal in,” zo vat de Twentse streektaalconsulent Bert Groothengel de effecten van de regiosoap Van Jonge Leu en Oale Groond op het gebruik van zijn streektaal samen. “Ook als ik op basisscholen kom, beginnen kinderen meteen over Van Jonge Leu. Er is direct betrokkenheid bij het onderwerp Twentse streektaal waarvoor ik kom.”
Groothengel haalt de schouders op over alle deskundigen die beweren dat de streektalen over enkele tientallen jaren zullen verdwijnen. “Wij beschikken al over aantekeningen uit 1834 waarin staat dat het Twents als streektaal bedreigd wordt. Als je weet, dat onderzoek uit 2003 uitwijst dat zeventig procent van de 600.000 Tukkers Twents spreekt, dan zie je hoe betrekkelijk die onheilstijdingen zijn! Mede door de activiteiten van Herman Finkers, van Anne van der Meyden met zijn Twentse bijbelvertalingen en van mijn voorganger Gerrit Krah was het Twents al lange tijd in opmars. Ik zie de enorme effecten van deze soap op ons dialect als een voorlopige bekroning van al die activiteiten.”
Hoe kan een regiosoap zoveel impulsen geven aan een streektaal? Op zijn website legt Herman Finkers uit dat de kijkers een thuisgevoel krijgen doordat de serie zich afspeelt op duidelijk, herkenbare plekken en daardoor de eigenheid van de streek goed tot haar recht komt. “Het maakt niet uit of dat ver van huis is. Iemand uit Zwolle vindt het ook leuk om naar het landschap en een boerderij aan de rivier de Dinkel te kijken, als het maar typisch is voor Oost-Twente. Kijk: een cowboy rijdt altijd op een paard en niet op een Afrikaanse olifant. En toch kijken de mensen in Afrika graag naar cowboyfilms.”
Het thuisgevoel wordt ook gevoed door de typisch Twentse gebruiken die zijn verwerkt, zoals het midwinterhoornblazen en het Twentse “noaberschap” (de bekende Twentse rituele burenhulp en -plicht).
Loverboys
“Maar juist die traditie hebben we vermengd met herkenbare actuele thema’s, zoals dat van de loverboys.” De activiteiten van de meisjes die voor de loverboys werken, worden bijvoorbeeld gefilmd in het klöpkeshoes. Dat was in Twente het onderkomen van de nonnen, de hulpjes van de pastoor, in de tijd dat tijdens de Reformatie de katholieke eredienst verboden was. Op verzoek van de pastoor gingen die nonnen overal heimelijk aan de deur kloppen om te waarschuwen dat er een mis zou worden gehouden.
De herkenbaarheid in de soap is optimaal doordat Finkers ervoor gekozen heeft om de jongere acteurs “perfect Twents” te laten spreken. Hij heeft er zelfs een speciaal glossarium voor aangelegd, compleet met uitspraakaanwijzingen. “Het is verbazingwekkend hoe snel de jongeren dat beheersten. En…hoe gemakkelijk het door de jeugd in het dagelijks leven wordt overgenomen. Vergeten woorden als een beschutenkearlke (Twents voor “een watje”) zijn plotseling cool!”
Finkers signaleert dat het gebruik van Twents geen drempel is voor kijkers buiten Twente (die de serie ondertiteld krijgen aangeboden): “Integendeel, het Twents oefent op hen juist een extra aantrekkingskracht uit.”
Echo van vroeger
“De serie heeft iets heel authentieks en herkenbaars. De kijkers kunnen zich met de personen en de gebeurtenissen vereenzelvigen. Mensen willen graag ergens bij horen. Dat gevoel zijn ze kwijt sinds het wegvallen van de kerk. Van Jonge Leu appelleert kennelijk aan dat gevoel van ergens bij te willen horen. Veel kijkers zijn er weer trots op dat ze Twent zijn en Twents spreken.” Voor Henny Everts, algemeen directeur van RTV Oost, is dat de belangrijkste verklaring voor het succes van de soap. De oostelijke omroep nam onder zijn leiding het initiatief tot de serie.
“Naast die herkenbaarheid moet het optreden van een bekende persoonlijkheid als Herman Finkers als tweede verklaring voor het succes worden genoemd. Hij is heel populair en drukt een zwaar stempel op het geheel.”
“De effecten van de serie op de mensen zijn soms verbluffend. Het kapelletje bij Beuningen dat vaak in beeld is, is al uitgegroeid tot een bedevaartsoord. En heel opvallend: veel jonge mensen vinden het weer fijn om mooi Twents te spreken. Ze ontdekken dan dat ze in hun eerste taal meer gevoelslagen kunnen uiten, dat ze uit de ziel kunnen spreken. Ook maatschappelijke zaken die in het scenario zijn opgepakt, zoals die van de loverboys, komen door het gebruik van de streektaal beter over. De politie bijvoorbeeld gebruikt bij haar voorlichting op de scholen videobeelden van de aflevering over de loverboys.”
De grote belangstelling voor de soap buiten Twente vindt Everts niet zo verwonderlijk. “In de loop van de afgelopen decennia zijn er natuurlijk veel mensen uit Twente weggetrokken naar andere streken in het land. Zij herkennen in de serie vooral door het taalgebruik de echo van hun ouders of grootouders. Deze groep behoort waarschijnlijk tot de meest gemotiveerde kijkers. Ik geloof dat RTV Noord-Holland nog nooit zulke hoge kijkcijfers heeft gehad.”
Frappant is dat zelfs de Duitse NDR serieuze onderhandelingen met RTV Oost wil starten over uitzending. “Voor mensen uit Niedersachsen is zo’n serie heel herkenbaar, ook naar taalgebruik. We zullen eventueel wel moeten ondertitelen maar regionale talen doen de nationale grenzen een beetje vervagen.”
“Dinkelo-promotie”
De Beuningse dorpskroeg ’t Sterrebos is de afgelopen maanden uitgegroeid tot het epicentrum van de toeristische activiteiten rondom “Van Jonge Leu”. Uitbater Remco Schothuis heeft gewiekst twee wandelingen en een fietstocht uitgezet langs de belangrijkste gefilmde locaties. Ook organiseert hij door hem gegidste busreizen van 2 uur door de hele streek die gefilmd is. Schothuis: “De respons is enorm. Er komen hier soms honderden mensen per dag om alle plekken eens rustig te bekijken. De busreizen lopen ook prima; soms vertrekken er wel vier bussen per dag.”
De “Dinkelose” uitbater vermoedt dat veel kijkers tijdens de uitzendingen een emotionele band hebben opgebouwd met de karakters van de hoofdpersonen en met de gefilmde omgeving: “Op zondag 7 mei organiseerden we hier een ontmoetingsdag met de hele cast van de soap. Er kwamen tweeduizend mensen op af. Na afloop maakten die allemaal een wandeling. We hadden ze verdeeld in twee groepen. Het was een indrukwekkend gezicht om er bij het vertrek duizend naar links te zien gaan en duizend naar rechts.”
Schothuis heeft ondertussen een gesprek gehad met B&W van de gemeente Losser, waar Beuningen / Dinkelo onder valt, over promotionele activiteiten. “Door de serie is Beuningen een toeristische attractie van formaat geworden. Ik zou graag zien dat er bij de bewegwijzering op de nieuwe rotonde aan het begin van het dorp een wit ANWB-bord komt met de aanduiding “Dinkelo”. Op dezelfde manier als je bijvoorbeeld het Dolfinarium aanduidt. Ik heb ook duidelijk gemaakt dat een individuele ondernemer dit allemaal niet in z’n eentje kan trekken. Er moeten flyers en folders komen met voorlichting over de toeristische mogelijkheden naar aanleiding van de soap.”
Definitief geëmancipeerd
Wie Schothuis goed beluistert, kan niet aan de conclusie ontkomen dat het Twents dankzij de streeksoap definitief is geëmancipeerd.“Ik heb vroeger hier in Azelo op het internaat gezeten. Daar kwamen jongens uit het hele land naar toe. Bij het voorstellen moest iedereen vertellen waar hij vandaan kwam. Daar kwam ik niet aan toe. Jij bent natuurlijk in deze streek geboren, werd er al in koor gezegd. Ik wist dan niet of ik trots moest zijn of niet, want ja, toen schaamden mensen zich nog een beetje voor het Twents. Dat is nu helemaal niet erg meer. Iedereen komt er recht voor uit dat hij een Twent is en dat hij Twents spreekt. Je merkt bij de mensen zelfs blijheid en trots als ze dat kunnen uiten.”
De toekomstverwachting van streektaalconsulent Bert Groothengel bouwt verder op deze blijmoedige constatering. “Twents spreken is voor ons een belangrijke manier om uiting te geven aan de eigen identiteit. Zo’n streeksoap is een ideaal middel om het Twents te stimuleren. Door de soap herontdekken mensen bovendien dat ze in hun eerste taal veel meer gevoelsschakeringen onder woorden kunnen brengen dan in het Nederlands. Daarom ben ik ervan overtuigd dat het Twents hier behouden zal blijven. Op termijn zal de positie van het Nederlands problematischer worden. Ik voorzie dat over honderd jaar Twents hier de eerste taal is en Engels de tweede.”
Voor de routes langs de filmlocaties zie: www.sterrebos.nl
Behalve over het Twents (december 2000) verschenen er in de serie “streektalen”eerder bijdragen van Dick van Niekerk over het Limburgs (augustus 2000), Drents (november 2000), Delflands ( mei 2002 en mei 2005), Gronings (juni 2001), Zeeuws (november 2001) en West - Brabants (augustus 2002)
|