De lokale partijen als “schietschijf”
door Adrie Gaasbeek
Zowel op de VPPG-Congressen van 2005 als van 2006 hebben wij de socialist Andre Krouwel, hoogleraar politicologie, als zeer bevlogen spreker ervaren. In de lawine van woorden die hij over ons uitstortte, kwam ook een stevig stukje kritiek op de lokale partijen aan de orde. Hoewel wij veel van zijn kritiek kunnen leren (en ook van de wijze waarop de PvdA tegen lokale partijen – vaak ervaren als een horzel – aankijkt), is de Vereniging van Plaatselijke Politieke Groeperingen toch van mening dat een wezenlijk deel van de geuite kritiek enigszins misplaatst is. Toen Helene Stafleu – hoofdredacteur van “Locomotie”– ons confronteerde met wat citaten uit de inleiding van de heer Krouwel en ons om een reactie vroeg, hebben wij niet geaarzeld.
Het ons voorgelegde citaat luidde : “Andre Krouwel, hoogleraar politicologie (bekend van de VPPG-Congressen in Tiel en Dronten) zou met wat prikkelende teksten de vergadering mobiliseren. Hij stelde dat de lokale partijen onstabiel, niet democratisch en niet representatief waren. De democratische problemen zijn dat men de eigen positie ontkent, regentesk is en een gesloten politiek nastreeft. Er zijn legitimiteitsproblemen (men krijgt geen steun en vertrouwen van de traditionele partijen), representatieproblemen (er is te weinig binding met de gemeentelijke organisatie) en problemen met verantwoordelijkheid en controle. De lokale partijen komen vaak voort uit onvrede over het functioneren van de lokale democratie, onvrede over het gemeentelijk beleid en het onvoldoende opkomen voor de belangen van de burgers. De partijen hebben vaak weinig leden, kennen weinig interne democratie en hebben maximaal 2 ledenvergaderingen per jaar. Landelijk worden zij achtergesteld want zij hebben geen burgemeesters, krijgen geen rijkssubsidie en ook geen zendtijd. Als hij het over de leden van lokale partijen heeft, stelt Krouwel dat de raadsleden vaak rechts en conservatief zijn, dat het vaak de oudste raadsleden en wethouders zijn, dat het voorheen vaak ambtenaren of schoolmeesters zijn, dat er weinig vrouwen participeren, dat ze instabiel, intern verdeeld en zwak zijn en dat er veel verloop en weinig kader is.”
Hierop zinvol reageren is niet eenvoudig, omdat Krouwel zoveel verschillende aspecten noemt. Velen zullen hierop totaal verschillend reageren; gebaseerd op eigen ervaringen. Ik heb gekozen voor een zestal facetten, waarin hopelijk vele lokale partijen zich zullen herkennen. Zo niet, dan biedt “Interlokaal” (het blad van de VPPG, red.) de ruimte om hierop te reageren.
-
Lokale partijen - ik heb het vaak geprobeerd - zijn op geen enkele wijze onder één noemer te brengen. De politieke kleur varieert van links tot rechts. Ook de reden van ontstaan is plaatselijk verschillend. Het gaat vaak om één of meer plaatselijke prominenten, die vinden dat de gemeentelijke afdelingen van de traditionele landelijke partijen niet in het belang van de eigen gemeentenaren handelen, maar landelijk aangestuurd worden. Eigenlijk zou het bestuur in alle Nederlandse gemeenten moeten bestaan uit lokale partijen, die in de praktijk (vanwege eigen “rules”) het beste aansluiten bij wat er onder de bevolking leeft. Zo zou het provinciaal bestuur het beste kunnen bestaan uit louter provinciale partijen en het landsbestuur uitsluitend uit landelijke partijen. Dit is ook de basis van de PON (Partijen Op Niveau)-filosofie, welke door de Limburger Fons Zinken is uitgebracht. Als je in een gemeente nu een studie zou maken van een plaatselijke lokale partij, zou je wezenlijk veel leren over de onderhavige gemeente. De plaatselijke lokale partij is meestal met geen lokale partij in een andere gemeente te vergelijken, omdat men geen enkele binding met elkaar heeft. Men is specifiek voor de eigen gemeente en kan dus uitermate goed als representatief voor die gemeente beschouwd worden. De PvdA ontkent dit, maar zou anders haar eigen graf delven.
- In 1963 werd ik voor de eerste keer bestuurslid van een lokale partij; ik was toen het eerste hoofd van de plaatselijke Ulo-school. De lokale partij heette “Vlieland vooruit”. Ik denk dat van alle partijen die er in een gemeente zijn de lokale partij het meest “open” is en zelf ook het meest publiceert in de plaatselijke bladen. Het is ook een feit dat veruit de meeste journalisten aangestuurd worden door de landelijke partijen. Het zou instructief zijn als de ledenlijsten van die partijen ook eens gepubliceerd werden. Voor een lokale partij is het vaak moeilijk om journalistieke aandacht te krijgen; hoe goed de geuite opvattingen ook mogen zijn. Blunders van politici van de traditionele landelijke partijen worden vaak met “de mantel der liefde” bedekt; bij lokale partijen worden deze breed uitgemeten. Traditionele partijen pretenderen onder alle omstandigheden democratisch te werken; in de praktijk is dat niet zelden totaal anders. De dictatuur van de meerderheid wordt te vaak als zodanig ervaren. Een klein aantal leden bepaalt in feite (volksreferenda worden geschuwd) wat er gaat gebeuren. Een ander facet daarbij is het elkaar toespelen van lucratieve baantjes. Dit zul je bij lokale partijen meestal niet zien; hier gaat het meer om de persoonlijke kwaliteiten. Het blijft toch absurd dat aanhangers van lokale partijen per definitie geen burgemeester worden. Als je spreekt van “gesloten politiek” is dat van toepassing op de traditionele partijen; zij trachten hun gelederen “gesloten” te houden.
-
In de actuele politiek is momenteel steeds meer sprake van zogenaamde. “klokkeluiders”. Zij wijzen terecht op misstanden bij de heersende klasse van de traditionele partijen. Juist de traditionele partijen - en dat blijkt ook uit een aantal recente onderzoeken - hebben thans grote problemen met verantwoordelijkheden en controle (zie het aftreden van ministers en alles wat ook nu nog met “de mantel der liefde” wordt bedekt). In dit licht bezien is het functioneren van de lokale partijen van wezenlijk belang voor onze democratie. Steeds meer blijken lokale partijen geen “one-issue”- partijen te zijn, maar “blijvertjes”. Veel lokale partijen bestaan al meer dan 50 jaar! Zij voorzien kennelijk in een behoefte en blijven meestal stabiel bij iedere volgende gemeenteraadsverkiezing. Hun aanhang van ruim 25% van het electoraat in de gemeenten is de enige stabiele factor in huidig politiek Nederland.
-
Soms sijpelen korte berichten door dat traditionele landelijke partijen lijden onder ernstig ledenverlies, omdat er kennelijk een desinteresse bestaat voor het politieke functioneren van de eigen partij. Bij de meeste lokale partijen is – voor zover mij bekend – het ledenbestand stabiel. Dit komt niet omdat men ieder jaar tenminste twee algemene ledenvergaderingen houdt, maar doordat men een veelheid aan activiteiten ontplooit. Uit eigen ervaring kan ik daarbij noemen het participeren in het steunfractieoverleg rond de politieke besluitvorming in de Raden; het regelmatig voorkomende dorpenoverleg (c.q. wijkoverleg), waar men de meningen van de burgers over actuele en plaatsgebonden onderwerpen peilt en waar de burgers ook de gelegenheid geboden wordt om “nieuwe zaken” naar voren te brengen; het uitgeven van een periodiek en het publiceren in lokale blaadjes van actuele berichten; het zelf organiseren (en betalen!) van referenda om de mening van de burgers te peilen etc. Samenvattend kan men dus stellen dat de lokale partijen veruit het meeste contact
|