|
"Onze Buren" haalt mensen van de zijlijn door Helene Stafleu Sinds een aantal jaren draait in Dordrecht het project 'Onze Buren', waarbij mensen die langdurig afhankelijk zijn van psychiatrische zorg de wijk opknappen en leefbaar houden, samen met andere vrijwilligers. Goed voor de deelnemers aan het project én goed voor de buurt. Het bord ‘Onze buren’ voert naar een schuur die eenvoudig is ingericht. Geen zoevende deuren hier. Geen receptiebalie en zachte tapijten, maar wat archiefkasten en een grote tafel waaraan het werk wordt besproken. Op de vloer liggen stoeptegels. Dit is geen plaats voor poeha, opper ik. Hieruit spreekt het motto: “handen uit de mouwen en aan het werk”. “Dat is ook precies onze insteek”, zegt projectleider Hugo Wemmers. “Dit is het centrum van waaruit we alle activiteiten ondernemen. We willen de dorpse structuur hier terugbrengen en je ziet ook dat het werkt. Onze medewerkers houden op verzoek van bewoners de tuinen bij. Andere bewoners denken dan: laat ik ook maar eens wat aan m’n tuin doen. We zijn een jaar geleden begonnen met het ophalen van zwerfvuil en het is naar mijn indruk nu schoner op staat. Mensen worden gemotiveerd om de boel schoon te houden.” Wemmers legt uit dat het project ‘Onze Buren’ drie doelstellingen heeft: “Ten eerste willen we de sociale samenhang versterken en de leefbaarheid in de wijk. Ten tweede willen we zorgen dat mensen die voorheen langs de zijlijn stonden een plek krijgen in de maatschappij. Het is de bedoeling dat ze een arbeidshouding ontwikkelen, zodat de kans groter is dat ze regulier werk krijgen. Ten derde willen we met dit project iets veranderen aan de beeldvorming rond mensen met een psychiatrische problematiek.” Om met dat laatste te beginnen: hoe is de reactie van de buurtbewoners op het project? “Je ziet”, zegt Wemmers, “dat mensen vaak een bepaald vooroordeel hebben dat ze niet uitspreken. Door het werk wat hier gebeurt, zie je dat dat beeld verandert. Wij werken samen met de woonstichting, met de politie en met het buurtcomité. We helpen mee met alle buurtfeesten en met de rommelmarkt. Daarnaast doen we ons reguliere werk. We helpen mensen in de buurt met het ophangen van een lampje of met het opruimen van de schuur, waar maar vraag naar is. Alleen bij de koopwoningen komen we nooit want die mensen kunnen het zelf betalen. Ons uitgangspunt is dat de hulp terecht moet komen bij degenen die het nodig hebben. Wij vragen drie euro per uur en daar kopen we de benodigde materialen van. Op dit moment is de vraag naar werk groter dan we kunnen aanbieden.” Met een kop koffie in de hand kijk ik de schuur rond. Het dringt tot me door dat de heer Wemmers mij niet in zijn kantoor te woord zal staan. Ten eerste heeft hij hier geen kantoor en ten tweede wordt dit project echt met de mensen zelf uitgevoerd. Zij zitten met ons om de tafel en kunnen mijn vragen rechtstreeks beantwoorden. Theo Dekker is meestal te vinden in de fietsenwerkplaats. Gevraagd wat hij het mooist vindt aan dit werk zegt hij: “Het mooiste is dat ik bezig ben, dit werk geeft me een doel in het leven. Alles is beter dan thuis zitten, want dan word je gek”. Een opmerking die de anderen aan tafel kunnen beamen. Wensley van der Meer legt uit dat onderling wordt afgesproken hoe het werk verdeeld wordt. ’s Morgens en ’s middags is er werkoverleg. Degenen die de capaciteit hebben om te overzien wie wat kan doen, zijn ‘aanspreekpunt’. Anderen sluiten zich hier bij aan. “Ik probeer daarbij niet bepalend te zijn, maar ondersteunend”, zegt Wemmers, “Het is de bedoeling dat de werkplaats zelfstandig draait. Daarom ben ik hier een dag in de week niet.” Benjamin van de Velde komt helemaal uit Zwijndrecht gereisd om aan het project deel te nemen. “Het maakt me niet uit wat voor werk ik doe”, zegt hij, “als ik maar een dagbesteding heb. De mensen uit de buurt gaan plezierig met ons om, ze zien het logo van ‘Onze Buren’ op onze jas.” Wemmers vult aan: “De buurt reageert positief want ze weten ook: als wij niet komen, komt er niemand.” De waardering van de buurt heeft uitstraling op het privéleven van de medewerkers, ze krijgen hun zelfrespect terug. Uit onderzoek*) blijkt dat bijvoorbeeld het aantal huisuitzettingen geminimaliseerd is. Maar is dit voor iedereen een geschikt recept? Wemmers: “Nee, niet iedereen kan hier werken. Je moet voldoende realiteitsbesef hebben om dit werk te kunnen doen. Je moet niet verward zijn. Ook bij andere problemen is het niet mogelijk om aan een project als dit deel te nemen. Agressie, manipulatie, iemand onder druk zetten, dat is hier uit den boze. Als zoiets zich voordoet dan bespreken we dat en proberen we daar verbetering in te brengen. Lukt dat niet dan kan iemand hier niet blijven werken. We hebben daar ook een weg in moeten vinden, zeker het eerste jaar hadden we een hoog verloop.” Als oplossing voor een specifieke groep is dit echter een concept dat volgens Wemmers overal uitgevoerd kan worden. Een jaar geleden is een kopie van dit project gestart in Tilburg. “Deze zorg kost niet veel. Een woonstichting heeft altijd wel een gebouwtje over. Verder krijgen wij geld van De Grote Rivieren (de plaatselijke organisatie voor geestelijke gezondheidszorg, red.). De gemeente heeft ons wel eens ondersteund met materiaal maar dat mag ook wel, want de wijk wordt leefbaarder door dit project.” Voorheen werkte Wemmers in een TBS-kliniek. “Ik wilde meer ruimte voor menswaardigheid en daarom was ik blij dat ik dit werk kon gaan doen. In zo’n grote instelling verdwijnt je aandeel in de grote hoop. Dat is hier anders, populairder binnen de uren dat ik nu werk, kan ik haast niet worden.” *) Kees Verschure e.a. “Onze Buren, vorm geven aan een maatschappelijk steunsysteem” Uitgeverij SWP, Amsterdam 2004
|