|
Nieuwbrief Juni/Juli 2006, Dana Kamphorst en Aleid Brouwer Multifunctionele centra: ook provincies zijn aan zet door Aleid Brouwer en Dana Kamphorst In de Locomotie van augustus 2006 wordt in twee artikelen aandacht besteed aan de problematiek in kleine kernen. Uit beide artikelen blijkt dat het initiatief voor verbetering vooral van de dorpsbewoners zelf moet komen. Niet altijd lukt het om de gemeente financieel mee te laten doen. De Partij voor het Noorden heeft onderzocht hoe provincies bij kunnen dragen aan creatieve wijzen van financiering van projecten. Sinds de opkomst van dorpshuizen in de jaren '70 en '80 hebben dorpshuizen een functie voor sociale ontmoeting. Verbreding van het platteland brengt een veranderende bevolking met zich mee en die stelt andere eisen aan een dorpshuis. Meer tweeverdieners op het platteland betekent meer behoefte aan kinderopvang. Meer jonge gezinnen betekent meer behoefte aan bijvoorbeeld een bibliotheek of (peuter)school. En een oudere bevolking heeft bijvoorbeeld behoefte aan een zorgloket. De nieuwe vorm van het dorpshuis wordt tegenwoordig vaak gezien als het multifunctionele centrum (Elsevier 2005). Het Sociaal en Cultureel Planbureau (2006) heeft recentelijk een onderzoek gedaan naar de vitaliteit op het platteland en concludeert dat het aantal (winkel)voorzieningen op het platteland en in de kleine kernen nog aan het afnemen is. De sociale cohesie komt daarnaast door het afnemen van het aantal ontmoetingsplekken in de woonkernen onder druk te staan. Voor alle dorpsbewoners, zowel ouderen als werkenden met kinderen, is het voorzieningenpeil van directe invloed op de kwaliteit van de leefomgeving in de kleine kernen. Voorzieningen die in deze behoefte kunnen voorzien zijn volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau dorpshuizen, wijksteunpunten, winkels en/of dienstenbalies. Het combineren van zulke functies in een multifunctioneel centrum wordt vaak gezien als een duurzame oplossing voor de vitaliteit van dorpen. Multifunctioneel centrum financieel niet altijd haalbaar Kan het plaatsen van een multifunctioneel centrum het dienstenniveau in een kleine kern versterken? En is dat financieel haalbaar? Deze vragen zijn actueel voor het platteland, onder meer in Noord-Nederland. Op 23 en 25 juni 2006 plaatste het Dagblad van het Noorden twee artikelen over dit onderwerp. Dit zijn tegenstrijdige berichten. In het eerste bericht staat dat in Kolham, volgens de plannen in de dorpsvisie, het dorpshuis een meer prominente rol moet gaan vervullen in de dorpsgemeenschap. Het dorpshuis moet multifunctioneel worden: met een winkel, postkantoor, bank, kroeg en activiteitencentrum. Enkele dagen later bericht het Dagblad echter dat dorpsbelangen Kolham vraagtekens stelt bij de wenselijkheid en haalbaarheid van zo’n multifunctioneel centrum. Ook in Noord-Holland is deze problematiek met regelmaat in het nieuws geweest. In de provincie Noord-Holland liep in 2005 een pilot project waarbij een ondernemer met de provincie samenwerkte om de zogenaamde hartwinkels van de grond te krijgen. Helaas moest de ondernemer zich wegens financiële problemen terugtrekken. Uit de hernieuwde plannen van de provincie blijkt dat dergelijke projecten niet alleen af zouden moeten hangen van ondernemers. De provincie is daarom in gesprek gegaan met woningbouwcorporaties, de Kamer van Koophandel en de Rabobank over samenwerking. Kortom, een multifunctioneel centrum komt niet zo maar een twee drie van de grond. Afgelopen jaar deed een projectgroep van de Partij voor het Noorden een onderzoek naar multifunctionele centra in de provincie Groningen, waarbij de volgende vragen gesteld werden. Is het multifunctionele centrum altijd een goed antwoord op de problemen van het platteland? En, hoe kunnen dergelijke projecten worden gerealiseerd? In andere woorden, op welke manier kunnen provincies, en in het bijzonder de provincie Groningen, bijdragen aan multifunctionele centra voor verbetering van het voorzieningenniveau in kleine kernen? De projectgroep deed het onderzoek door gesprekken met leden van de eigen partij die in kleine kernen wonen. Ook is gesproken met medewerkers van organisaties die bij de realisatie betrokken zijn. Noord-Nederland: relatief kleine afstanden In gesprek met leden van de Partij voor het Noorden die woonachtig zijn in kleine kernen blijkt dat de behoefte aan multifunctionele centra onder veel inwoners niet erg groot is. Veel activiteiten worden al georganiseerd in de lokale kroeg en de leden zijn bang dat een multifunctioneel centrum de commerciële haalbaarheid van het lokale café onderuit haalt. Er is zeker behoefte aan ontmoetingsplekken, maar die functie wordt vaak al vervuld door het lokale café. Daarnaast zijn de dorpsbewoners uit Noord-Nederland gewend hun boodschappen buiten de kern te doen. Een commerciële winkelfunctie (servicewinkel), geplaatst in een multifunctioneel centrum, zou daarom waarschijnlijk niet renderen. Het multifunctionele centrum is vaak te kleinschalig om alle diensten die in een kleine kern gemist worden te gaan herbergen. De diensten die gemist worden zijn voornamelijk bankzaken, kinderopvang, bibliotheek en huisartsposten, die vaak in een nabijgelegen grotere kern al wel aanwezig zijn. Het is voor het bereikbaar houden van deze voorzieningen wenselijker om extra aandacht te besteden aan het verbeteren van het openbaar vervoer naar de dichtstbijzijnde grotere plaats, waar deze functies naast uitgebreide commerciële functies al aanwezig zijn. In Noord-Nederland is de situatie voor het openbaar vervoer bijzonder slecht door de lage bevolkingsdichtheid. In provincies waar het openbaar vervoer iets beter is, zijn de bevindingen van dit onderzoek wellicht niet direct inpasbaar. Ook moet onderstreept worden dat in dorpen waar geen lokale kroeg bestaat die als ontmoetingsplaats kan fungeren, wellicht meer behoefte is aan multifunctionele centra om de sociale cohesie te waarborgen. Provincies en beleid voor multifunctionele centra Initiatieven voor verbetering van het voorzieningenniveau op het platteland, onder meer door het realiseren van multifunctionele centra, komen vaak voort uit de plattelandsbevolking zelf. De bevolking is vaak georganiseerd in dorpsbelangenverenigingen. Deze verenigingen kunnen hun plannen in veel gevallen niet realiseren zonder een bijdrage - financieel of anders - van gemeenten en provincies. Provincies stellen op verschillende manieren subsidies beschikbaar voor het realiseren van deze voorzieningen. De provincie Noord-Holland heeft een pilot project gedraaid met ‘hartwinkels’. Vergelijkbaar met de Noord-Hollandse Hartwinkels zijn de service winkels die in verschillende provincies worden gesubsidieerd. In andere provincies, zoals Gelderland en Overijssel, krijgt het Kulturhus extra aandacht: vooral gebouwen met een bijzondere architectuur kan een subsidie worden verleend. Provincies zetten hun beschikbare budgetten (onder andere Europese gelden) op verschillende manieren in. De provincie Groningen financiert uit deze middelen het Loket Leve(n)de Dorpen. Dit is een loket dat lokale initiatiefnemers ondersteunt bij de realisatie van onder meer multifunctionele centra, met bijvoorbeeld hulp bij het zoeken naar subsidies. Dit Loket is ingebed in het provinciale omgevingsbeleid en werkt nauw samen met de Vereniging Kleine Dorpen Groningen (VKDG/VGD). Een voorbeeld in Groningen-West Het Loket Levende Dorpen is een project in het westen van Groningen, dat draait sinds januari 2003. Iedereen die een idee heeft om het dorp leefbaarder te maken, kan terecht bij het Loket Levende Dorpen in de Regio West. Het loket is een gezamenlijk initiatief van de vier gemeenten in het Westerkwartier, het waterschap en de provincie. Het loket adviseert, levert ondersteuning en biedt onder bepaalde voorwaarden ook financiële ondersteuning. Dit gebeurt bijvoorbeeld door de initiatiefnemers te helpen om van een idee een goed projectplan te maken of hen wegwijs te maken bij het bij het inschakelen van de juiste partijen en instanties. In de afgelopen twee jaar zijn er ongeveer 25 projecten binnengekomen bij het loket. Een voorbeeld van zo’n project dat door het loket financieel gesteund wordt is het multifunctionele centrum in Oostwold. Sindsdien zijn er veel lokale andere initiatieven door het Loket Leve(n)de dorpen ondersteund. Het Loket is inmiddels in bijna heel Groningen beschikbaar. Uit het onderzoek van de projectgroep komt naar voren dat er vooral erg veel onduidelijkheid is in de informatievoorziening met betrekking tot ondersteuning, subsidies en financiën. Dorpen die iets willen veranderen komen terecht in een moeras van regels, onduidelijkheden en een brij van eventuele subsidiemogelijkheden. Met de komst van het Loket Leve(n)de Dorpen in de provincie Groningen is een start gemaakt deze informatievoorziening te verbeteren, maar er zijn nog wel wat punten waarom het loket vooralsnog te kort schiet. Dat wordt ook bevestigd in een evaluatie van het Loket door de provincie (Raghoebar, 2006). In deze evaluatie wordt gesteld dat het Loket vooral voor initiatiefnemers die nieuw zijn in het veld, moeilijk te vinden is. Een mogelijke oplossing is dat met het uitbreiden van de financiële mogelijkheden van het Loket wellicht een uitgebreider informatiepunt kan worden gecreëerd (bijvoorbeeld een website), waarin alle subsidiemogelijkheden (inclusief derde geld stroom fondsen zoals het Oranjefonds) en creatieve oplossingen van andere dorpen inzichtelijk worden gemaakt. Dit kan een hoger rendement bieden voor én dorpsbelangen én het Loket. Ook websites van andere provincies zijn in het kader van dit onderzoek bekeken en geëvalueerd ten aanzien van de informatievoorziening. De meeste provinciale websites gaven geen direct inzichtelijke informatie over welke subsidies waarvoor beschikbaar waren. Enkele websites hadden een subsidiewijzer en enkele provincies hebben gelijkwaardige instanties zoals het Loket Leve(n)de Dorpen in de provincie Groningen. Het evalueren van het functioneren van de informatie-infrastructuur kan voor alle provincies geen kwaad. Een landelijke digitaal overlegplatform en forum voor kennisdisseminatie voor de overheid en lokale belanghebbenden zou ook tot de mogelijkheden behoren. Bestuurlijke taakverdeling: gemeenten en provincies Veel lokale initiatiefnemers hebben te kampen met het gegeven dat provincies en gemeenten alleen gezamenlijk financieel bij kunnen dragen aan de realisering van projecten. Dit is de zogenaamde 50%-50% regeling: provincies kunnen subsidies uit Europese fondsen alleen inzetten wanneer gemeenten ook een financiële bijdrage leveren aan de te realiseren projecten. Vanwege een verslechterende financiële situatie van veel gemeenten in Nederland, zijn gemeenten vaak huiverig om hun aandeel toe te zeggen. Lokale initiatieven stranden dan, ondanks dat provinciale subsidie beschikbaar is. Deze 50%-50% regeling zou bij voorkeur flexibel opgevat moeten worden. De gemeente kan bijvoorbeeld haar 50% leveren in expertise en mankracht. Lokale initiatiefnemers hebben daarmee ook meer begeleiding bij het doorlopen van het traject van plan naar realisatie. Vooral wanneer er gewerkt wordt aan de verbetering van de informatie-infrastructuur kan inzetten van mankracht, kennis en expertise al voldoende zijn om de locale initiatiefnemers te helpen bij de realisatie van projecten. Gemeenten leveren dan daadkracht en lokale kennis en de provincie kan helpen bij het vinden en toewijzen van subsidies. Conclusies Uit het onderzoek van de projectgroep kunnen ten aanzien van het bovenstaande voor de provincie Groningen de volgende aanbevelingen worden gedaan. Dorpen moeten goed uitzoeken in hoeverre een multifunctioneel centrum wenselijk en haalbaar is. Dit is niet altijd het geval en hangt af van de situatie in het dorp, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van een lokale kroeg. Ook is de relatieve afstand tot andere kernen van belang. Voor veel kleine kernen is het wellicht verstandiger eventuele fondsen in te zetten op andere mogelijke verbeteringen, zoals de verbetering van de bereikbaarheid van de aanwezige functies in de regio, dan op het krampachtig vasthouden van een bepaald voorzieningenniveau binnen elke kern. Een verbetering van de informatie-infrastructuur bij deze zoektocht is wenselijk, zodat dorpsverenigingen beter de weg kunnen vinden naar subsidies van de provincie en andere fondsen. Het is van belang dat provincies bijdragen in de eenmalige aanloop- en investeringskosten, maar de exploitatie moet daarna sluitend zijn en dient niet afhankelijk te blijven van subsidies. In het kort: de subsidie/investering zorgt ervoor dat in de kleine kernen multifunctionele centra met een gezonde exploitatie potentie gevestigd worden, die zonder deze financiële boost van de overheid niet van de grond hadden kunnen komen. Meer weten? Elsevier (2005, WEEK 30.) Raghoebar, S.Y.A / Provincie Groningen (2006) Loket Leve(n)de Dorpen Evaluatie en toekomst. Provincie Groningen Sociaal en Cultureel Planbureau / Anja Steenbekkers, Carola Simon en Vic Veldheer (2006) Thuis op het Platteland. Den Haag. Persbericht provincie Noord Holland 21-6-2005 Dagblad van het Noorden 23 en 25 juni 2006
|