Home Locomotie 31 Redactioneel Locomotie 31
Redactioneel Locomotie 31 | Afdrukken |  E-mailadres
Locomotie 31
maandag, 03 december 2007 15:51
Redactioneel Locomotie 31

Statenverkiezingen worden gedomineerd door de landelijke politiek, dat is een feit. Daar kun je je kwaad over maken (weer een landelijke bobo op tv. Wat doet die daar? die hoort daar niet!) maar je kunt het ook positief bekijken: kennelijk vindt  provinciale politiek plaats in de luwte waar geen media-aandacht is. Geen opgejaagde politici, geen massahysterie, geen verblinding door de waan van de dag, maar bezonnenheid en bestuurlijke rust. Dat moet de kwaliteit van de besluiten wel ten goede komen, toch?
Provinciale politici worden nergens op afgerekend. Ze hoeven niet bang te zijn om de gunst van de kiezer te verspelen, want de kiezer weet toch niet wat ze doen – de kiezer weet niet eens wie ze zijn. Wat een armslag! Dat moet de kracht van het provinciale bestuur wel ten goede komen, toch?

Toch niet. Het provinciale bestuur is het zwakste bestuur wat er is. Het enige waar het over mag beslissen, namelijk de inrichting van de ruimte, wordt gedomineerd door grote landelijke projecten enerzijds en de vraatzucht van hun rupsjes nooitgenoeg (lees: de gemeenten) anderzijds. De provincie is machteloos en krachteloos.
Dikwijls komt de controlerende, toezichthoudende taak van de provincie ook niet uit de verf. In het provinciehuis is men is niet op de hoogte van de feiten. Het provinciale bestuur staat verder van zijn kiezers dan het landelijke bestuur, dat zo afhankelijk is van de kiezersgunst dat het zijn kiezers wel móet kennen. Provinciale handhaving komt te laat en wordt vaak niet doorgezet.

De bedden zijn al aardig opgeschud want het aantal Statenzetels is verminderd. Maar de vraag naar de zin van het middenbestuur blijft gonzen. Meer nog dan de strijd om een zetel in de Staten, waarover u uiteraard alles leest in dit nummer, is dit de uitdaging die voor ons ligt: zin geven aan de bestuurslaag waar iedereen zo zijn best voor doet.

Helene Stafleu