Home Locomotie 31 Het bestuurlijke barakkenkamp Nederland
Het bestuurlijke barakkenkamp Nederland | Afdrukken |  E-mailadres
Locomotie 31
maandag, 03 december 2007 16:03

Het bestuurlijke barakkenkamp Nederland

door Fons Zinken

Wij vinden het heel normaal dat de scheidsrechters en grensrechters in het betaalde voetbal geen lid zijn van een voetbalvereniging. Het arbitrale trio moet onafhankelijk zijn om belangenverstrengeling en bevoordeling te voorkomen. Waarom accepteren wij deze ongewenste belangenverstrengeling en vriendjespolitiek wel in bestuurlijk Nederland en Europa? In feite wordt daarmee onze  rechtstaat aangetast.

Volgens de Grondwet is Nederland een rechtstaat (zie beneden). Maar de werkelijkheid is helaas anders! De politieke landelijke partijen hebben van de Trias Politica en het huis van Thorbecke een barakkenkamp gemaakt waardoor Nederland geen democratische rechtstaat is maar een vriendenrepubliek. De leden van de politieke landelijke verenigingen verdelen namelijk alle leidende posities. De inwoner kiest in het stemhokje op verenigingen waarvan de leden een bepaald eigen belang voor ogen hebben. De kiezer kiest daarom geen volksvertegenwoordigers maar geeft met zijn stem een vereniging de mogelijkheid om de vriendenrepubliek te versterken. En daarvan maken de politieke landelijke verenigingen grif gebruik. Voorbeelden te over. Naast de alom bekende burgemeestersbenoemingen zijn nog talloze instanties waar de leden van de politieke landelijke verenigingen op het pluche zitten. De grote energiebedrijven, de KvK's, de landbouworganisaties, de milieufederaties, de vakbonden, aan universiteiten, Raad van State, omroeporganisaties, in allerlei adviesorganen enz. Door deze verwevenheid en belangenverstrengeling zal de roep van het volk verwaaien in de vervuilde, stoffige en mistige lucht. De politieke beslissingen sluiten daardoor niet aan op de maatschappelijke ontwikkelingen en behoeften. Dit leidt onvermijdelijk tot een kiezersopstand in de samenleving. Het barakkenkamp, de vriendenrepubliek, moet daarom met spoed gesloopt worden. Dit is een zeer belangrijke taak voor raadsleden van lokale partijen.

In samenwerking met actualiteitenprogramma Netwerk voert Motivaction sinds maart 2005 regelmatig onderzoek uit naar de tevredenheid van Nederlanders over de samenleving als totaal en op deelterreinen: de Maatschappelijke Barometer. Zolang deze barometer bestaat blijkt dat de grootste maatschappelijke ontevredenheid de politiek en de overheid betreft. 82% van onze inwoners vindt dat er wat moet veranderen aan overheid en politiek. Maar wat?

De gemeenteraadsverkiezingen van 2006 werden sterk gedomineerd door de Haagse invloedssfeer. Een schandelijke vertoning waar de media dominant aan meewerkten. Kamerleden en zelfs ministers waren plaatselijk verkiesbaar. Dat is volksverlakkerij en een ernstige aantasting van de integriteit van bestuurlijk Nederland. De collegevorming die daarop volgde moet onafhankelijke bestuurskundigen tot wanhoop gedreven hebben. Mensen die gekozen zijn als volksvertegenwoordiger, meestal als lijsttrekker, stappen zonder blikken of blozen uit de raad en worden lid van de uitvoerende macht, de colleges van B&W. Vervolgens smeden zij een snood plan voor de komende vier jaar en maken van de raad een stelletje harlekijnen. De kiezer heeft dus niets te zeggen en totaal geen beslissende invloed op het gemeenschapsbestuur. Niet verwonderlijk dat steeds meer kiezers afhaken, het maakt voor hen niets uit. Of je wordt door de hond gebeten of door de kat. Lokale en provinciale partijen willen de kiezer ervan overtuigen dat het wel degelijk uitmaakt door wie je ‘gebeten’ wordt. Vormen zij echt een alternatief of misleidden zij ook de kiezers uit eigen belang?

Dé volksvertegenwoordiger! Bestaat die?
Volgens de Grondwet bestaat die. Dé volksvertegenwoordiger moet stemmen zonder last (artikel 67 lid 3 en 129 lid 6 van de Grondwet). Dé volksvertegenwoordiger functioneert conform de eed of belofte (artikel 14 van de Provinciewet en Gemeentewet. Artikel 60 van de Grondwet). In de praktijk zul je dé volksvertegenwoordiger met lantaarn moeten zoeken en is hij of zij hoogstwaarschijnlijk te vinden in een lokale of provinciale onafhankelijke politieke partij. Dé volksvertegenwoordiger heeft grondwettelijk een bijzondere en belangrijke status. Omdat ook hij/zij als mens individuele belangen heeft, wordt van hen een zeer grote discipline en onafhankelijkheid verlangd. Die onafhankelijkheid is onmogelijk te realiseren in een politieke partijenstructuur op basis van het verenigingsrecht. Immers, in een vereniging bepalen de leden wie de vereniging waar en wanneer vertegenwoordigt en wat ze precies moeten doen. De belangen van de vereniging en de clubliefde zijn sterker dan de belangen van de gemeenschap. Dagelijks zijn er voorbeelden genoeg. Neem de raadsleden van de PvdA in een aantal grote steden. Zij sloten voor de gemeenteraadsverkiezingen een contract met Wouter Bos*. Trots werd dat voor de camera’s verteld. Los van de inhoud is deze last in strijd met de Grondwet. Op grond van dit contract hadden de PvdA kandidaten niet toegelaten mogen worden in de gemeenteraad van Rotterdam. Het gebeurt en geen professor die reageert.

Indien één en dezelfde persoon Kamerlid, Statenlid en Raadslid is of een combinatie van twee, dan is de belangenverstrengeling nog duidelijker en de grondwettelijke eed of belofte een tekst geschreven in water. Het is onmogelijk om als lid van Provinciale Staten en tevens lid van een Gemeenteraad de besluiten te objectiveren. Het provinciale belang van bijvoorbeeld de ligging van een regionaal industrieterrein kan gemakkelijk conflicteren met het lokale belang. Welke eed moet je dan de voorrang geven? Je zit met de last van een van de twee en dat is in strijd met de Grondwet.

Slopers van de barakken
Een politieke partij volgens het verenigingsrecht is niet alleen op grond van het voorgaande in strijd met de Grondwet. Ook artikel 50 van de Grondwet is cruciaal. Dat zegt dat de Eerste en Tweede Kamer het gehele Nederlandse volk vertegenwoordigen. Dit valt niet te rijmen met de uitspraken van de kamerleden dat ze met hun achterban moeten overleggen. Die achterban is niemand anders dan alle inwoners van Nederland. De achterban van een raadslid is alle inwoners van een gemeente en de achterban van een Statenlid alle inwoners van een provincie. Een volksvertegenwoordiger mag volgens onze Grondwet geen belangenbehartiger zijn van leden van een partij noch van actiegroepen! Autonoom en onafhankelijk functioneren, houdt ook in dat een politieke vereniging niet actief kan en mag zijn in de drie bestuurslagen. Nu is het nog zo dat een lid van de politieke vereniging CDA in de gemeenteraad van Maastricht de wietteelt niet mag legaliseren want dat schaadt de vereniging landelijk. Onafhankelijke afweging is dus niet mogelijk.

De kracht en invloed van lokale partijen kan naar mijn overtuiging slechts dan toenemen als zij samen strijden om de bestuurlijke organisatie in overeenstemming te brengen met de Grondwet. Dit zou de bindende gedachte kunnen zijn voor alle lokale onafhankelijke politieke partijen.

Overeenstemming met de Grondwet
Na de massale revolte van de kiezers bij de komst van Pim Fortuyn, hebben de traditionele politieke landelijke partijen na zijn dood de gelederen weer gesloten. Nog grotere schuttingen zijn opgetrokken rond het bestuurlijke barakkenkamp. Maar de kiezers zijn niet dom. De partijendictatuur zijn zij meer dan zat. Nederland kent geen volksvertegenwoordigers maar gekozen belangenbehartigers van een kleine bestuurlijke elite. Dat kan slechts gestopt worden en hersteld indien de Tweede Kamer een aantal wetten in overeenstemming brengt met de Grondwet. Maar in die Kamer hebben de lokalo’s en regionalo’s geen enkele zeggenschap.
De huidige grote partijen in de Tweede Kamer zullen er alles aan doen om hun macht verder te vergroten. Het verloren terrein in het lokale bestuur willen ze weer snel terug winnen. Dat kan slechts voorkomen worden als de lokale partijen eindelijk eens één front gaan vormen en een partij gaan steunen die de onafhankelijkheid en het functioneren van de lokale volksvertegenwoordiger wil versterken. Immers de kracht en invloed van lokale partijen kan slechts dan toenemen als zij samen strijden om de bestuurlijke organisatie in overeenstemming te brengen met de Grondwet. Dit zou de bindende gedachte moeten zijn voor alle onafhankelijke lokale politieke partijen om een stemadvies aan de kiezer te rechtvaardigen.

Kieswet
In hoofdstuk G van de Kieswet wordt beschreven waaraan een politieke partij moet voldoen om met een aanduiding aan verkiezingen deel te nemen. De belangrijkste eis is dat de politieke groepering een vereniging moet zijn met volledige rechtsbevoegdheid (art.G1). In een vereniging is de algemene ledenvergadering de hoogste macht. En dat alleen al vanwege het feit dat deze vergadering het exclusieve recht heeft de statuten, de grondregels van de vereniging, te wijzigen. De leden van de vereniging bepalen wie op de lijst komt om de belangen van hun vereniging in het te kiezen volksvertegenwoordigend orgaan te behartigen. Deze afhankelijkheid is inmiddels uitgegroeid tot een verregaande ‘voor wat hoort wat’ cultuur die zich helemaal onttrekt aan het zicht van de kiezer. Dit is in strijd met de Grondwet en met de eed of belofte die elke gekozene bij aanvaarding van het ambt uitspreekt.
De Kieswet moet daarom op twee belangrijke punten veranderen wil deze in overeenstemming zijn met de Grondwet.
1. Om de stem van de kiezer meer gewicht te geven, moet de macht van de leden van politieke verenigingen worden opgeheven. Dat kan door het stichtingenrecht van toepassing te verklaren voor politieke partijen. Immers een stichting heeft geen leden en heeft de verplichting tot inschrijving in het register van KvK van alle bestuursleden of andere dan bestuurders aan wie bevoegdheid tot vertegenwoordiging is toegekend. De volksvertegenwoordigers treden in dienst van de stichting en ontvangen ook het salaris via de stichting.
2. Een politieke partij mag slechts met één fractie meedoen aan de verkiezing van leden voor de Tweede Kamer of de Provinciale Staten of de Gemeenteraden (aanpassing art. G3 en G4).

Lokale partijen voldoen aan punt 2 en zijn wat dat betreft in overeenstemming met de onafhankelijkheid die de Grondwet eist.

Wet subsidiering politieke partijen (Wspp)
De huidige Wspp is om verschillende redenen in strijd met de Grondwet. In de tekst van de Grondwet ligt verankerd dat Nederland een gedecentraliseerde eenheidsstaat is. In deze eenheidsstaat worden bestuur en inrichting van gemeenten en provincies bij wet geregeld. De Staten-Generaal stelt deze wetten vast. Het kan niet zo zijn dat in de Kieswet wel wordt geregeld hoe de volksvertegenwoordiging van Provincie en Gemeente gekozen wordt en er vervolgens een Wspp verschijnt die lokale en provinciale afdelingen van politieke landelijke partijen financieel bevoordelen. Dit is in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Nog afgezien van het feit dat de Wspp de volksvertegenwoordiger aanzet tot handelen in strijd met het uitoefenen van het ambt zonder last.

Er zou een Politieke Partijenwet (PPW) moeten komen waarin de financiering van politieke partijen, ook lokaal en provinciaal, wordt geregeld. Subsidiering van politieke partijen vindt zijn rechtvaardiging in de gedachte dat democratie het hoogste goed is voor een evenwichtige samenleving. De bevolking heeft er immers baat bij dat hun wil zo goed mogelijk wordt uitgevoerd, dus dat de democratie optimaal functioneert. Daarom dient de verkiezingsuitslag uitgangspunt te zijn van het subsidiesysteem voor alle politieke partijen. Voor elke stem die op een partij wordt uitgebracht, krijgt die partij een vast bedrag aan subsidie. De subsidie geldt als een jaarlijkse uitkering gedurende de zittingsperiode. De partij betaalt uit deze subsidie de volksvertegenwoordigers, de ondersteunende krachten, de verkiezingscampagne en alle verdere kosten.
Uitgezonderd de partij(en) die geen zetels heeft(hebben) behaald. Die partij(en) heeft(hebben) recht op een eenmalige uitkering op basis van het aantal gekregen stemmen. Het is een premie voor de investering die gepleegd is om de kiezers naar de stembus te krijgen. Ook deze partijen werken in belangrijke mate mee aan bevordering van de democratie.

Een volledige dagtaak
In onze complexe materialistisch georiënteerde samenleving passen geen vrijetijdsvolksvertegenwoordigers. Om de functie goed te kunnen vervullen, is het een dagtaak. Zonder inzicht in maatschappelijke problemen en wensen valt niet te sturen. Een effectieve volksvertegenwoordiger of bestuurder baseert zich daarbij op feiten en niet op beelden. Met goed publieksonderzoek zijn deze feiten naar boven te halen.

Als ‘vrije tijd’raadslid is het in de huidige samenleving onmogelijk om inzicht te krijgen in de maatschappelijke wensen. Daarnaast kan het raadslid, als vrijwilliger met een kleine vergoeding, geen invulling geven aan zijn positie als onafhankelijke volksvertegenwoordiger. Meestal hebben raadsleden ook nog een baan en die baas heeft ook zijn eisen. Ook is het raadslid afhankelijk van de uitvoerende macht, het College en ambtelijke organisatie. Deze professionele organisatie heerst en dat is in strijd met het dualisme van de democratische rechtstaat.

Een Raadslid en Statenlid moeten 24 uur invulling kunnen geven aan hun functie als intermediair tussen de inwoners en respectievelijk het College van B&W en GS. Daarom moeten lokale partijen zich samen sterk maken om de kwaliteit van het raadlidmaatschap en lokale autonomie te verbeteren. De politieke partij als stichting rekruteert mensen met een gelijkgericht gedrag en houding. Binnen die partij is dan sprake van een gemeenschappelijke waardenoriëntatie.

Een volksvertegenwoordiger is een geheel ander type dan de bestuurder in de uitvoerende macht. Als tussenpersoon moet hij/zij goed kunnen luisteren naar de burgers en creatief zijn in het vinden van oplossingen die door een meerderheid van een gemeenschap worden gedragen. De volksvertegenwoordiging geeft opdracht aan het College om hun wensen uit te voeren en controleert of de uitvoering voldoet aan hun wil. Hun wil is immers de wil van het volk. In dit dualistische systeem leidt een politieke partij mensen niet op in bedrijfsvoering en de techniek van de uitvoering. Hoe wegen worden aangelegd, hoe zuiveringsinstallaties moeten werken, hoe scholen het beste functioneren, enzovoort, daarvoor hebben wij onafhankelijke scholen en instituten.

Indien je als volksvertegenwoordiger wordt gekozen, mag je de kiezers niet teleurstellen door over te stappen naar een College van B&W of GS. In die Colleges horen vakbekwame en onafhankelijke (partijloze) mensen te worden benoemd.

Voordelen van het hiervoor geschetste:
1. Kwalitatief betere en fulltime volksvertegenwoordigers;
2. Volksvertegenwoordigers die door de kiezer elk moment van de dag te benaderen zijn en omgekeerd;
3. Onafhankelijke volksvertegenwoordigers vanwege de bedrijfsmatige grondslag;
4. Afsplitsing van de fractie is het nemen van ontslag en wordt daardoor tot een minimum beperkt;
5. De kiezer weet voor welke verkiezing hij/zij naar de stemcomputer gaat;
6. Optimale invulling van het dualisme;
7. Weg met 'spookleden' in een vertegenwoordigend orgaan;
8. Kostenbesparing

Ongewenste dictaten
De wereld staat niet vier jaren stil. De zogenaamde beloften in verkiezingsprogramma’s hebben de afgelopen decennia geleid tot een gigantische kloof tussen bestuurlijk Nederland en de kiezer. Beloften die je niet kunt waar maken ondermijnen het vertrouwen, het geloof en de integriteit van de volksvertegenwoordiging. Dat vliegtuigen zich in torens boren kan niet voorspeld worden. Wel hebben zulke gebeurtenissen gevolgen voor de maatschappij. Daarop moet je kunnen inspelen. Helaas verklaren vele gekozenen het verkiezingsprogramma heilig. Coalitieakkoorden zijn in strijd met de Grondwet. De volksvertegenwoordiging - de Gemeenteraad, de Provinciale Staten en de Tweede-Kamer - is de baas en bepaalt elk jaar het programma voor het volgende jaar, aldus ons duale stelsel. Met coalitieakkoorden geeft de volksvertegenwoordiging alle macht aan de uitvoerende macht. Dat noemen we partijdictatuur en dat is ver weg van een democratische rechtstaat.

Dé stabiele factor in een democratische rechtstaat.
In een democratische rechtstaat is de onafhankelijke uitvoerende en rechterlijke macht de stabiele factor. De wetgevende macht, dus de volksvertegenwoordigende organen, zijn veranderlijk en daarom in een bepaalde mate instabiel. De kiezers bepalen welke mensen met welke waardenoriëntatie hen vertegenwoordigen. Ex-minister Donner gaf dat zeer treffend aan met zijn opmerking over de invoering van de Sharia. Als tweederde van de Nederlandse bevolking Islamitisch is, zal er ook een andere samenstelling van de volksvertegenwoordiging zijn. In Staphorst zul je als katholiek weinig invloed krijgen terwijl in de provincie Limburg de katholieken de macht nog altijd bepalen.
Nu is bestuurlijk Nederland instabiel omdat de hele uitvoerende macht naar huis gestuurd kan worden door een kleine partij als D’66. Ook de rechterlijke macht is daarvan afhankelijk. In al die maatschappelijke instanties en organen heersen de leden van de politieke landelijke verenigingen. Ook binnen de ambtelijke organisaties waardoor deze te machtig zijn. Zij sturen bestuurders en bovenal volksvertegenwoordigers aan. Veelal leidt dit tot interne gerichtheid, intern macht- en positiespel. Daardoor ontstaat wantrouwen tussen volksvertegenwoordigers en ambtelijke organisatie waarvan externe adviesbureaus, meestal geleidt door vrienden uit hun politieke verenigingen, optimaal gebruik maken.

Nederland moet verlost worden van de partijdictatuur en van de ambtelijke dominantie. Een goed beleid gaat uit van het sturen, stimuleren en voorwaarden scheppen voor een evenwichtige en bovenal rechtvaardige maatschappelijke ontwikkeling waarbij de uitvoering wordt overgelaten aan de mensen die daarvoor de kennis hebben. De volksvertegenwoordiging gaat niet op de directiestoelen zitten bij de uitvoering van het beleid. Zij rekenen af op geleverde prestaties. Het uitgangspunt is dat een algemene bestuursdienst verantwoordelijk is voor een juiste vertaling van het beleid naar uitvoering. De uitvoering kan geschieden door specifieke zelfstandige bestuursdiensten of en vooral door particuliere bedrijven. Aan het hoofd van de algemene bestuursdienst van een gemeente staat B&W, van een provincie GS en van de Tweede Kamer het Kabinet. De president-commissaris van de bestuursdienst wordt door de volksvertegenwoordiging benoemd voor een periode van 6 jaar. Deze persoon heeft een doorslaggevende rol bij de benoeming van de wethouders c.q. gedeputeerden en ministers/staatssecretarissen. Het wegsturen van leden van de uitvoerende organisatie door volksvertegenwoordigingen dient geen enkel democratisch belang. Het hoofd van de algemene bestuursdienst is verantwoordelijk en kan daarop worden aangesproken.

Tot slot
Er zal niets veranderen zolang de provincies en gemeenten partijpolitieke dependances zijn, zolang politieke landelijke partijen de macht willen in alle gekozen volksvertegenwoordigende organen. Die belangenverstrengeling moet allereerst worden doorgeknipt om de democratische processen te optimaliseren. Clubliefde in de huidige politieke landelijke partijenstructuur leidt tot regentisme, arrogantie, onrechtvaardigheid en ernstige aantasting van de integriteit. De leden zijn te dominant waardoor democratische processen worden gebruuskeerd.

Het bestuurlijke en politieke klimaat is nog te redden. We moeten de ruimte geven aan onafhankelijke volksvertegenwoordigers die op elk bestuurlijk niveau werken volgens het principe: think globally, act locally. Afgevaardigden die functioneren onder het motto: "Zolang de ezel zakken draagt, heeft de molenaar (vul in kiezer) hem lief". De volksvertegenwoordiger als pakezel met op zijn rug de roep van het volk en niet de last van zijn partij.

----

Democratie
Bij democratie (demos = volk) berust de regeringsmacht bij de ingezetenen van een territoir. De burgers hebben dan het bewind gezamenlijk in handen. Deze zuiverste vorm van democratie wordt absolute of directe democratie genoemd. In enkele kantons van Zwitserland worden de wetten nog door de gezamenlijke burgers vastgesteld. En in sommige landen (o.a. in Zweden) kunnen de onderdanen zich bij referendum voor of tegen een bepaalde zaak uitspreken.

Wil er van democratie sprake zijn dan is het noodzakelijk dat:
A.    De gemeenschap van mensen een beslissende invloed heeft op het gemeenschapsbestuur;
B.    De grondrechten of gemeenschapsrechten voor elk individu van die gemeenschap van mensen gewaarborgd zijn;
C.    Vrijheid van meningsuiting en vereniging onderdeel uitmaken van de onder B bedoelde rechten.

Volgens velen is een directe democratie feitelijk onmogelijk. Zo ook in Nederland. De burgers kiezen afgevaardigden (volksvertegenwoordigers) aan wie het vaststellen van wetten en het toezicht op de middelen (personeel, geld en informatie) is opgedragen. Deze vorm wordt representatieve democratie genoemd.  

Rechtstaat
Om van een staat te spreken heeft men nodig:
1.    een gemeenschap van mensen (onderdanen),
2.    die een bepaald grondgebied bewoont (territoir),
3.    en die onder een bepaald gezag (regering) staat.

Er is door de eeuwen heen veel geschreven en gediscussieerd over de wijze waarop een bepaald gezag het beste kan worden georganiseerd. Met name de Franse staatsrechtgeleerde Montesquieu is daarbij van grote invloed geweest. In zijn boek 'L'esprit des lois' uit 1748 stelde hij dat de staatsrechtelijke vrijheid van de burgers alleen dan verzekerd zal zijn wanneer het staatsgezag wordt uitgeoefend door een aantal afzonderlijke, van elkaar onafhankelijke en elkaar in evenwicht houdende organen. Om dat evenwicht vorm te geven verdeelt hij het staatsgezag in drie machten. Dat zijn de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechterlijke macht. Deze leer, die bekend is als de Trias Politica, vindt men in onze grondwet (constitutie) formeel terug.
De staten in de wereld die de onafhankelijkheid van de drie organen, de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht, hebben vormgegeven, worden aangemerkt als rechtstaten.