|
serie: Statenverkiezingen 2007
Provinciale partijen
Wat willen zij?
Aan de komende Statenverkiezingen doen maar liefst eenentwintig provinciale partijen mee. De meeste daarvan zijn aangesloten bij de OSF en naar verwachting zullen hun kandidaten, als ze in de Staten komen, stemmen op een gezamenlijke onafhankelijke kandidaat. Wie zijn al die mensen en wat willen zij?
Wie de kandidatenlijsten overziet, merkt dat er drie hoofdstromen zijn in onafhankelijk Nederland. De grootste stroom komt vanuit de plaatselijke partijen, die soms al decennia bestaan. Daarnaast (en gedeeltelijk overlappend) zien we een stroom van mensen die ten tijde van de Leefbaar Nederland-beweging politiek ontwaakt zijn en verder is er een stroom mensen die buiten deze kaders tot onafhankelijke partijvorming zijn gekomen: vanuit nationaal gevoel (Zeeuwen en Friezen) of vanuit een bepaalde staatkundige opvatting (Partij voor het Noorden). Van de groene/anarchistische stroming, die bij de totstandkoming van de OSF nog van belang was, zijn bijna geen vertegenwoordigers meer terug te vinden op de kandidatenlijsten.
“Het bestuur dichter bij de mensen brengen” is een uitgangspunt dat onafhankelijken gemeen hebben, om vervolgens uiteen te waaieren als het gaat om de gewenste bestuurlijke inrichting van ons land. Moeten we de positie van de provincie versterken? Of de provincie afschaffen en landsdelen inrichten? Zoals u in dit artikel kunt lezen, wordt daar heel verschillend over gedacht.
Gelderland
Laten we eerst eens gaan kijken in Gelderland. In deze provincie doet één onafhankelijke partij mee: Gelderland Lokaal met lijsttrekker Harald van Roekel. Hij stond bij de parlementsverkiezingen van 2002 op de negende plaats bij Leefbaar Nederland. Van Roekel (1968) is raadslid voor de stadspartij in Wageningen.
Op zijn weblog staat te lezen: “Gelderland Lokaal wil dat de keuzes en de beslissingen voor eigen dorp, stad en streek weer daar komen te liggen waar die horen en wel bij de lokale politiek en bij de burgers. En als fractievoorzitter en lid van een lokale partij kan ik dat alleen maar toejuichen.
Ik ben van mening dat geld voor bijvoorbeeld de jeugdzorg, daklozen, senioren, stedelijke vernieuwing etc. eigenlijk gelijk naar de gemeentes toe moet zonder dat de provincie daar nog een keer tussen zit. Wat weten zij nu eigenlijk op dat provinciehuis van Wageningen (Of van bijvoorbeeld Tiel, Zevenaar, Barneveld, Nijmegen, etc.)? Nee in Wageningen weten wij zelf erg goed wat wij wel of niet willen.
Wel is de provincie wel erg handig als toezichthouder waar het gaat om natuur, milieu, wegen etc. Daarom kiezen de Gelderse lokalen voor een erg groen, duurzaam, sociaal maar ook realistisch programma. Geen verstening van het platteland en de steden. Behoud van voorzieningen in wijken en dorpen. Inzetten op kennis, economie en onderwijs. En natuurlijk goed “toegankelijk” en betaalbaar openbaar vervoer.”
Zuid-Holland
Deze doelstellingen, bondig en helder geformuleerd, komen we veel tegen bij provinciale partijen. Bijna allemaal willen ze een versterking van de ruimtelijke kwaliteit, ofwel: meer goen en minder stenen. De voorman van Leefbaar Zuid Holland, Ronald Sørensen, is hierin wel het meest radicaal: ,,De provincie moet zich enkel en alleen bezighouden met het milieu. Koop al het boerenland op en maak er een groot recreatiegebied van.’’ Zo tekende het Algemeen Dagblad op bij zijn aantreden.
In hetzelfde artikel (AD, 26 december 2006) stond te lezen dat Sørensen het provinciebestuur zo snel mogelijk op wil heffen: ,,Dat is precies dezelfde reden waarom ik in de regioraad zit. Om tegen al die bestuurders te zeggen: waar zijn jullie in hemelsnaam mee bezig?’’ Volgens Sørensen kunnen alle taken van de provincie worden overgenomen door het Rijk of de gemeenten. ,,Ze hebben een ’bestuurder cultuur en jeugd’. Wat een onzin, dat kunnen steden toch best zelf?! Daar moeten ze zich gewoon niet mee bemoeien. De Provinciale Staten zijn een relict uit de zeventiende eeuw. ’’ Het programma van LZ is overigens heel wat gematigder op dit punt.
In Zuid-Holland is een concurrent op het toneel verschenen in de vorm van een partij met de naam 'Lokaal Zuid-Holland'. Het is een samenwerkingsverband van enkele lokale partijen. Contacten met de OSF zijn nog pril.
Balkanisering?
In Drenthe doen inmiddels drie OSF-partijen mee. Lijsttrekker van de Onafhankelijke Partij Drenthe is Charles de Haas, medeoprichter van deze partij en al sinds 1995 lid van de OPD-Statenfractie. Lijsttrekker voor de Partij voor het Noorden is -in deze provincie- vakbondsman Leo Benjamins.
Drents Belang, dat een lijstverbinding heeft met de Verenigde Seniorenpartij wordt als vanouds aangevoerd door Casper Kloos hoewel de lijst aanvankelijk getrokken zou worden door Liesbeth Beving-Philips. Zij staat inmiddels derde op de lijst van “Actief Drenthe”, waarop we ook “oude rot” Adri Gaasbeek aantreffen. Deze partij staat onder leiding van twee ex-VVDers en profileert zich als platform voor lokale partijen.
Groningen
In Groningen doet de partij voor het Noorden mee onder leiding van de huidige fractievoorzitter, Teun Jan Zanen. Deze partij werkt vanuit een sterk regionaal zelfbewustzijn. Op de website wordt een portret geschetst van het noorden als “een eigenzinnige, Europees georiënteerde regio”. De toon is emanciperend; met een positieve beleving van de eigen identiteit. Dat vinden we bijvoorbeeld ook bij de Limburgers en de Zeeuwen, maar de PvhN theoretiseert meer en heeft een meer internationale visie. Noord-Nederland wordt gepositioneerd naast het Ruhrgebied en de Randstad. Deze ruime blik is misschien te verklaren door het feit dat de partij een sterke binding heeft met de Groningse universiteit. Vanuit dit centrum wordt de positie verder verstevigd en uitgebouwd.
---
Van criticaster tot roerganger
Het elan is terug bij de Partij voor Zeeland. Na een tamelijk kleurloze periode is de partij de laatste maanden vrijwel permanent in het nieuws. Vooral de vroege afwijzing van de ontpolderingsplannen lijkt de Zeeuwse onafhankelijken veel goodwill op te leveren. Uit onderzoek blijkt dat de Zeeuwse bevolking voor tweederde tegen ontpolderen is.
De consequente, vastberaden opstelling van de PvZ staat in schril contrast met de wankelmoedigheid van de grote partijen, die aanvankelijk voor waren en met hun houding nu geen raad weten.
De nieuwe lijsttrekker, Johan Robesin, kijkt daarom met “enig optimisme” uit naar de verkiezingen. “Wij hebben nu twee zetels. Die moeten we kunnen houden, ook al gaat het totale aantal bij ons terug van 45 naar 39. Misschien zit er wel een derde zetel in.”
“Doe het dan alstublieft zelf, Johan!”
Dat was de reactie die Johan Robesin kreeg toen hij in het voorjaar tijdens de ledenvergadering zijn zorgen kenbaar maakte over de volgens hem “veel te gemoedelijke” gang van zaken binnen de PvZ. De medeoprichter van de partij, die op dat moment nog de portefeuille PR beheerde, was verrast. Hij nam niettemin zijn verantwoordelijkheid. Robesin wilde wil lijsttrekker worden op voorwaarde dat alle geledingen hem zouden steunen. Zo geschiedde.
“Vanaf dat moment is de zaak weer gaan draaien. De organisatie klopt, we zitten in de politiek overal bovenop en we zijn de hele week door in het nieuws.”
De geboren Zeeuws -Vlaming Robesin kent zijn provincie van binnen en van buiten. Op een paar periodes na heeft hij er zijn hele leven gewoond. In zijn arbeidzaam leven was hij twaalf jaar actief in de dagbladjournalistiek en vervolgens vijf jaar voorlichter bij de gemeente Terneuzen. Daarna heeft hij samen met zijn vrouw dertig jaar een eigen bedrijf gerund dat hij enkele maanden geleden van de hand heeft gedaan. Robesin is niet alleen politiek actief. Hij is al jarenlang een verdienstelijke zanger bij de St. David’s Minstrels. (zie foto) Daarnaast is hij adviseur van de “Stichting Hendrik Jan van Daele”, die zich sterk maakt voor een internationaal woordenboekenmuseum in het Zeeuws-Vlaamse Sluis.
Antenne voor wat Zeeland wel en niet wil
De wederopstanding van de PvZ is volgens Robesin te danken aan de “feilloze antenne” die de partij heeft ontwikkeld “voor wat de Zeeuwen wél en niét willen.”
“Neem de kwestie van de ontpoldering, die actueel is rondom de Westerschelde. De Antwerpse havenbaronnen willen dat de Westerschelde verder uitgediept wordt en strooien daartoe met een flinke zak geld. Maar voor verdieping van de Westerschelde is wel nodig dat De Braakman ontpolderd moet worden.”
De grote partijen in Zeeland waren daar aanvankelijk voor. Maar enkele tientallen jaren geleden heeft Johan Robesin al een boek geschreven waarin wordt aangetoond dat inpoldering juist essentieel is voor net behoud van de waterstaatkundige veiligheid van het gebied.
“Dat besef komt nu ook bij de coalitiepartijen terug. Je ziet ze op twee gedachten hinken: moeten we voor het geld kiezen of voor de veiligheid? Wij van de PvZ hebben echter van meet af aan “nee” tegen ontpoldering gezegd. We merken heel goed dat onze bevolking het waardeert dat wij als enige partij daaraan ferm vasthouden. Wij weigeren om honderden hectaren landbouwgrond terug te geven aan de rivier. Ook al omdat wij het absolute behoud van de Zeeuwse visserij en landbouw nastreven.”
“Marijnissentaal”
Als het gaat om de plannen voor één high tech mammoetziekenhuis in de provincie, staat de PvZ ook op de barricade. Een ander zwaar programmapunt is het voornemen van de PvZ om de toltarieven voor de passage van de Westerscheldetunnel omlaag te brengen. Robesin: “Daarnaast willen we dat er een reductiepas komt voor veelgebruikers.” Opvallend in het programma is verder het voorstel om in de daluren gratis openbaar vervoer te creëren voor 65 – plussers en jongeren.
Taalliefhebber Robesin belooft dat hij zich in heldere en voor iedereen begrijpelijke taal in de Staten zal profileren. “Wij willen af van het ambtelijke gezwatel en van het krampachtig communiceren binnen protocollen. Wij zullen klip en klaar en in aangename taal zeggen waar het op staat.”
Hij heeft daarvoor al een term bedacht: “Marijnissentaal”. “Jan Marijnissen moet voor ons politici allemaal een voorbeeld zijn. Hij weet zijn verhaal zo helder te brengen dat iedereen hem begrijpt.”
PNL: Uniek lijsttrekkerduo staat voor politiek van onderop
De Partij Nieuw Limburg gaat resoluut verder met de nieuwe koers van de afgelopen jaren. De PNL is geen pure oppositiepartij meer. De fractie blijft kritisch, maar neemt ook opbouwende initiatieven en zoekt samenwerking op kernpunten.
Twee lijsttrekkers verpersoonlijken die aanpak. Piet Franssen (Gulpen-Wittem), de huidige fractieleider, voert de kieslijst van Zuid-Limburg aan en Wilbert Hendriks (Tegelen) staat nummer een in Noord- en Midden-Limburg. De PNL heeft op dit moment twee zetels in Limburg. Het totale aantal Statenzetels gaat terug van 63 naar 47.
De PNL is terug bij haar wortels. De lokale politieke groeperingen geven weer kleur en inhoud aan de standpunten van de partij. Fijntjes hebben de Limburgse lokalen een paar jaar geleden laten weten dat de Partij Nieuw Limburg op een “echte” partij ging lijken. Er werd te veel van bovenaf bepaald.
De huidige Limburgse Statenleden en kandidaten leggen bij alle onderwerpen die zich aandienen, hun oor nu eerst te luisteren bij de achterban. Daarna gaan ze met de verworven gegevens en informatie aan de slag. Dit heeft tot de unieke situatie geleid dat er in Limburg twee verschillende lijstaanvoerders zijn.
Piet Franssen heeft dertig jaar een prominente rol gespeeld in de politiek van Gulpen-Wittem, waar hij steeds met voorkeursstemmen in de raad kwam.
Wilbert Hendriks was in 1998 de medeoprichter van de Tegelse Democraten en zit, na de gemeentelijke herindeling, voor de Lokale Democraten in de Venlose Raad.
Draagvlak bij de lokale partijen en bij allochtonen
Wilbert Hendriks (45) was “enorm verrast” toen hij de vraag kreeg om lijstrekker te worden. Op een ambitieuze carrièrepoliticus lijkt hij dan ook bepaald niet. Eerder komt hij over als een onderwijsman in hart en nieren die zijn idealen ook in de plaatselijke en regionale politiek probeert te verwezenlijken.
“Ik ben al tweeëntwintig jaar praktijkdocent op het vmbo en ben in al die jaren iedere ochtend fluitend naar mijn werk gegaan. Mij zul je nooit horen over die zogenaamd onhandelbare jeugd. De jongeren zijn wel degelijk te motiveren. Daarvoor is wel eens een stapje extra in hun richting nodig. Daarom vind ik het ook uitermate belangrijk dat onze provincie geld gaat vrij maken voor speciale onderwijskundige begeleiding van de jongeren die dat nodig hebben, van basisschool tot universitair onderwijs.”
Hendriks richt zich uitdrukkelijk op versterking van de banden met de lokale partijen. “Morgenavond heb ik nog een gesprek met een plaatselijke politieke coryfee uit Echt. Met dit soort gesprekken staat mijn agenda momenteel vol. Ook ga ik het draagvlak voor de Partij Nieuw Limburg onder de allochtone groep vergroten, hoe lastig dat ook is!”
Noord – Limburg als logistiek centrum
Hendriks zal alle initiatieven ondersteunen die bevorderen dat de regio Venlo uitgroeit tot een belangrijk logistiek centrum. “De kansen hierop zijn groot vooral als je kijkt naar het gigantische Duitse achterland. Ook de ontwikkeling van de glastuinbouw is belangrijk voor de economische ontwikkeling van onze streek. Daarom kan de A73, de nieuwe autoweg door Limburg, niet snel genoeg klaar zijn. Het wordt de levensader voor dit gebied.”
Versterking van de Limburgse identiteit staat hoog op de prioriteitenlijst van de geboren Tegelenaar Hendriks. “We moeten verder gaan met de promotie van onze Limburgse taal, want gebruik van het dialect geeft meteen iets warms in de omgang. Ook met de uitbouw van onze streekproducten zijn we op de goede weg. Die versterken het wij-gevoel. Want eerlijk gezegd: Limburgers kunnen best wat meer zelfbewustzijn gebruiken.”
Hendriks heeft voor de komende zittingsperiode een hartenwens: “Het zou mooi zijn als over vier jaar het toerisme, ook vanuit België en Duitsland, in de hele provincie steviger geworteld zou zijn. Er liggen op dit terrein nog veel kansen waarvan we ons nog niet voldoende bewust zijn. Voor het benutten daarvan is wel fantasie en creativiteit nodig. Dat zie je aan het succes van een megaproject als het nieuwe outletcentrum bij Roermond. Met het eventueel te ontwikkelen experiencepark in Venlo zou het dezelfde kant op kunnen gaan.”
Constructief waar mogelijk
De nieuwe koers van de PNL is vooral het werk van haar politiek leider Piet Franssen. Onder zijn leiding werden “politiek van onderop” en “constructief waar mogelijk” gevleugelde uitdrukkingen.
“Wij hebben bewust gekozen voor een opstelling waarin we kritisch blijven maar toch openstaan voor toenadering. Zo groeit er ook een situatie waarin de grote partijen ons als kleine partij ook wel eens iets gunnen.”
De PNL-leider noemt een paar successen: “Er is geld gekomen voor de promotie van streekproducten. Door een motie in te dienen hebben we er mede voor gezorgd dat er geen accijns wordt geheven op de koolzaadolie. Bij ons is dat een belangrijk product: Limburg produceert jaarlijks twee miljoen liter. Verder hebben wij bereikt dat het college van Gedeputeerde Staten Rijkswaterstaat aanspreekt op haar verantwoordelijkheid inzake de bewaking van de kwaliteit van het Maaswater. Het grote Gaïa-dierenpark bij Kerkrade is een toeristische trekpleister van jewelste. Tijdens de begrotingsvergadering heeft de fractie van PNL er bij GS op aangedrongen om de uitbreiding hiervan financieel mede te ondersteunen. Provinciale Staten staan hier positief tegen over. Tot voor kort was het Kerkraadse dierenpark een uitsluitend particulier gedragen initiatief.”
Een gekozen PNL - burgemeester
Franssen, ambtenaar bij het ministerie van LNV, stond vier jaar geleden zesde op de lijst maar werd met voorkeursstemmen gekozen. “Waarschijnlijk kennen de mensen mij goed omdat ik tijdens al die jaren in de politiek een groot netwerk heb opgebouwd. Daarnaast ben ik een goede bekende van de natuurbeschermers, en van de beoefenaars van de bij ons populaire vis- en duivensport.”
Volgens Franssen vormen de talrijke Limburgse verenigingen en de gemeenschapshuizen in de dorpen “het hart” van de Limburgse samenleving.
“Daarom willen wij dat er meer middelen komen om de dorpshuizen in goede staat te houden. Daarnaast maken wij ons sterk voor gratis openbaar vervoer voor 65-plussers en invaliden. En….we vinden het tijd worden voor lessen Limburgs op de scholen.”
Twee aandachtspunten zijn Franssen persoonlijk aan het hart gebakken. “Ik zie graag meer parken en bossen voor dagrecreatie rondom onze grote steden. En...ik ga bevorderen dat de PNL ook, liefst gekozen, burgemeesters gaat leveren. !”
“FOAR IN STERK FRYSLÂN”
“It moat earliker, sosjaler, Frysker!” Onder dit heldere motto gaat de Fryske Nasjonale Partij (FNP) de campagne voor de Statenverkiezingen in. Johannes Kramer is voor de tweede achtereenvolgende maal lijsttrekker. Tevens is hij kandidaat-gedeputeerde.
In Fryslân gaat het zeteltal terug van 55 naar 44. De FNP heeft momenteel zeven zetels en zou er bij een gelijkblijvend aantal FNP - stemmers vijf overhouden.
Johannes Kramer studeerde juridisch - politieke wetenschappen en werkte vòòr zijn politieke loopbaan als raadsgriffier. Als fractiemedewerker van de FNP leerde hij het politieke ambacht én zijn provincie van binnen en van buiten kennen. In het dagelijkse leven werkt Kramer als manager bij een gemeente. Hij is 39 jaar en woont met zijn vrouw Christina, zoon Tjits (3) en dochter Gooitske (1) in Sibrandabuorren,
Kramer staat te boek als een talentvolle, doortastende politicus en een messcherpe debater. In 2004 werd hij winnaar van de landelijke debatingwedstrijd voor Statenleden. Met Kramer aan het roer is de FNP-fractie een factor van betekenis geworden in de provinciale politiek. Onder zijn leiding boekte de FNP in 2003 een grote verkiezingsoverwinning, mede dankzij het indertijd brandend actuele “antizweeftreinstandpunt”.
Socialer, groener en Frysker
Kramer: “We waren in 2003 heel dicht bij een plaats in het college, maar we wilden ons niet compromitteren omdat de andere partijen de zweeftrein niet wilden loslaten. Dit heeft ons in de Staten lang een soort brugfunctie opgeleverd tussen CDA en VVD enerzijds en het linkse blok anderzijds. Voor allebei de blokken gold dat ze onze stemmen nodig hadden, als ze aan een meerderheid wilden komen. Zo hebben we aardig wat kunnen sturen. Bijvoorbeeld bij de besluitvorming over het openbaar vervoer en het streekplan. Door steun aan de PvdA hebben we ook de proefboringen naar waddengas nog steeds kunnen voorkomen. Daarnaast hebben we de doorslag gegeven bij het positieve besluit over het Fries Museum. De stemverhouding was toen: 27 - 26.”
Kramer en zijn fractie gaan zich inzetten “foar in sterk Fryslân” door “beter gebruik te maken van de mogelijkheden die Fryslân en de Friezen bezitten. Daarbij moet het maar eens afgelopen zijn met al die megaprojecten van asfalt en beton. De FNP vindt het belangrijker dat er een socialer, groener en voor Frysker Fryslân komt.”
Een eigen universiteit
De FNP zal zich vooral sterk maken op zeven herkenbare onderwerpen:
-Een overheid met een menselijk gezicht die dicht bij de burgers staat; dat betekent dat de provincie behouden blijft en er geen gedwongen gemeentelijke herindelingen komen;
- Beter onderwijs. Alle scholen in Fryslân dienen drietalig te zijn;
- Veiligheid bij de waterbeheersing is weer een prioriteit;
- Beter gebruik van de beschikbare ruimte, meer woningen voor starters en eigen bevolking, geen “landgoedwonen”;
- Fryslân dient een eigen universiteit te krijgen;
- De gasopbrengsten dienen beter verdeeld te worden;
- Er komt geen Zuiderzee-lijn.
Haags “geneuzel” kan regionale partijen in de kaart spelen
Aan een vooruitblik waagt de raspoliticus Kramer zich liever niet.
“Ik ben bang dat de Statenverkiezingen sterk gekleurd gaan worden door alles wat er in Den Haag is gebeurd sinds de landelijke verkiezingen van 22 november 2006.
Volgens Kramer kan het voor de regionale partijen bij de Statenverkiezingen “twee kanten” opgaan. “Ofwel de mensen laten bij het uitbrengen van hun stem de landelijke verhoudingen meetellen. Ofwel de mensen willen een signaal dat ze het onbegrijpelijke geneuzel in den Haag zo beu zijn dat ze hun stem geven aan een partij die klip en klaar gaat voor de belangen in hun eigen omgeving. Dat laatste zou dan gunstig kunnen zijn voor ons. Wij van de FNP hebben in ieder geval in een naar mijn smaak geslaagde tv-spot al een beetje op deze situatie gepreludeerd."
“BRABANT IS EEN GOED MERK”
Even als vier jaar geleden is Aloysia Jetten weer lijsttrekker van de Brabantse onafhankelijken. De Brabanders wilden af van de steeds terugkerende ongewenste associaties die hun naam (Leefbaar Brabant – BOF) de afgelopen zittingsperiode opriep. Zij exponeren zich nu onder de nieuwe naam: “De Brabantse Partij”.
Aloysia Jetten verdedigt één statenzetel en ziet “redelijke kansen” voor uitbreiding. Het totale zeteltal gaat van 79 naar 55.
Niet alleen de naam is nieuw, ook de mogelijkheid tot lidmaatschap van De Brabantse Partij is anders. Voorheen was het lidmaatschap voorbehouden aan leden van onafhankelijke plaatselijke groeperingen. “Nu kan iedereen lid worden en daardoor zie ik steeds nieuwe gezichten,” aldus Aloysia Jetten. “Ik ga er dan ook van uit dat dit keer heel wat meer kiezers ons zullen steunen dan in 2002.”
Zonder kleine partijen zou er misschien niets veranderen
De Brabantse eenpersoonsfractie heeft zich de afgelopen vier jaar duchtig geroerd, maar toch waren er tal van momenten dat Aloysia Jetten via een grotere fractie met meer invloed had willen spreken.
Daarbij kwam dat nieuwe, sprankelende ideeën van haar fractie aanvankelijk werden weggehoond. “Maar na een tijdje kwamen de grote partijen plotseling met hetzelfde idee en dan deden ze alsof ze het zelf bedacht hadden. Ik heb al snel aandacht gevraagd voor verbetering van de treinverbinding tussen Roosendaal dan wel Bergen op Zoom en België. Daarop kregen we absoluut geen respons, totdat het CDA ermee op de proppen kwam. Dan gebeurt er nog onmiddellijk iets aan ook! Een ander voorbeeld. Wij hebben als eersten het parkeerbeleid voor gehandicapten in onze provincie aangekaart. Geen reactie! Na twee jaar komt het CDA met een voorstel daarover, waarvoor ineens een ruime meerderheid was!”
Alysia Jetten benadrukt de positieve kant van deze gang van zaken: “Hieruit blijkt dat wij als kleine partij indirect wel degelijk invloed hebben. Voor ons telt uiteindelijk dat er dingen gebeuren die goed zijn voor Brabant en de Brabanders.
Wij van de Brabantse partij willen graag iets toevoegen en niet alleen maar opeten, consumeren en de rommel achterlaten voor wie dan leeft en zorgt.”
Een visie op de toekomst
“Wij vinden het belangrijk dat Brabant mooi en leefbaar blijft, en niet geofferd wordt aan de nieuwe god, die “vooruitgang” heet. En daarmee doelen we vooral op de industrie, het toenemende asfalt, grootschalige, intensieve veeteelt en glastuinbouw.
Daarom benadrukken we in de Staten steeds dat er dringend een visie ontwikkeld moet worden. Hoe gaat het verder moet met ons platteland, hoe willen we dat Brabant er over twintig jaar uitziet, hoe blijft de leefbaarheid van stad en dorp gewaarborgd, hoe willen we ons vervoeren? Als je naar de plannen kijkt, lijken we alleen maar verder te willen met de economie - van - dik – geld - verdienen.
Brabant: sport- en cultuurprovincie
Maar er zijn ook zaken waarop Aloysia Jetten als Brabantse onverholen “trots” is. “Wij vonden dat onze vaarwegen niet meer aan de kwaliteitseisen van deze tijd voldeden. Voor de verbetering is geld op tafel gekomen en het resultaat mag er zijn: de Brabantse vaarwegen zijn enorm verbeterd.”
Jetten c.s. willen bijdragen aan de verdere ontwikkeling van Brabant als sportprovincie “Met gouden medailles bij zwemmen, paardrijden en wielrennen waren wij – Brabant dus - bij de Spelen in Athene het tiende sportland van de wereld. Adel verplicht. Wij willen extra geld voor de uitbreiding van sportopleiding en –opvoeding in Brabant.”
Jetten en haar partij koesteren de specifiek Brabantse cultuur. “Zo’n Brabantse literatuurgeschiedenis als nu is uitgekomen, dat is toch uniek! De inspanningen tot het behoud van de Brabantse streektaal spreken ons ook enorm aan. Wij hadden pas in ons dorp de Gildedagen. Prachtig om te zien! Ongelooflijk hoeveel mensen daar op af komen!”
“Brabant moet van ons ook meer gebruik maken van de afgestudeerden van de talloze culturele opleidingen die we hebben. Ik noem maar: de school voor danskunst, die voor architectuur en voor ontwerpers, en de design academy. Wij gaan ons inspannen om die studenten ook hier te houden door hen in de provincie werkgelegenheid te geven. Dat zou de culturele uitstraling van Brabant provincie nog verhogen! Want laat over één ding geen misverstand verstaan: Brabant is gewoon een goed merk.”
Wie de kandidatenlijsten overziet, merkt dat er drie hoofdstromen zijn
in onafhankelijk Nederland. De grootste stroom komt vanuit de
plaatselijke partijen, die soms al decennia bestaan. Daarnaast (en
gedeeltelijk overlappend) zien we een stroom van mensen die ten tijde
van de Leefbaar Nederland-beweging politiek ontwaakt zijn en verder is
er een stroom mensen die buiten deze kaders tot onafhankelijke
partijvorming zijn gekomen: vanuit nationaal gevoel (Zeeuwen en
Friezen) of vanuit een bepaalde staatkundige opvatting (Partij voor het
Noorden). Van de groene/anarchistische stroming, die bij de
totstandkoming van de OSF nog van belang was, zijn bijna geen
vertegenwoordigers meer terug te vinden op de kandidatenlijsten.
“Het bestuur dichter bij de mensen brengen” is een uitgangspunt dat
onafhankelijken gemeen hebben, om vervolgens uiteen te waaieren als het
gaat om de gewenste bestuurlijke inrichting van ons land. Moeten we de
positie van de provincie versterken? Of de provincie afschaffen en
landsdelen inrichten? Zoals u in dit artikel kunt lezen, wordt daar
heel verschillend over gedacht.
Gelderland
Laten we eerst eens gaan kijken in Gelderland. In deze provincie doet
één onafhankelijke partij mee: Gelderland Lokaal met lijsttrekker
Harald van Roekel. Hij stond bij de parlementsverkiezingen van 2002 op
de negende plaats bij Leefbaar Nederland. Van Roekel (1968) is raadslid
voor de stadspartij in Wageningen.
Op zijn weblog staat te lezen: “Gelderland Lokaal wil dat de keuzes en
de beslissingen voor eigen dorp, stad en streek weer daar komen te
liggen waar die horen en wel bij de lokale politiek en bij de burgers.
En als fractievoorzitter en lid van een lokale partij kan ik dat alleen
maar toejuichen.
Ik ben van mening dat geld voor bijvoorbeeld de jeugdzorg, daklozen,
senioren, stedelijke vernieuwing etc. eigenlijk gelijk naar de
gemeentes toe moet zonder dat de provincie daar nog een keer tussen
zit. Wat weten zij nu eigenlijk op dat provinciehuis van Wageningen (Of
van bijvoorbeeld Tiel, Zevenaar, Barneveld, Nijmegen, etc.)? Nee in
Wageningen weten wij zelf erg goed wat wij wel of niet willen.
Wel is de provincie wel erg handig als toezichthouder waar het gaat om
natuur, milieu, wegen etc. Daarom kiezen de Gelderse lokalen voor een
erg groen, duurzaam, sociaal maar ook realistisch programma. Geen
verstening van het platteland en de steden. Behoud van voorzieningen in
wijken en dorpen. Inzetten op kennis, economie en onderwijs. En
natuurlijk goed “toegankelijk” en betaalbaar openbaar vervoer.”
Zuid-Holland
Deze doelstellingen, bondig en helder geformuleerd, komen we veel tegen
bij provinciale partijen. Bijna allemaal willen ze een versterking van
de ruimtelijke kwaliteit, ofwel: meer goen en minder stenen. De voorman
van Leefbaar Zuid Holland, Ronald Sørensen, is hierin wel het meest
radicaal: ,,De provincie moet zich enkel en alleen bezighouden met het
milieu. Koop al het boerenland op en maak er een groot recreatiegebied
van.’’ Zo tekende het Algemeen Dagblad op bij zijn aantreden.
In hetzelfde artikel (AD, 26 december 2006) stond te lezen dat Sørensen
het provinciebestuur zo snel mogelijk op wil heffen: ,,Dat is precies
dezelfde reden waarom ik in de regioraad zit. Om tegen al die
bestuurders te zeggen: waar zijn jullie in hemelsnaam mee bezig?’’
Volgens Sørensen kunnen alle taken van de provincie worden overgenomen
door het Rijk of de gemeenten. ,,Ze hebben een ’bestuurder cultuur en
jeugd’. Wat een onzin, dat kunnen steden toch best zelf?! Daar moeten
ze zich gewoon niet mee bemoeien. De Provinciale Staten zijn een relict
uit de zeventiende eeuw. ’’ Het programma van LZ is overigens heel wat
gematigder op dit punt.
In Zuid-Holland is een concurrent op het toneel verschenen in de vorm
van een partij met de naam 'Lokaal Zuid-Holland'. Het is een
samenwerkingsverband van enkele lokale partijen. Contacten met de OSF
zijn nog pril.
Balkanisering?
In Drenthe doen inmiddels drie OSF-partijen mee. Lijsttrekker van de
Onafhankelijke Partij Drenthe is Charles de Haas, medeoprichter van
deze partij en al sinds 1995 lid van de OPD-Statenfractie. Lijsttrekker
voor de Partij voor het Noorden is -in deze provincie- vakbondsman Leo
Benjamins.
Drents Belang, dat een lijstverbinding heeft met de Verenigde
Seniorenpartij wordt als vanouds aangevoerd door Casper Kloos hoewel de
lijst aanvankelijk getrokken zou worden door Liesbeth Beving-Philips.
Zij staat inmiddels derde op de lijst van “Actief Drenthe”, waarop we
ook “oude rot” Adri Gaasbeek aantreffen. Deze partij staat onder
leiding van twee ex-VVDers en profileert zich als platform voor lokale
partijen.
Groningen
In Groningen doet de partij voor het Noorden mee onder leiding van de
huidige fractievoorzitter, Teun Jan Zanen. Deze partij werkt vanuit een
sterk regionaal zelfbewustzijn. Op de website wordt een portret
geschetst van het noorden als “een eigenzinnige, Europees georiënteerde
regio”. De toon is emanciperend; met een positieve beleving van de
eigen identiteit. Dat vinden we bijvoorbeeld ook bij de Limburgers en
de Zeeuwen, maar de PvhN theoretiseert meer en heeft een meer
internationale visie. Noord-Nederland wordt gepositioneerd naast het
Ruhrgebied en de Randstad. Deze ruime blik is misschien te verklaren
door het feit dat de partij een sterke binding heeft met de Groningse
universiteit. Vanuit dit centrum wordt de positie verder verstevigd en
uitgebouwd. (hs)
|