Home Locomotie 33 Anders kijken naar naoorlogse wijken
Anders kijken naar naoorlogse wijken | Afdrukken |  E-mailadres
Locomotie 33
maandag, 03 december 2007 13:08
Anders kijken naar naoorlogse wijken - door Helene Stafleu


Volgens minister Vogelaar zijn er veertig ‘probleemwijken’ in Nederland, waar het kabinet extra in moet investeren. Het gaat hierbij veelal om in verval geraakte stadsuitbreiding uit de jaren vijftig en zestig, met een straatbeeld van monotone flats. Ooit waren deze wijken vernieuwend. Loont het wellicht de moeite om op zoek te gaan naar het idealisme waarmee ze ontworpen zijn? Kunnen wij wellicht ook de schoonheid van deze bouwstijl weer leren waarderen, voordat deze monumenten van beton en glas allemaal tegen de vlakte gaan?

In 2006 heeft de afdeling monumenten van de gemeente Utrecht de cultuurhistorische waarde van dit nog jonge erfgoed in kaart laten brengen. Het onderzoek, uitgevoerd door Marinke Steenhuis en Paul Meurs, omvat tien Utrechtse wijken waarvan er drie op de lijst van Vogelaar staan: Kanaleneiland, Overvecht en Zuilen-Oost. Uit het onderzoek kwam naar voren dat er in deze wijken een rijke variatie aan bebouwing was en een ruime hoeveelheid groen. De kwaliteit van de woningen –vrijwel uitsluitend sociale huurwoningen- bleek redelijk.
Vaak wordt er van dit type woningen gezegd dat ze “verouderd” zijn en besluit men tot sloop en nieuwbouw. Maar het is waarschijnlijk eerder de sociale problematiek in de wijken die de beleidsmakers tot sloop doet besluiten, dan de bouwtechnische kwaliteit. Die is namelijk zo slecht nog niet.

Licht, lucht en ruimte
Na de Tweede wereldoorlog was de woningnood  een groot maatschappelijke probleem in ons land. Er kwam op grote schaal stadsuitbreiding, waarbij de ‘wijkgedachte’ leidend was: steden moesten opgebouwd zijn uit herkenbare buurten die als hechte gemeenschappen functioneerden met een centrum waar allerlei voorzieningen waren en voor elke gezindte een kerk. Ook voor het bouwproces waren het andere tijden: de gemeente was sterk en machtig, de ambtelijke lijnen waren kort, de diensten hadden een grote autonomie en het bouwtempo lag hoog.
 “De eerste bewoners van de wijken in de jaren vijftig en zestig waren tevreden over hun woningen,” zo beschrijft het rapport bij het onderzoek, met de titel Utrecht NOW (naoorlogse wijken). “Vaak hadden ze nooit een eigen huis gehad of waren ze uit kleine bedompte huizen afkomstig. De luxe van licht, lucht en ruimte, in combinatie met een geanimeerd buurtleven, werd positief ervaren. Maar aan het einde van de jaren zestig ging het mis. De schaal van de nieuwe wijken liep uit de hand, de eentonigheid en de technocratische bouwproductie overvleugelde de ideologie van een gezonde, sociale samenleving.”
Hierna leidden maatschappelijke veranderingen tot een andere manier van bouwen. “De behoefte aan privacy en toenemende individualisering zetten de collectiviteit, die zo sterk uit de wijken spreekt, onder druk. Flats kregen een negatief imago vanwege de onpersoonlijke schaal. Hoogbouwplannen werden omgewerkt tot laagbouw, de eigen woonplek werd het middelpunt van de wereld: het woonerf was geboren.”

We zien nu dat de cirkel weer gesloten is. Honderd jaar geleden werden steden gebouwd met gesloten bouwblokken: de straat voor het huis was publiek domein met de voorgevel van het huis als het gezicht naar buiten. Aan de achterkant hadden de bewoners hun privédomein in de beslotenheid van achtertuinen en balkons, die enkel voor de bewoners van het blok te zien waren.
Het “Nieuwe Bouwen”  verfoeide deze knusheid. Het gesloten bouwblok werd vervangen door flats die open waren naar alle zijden. Er was alleen nog publiek domein rondom de woning en in die publieke ruimte zou zich het gemeenschapsleven afspelen. Het bleek in de praktijk niet te werken, men miste geborgenheid. In een tegenbeweging ontstonden de woonerven in de jaren zeventig, waarin huizen alleen maar privésfeer rondom hadden: zowel voor als achter het huis lag een achtertuin. De straat was een hofje, alleen voor de bewoners.
Maar dit was teveel van het goede. In de woonerven was geen plaats voor het openbare leven, de knusheid werkte verstikkend. Heldere elementen als pleinen en brede lanen ontbraken en de wijken misten een duidelijke structuur.
Nu zijn we terug waar we honderd jaar geleden ook waren: bij het gesloten bouwblok. De voorgevel fier naar buiten gericht en de achtertuin veilig afgesloten van de boze buitenwereld. Maar wat moeten we doen met de wijken uit voorgaande jaren?

Bij cultuurliefhebbers staat de bouwkunst van kort na de oorlog volop in de belangstelling. Ze bezoeken tentoonstellingen over die periode en maken een fietsexcursie naar de wijken uit die tijd – nu ze er nog staan. Als je er van een afstand naar kijkt, zijn de vormen zeker interessant. Maar hoe is het om er te wonen? Met name in de wijken die in de jaren zestig gebouwd zijn, blijft het moeilijk om je prettig te voelen bij al die eendere ramen en deuren en die rechte straten waar de wind doorheen giert. Het is een feit dat maar weinig mensen uit eigen vrije wil hier gaan wonen en misschien komt dat doordat deze bouwstijl te weinig geborgenheid biedt. Deze wijken moeten mogelijk aangepast worden, maar niet beslist geheel vervangen.
Het rapport pleit er niet voor om naoorlogse wijken tot beschermd stadsgezicht te maken of een lijst van behoudenswaardige objecten vast te stellen, zoals monumentenzorg normaalgesproken werkt. De wijken zijn daarvoor te grootschalig en de druk tot veranderen is te groot. Maar wel roept het rapport op om de wezenlijke kenmerken van deze bouwstijl - de grote maat, de repeterende elementen - basis te laten zijn voor verdere ontwikkeling. De structuur van de wijken kan behouden blijven. Met renovatie, aanpassing en beperkte nieuwbouw die aansluit op het bestaande, kan voortgeborduurd worden op een wijk die daardoor een nieuwe “historische laag” krijgt. Het resultaat is dan een vitale wijk met een eigen karakter en een doorlopende geschiedenis.

Voor meer informatie over de studie “Utrecht NOW” kunt u terecht bij de sector monumenten van de gemeente Utrecht: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. of 030-2864381