|
Streektalen: Het Noord-Hollands |
| Afdrukken | |
E-mailadres |
|
Locomotie 34
|
|
zaterdag, 14 juni 2008 11:46 |
|
|
Door Dick van Niekerk
Creatief met het
westfries
|
wetenschap is het Westfries eerder te
zien als een zelfstandige ontwikkeling uit
de kusttalen (het zogenaamde Ingveoons)
die van oudsher aan de Noordzeekust
zijn gesproken. Dat kan verklaren
dat er ook overeenkomsten zijn
met het Zeeuws en West-Vlaams, ja,
zelfs met het Engels.
Een algemeen kenmerk van de Westfriese
dialecten is de zogenaamde ontronding:
u wordt è. Voor Nederlands
brug, mug, knuppel enz. gebruiken de
West-Friezen dus vormen als breg, meg
(mig) en kneppel. Deze klankontwikkeling
is ook terug te vinden in het West-
Vlaams en Zeeuws. De West-Friezen
maken van de oorspronkelijke Nederlandse
e-klank in bijvoorbeeld derde en
hersens een a (darde, harses). De Nederlandse
aa duikt in het Westfries vaak
op als een ‘ei’ of “ee”: schaap wordt
skeip - skeep.
Logés
Te warskip gaan (uit logeren gaan) hebben
de West-Friezen onlangs als hun
mooiste woordcombinatie gekozen.
Warskip gaat terug op het Nederlandse
woord “waard”, gastheer, èn op “schap”,
dat “de functie hebbend van” betekent.
Warksippe is logeren en warskipper is
een logeergast. De oorspronkelijke betekenis
is onthaal, feestmaal. Omdat
men voor een waardschap wel een paar
nachten moest overblijven, ligt het voor
de hand dat te waardschap gaan logeren
is gaan betekenen. Het spreekwoord
warskippers en vis bloive drie dage fris
zal nu ook duidelijk zijn: logés moeten
niet te lang blijven.
Sprage eindigde bij de verkiezing van het
mooiste woord als tweede. Het heeft
voor veel West-Friezen een speciale gevoelswaarde
en betekent: lekker op een
stoel buiten zitten genieten van het
(voorjaars)zonnetje. Kroet is uitschot,
afval van vruchten. Het gaat terug op
Nederlands schroot en ook op kruid,
dat in sommige streken afval van bladeren
betekent.
|
|
“Warskippers en vis bloive drie dage fris”. Wat zouden de
West-Friezen daarmee willen zeggen? Wat betekenen “kroet”
en “sprage”? En waar heeft de Oostzaner het over als hij de
uitdrukking gebruikt: “De aker is in de bak gevallen”?
|
|
In het deel van Noord-Holland dat
boven het IJ ligt zijn er globaal vier
dialectgroepen
te onderscheiden: het
Kennemerlands, het Waterlands, het
Zaans en het Westfries. Hoewel de onderlinge
verschillen niet altijd even duidelijk
aanwijsbaar zijn, lijkt het Westfries
van deze vier streektalen het best verankerd
in het taalbewustzijn van de gebruiker.
Westfries wordt naar schatting
door zo’n 50.000 mensen gesproken.
Mede onder impuls van de Stichting
Creatief Westfries ontwikkelt het zich
heel geleidelijk ook tot een schrijftaal.
De stichting borduurt daarmee voort
op een initiatief van Nel van Laren -
Zwuup uit de jaren tachtig. Zij gaf twee
keer per jaar zes avonden in Schagen
een schrijfcursus onder het motto “Wat
doene we met oôs Westfries?”
Deze cursussen werden zo goed bezocht
dat het antwoord op de titelvraag
van de cursus niet anders kon
luiden als: “Gebruike!”. Dat gebeurt
onder andere in het tijdschrift “Skroivendevort”,
dat sinds 1988 bestaat. Vier
schrijfgroepen -van samen zo’n vijftig
“skroiflede”- vervaardigen op zogenaamde
“skroifeivende” (schrijfavonden)
artikelen en gedichten over de
meest uiteenlopende onderwerpen.
Een voorbeeld is het gedicht van Ina
Broekhuizen - Slot uit Wognum:
|
Bloid
Met een lach in d'r oge
stapt buurvrouw ons huis in.
"Ik heb ‘r groôt nuws," is 't eerst wat ze
zoit.
Met een lach in d'r woorde
vertelt ze gauw verder:
"We hewwe 'n nuw kloinkind, twei weke
voor toid!
Ja, 't is net geboren
ze belde zopassies
ik most 't vezelf an ien mens effies
kwoit!"
Met een lach in d'r hart liep
ze toe weer de deur uit -
nuw leven dat maakt ‘r de mense zo
bloid!
|
 |
 |
|
“Beurse(n)de” mannen in Oostzaan
Het Oostzaans neemt binnen het Noord
– Hollandse streektaallandschap een bijzondere
plaats in. De taal van Oostzaan
(9000 inwoners, onder de rook van Amsterdam)
heeft zich heel lang authentiek
kunnen handhaven. Het is een mengeling
van Zaanlands, West-Fries, Amsterdams
en Jiddisch. Een enthousiaste werkgroep
heeft het door migratie “bedreigde”
Oostzaans vier jaar geleden onder het
veelzeggende motto Wat ons nog te binnen
skoot vastgelegd in een prachtig geïllustreerd
woordenboek. Dat het vijf
voor twaalf was met deze documentatie
ten dienste van het nageslacht, blijkt op
de titelpagina. Drie leden hebben de publicatie
niet mogen meemaken!
Op de foto zien we enkele Oostzaners
genoeglijk beurse. Betekenis: “in de
vroege avonduren praten over van alles
en nog wat door de mannen, soms ook
vrouwen, op een vaste plaats.” Die plek
was de centrale driesprong van het dorp
waar men uitzicht had op de wegen naar
Purmerend, Amsterdam en Zaandam.
De uitdrukking De aker is in de bak gevallen
|
gevallen
illustreert treffend hoe kleurrijk
de streektaal manoeuvreert op het snijvlak
van ernst en luim. “Aker” staat voor
eikel, vrucht van een eik. De betekenis
van de uitdrukking is: onbedoeld zwanger
geraakt. “Dit werd gezegd van een
stelletje dat daardoor moest trouwen.
Na een kermis of festiviteit niet ongebruikelijk.
In een tijd dat er geen anticonceptiemiddelen
bestonden of dat |
men ze niet durfde te kopen, is het niet
verwonderlijk dat de aker nogal eens in
de bak viel,” vermeldt het woordenboek
er droogjes als toelichting bij. Het Westfries
kent een variant van deze uitdrukking.
Westfries aker betekent naast eikel
ook putemmertje, dat in de regenton of
–bak water ophaalt. De aker in de bak
valle leite betekent: (ongewenst) vader
worden. n
|

Beurse(n)de mannen op een centrale verzamelplek in Oostzaan (1930)
foto Collectie Oudheidkamer Oostzaan
|
|
|
Laatst aangepast op zaterdag, 14 juni 2008 12:09 |