|
Waterlander in opmars (artikel) |
| Afdrukken | |
E-mailadres |
|
Locomotie 34
|
|
zaterdag, 14 juni 2008 13:32 |
|
Door A.J. Snel
Waterlanders in
opmars
De waterlanders maken van dit land een gatenkaas. Ooit was er de
truttigheid rond de biels. Heel Nederland moest in voor- en achtertuin
worden afgebiesd met door de spoorwegen afgedankte, in creosoot
gedrenkte balken. Dat ging vervelen. Vandaar dat iets anders is
verzonnen. De nieuwe kneuterigheid in het kwadraat behelst het
toelaten van water in polders die ooit zwaar werden bevochten op
de zee.
|
slotsom
dat land teruggeven aan water geboden
is. Een beetje de houding van een
bange hond die bij eerste onraad al voor
de zekerheid met de pootjes omhoog
op de rug gaat liggen.
Anderen zien liever wuivend riet dan
wuivend graan en streven ernaar de vegetatie
van de toekomst, die nu nog
door velen abusievelijk wordt aangezien
voor onkruid, rijkelijk van water te
voorzien. Het gaat hier om mensen die
op kantoor de koffie nuttigen uit een
mok van aardewerk, zonder te bedenken
hoeveel water en zeepsop de reiniging
van het vaatwerk vergt.
Dan zijn er lieden die een heilig geloof
in de ontwikkeling van aquacultuur paren
aan een grote kennis van de wegen
die leiden naar de subsidieruif die de
overheid voor dit doel heeft gevuld.
Voor de teelt van zoute groenten en
lekkere dieren is water nodig, en dus zal
er water komen.
|
|
In Groningen kent men de ontwikkeling
van de Blauwestad, hetgeen neerkomt
op het prijsgeven van zo’n 1.150 hectare
grond in het Oldambt. Daar is water gemaakt.
Ten behoeve van natuur en ten
faveure van de vermogende Nederlander
die ook eens graag een tijdje vanuit
zijn woning over het water wil staren.
In Noord-Holland moet de landbouw
worden verdreven uit de Wieringermeer.
Ook daar wordt zo’n 1.000 hectare
ruimte gecreëerd voor de beter gesitueerde
landgenoot, die de stem van het
water wil horen.
In Zeeland moet 600 hectare polder
worden weergegeven aan de zee. Op
grond van een verdrag met de Belgen.
Men spreekt van natuurcompensatie,
want het woord ‘ontpolderen’ is in de
Zeeuwse contreien, waar de stem van
het water zo vaak te luid heeft geklonken,
een vloek.
Het Zuid-Hollandse landbouweiland
Tiengemeten is omgezet in duizend hectare
natuur. ‘Echte, wilde natuur’, roepen
bestuurders ons via internet toe. Hetgeen
doet vermoeden dat er in dit goede
vaderland ook tamme namaaknatuur
bestaat. Een gedachte die de dichter J.C.
Bloem al eens zó verwoordde:
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant.
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.
|
De waterlanders; ze vormen een verzameling
van lieden die nogal verrassend
en schijnbaar zonder overleg eenzelfde
doel zijn gaan nastreven. Het zijn de projectontwikkelaars
die het hem doen.
|
 |
|
Het zijn de milieufundamentalisten die
het hem doen. Het zijn de bestuurders
van ‘het nieuwe denken’ die het hem
doen. Ach, voor wie niet eerder heeft
gedacht is alle denken nieuw.
De overwegingen der waterlanders zijn
divers van aard. Sommigen kijken somber
in de richting van de smeltende
Noordpoolkap en komen tot de
|
Ook lopen er nogal wat bestuurders
rond die tijdens hun overpeinzingen
omtrent stimulansen voor hun regio
overvallen worden door megalomanie.
Ze zien hun hallucinaties aan voor visionair
denken en vergeten dat huizen bouwen
één ding is, maar die aan de man en
vrouw brengen een tweede. En ze hebben
niet in de gaten dat hun collega’s
van één of meer provincies verderop |
|
precies hetzelfde zitten te verzinnen.
Het resultaat is dat verdringing op de
woningmarkt op de loer ligt.
De slachtoffers? Om te beginnen zijn
dat de boeren die van hun land af moeten
en steeds lastiger elders aan grond
kunnen komen om hun stiel te kunnen
blijven bedrijven. Maar er zijn meer verliezers.
De samenleving, die toch al ver
afstaat van de gecultiveerde natuur van
waaruit ons voedsel moet komen, zal
worden geconfronteerd met verloederde
in plaats van goed onderhouden
landschappen. En met handenvol villaa
tjes die voor de verandering niet tegen
een heuvel maar aan de wallenkant zijn
gedrapeerd.
|
 |
|
De landbouw heeft, nog maar kort geleden,
in een sfeer van crisis verkeerd.
Boeren zagen hun inkomen krimpen en
kregen te horen dat hun inspanningen
eigenlijk nauwelijks meer op prijs gesteld
werden. Depressie alom in de
landbouw. Maar die tijd is voorbij. Wereldwijd
neemt de vraag naar akkerbouwproducten
toe. Het ziet ernaar uit
dat de agrariër weer het respect gaat
terugkrijgen waarop hij decennia geleden,
toen de Tweede Wereldoorlog nog
vers in het geheugen lag, kon bogen. De
productie van voedsel, en mogelijk gewassen
voor biobrandstof, zal in
|
toenemende
mate gewaardeerd worden,
maatschappelijk en financieel.
Intussen groeit de hang naar het wonen
aan water, eerst klein- en later grootschalig.
En er moet natuur bijkomen. Een
kleine rondgang langs aan de OSF gelieerde
statenleden uit Groningen,
Noord-Holland en Zeeland, waar de
waterlanders momenteel volop in actie
zijn, toont dat binnen de partijen die
met name ook uit zijn op het behoud
van de eigen identiteit, weinig applaus
klatert.
Teun Jan Zanen van de Partij voor het
Noorden: ‘Het idee met Blauwestad was |
een impuls te geven aan een gebied in
Oost Groningen waar de werkloosheid
hoog was en er naast de landbouw niet
veel bestond. Er is landbouwgrond opgeofferd
ten behoeve van de nouveau
riche uit de Randstad, die mooi met de
zweeftrein naar en van Groningen zou
kunnen reizen. Die zweeftrein, daar is
intussen van afgezien door de regering.
Maar los daarvan, voor ons is het zeer
de vraag of er veel rijke lieden naar Groningen
willen komen. Is dat niet het geval,
dan loop je het risico dat je mensen
vanuit de eigen streek wegzuigt naar
Blauwestad en dat geeft dan dus elders
afbraak. Dan zijn er bezwaren van landschappelijke
aard. Je verandert met de
bouw van zo’n stad het open karakter’.
Zanen ziet overigens geen aanleiding, nu
de beslissing eenmaal is genomen en de
stad wordt ontwikkeld, een uitsluitend
negatieve opstelling te kiezen. ‘Wij zijn
democraat genoeg om, als de meerderheid
een besluit heeft genomen waar
wij nadrukkelijk tegen waren, constructief
mee te denken over de uitvoering.
Binnen het provinciebestuur heerst optimisme
over de kans van slagen van het
project. Er wordt gesproken over een
goede uitgifte van kavels grond. Ik vind
dat het plan in dit stadium een kans
moet hebben, maar ik ben er zeker niet
gerust op dat het zo zal uitpakken als de
voorstanders dachten. Er zijn nogal wat
niet-realistische ideeën geopperd. Voor
|
 |
|
mij hangt het allemaal nog’.
En dan is er enige vrees voor een explosie
van muggen in het gebied: ‘Een paar
keer een echt neefjesjaar, en we hebben
er een nieuw probleem bij’.
Piet Bruijstens van de Ouderenpartij
NH/VSP heeft voor het onlangs door
de Noord-Hollandse Staten aanvaarde
Masterplan businesscase Wieringerrandmeer
geen goed woord over. ’Er
gaat zo’n duizend hectare landbouwgrond
van hoge kwaliteit verloren die
nergens gecompenseerd wordt. Daar
krjgen we een randmeer voor terug
met duizenden villa’s aan de oevers en
hier en daar een partijtje riet met een
steiger en een pannenkoekenhuis waar
je een kano kunt huren. Volgens gedeputeerde
Hooijmaijers (ruimtelijke ordening)
en zijn vazallen gebeurt er te weinig
in de Kop van Noord-Holland. Het
moet per omgaande in Florida worden
veranderd, met chaletparken aan het
water. Intussen gaat het mooie landschap
naar de knoppen. Men is totaal
aan de realiteit van nu voorbijgegaan.
Zo’n tien, twaalf jaar geleden, toen het
plan in een eerste fase verkeerde, zat de
landbouw in een kritieke fase. De situatie
is nu geheel anders. Ik vind het zielig
dat de politiek geen nee durft te zeggen
nu de perspectieven voor de landbouw
gunstig zijn geworden. Daar komt bij dat
de provincie enorme financiële risico’s
loopt. Er is geen enkele zekerheid dat
de aantallen woningen die zijn gepland
ook werkelijk verkocht kunnen worden.
De markt dicteert de capaciteit, dat is
de realiteit’.
Bruijstens heeft grote twijfel over de
vraag of het masterplan werkgelegenheid
zal opleveren. Hij rekent voor dat
dertig boerenbedrijven teloorgaan.
Daarbij telt hij op het verlies van werk
in het verlengde van de agrarische ondernemingen
en dan komt hij op een
vermindering met 100 tot 125 arbeidsplaatsen.
‘Het is de bedoeling dat verloren
gegane werkgelegenheid terugkomt
in de vorm van een toeristische,
|
recreatieve
sector. Dat staat zeer te bezien.
De hele Kop van Noord-Holland probeert
al deze sector te versterken.
Waarbij het ook nog gaat om zeer seizoensgebonden
werkgelegenheid’.
Johan Robesin, fractievoorzitter van de
Partij voor Zeeland, signaleert een
|
op. Waar trouwnes volgens mij niemand
aan denkt is, dat je op grond van de Waterschapswet
voor nieuwe zeewering
moet zorgen als je een gat maakt in een
primaire waterkering. En die nieuwe
zeewering moet aan dezelfde eisen voldoen
als die nu aan de bestaande dijken
worden gesteld. Tel uit je winst’
|
 |
antiagrarische
bestuurderscultuur, van
waaruit de ontpolderingsplannen in
Zeeland zijn ontstaan. ‘Wie landbouwgrond
aan het water wil teruggeven
denkt on-Zeeuws en heeft geen weet
van het feit dat de betrokken boeren ’s
nachts niet slapen en naar specialisten
lopen om hulp. Los van de emoties rond
1953, onze partij vindt het uiterst laakbaar
kostbare landbouwgrond prijs te
geven aan het water. Dat doe je niet.
Ook niet als boeren op basis van vrijwilligheid
afstand zouden doen van hun
grond. We zien een enorme voedselcrisis;
er is en roep om verhoogde productie.
De natuur die met ontpoldering
wordt verkregen, daar heb je helemaal
niks aan. Je zult zien dat er geen geld zal
zijn voor onderhoud en beheer van die
gebieden. Dat wordt gewoon waardeloze
natuur. Er is trouwens geen sprake
van een verlies aan natuurkwaliteit in de
Westerschelde. De waterkwaliteit gaat
vooruit, de zeehondenpopulatie bloeit
|
|
|
|
Laatst aangepast op zaterdag, 14 juni 2008 14:03 |
|