|
Voor de Nederlandse streektalen/dialecten en voor het Fries heeft dat vast en zeker het gevolg dat nog meer ouders besluiten om met hun kinderen maar niet meer de eigen taal te spreken en over te gaan op de politiek gewenste taal, het Nederlands. Dat leidt tot een snelle afbraak van wat er nog rest aan streektalen. Dat kan niet de bedoeling zijn en het is ook niet nodig om kinderen de kansen op school te kunnen bieden die hen toekomen. De school moet kinderen, ook als ze de streektaal spreken, kunnen opvangen en hen, naast hun streektaal, Nederlands leren. Voor Friesland geldt zelfs uitdrukkelijk dat de school hen naast Nederlands ook Fries moet leren. En als kinderen van jongs af aan voldoende “taligheid” is bijgebracht, dan kan dat ook makkelijk. Een kind kan makkelijk twee talen leren, als er maar voldoende respect bestaat voor beide en niet de ene taal “goed” en de andere “fout” is.
Precies zo geldt het natuurlijk in feite ook voor kinderen die met Turks of Berbers als huistaal opgroeien. Alleen is het in die gevallen voor de school een stuk moeilijker om met deze eigen talen om te gaan en voor de kinderen dus om zich op school te kunnen handhaven. Hier lijkt het plan van de staatssecretaris dus inderdaad een probleem op te kunnen lossen. Maar ook daar mag natuurlijk geen sprake zijn van een “goede” en een “foute” taal. Meertaligheid is toch immers geen achterstand, maar juist extra rijkdom! Ons land kan mensen die andere talen spreken goed gebruiken, zeker als ze het niveau hebben van de “native speaker”. Onze handelsnatie heeft van zulke kennis altijd willen profiteren en doet er verstandig aan dat nu ook te willen. Nederlands is in dit land noodzaak voor iedereen, andere talen zijn een plus, geen min.
Waar het plan van de staatssecretaris het meest nuttig is, is natuurlijk daar waar kinderen van huis uit inderdaad echt te weinig taalbagage meekrijgen.
|
Daar mag best een handje geholpen worden om een goede start te kunnen maken. Eens afwachten of de staatssecretaris in haar beantwoording van de vragen ook tot deze conclusie kan komen.
Zo zijn er dus, naast de stapel wetsontwerpen waar een eerste-kamerlid een oordeel over mag geven, in de praktijk altijd wel zaken die zich naast dat reguliere werk voordoen. En die in de praktijk vaak actueler zijn dan de kameragenda zelf. Het schrijven van deze column kan (nog een voorbeeld!) nog net mooi voordat ik een week lang bezig mag zijn met nog een ander soort werkzaamheden waar kamerleden bij kunnen worden ingeschakeld. Ik heb mij aangemeld als verkiezingswaarnemer bij de parlementsverkiezingen in Georgië. Die verkiezingen vinden plaats op 21 mei (dus als u dit leest dan weet u de uitslag al!) en dat betekent dat ik zaterdag naar Tbilisi vlieg en de zaterdag daarop terugkom. De week daartussen wordt gebruikt voor uitgebreide instructie, controle van de verkiezingsvoorbereidingen, controle van de gang van zaken op de verkiezingsdag zelf en controle van het tellen en bekendmaken van de uitslagen. Voor een land als Georgië is het van groot belang dat er toezicht gehouden wordt op de verkiezingen: het land wil graag aansluiting bij de westerse wereld vinden na een paar eeuwen lang volledig van Rusland afhankelijk geweest te zijn. Uiteindelijke wens is het lidmaatschap van de Europese Unie, maar dat is natuurlijk nog wel heel ver weg. Intern is de politiek sterk gepolariseerd en zijn er ook nog twee opstandige regio’s (Zuid Ossetië en Abchazië) waar de regering geen zeggenschap meer heeft, en extern is de relatie met Rusland gespannen. Het land stelt er, juist vanwege al die problemen, veel prijs op om aan te kunnen tonen dat het voldoet aan westerse normen van democratie en het heeft in een brief aan het Nederlandse parlement zelfs uitdrukkelijk gevraagd om zoveel mogelijk waarnemers te sturen. Dus, zodoende. Een klein land dat nog
|
steeds grote moeite moet doen om zijn zelfstandigheid tegenover de grote buurman veilig te stellen mag onze sympathie hebben. Ik ben erg benieuwd wat ik er precies aan zal treffen en hoe het toe zal gaan met de verkiezingen. Ik hoop op een goed en eerlijk verloop – zoals we dat alle landen toe zouden wensen. En ik zal u de volgende keer in Locomotie mijn ervaringen vertellen. Houdt u intussen de krant in de gaten!
Hendrik ten Hoeve
|