|
Achterhoeks (I)
Door Dick van Niekerk
Zingen in
het achterhoeks
is heel normaal
De indringendste weg waarop het Achterhoeks zich de laatste
decennia heeft geprofileerd loopt via de popmuziek. Wie
herinnert zich niet hoe Normaal, de popgroep uit Hummelo
en omgeving, midden jaren zeventig stormenderwijs de
Nederlandse podia veroverde met hits als Oerend hard? Inmiddels
is de groep Boh Foi Toch van de populaire zanger en
tekstschrijver Hans Keuper uitgegroeid tot het boegbeeld van
de Achterhoekse dialectpop. Zeer opmerkelijk is ook dat het
Achterhoeks – in vergelijking met de andere streektalen
in dit
land - een indrukwekkende eigen literatuur kent, in de vorm
van romans, dichtbundels en dorpsnovellen. En als er speciale
acties op touw worden gezet zoals ‘een pagina plat (dialect) in
het clubblad’, dan blijkt er steeds veel animo te zijn om in het
Achterhoeks te schrijven.
|
Peppelenkamp en de zijnen zijn kort geleden
in onvervalst Achterhoeks door het
Staring Instituut uitgebracht in de moderne
gebruiksvorm van een luisterboek.
Plat
Dit luisterboek is ingesproken door Arie
Ribbers, die tijdens zijn beroepsleven
voor Omroep Gelderland populaire dialectprogramma’s
als ‘Um de Meddagpot’
en ‘Rondum Reurle’ presenteerde. Het
zal niet verbazen dat het Staring Instituut
alle moeite deed om juist deze presentator
na zijn beroepsleven te strikken
voor de deeltijdfunctie (dertig uur per
maand) van streektaalconsulent. In die
hoedanigheid probeert Ribbers nu ‘wat
reuring te maken’ onder de vele Achterhoekers
die willen werken met en in hun
dialect. Deze zomer organiseerde hij een
zomercolumncompetitie en afgelopen
winter een actie mailen in je moerstaal,
waarin hij ouderen uitnodigde om hun
computerschroom te overwinnen en een
jeugdherinnering van 250 woorden op te
schrijven in hun dialect. |
|
Wie het Staring Instituut, het centrum
voor het streekeigene van de Achterhoek
en de Liemers, aan de Doetinchemse
Grutstraat binnenstapt, waant
zich meteen in een andere wereld. Enkele
vrijwilligers en professionele krachten
waken hier over het culturele, historische,
taalkundige en literaire erfgoed
van de Achterhoek. Iedere ruimte, iedere
kamer, iedere nis van het gebouw
lijkt doordesemd van het omvangrijke
|
Achterhoekse erfgoed. Alleen al in de
gigantische bibliotheek bevinden zich
tienduizenden boeken, foto’s, tijdschriften,
ansichtkaarten en krantenknipsels
die door iedereen geraadpleegd kunnen
worden.
In feite wordt de sfeer binnen dit epicentrum
van de Achterhoekse cultuur
al buiten, bij de voordeur, bepaald. Daar
staat een prachtig bronzen beeldje van
de arme bezembinder Aornt Peppelenkamp,
hoofdpersoon in menig boek van
de veel gelezen, regionale romancier
Frans Roes (pseudoniem voor Herman
van Velzen, 1902 – 1974). Bezembinder
Peppelenkamp staat - volgens een
persbericht - model voor de ‘typische
doorsnee Achterhoeker’. Hij is ‘eerlijk,
blijmoedig, inventief, maar ook vaak
(te) goed van vertrouwen waardoor hij
hachelijke situaties als het ware naar
zich toe trekt’. Enkele avonturen van
|
Veel succes had hij met de actie ‘Plat in ’t
Clubblad’. Ribbers ging er vanuit dat binnen
sportclubs nog steeds veel dialect
wordt gesproken en daarom vroeg hij de
deelnemende verenigingen om in 2007
in elke aflevering van het cluborgaan een
streektaalpagina op te nemen. Voetbalvereniging
AZSV uit Aalten pikte dat volgens
de jury het beste op. Onder de titel
‘Puntdraod’ beschreef een van de leden
pakkend zijn jeugdherinneringen aan
het voetbal in algemene zin en aan AZSV
in het bijzonder. De jury loofde de dialectspelling
en de opmaak van de pagina.
AZSV ontving zestien splinternieuwe kledingsetjes
als prijs. Het volgende project
van Ribbers is het inspreken van een autonavigatiesysteem
in het Achterhoeks.
Gevarieerd
Ribbers lijkt met zijn acties vaak in te
spelen op de uiterst gevarieerde lees- en
schrijfcultuur in het Achterhoeks. Deze
beweegt zich van roman of dorpsnovelle
tot spreukenkalender of almanak.
|
|
Ook tijdschriften spelen een belangrijke
rol. Naast het wat traditioneler gerichte
driemaandeleks tiedschrift ‘De Moespot’,
waarin de dialectkringen van de Achterhoek,
Salland en Lochem samenwerken,
bestaat er sinds kort een aantrekkelijk
vormgegeven, glossy regiomagazine
“Naober” (oplage 40.000). De voertaal
van Naober is Nederlands maar het blad
heeft een aparte dialectpagina. In de teksten
staan regelmatig dialectspreuken en
ook de brievenrubriek is voor een deel
in dialect.
DA’S LACHEN!
De boer geet met zien zönne naor de
veemarkt en betast en beknipt de beeste
van alle kanten. De jonge kik vol
belangstelling toe en vrög dan: ‘Waorum
doe’j dat eigelijk. Vader?’
‘As ik ’n koe wil kopen’, antwoordt de
vader, ‘wi’k wetten wat veur vleis ik in de
kuup hebbe en daorum onderzeuk ik ze
eerst van onder tut baoven.’
’n Paar dage later zeg de jonge tege zien
va: ‘Ik denke da’w moder binnenkort
kwiet bunt.’ ‘Hoo dat dan?’, reageert zien
va verrast.
‘Nou, a’k ’t goed ezene hebbe, wil de
postbode eur kopen.’
Uit: Naober, pagina 102, zomer 2008
De Achterhoekse dialectliteratuur wortelt
in een lange traditie. ‘Daarbij heeft de
mogelijkheid om in de Geldersche Volksalmanak
– die in 1835 voor het eerst verscheen
- te kunnen publiceren en later
in diverse streekbladen stimulerend gewerkt’,
vermeldt het Handboek voor
Nedersaksische Taal- en Letterkunde.
‘Bovendien heeft de Achterhoek een
sterke leestraditie. Het bibliotheekwezen,
eerst particulier of in de vorm van
leesgezelschappen en later door oprichting
van openbare leesbibliotheken,
|
heeft lezen sterk bevorderd. Ook in de
streektaal’.
In een streek met zo’n intense lees- en
schrijfcultuur kon een Schrieverspad
natuurlijk niet uitblijven. Op het landgoed
Kotmans in het dorpje Miste bij
Winterswijk is een wandelroute gemarkeerd
door enkele tientallen bomen
die geplant zijn door bekende regionale
auteurs. Op het bordje erbij staat een
overweging of een puntig gedicht van de
schrijver-planter, in het Achterhoeks uiteraard.
Het project is bedoeld om de
verbondenheid van de Achterhoekse
literatuur met de natuur tot uiting te
brengen. Met enige regelmaat organiseert
men op het landgoed doorgaans
goed bezochte dialectavonden.
Geuzenachtig
Het geschreven Achterhoeks lijkt dus
wel een vaste plaats te hebben maar geldt
dat ook voor de gesproken taal? Streektaalconsulent
Ribbers: ‘De intensiteit
waarmee de Achterhoekse dialecten
worden gesproken blijft al een tijd gelijk.
Maar er heeft wel een grote verandering
plaats gehad: het dialect is niet meer
de eerste taal. De kinderen leren thuis
– ook als de ouders onderling dialect
spreken – Nederlands. Je kunt hooguit
aan accent of intonatie wel eens
horen dat ze uit de Achterhoek komen.
Het dialect leren ze in veel gevallen als
tweede taal. Voor de leerlingen van
bijvoorbeeld de middelbare landbouwschool
heeft dialect zelfs iets geuzenachtigs,
ze willen graag laten horen waar ze
vandaan komen’.
Een heel ander geluid komt van dichter,
zanger en tekstschrijver Hans Keuper,
die al sinds 1980 optreedt in het Achterhoeks.
‘Het dialectgebruik holt achteruit.
Vlak na de tweede wereldoorlog sprak
hier 90% van de mensen nog Nedersaksisch.
Daarvan is bijna niets meer over.
Die neergang lijkt niet meer te stoppen’.
Keuper zingt niettemin ‘uit volle overtuiging’
in het Achterhoeks omdat dit
een extra waarde, een ‘dubbele laag’,
|
aan zijn optredens geeft: ‘Gebruik van
zo’n taal geeft voeding aan het gemeenschapsgevoel
dat je opbouwt tijdens een
uitvoering’.
‘
De rijkdom van het dialect’ geeft hem de
kans om op verschillende gevoelsniveaus
te communiceren. ‘Het eerste niveau is
de normale, zakelijke communicatie. In
de tweede laag kom je bij de understatements
en het camoufleren van gevoelens
waarin de Achterhoeker zo bedreven is.
In het derde segment zitten dan de ware,
authentieke gevoelens. Bijvoorbeeld als
het gaat over geboorte en dood, over
homoseksualiteit. Dat zijn onderwerpen
die nog steeds heel moeilijk liggen.
Dat merk ik als ik er liedjes over zing. De
mensen zijn niet gewend om zich op dat
niveau rechtstreeks te uiten. En ze zijn
vaak extra verrast omdat ze liedjes in dialect
meteen associëren met smeuïgheid
en nostalgie, met het schilderachtige van
de streekroman’.
Kneuterigheid
Dat laatste is voor Keuper reden om zelf
ook steeds kritisch naar de streektaal te
blijven kijken. ‘Vaak verwoordt dialect
het gevoel van terugverlangen naar de
kleinschalige samenleving van vroeger.
Zo’n beetje de sfeer van een lied als Het
Dorp – ‘het tuinpad van mijn vader…..’
– van Wim Sonnevelt’, constateert hij.
‘Ik ben daar beducht voor. Ik ken de
kleinschalige samenleving van Dinxperlo,
waar ik geboren ben; van Kameroen,
waar ik zeven jaar heb gewerkt en van de
Cevennes in Zuid-Frankrijk, waar ik enkele
weken per jaar woon. Overal zijn
de sociale patronen en mechanismen
hetzelfde, op het benauwende af. Er valt
niet zoveel aan die kleinschalige samenleving
te idealiseren, ook niet aan die van
vroeger. Er zijn dialecttijdschriften waarin
dat wel gebeurt. Ik doe daar niet aan
mee. Het is een hang naar kneuterigheid
vanuit de luxe die wij nu hebben. Het is
ook angst voor de grote wereld, voor
het boze Europa. Ik vind dat we dialect
niet moeten gebruiken als middel om aan
die angst voeding te geven!’
|