|

Achterhoeks (II)
Door Dick van Niekerk
Monnikenwerk van
een dialectvorser |
tuut
maakt nog steeds graag gebruik van
zijn diensten – ook nu hij al twee jaar
met pensioen had kunnen zijn – omdat
het de doelstelling van het WALDproject
volledig onderschrijft: ‘Ik wil de
woorden en hun betekenissen uit onze
dialecten zo volledig mogelijk vastleggen,
voordat ze straks veranderen of verdwijnen.
Voor ons cultureel erfgoed is
het van onschatbare waarde om te weten
hoe en waarover onze vroegere samenlevingen
communiceerden.’
In vergelijking met een kwart eeuw geleden
vindt Schaars dat er ‘genuanceerder’
|
|
Achtentwintig jaar werkt hij al onafgebroken
aan zijn Woordenboek
van Achterhoekse en Liemerse Dialecten
(WALD). Zeven delen zijn
er inmiddels verschenen. Temidden
van duizenden minutieus gerangschikte
woordkaartjes werkt
hij momenteel aan het achtste
deel. Het woordenboek is het levenswerk
geworden van Lex
Schaars (66), die als dialectoloog
verbonden is aan het Staring Instituut
in Doetinchem. ‘Ik wil begrippen
en woordbetekenissen uit
onze dialecten vastleggen voor het
nageslacht, voordat ze veranderen
of verdwijnen.’
Een willekeurige greep uit het zevende
deel van WALD. Wilt u weten hoe het
woord ‘schrander’ in de Achterhoekse
dialecten wordt ‘vertaald’? Op pagina
696 treffen we als meest voorkomende
dialectsynoniem ‘vernemstig’. Er worden
daarvan twaalf plaatsen genoemd
waar het woord opgegeven is, terwijl
het ook in vijf woordenboeken vermeld
|
wordt. Vervolgens komen er nog 35
andere woorden voor ‘schrander, intelligent’
in de diverse dialecten voor. Het
geheel wordt aangevuld met 21 dialectalternatieven
voor ‘vernemstig wezen’.
Op deze manier zijn er al tienduizenden
woorden behandeld in de zeven verschenen
delen, die stevig van omvang
zijn. De vier delen over de mens bijvoorbeeld
tellen in totaal 1112 pagina’s.
De gegevens voor de woordenboeken
zijn verzameld op tienduizenden kaartjes
met woordbetekenis en vindplaats, die
zijn opgeslagen in grote bakken op de
kamer van Lex Schaars in het Staring Instituut.
De woordbetekenissen zijn bijeengegaard
aan de hand van door
Schaars samengestelde vragenlijsten die
beantwoord zijn door 250 ‘vaste’ medewerkers
uit de hele regio.
Kennis
In 1980 is Schaars aan zijn monnikenwerk
begonnen. Daarmee kon hij verder
bouwen op zijn proefschrift uit 1977
over agrarische termen in de Achterhoek
en de Liemers. Het Staring Insti-
|
Het Achterhoeks is een Nedersaksische
streektaal die in Gelderland wordt gesproken
ten oosten van de IJssel. Zoals
het Woordenboek van de Achterhoekse
en Liemerse dialecten van Lex Schaars
duidelijk maakt, kent het Achterhoeks
veel varianten. In het noorden en oosten
bijvoorbeeld lijkt het sterk op het Twents
en het Sallands. Een opvallend kenmerk
is dat het de werkwoorden anders vervoegt
dan het Nederlands. De meervoudsvorm
is altijd gelijk aan de tweede
persoon enkelvoud: ik lope – i-j loopt,
hee löp en wi-j, i-jleu en zie loopt.
Typisch Achterhoeks is ook de umlaut bij
meervoudsvormen en verkleinwoordjes:
hond – hundjen– hunde; hand – hendjen
– hende.
In Nederland wordt Nedersaksisch gesproken
in de provincies Groningen,
Drenthe en Overijssel, alsmede in Oosten
Weststellingwerf (Friesland), en de
Achterhoek en de Oost-Veluwe in
Gelderland. In Duitsland wordt in het
hele noorden Nedersaksisch gesproken.
In Nederland zouden er volgens een
ruwe telling 1,8 miljoen mensen Nedersaksisch
spreken.
|