Home Locomotie 35 Offensief voor dialecten
Offensief voor dialecten | Afdrukken |  E-mailadres
Locomotie - Locomotie 35
donderdag, 02 oktober 2008 17:35

en met ‘meer sympathie’ over dialect en over zijn werk geoordeeld wordt. ‘Ik merk het regelmatig aan kleine dingen. Gisteren bijvoorbeeld had ik het laatste nummer in handen van de Oudheidkundige vereniging in Doetinchem. En daarin werd de vraag opgeworpen of het zinvol zou zijn om nu ook aan het dialect aandacht te gaan besteden. Een paar jaar geleden was zo´n suggestie nog ondenkbaar geweest.’

In de kou
Die sympathie voor streektaal is volgens Schaars echter ver te zoeken bij Omroep Gelderland en in de nationale politiek. ‘Omroep Gelderland besteedt geen aandacht meer aan streektaal omdat er in Culemborg anders wordt gesproken dan in Winterswijk. Dit is een argument uit de jaren vijftig. Bij Omroep Gelderland lopen ze gewoon zestig jaar achter!’ Ook over de houding van de rijksoverheid is de gedreven dialectvorser Schaars kritisch.

Door Dick van Niekerk

Offensief voor

dialecten

De rol van het dialect in gezin, school en samenleving stond
centraal tijdens de goed bezochte derde internationale streektaalconferentie,
die in het Zeeuwse Rilland werd gehouden.
Er kwamen echter zo veel voor het dialect somber stemmende
onderzoeken ter sprake, dat het conferentiethema
onbedoeld geleidelijk verschoof. Heeft het eigenlijk wel zin om
kinderen tweetalig - in het eigen dialect en in Algemeen
Nederlands - op te voeden als dialecten groot gevaar lopen
om te verdwijnen?

De Tilburgse hoogleraar dialect en samenleving Ton Vallen,
verzette zich tegen de doemdenkers en ziet nog steeds
perspectieven. Dialecten zullen op een aangepaste manier absoluut
overleven. Maar er is een stevige PR-slag nodig om ze
te ontdoen van hun negatief imago.'

 ‘Binnen de Nedersaksische talengemeenschap voeren we al jaren actie om het Nedersaksisch erkend te krijgen volgens deel 3 van het Europees Handvest voor minderheidstalen. Erkenning zou betekenen dat de overheid een inspanningsverplichting zou krijgen ten aanzien van het Nedersaksisch. De nationale politiek slaagt er echter steeds in verdere erkenning van het Nedersaksisch hopeloos te vertragen. Dat bevordert bepaald niet de geloofwaardigheid van de rijksoverheid die niet voor niets het Handvest voor regionale en minderheidstalen geratificeerd heeft. Daarmee heeft zij de verplichting op zich genomen om erkende regionale talen te steunen. Al die vertragingstactieken staan haaks op wat dat handvest wil: erkende talen ondersteunen.’ 

‘Dialect: van schoot tot school' was het
motto van de derde internationale
streektaalconferentie. Daarom inventariseerden
de organisatoren, de streektaalconsulent
Zeeuws Veronique de
Tier en haar Brabantse collega Jos Swanenberg,
ter inleiding de bonte hoeveelheid
aan onderwijsmateriaal in dialect
die in de verschillende regio's bestaat.
Die methodes blijken in de lespraktijk
zeer uiteenlopend te worden toegepast.
Neem de tweetalige, Limburgse aanpak,
‘Dien eige toal' van Pierre Bakkes. Die
wordt op 75 scholen gebruikt. Zet daar
tegenover de Zeeuwse dialectmethode.
Daarvan is momenteel zelfs niet één
school bekend die er gebruik van
maakt.
De Tier en Swanenberg legden de conferentiegangers
daarna de vraag voor of
het zinvol is om dialectonderwijs of
-beschouwing een vaste plaats te geven
in het leerprogramma.

Uitsterving
Het antwoord liet lang op zich wachten.
In de loop van de dag kwamen steeds
meer onderzoeksgegevens boven tafel

die een tamelijk pessimistisch beeld schetsen over de situatie van de streektalen in ons taalgebied. De Utrechtse hoogleraar Vandevelde constateerde dat alle dialecten aan het afkalven zijn, evenals de tweede rijkstaal het Fries. Alleen het Limburgs houdt zich volgens hem al jaren onverminderd staande. Een onderzoek rond het Belgische Maldegem wijst uit dat het dialect als eerste taal stevig terrein verliest maar dat veel jongeren (vooral jongens) het als ‘tweede taal’ leren om bij hun ‘peer group’ te kunnen horen. Het somberst was de Nijmeegse onderzoeker Driessen. Hij signaleert een algemeen proces van verval en uitsterving van de streektalen, met het Limburgs als de grote uitzondering.

 

Vertwijfeling leek toe te slaan bij veel belangstellenden. Waar maken we ons druk om als er voor het dialect vrijwel geen toekomst is? Ongeloof was er bij de vertegenwoordigers van de Berregse Kamer, de dialectwerkgroep uit Bergen op Zoom, die juist zoveel respons bij de inwoners krijgt. Elke keer als de Kamer

Dit is de zestiende aflevering uit de Serie over
Streektalen in Nederland die vanaf 2000 in
Locomotie is verschenen. In vier eerdere afleveringen
kwamen al andere Nedersaksische
streektalen aan de orde: het Drents ( november
2000), het Twents (december 2000 en
augustus 2006) en het Gronings (juni 2001).

met een publicatie komt (zoals onlangs het Bijnamenboek over Bergen op Zoom), zijn de 1500 exemplaren in een mum van tijd aan de man gebracht. Hoezo geen toekomst voor het dialect?. De Limburgse dialectkenner bij uitstek Pierre Bakkes zat er ook fronsend bij. Eind vorig jaar was zijn magnus opum verschenen: het ‘Mofers Waordebook (10.000 trefwoorden, 570 pagina’s) over het dialect van zijn Midden-Limburgse geboortedorp Montfort (3200 inwoners). Tegen een prijs van d 40,- zijn er 600 exemplaren aan de man gebracht. In bijna elk huis van Montfort ligt deze prachtig uitgevoerde dialectbijbel. Hoezo geen toekomst voor het dialect?

SMS in dialect
De Tilburgse hoogleraar Ton Vallen deed een poging om alle gegevens in een samenhangende visie te verwerken. Hij maakt duidelijk onderscheid tussen de museale functie van het dialect en de dynamische. ‘Het vastleggen van een dialect in een woordenboek en alle pogingen om het dialect weer nieuw leven in te blazen met schrijfcursussen en dergelijke, beschouw ik als heel nuttig. Prachtig hoor, dat we inzicht krijgen in hoe bepaalde taalgemeenschappen vroeger functioneerden maar het draagt alleen bij aan de museum- of cultureel erfgoedfunctie van het dialect. Het is niet toekomstgericht.’

 

Vallen vindt dat we de overlevingskansen voor het dialect moeten aflezen aan de manier waarop jongeren ermee omgaan. En dan zie je dat het steeds verandert en dat het zich ontwikkelt. Sommige woorden blijven en een bepaald regionaal gekleurd accent ook. Als je vasthoudt aan het dialect zoals het twintig jaar geleden was of zoals het in het woordenboek staat, en dan zegt dat de hedendaagse jeugd daar fouten tegen maakt, ben je op de verkeerde weg.’ ‘Ik vergelijk die ontwikkeling vaak met die in het geloof. Grote groepen hebben geen behoefte meer aan het dogmatische, 

enige ware geloof zoals de Paus van Rome dat propageert. De mensen die zich van het traditionele geloof hebben afgekeerd doen echter wel degelijk iets aan spiritualiteit, maar geven daaraan een eigen invulling. Kijk naar de abdijen. Die zitten op zondag bomvol. Kijk naar huwelijken, begrafenissen en andere rituelen waar mensen op een eigen manier mee omgaan. Zo is het ook met het dialect. De jeugd geeft daaraan een geheel eigen invulling met gebruikmaking van bepaalde accenten en woorden. De jongeren sms-en in het dialect. Daar zijn zelfs boekjes over. Dan moet je niet zeggen: dat is goed of dat is fout. Integendeel, we moeten de jeugd daarin steunen en niet kunstmatig vasthouden aan star dialect.’

Glokalisering
Volgens Vallen is de steeds toenemende globalisering opvallend genoeg een belangrijke reddingboei voor het dialect. ‘Het lijkt een paradox: hoe internationaler de samenleving wordt, hoe meer behoefte er bestaat aan een eigen lokale taal die ons als een warme jas zit. Er is behoefte om het eigene te benadrukken. Vroeger sprak je correct Nederlands als niemand kon horen waar je vandaan kwam en nu willen vooral de jongeren graag – kijk maar eens naar de popgroepen – door hun accent laten horen waar ze vandaan komen. Dat verschijnsel wordt ook wel glokalisering genoemd: het is de behoefte om in een internationaliserende, globaliserende omgeving iets eigens te hebben waarop je trots kunt zijn’. Maar er kleeft Volgens Vallen nog steeds een ´negatief folkloristisch, boertjes van buten-imago´ aan het dialect. Laten we eerlijk zijn:´In de Randstad wordt erop neer gekeken! Maar het opmerkelijke is dat die minachting plaats maakt voor waardering als er kwalitatief hoogwaardige dingen gebeuren in het dialect. Denk aan de popgroep Rowwen Hezze, de liedjes van Gé Reinders en aan de

Twentse soap van Herman Finkers:
´Van jonge leu en oale groond.´

Daarom pleit Vallen voor een stevig PRoffensief dat de streektalen in een positiever daglicht moet stellen. Een lichtend voorbeeld daarbij vindt hij de Twentse regiosoap Van jonge leu en oale groond, die niet alleen heel Twente in de ban hield maar ook via andere regiozenders en via de KRO landelijk populair werd. ´Aan de ene kant werd de eigenheid van de streek en de taal zeer fraai benadrukt, aan de andere werden er zeer moderne thema’s als loverboys in behandeld. Het ging over jonge moderne mensen die op de oude grond stonden.´

‘In Twente was de rol van Herman Finkers cruciaal. Waarom zou zo’n typisch Brabantse serie ook niet kunnen? Met bijvoorbeeld de zeer populaire Zundertse tekstschrijver en muzikant Peter Dictus als gangmaker. In Limburg moet zoiets toch ook te verwezenlijken zijn onder inspiratie van – ik noem maar iemand – de Tegelense journalist en dichter Frans Pollux? Ik daag de onderwijsgevenden en streektaaldeskundigen uit om de handen ineen te slaan. Zij hoeven de jongeren niet meteen een soapserie te laten maken maar het kan ook een spraakmakende musical zijn of een gedichtenwedstrijd voor jongeren, die landelijk de aandacht trekt. Ze kunnen ook met een interessant project voortborduren op het sms- en chatdialect van jongeren. Op die manier ontwikkel je in ieder geval iets nieuws, iets dynamisch en trek je het dialect uit de folkloristische, bijna nostalgische sfeer. Regionale politici die met deze ideeën bestookt worden, zullen daarvoor beslist niet ongevoelig zijn.´

Dick van Niekerk is tekstschrijver

     
Laatst aangepast op donderdag, 02 oktober 2008 17:42