|
met een publicatie komt (zoals onlangs
het Bijnamenboek over Bergen op
Zoom), zijn de 1500 exemplaren in een
mum van tijd aan de man gebracht.
Hoezo geen toekomst voor het
dialect?.
De Limburgse dialectkenner bij uitstek
Pierre Bakkes zat er ook fronsend bij.
Eind vorig jaar was zijn magnus opum
verschenen: het ‘Mofers Waordebook
(10.000 trefwoorden, 570 pagina’s) over
het dialect van zijn Midden-Limburgse
geboortedorp Montfort (3200 inwoners).
Tegen een prijs van d 40,- zijn er
600 exemplaren aan de man gebracht.
In bijna elk huis van Montfort ligt deze
prachtig uitgevoerde dialectbijbel. Hoezo
geen toekomst voor het dialect?
SMS in dialect
De Tilburgse hoogleraar Ton Vallen
deed een poging om alle gegevens in
een samenhangende visie te verwerken.
Hij maakt duidelijk onderscheid tussen
de museale functie van het dialect en de
dynamische. ‘Het vastleggen van een dialect
in een woordenboek en alle pogingen
om het dialect weer nieuw leven in
te blazen met schrijfcursussen en dergelijke,
beschouw ik als heel nuttig. Prachtig
hoor, dat we inzicht krijgen in hoe
bepaalde taalgemeenschappen vroeger
functioneerden maar het draagt alleen
bij aan de museum- of cultureel erfgoedfunctie
van het dialect. Het is niet
toekomstgericht.’
Vallen vindt dat we de overlevingskansen
voor het dialect moeten aflezen aan
de manier waarop jongeren ermee omgaan.
En dan zie je dat het steeds verandert
en dat het zich ontwikkelt. Sommige
woorden blijven en een bepaald
regionaal gekleurd accent ook. Als je
vasthoudt aan het dialect zoals het twintig
jaar geleden was of zoals het in het
woordenboek staat, en dan zegt dat de
hedendaagse jeugd daar fouten tegen
maakt, ben je op de verkeerde weg.’
‘Ik vergelijk die ontwikkeling vaak met
die in het geloof. Grote groepen hebben
geen behoefte meer aan het dogmatische,
|
enige ware geloof zoals de Paus
van Rome dat propageert. De mensen
die zich van het traditionele geloof hebben
afgekeerd doen echter wel degelijk
iets aan spiritualiteit, maar geven daaraan
een eigen invulling. Kijk naar de abdijen.
Die zitten op zondag bomvol. Kijk
naar huwelijken, begrafenissen en andere
rituelen waar mensen op een eigen
manier mee omgaan.
Zo is het ook met het dialect. De jeugd
geeft daaraan een geheel eigen invulling
met gebruikmaking van bepaalde accenten
en woorden. De jongeren sms-en in
het dialect. Daar zijn zelfs boekjes over.
Dan moet je niet zeggen: dat is goed of
dat is fout. Integendeel, we moeten de
jeugd daarin steunen en niet kunstmatig
vasthouden aan star dialect.’
Glokalisering
Volgens Vallen is de steeds toenemende
globalisering opvallend genoeg een belangrijke
reddingboei voor het dialect.
‘Het lijkt een paradox: hoe internationaler
de samenleving wordt, hoe meer
behoefte er bestaat aan een eigen lokale
taal die ons als een warme jas zit. Er is
behoefte om het eigene te benadrukken.
Vroeger sprak je correct Nederlands
als niemand kon horen waar je
vandaan kwam en nu willen vooral de
jongeren graag – kijk maar eens naar de
popgroepen – door hun accent laten
horen waar ze vandaan komen. Dat verschijnsel
wordt ook wel glokalisering genoemd:
het is de behoefte om in een
internationaliserende, globaliserende
omgeving iets eigens te hebben waarop
je trots kunt zijn’.
Maar er kleeft Volgens Vallen nog steeds
een ´negatief folkloristisch, boertjes van
buten-imago´ aan het dialect. Laten we
eerlijk zijn:´In de Randstad wordt erop
neer gekeken! Maar het opmerkelijke is
dat die minachting plaats maakt voor
waardering als er kwalitatief hoogwaardige
dingen gebeuren in het dialect.
Denk aan de popgroep Rowwen Hezze,
de liedjes van Gé Reinders en aan de
|
Twentse soap van Herman Finkers:
´Van
jonge leu en oale groond.´
Daarom pleit Vallen voor een stevig PRoffensief
dat de streektalen in een positiever
daglicht moet stellen. Een lichtend
voorbeeld daarbij vindt hij de
Twentse regiosoap Van jonge leu en
oale groond, die niet alleen heel Twente
in de ban hield maar ook via andere regiozenders
en via de KRO landelijk populair
werd. ´Aan de ene kant werd de
eigenheid van de streek en de taal zeer
fraai benadrukt, aan de andere werden
er zeer moderne thema’s als loverboys
in behandeld. Het ging over jonge moderne
mensen die op de oude grond
stonden.´
‘In Twente was de rol van Herman Finkers
cruciaal. Waarom zou zo’n typisch
Brabantse serie ook niet kunnen? Met
bijvoorbeeld de zeer populaire Zundertse
tekstschrijver en muzikant Peter
Dictus als gangmaker. In Limburg moet
zoiets toch ook te verwezenlijken zijn
onder inspiratie van – ik noem maar
iemand – de Tegelense journalist en
dichter Frans Pollux? Ik daag de onderwijsgevenden
en streektaaldeskundigen
uit om de handen ineen te slaan. Zij
hoeven de jongeren niet meteen een
soapserie te laten maken maar het kan
ook een spraakmakende musical zijn of
een gedichtenwedstrijd voor jongeren,
die landelijk de aandacht trekt. Ze kunnen
ook met een interessant project
voortborduren op het sms- en chatdialect
van jongeren. Op die manier
ontwikkel je in ieder geval iets nieuws,
iets dynamisch en trek je het dialect uit
de folkloristische, bijna nostalgische
sfeer. Regionale politici die met deze
ideeën bestookt worden, zullen daarvoor
beslist niet ongevoelig zijn.´
Dick van Niekerk is tekstschrijver
|