Home Locomotie 35 Dagboek Senator Locomotie 35
Dagboek Senator Locomotie 35 | Afdrukken |  E-mailadres
Locomotie - Locomotie 35
donderdag, 02 oktober 2008 18:10

Hendrik ten Hoeve, Fotografie: Mechteld Jansen

Dagboek Senator

In de nieuwe opzet voor Locomotie is ook een vaste plaats voor mij ingeruimd. De hoofdredacteur heeft daarbij een column voor ogen die wat meer biedt dan alleen een zakelijk verslag van wat er namens de OSF in de kamer gezegd en gestemd is. (Bijna) iedere lezer van Locomotie krijgt immers ook wel de digitale nieuwsbrieven van fractie- assistent Michiel van Harten. Daar komt uitgebreid aan de orde wat er aan belangrijks te melden is, niet alleen wat betreft de OSF in de Eerste Kamer, maar ook vanuit de provinciale partijen, dus uit de diverse provincies waar wij vertegenwoordigd zijn.

in de laatste jaren veel bereikt, maar er moet nog wel heel veel gebeuren. Bij iedereen die we spreken is dat besef er ook, maar toch ook het gevoel dat het iedere dag beter wordt.

Onze taak is natuurlijk de controle op de verkiezingen. Ik krijg, samen met een charmante dame uit Ierland, een district toegewezen in centraal Georgië. Een industriestadje, Sachskere, waar in de buurt veel mijnbouw is (ijzer en vooral mangaan), maar waar ook heel veel verlaten en vervallen industriële complexen liggen. Na de val van de Sovjet-Unie in 1991 is de export naar Rusland vrijwel gestopt en dat is hier, maar ook elders, goed zichtbaar. Opbouwen van nieuwe markten kost veel tijd.

Maar de mensen zijn geweldig! Vriendelijk, gastvrij, op ieder stembureau waar wij komen kennismaken, wordt ons eten en drinken aangeboden. De medewerking in onze controletaak is prima. In alle stembureaus zijn vertegenwoordigers van de regeringspartij van president Saakashvili aanwezig, maar ook leden van de oppositie en ze verklaren om strijd dat er een uitstekende samenwerking is en dat zij met elkaar zullen zorgen dat de verkiezingen eerlijk verlopen. Dat maakt dus een goede indruk, temeer omdat er na de vorige verkiezingen (de presidentsverkiezingen in januari) veel klachten waren over fraude en er uit de hand gelopen demonstraties zijn geweest. En ook de voorbereidingen van deze verkiezingen waren niet helemaal rimpelloos.

 

Op de verkiezingsdag zelf (woensdag 21 mei) proberen wij zo veel mogelijk stembureaus te controleren en in de avond en nacht daarna ook de gang van zaken in de gaten te houden bij het districtsbureau, waar de resultaten van de stembureaus gesommeerd moeten worden en doorgegeven aan Tbilisi. Onze conclusie is duidelijk: uitgaande van de controlepunten die de OVSE ons voorgeschreven heeft zijn er niet of

 

 
Het kostte dit jaar meer moeite om aan de zomervakantie toe te komen dan anders. Voor een groot deel trouwens ‘eigen schuld, dikke bult’, want twee activiteiten die een hele week besloegen, had ik natuurlijk vrijwillig op mij genomen. De verkiezingswaarneming in Georgië en ook het ‘Parlementair Overleg Koninkrijksaangelegenheden’( overleg met vertegenwoordigers van de Nederlandse Antillen en Aruba), vond ik belangrijk genoeg om een week aan te besteden. En dat dan tussendoor ook het gewone kamerwerk, en, niet te vergeten natuurlijk, het gewone werk, ook moeten

gebeuren, maakt het dan een paar weken lang toch wel wat hectisch! Maar het was de moeite waard.

De week in Georgië begint met een halve vrije zondag (18 mei), die de gelegenheid geeft om met een vrouwelijke PvdA-collega, die ook mee is, de stad Tbilisi wat te bekijken. Een eerste indruk van een levendige stad met actieve mensen, prachtig opgeknapte straten maar nog veel meer nog niet opgeknapte, vervallen buurten. Dat blijkt ook in de rest van de week het beeld van het hele land te zijn: sterk in ontwikkeling,

   

nauwelijks onregelmatigheden te melden. Dus: vrije en eerlijke verkiezingen. Die conclusie wordt door vrijwel alle waarnemers in het hele land gedeeld. Dat betekent, zonder daarbij de voorgeschiedenis te willen uitpoetsen, toch echt een democratische legitimatie voor de winnaar, de regeringspartij van Saakashvili.

Ik reis tevreden terug naar Amsterdam, met in het vliegtuig twee Georgiërs naast me. Ze spreken alleen Georgisch en wat Russisch en de communicatie is dus heel beperkt. Ze zoeken werk ergens in West Europa. Want dat biedt hun eigen land nog steeds te weinig.

De dinsdag daarop (27 mei) nog wat bijzonders. Ik ontvang in het kamergebouw een groep leden van Gemeentebelangen Friesland, één van de achterban-partijen. Ik mag ze even toespreken in de vergaderzaal en aanwijzen in welk bankje ik altijd zit. Daarna draag ik het over aan de dame van Communicatie en Protocol, want ik moet naar de vergadering van fractievoorzitters en daarna naar de plenaire vergadering en tussendoor naar een enkele commissievergadering.

Voor mij is belangrijk de plenaire behandeling van het voorstel om in het voortgezet onderwijs de schoolboeken gratis te verstrekken. Daar zijn problemen mee, want de scholen moeten dan de boeken inkopen via een ingewikkelde Europese aanbestedingsprocedure. Een uitgezochte gelegenheid voor de oppositie om de regering te verwijten dat ze dat probleem veel eerder had moeten zien. Een terecht verwijt, maar voor mij blijft het toch een goede zaak de scholen de verantwoordelijkheid te geven voor de inkoop van de boeken. Tot nu toe zochten de scholen gewoon het mooiste en dus ook vaak het duurste uit, zonder op de prijs te letten. De ouders moesten immers betalen. Nu de scholen zelf moeten betalen zullen ze waarschijnlijk wel prijsbewuster worden. Behalve het feit dat het ideaal van gratis onderwijs wat dichterbij komt, is dit van groot belang om de kosten van het onderwijs in de hand te houden. Ik stem dus voor en gelukkig doet een krappe meerderheid dat.

Begin juni komt in de commissie Verkeer en Waterstaat eindelijk het al jaren 

slepende Scheldeverdrag met Vlaanderen aan de orde. De commissie is unaniem van mening dat uitdieping van de Schelde (een wens van Antwerpen) mag, maar dat de ook in het verdrag geregelde ontpoldering van de Hedwigepolder in Zeeuws-Vlaanderen beslist niet moet. De Zeeuwen zijn daar immers furieus over. Dat belooft nog wat voor de plenaire behandeling. Van 16 tot 20 juni duurt het POK. Als afkorting niet echt fraai, maar dat is dus het overleg dat tweemaal per jaar wordt gehouden tussen parlementariërs uit Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba. Ik heb voor de hele week een hotelkamer in Den Haag besproken, want ik wil deze keer de gesprekken graag bijwonen. We zijn immers bezig om de verhouding met ‘de West’ anders te organiseren. Curaçao en Sint Maarten krijgen meer zelfstandigheid en worden ‘landen’, de kleine eilanden Bonaire, Saba en Sint Eustatius worden een soort gemeenten van Nederland en het land Nederlandse Antillen wordt dan opgeheven.

Dat is een ingewikkeld proces waar heel veel aan vast zit en waarmee grote be

Den Haag
     

langen gemoeid zijn. Nederland wil niet het risico lopen dat de twee nieuwe ‘landen’ hun zelfstandigheid gaan gebruiken om schulden te maken – want op den duur zou dat kunnen betekenen dat Nederland daar moreel verantwoordelijk voor wordt omdat het immers de sterkste partner in het Koninkrijk is. Maar de beide eilanden willen niet teveel zelfstandigheid inleveren en dus niet te veel Nederlandse controle bij wat zij vinden dat hun eigen zaken zijn. In de gesprekken is duidelijk dat er tegenstellingen zijn, ook (vooral) binnen de Antilliaanse delegatie, maar de toon van het overleg blijft vriendelijk en van beide kanten constructief. Hero Brinkman, die de partij van Geert Wilders vertegenwoordigt, probeert wel om het overleg ‘op te blazen’, maar deze keer gaat niemand op zijn provocaties in en wordt hem redelijk vlot door de voorzitter de mond gesnoerd. Mooi zo, ik heb niet, zoals hij, de behoefte om de Antillen aan de hoogst biedende te verkopen. Ik vind dat de historische ontwikkeling reden genoeg is om elkaar te blijven vasthouden zolang dat niet door één van de partners als een belemmering wordt ervaren. En daarvoor is nodig dat wij met elkaar in het hele Koninkrijk zorgen voor een betrouwbaar bestuur, een betrouwbaar justitieel apparaat en een betrouwbare financiële huishouding. Maar ook dat wij respect opbrengen voor elkaars eigenheid, voor de wens om eigen zaken zelf te regelen en bijvoorbeeld voor de wens om de eigen taal te onderwijzen. Zoals in Nederland niet van immigranten gevraagd kan worden dat zij witte Nederlanders worden, zo kan ook van Antillianen niet gevraagd worden dat zij net zo als de Europese Nederlanders worden. De Nederlander (ook de parlementariër) heeft nog wel eens de neiging iets pas goed te vinden als het precies zo is als ‘bij ons’. Mooie discussies dus, waarbij ik goede contacten krijg met de Curaçaoenaars.

De plenaire behandeling van het Scheldeverdrag

is intussen vastgesteld op 1 juli en dat wordt dus een belangrijke dag voor de Zeeuwen, en voor mij natuurlijk ook. De publieke tribune zit vol (dat komt maar zelden voor) en in een andere zaal zitten nog meer Zeeuwen, die het debat op de televisie kunnen volgen. Het lijkt eerst allemaal heel goed te gaan. De commissie Nijpels, die door de minister is ingesteld om een alternatief te zoeken voor het ontpolderen van de Hedwigepolder, zal vast wel wat vinden – denkt de minister. Maar, opperen wij als kamerleden, er zijn toch nog wel wat problemen. Hoeveel vrijheid heeft die commissie eigenlijk om een alternatief te zoeken? En als er een alternatief is, vinden de Vlamingen dat dan goed? En vindt de Europese Commissie het goed, want de ontpoldering was toch bedoeld om de natuurwaarden in de Westerschelde te herstellen? Daar oefent de Europese Commissie controle op uit. Niet alleen ik, maar vrijwel iedereen constateert dat er toch nog al wat onzekerheden zijn. En in het Verdrag staat duidelijk dat de Hedwigepolder onder water gezet moet worden. Zo’n verdrag kunnen wij dan toch niet zomaar goedkeuren? De beraadslagingen worden geschorst – volgende week verder dus.

De laatste vergaderdagen van het seizoen, 7 en 8 juli. Wij zijn eigenlijk al op vakantie en staan met de caravan op de camping in Rotterdam. Mooi dichtbij Den Haag en toch alvast weg. Twee belangrijke dingen aan de orde. Op maandagavond begint de behandeling van het Verdrag van Lissabon. Ondanks het referendum in Ierland is alleen de SP tegen. Dat was bekend: de SP is eigenlijk altijd ‘tegen Europa’. Alle anderen zijn overtuigd dat Europa onmisbaar is in deze steeds kleiner wordende wereld en dat het alleen bestuurbaar gehouden kan worden door het efficiënter te organiseren. Het mag niet meer zo zijn dat belangrijke besluiten door één land kunnen worden tegen gehouden. De OSF is natuurlijk ook voor: Europa betekent

dat de staat minder te zeggen krijgt en de betekenis van de regio kan toenemen. In Europa zijn we allemaal minderheden, dus geen regio hoeft zich superieur te voelen aan de andere. We spreken veel verschillende talen, dus dat iemand ‘anders’ praat, is in Europa niet erg meer. Wij zijn dus overtuigde Europeanen. En daarna, dinsdag, het laatste bedrijf van het Scheldedrama. De minister heeft gebeld met de Vlaamse ministerpresident en die zal een verandering in de ontpolder-plannen ‘welwillend bekijken’. En Europa zal het ook vast wel goed vinden. Geeft dat voldoende zekerheid om nu maar voor een Verdrag te stemmen waar nog steeds wel uitdrukkelijk in staat dat de Hedwigepolder ‘estuarien natuurgebied’ moet worden? Natuurlijk niet, we kunnen met de goedkeuring beter wachten tot er echt duidelijkheid is, of bijvoorbeeld het Verdrag goedkeuren met uitzondering van dit ene punt. Ik zal dus tegenstemmen. Maar de coalitie laat zich overtuigen door de minister en stemt voor. Zo gaat dat nu eenmaal in de politiek.

Daarna een heerlijke vakantie. Maar we zijn maar nauwelijks terug als de berichten komen over de oorlog in Georgië. In enkele dagen wordt afgebroken wat in jaren is opgebouwd. En echte vrede zal er pas weer komen wanneer Georgië bereid is om af te zien van Zuid-Ossetië en Abchazië, want die krijg je na deze geweldsuitbarstingen natuurlijk nooit meer terug. Zoveel mensenlevens verspild. En nog geen drie maand geleden kwam ik zo optimistisch terug uit dit prachtige en vriendelijke land Saakashvili zal wel spijt hebben, maar tussen staten telt spijt niet en de Russen kunnen wreed zijn. De wereld ziet er meteen minder aantrekkelijk uit.

Hendrik ten Hoeve

Laatst aangepast op woensdag, 08 december 2010 13:34