|
Door Dick van Niekerk
De kurk waarop de
democratie drijft
Burgemeestersreferenda, de invoering van het dualisme, grootscheepse
experimenten met digitale interactieve plaatselijke politiek.
Er is de laatste jaren van alles gedaan om de lokale politiek
meer leven in te blazen. Overtuigende successen heeft het nog niet
opgeleverd. Daarom is het de hoogste tijd voor spannender initiatieven,
vindt de bestuurskundige Dr. Marcel Boogers.
|
‘Je kunt zeggen dat we in Nederland in feite
geen lokaal bestuur hebben. Negentig procent
van wat gemeenten doen, is uitvoeren
van rijksbeleid. Ze worden ook niet gestimuleerd
om eigen beleid te ontwikkelen.
Ze vormen een loket voor de burger,
maar niet de plek waar zaken worden beslist.
Het is ongelooflijk moeilijk om er in de
lokale politiek iets leuks van te maken. De
gemeenteraadsverkiezingen gaan in feite
nergens over. Peilingen voor de landelijke
verkiezingen, dàt zijn het’.
Ander kaliber
‘Mensen denken vaak ten onrechte dat gemeenteraden
Klein Den Haag spelen, maar
dat is helemaal niet zo,’ stelt Boogers in een
gesprek over zijn eind vorig jaar verschenen
boek. ‘Er is in de gemeente een veel kortere
afstand tussen beleid en uitvoering. Je ziet
meteen of er fricties zijn tussen het politieke
handelen van de raad en het bestuurlijke
handelen van de wethouders. Door de grotere
persoonlijke betrokkenheid kunnen er
zomaar conflicten ontvlammen. Daarnaast
zijn de thema’s die de plaatselijke politiek
aanpakt van een ander kaliber: ze raken de
directe leefwereld van mensen en zijn vaak
a-politiek. Een lantaarnpaal meer of minder:
dat kun je moeilijk socialistisch of liberaal
noemen. Hij moet gewoon licht geven, klaar
uit. Aan de aanleg van een nieuwe Ringweg
of zwembad kun je ook moeilijk een partijpolitieke
inkleuring geven. Je kunt rustig stellen:
hoe lokaler de onderwerpen zijn hoe
minder partijpolitiek ze zijn. Maar waarom
|
|
All politics is local! Deze legendarische uitspraak
van Tip O’Neil – jarenlang leider van
het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden,
in 1994 overleden – heeft politici jarenlang
gesterkt in de opvatting dat nationale en
internationale politiek niet kunnen zonder
hun lokale tegenhanger. O’Neil bedoelde
zijn uitspraak ook breder: grote, mondiale
politieke besluiten doen ‘de kiezer’ pas iets
als ze hem persoonlijk treffen. In het hart
bijvoorbeeld of in de portemonnee. De verschrikkelijke
hongersnood in Soedan wordt
– vaak met gevoelens van machteloosheid –
voor kennisgeving aangenomen. Maar even
later kan dezelfde kiezer wèl echt boos
worden over zaken van dichtbij die van minder
zwaar kaliber zijn, zoals parkeertarieven,
hondenpoep of de al maanden niet brandende
lantaarnpaal.
Ook de veel geciteerde Amerikaanse milieufilosoof,
dichter en boer Wendell Berry
neemt
|
te verlossen. En toch staan de belangstelling
voor en betrokkenheid bij plaatselijke
politiek in dit land nog steeds op een laag
pitje. Het aardige van het nieuwe boek van
de bestuurskundige Dr. Marcel Boogers
(hoofddocent aan de Universiteit van Tilburg)
is dat hij probeert om lokale politiek
onbevooroordeeld te benaderen vanuit een
nieuwe, verfrissende invalshoek. ’Plaatselijke
politiek is de kurk waarop de democratie
drijft,’ stelt Boogers en niemand zal dat betwisten.
‘Maar wat vaak vergeten wordt is
dat plaatselijke politiek ook échte politiek is,
maar wel heel anders!’
En over dat anders zijn van de lokale politiek
gaat dit boek! Lef kun je Boogers bij de
uitwerking van zijn ideeën niet ontzeggen,
want hij neemt een paar tamelijk defaitistische
uitspraken van de bekende bestuurskundige
Wim Derksen als vertrekpunt:
|
|
zou je het ook niet omkeren: politiseren op
nationale thema’s heeft plaatselijk gewoon
geen zin’.
Ogenschijnlijk biedt de door Den Haag zo
gestimuleerde decentralisatie van rijkstaken
de gemeentes een kans om een eigen politieke
identiteit op te bouwen. Het geeft
de lokale politiek immers ruimte voor eigen
afwegingen en dus kansen om aan belang
en uitstraling te winnen. Deze vooronderstelling
is volgens Boogers niet juist:
‘Decentralisatie met meer eigen ruimte en
mogelijkheden voor maatwerkoplossingen
klinkt prachtig maar door de gelijkheidscultuur
in dit land is de ruimte om af te wijken
uiterst gering. Je hebt iets uit te leggen als
de OZB in jouw gemeente twee keer zo
hoog is als bij de buren. Je moet een goed
verhaal hebben als je voor de aanschaf van
een rolstoel maar duizend euro ondersteuning
geeft, terwijl er ook gemeentes zijn die
drieduizend euro bijdragen. Die verschillen
worden door de burgers als hoogst onrechtvaardig
beschouwd. Natuurlijk is hier
geen sprake van willekeur, want aan zulke
|
tarieven gaan vaak stevige politieke keuzes
vooraf. Maar het beeld is gevestigd en dat is
moeilijk bij te stellen.’
‘Vergeet ook niet dat er overal lijstjes van
worden gemaakt: de veiligste en de onveiligste
gemeentes, de duurste en de goedkoopste,
de meest leefbare en de minst leefbare.
Geen enkele gemeente wil het risico lopen
om er negatief uit te springen en dat maakt
het voor de lokale democratie verdraaid lastig
om met een eigen invulling te komen. De
effecten daarvan zijn gemakkelijk waar te nemen.
Hoe meer Nederland decentraliseert
hoe gelijker het lijkt te worden.’ Ook het lokale
vestigingsklimaat voor bedrijven is nog
amper een criterium op basis waarvan een
gemeente zich kan onderscheiden. ‘Vroeger
had je bedrijventerreinen bij de industriële
centra of bij bijvoorbeeld de kolenmijnen.
Nu moet elke gemeente stevig werk maken
van zijn bedrijventerreinen want door
de voortschrijdende mobiliteit is men voor
bedrijfsvestigingen niet meer speciaal aan
bepaalde plaatsen of regio’s gebonden. Bedrijven
dienen nu overal terecht te kunnen.’
|
Kleinschaliger
Boogers wil niet berusten in het saaie imago
van de lokale democratie en het hierboven
verwoorde defaitisme van zijn collega Derksen.
Spontaan spuit hij wat ideeën waarmee
hij meer kleur wil geven aan het eigen karakter
van de lokale politiek.
Eén ervan is het kleinschaliger maken van
gemeenten. ‘Ik zou bepaalde Vinex-locaties
willen losmaken van de grote stad en
er projectgemeenten van maken met een
tijdelijk gemeentebestuur. Zo’n Vinexwijk
heeft vaak geen eigen identiteit maar
hoort ook niet bij de stad. Vathorst bijvoorbeeld
ligt zo ver van het centrum van
Amersfoort dat je er gemakkelijk een aparte
gemeente van kan maken. Een stadsdeel dat
je de status van gemeente geeft. Dit doet
meer recht aan de eigen problematiek en
de omvang van nieuwbouwwijken dan vormen
van wijkgericht werken. Het voordeel
van dergelijke nieuwbouwgemeenten is dat
ze nieuw bebouwde gebieden een duidelijke
identiteit kunnen verschaffen en dat ze
door lokale politieke processen de sociale
cohesie helpen te versterken.’ Een ander
|
| |
|
ingrijpend voorstel van Boogers is dat landelijke
politieke partijen niet meer als landelijke
partij mogen meedoen aan plaatselijke
verkiezingen. ‘Versta me goed: ik pleit niet
voor een verbod op landelijke partijen in de
plaatselijke politiek. Ze moeten alleen onder
een lokale naam meedoen die past bij
de gemeente. Een voorbeeld. Als de PvdA
sterk aanspreekt bij de jongeren, zouden ze
onder de vlag van de Jongerenpartij aan de
verkiezingen kunnen deelnemen. Essentieel
in dit voorstel is dat partijen op lokale thema’s
meedoen. Zo kies je veel duidelijker
voor een lokaal profiel en voor de lokale
tegenstellingen.’ Boogers vindt het plan zelf
‘tamelijk wild’ maar toch niet onzinnig. ‘In
een aantal staten van de Verenigde Staten
is het landelijke politieke partijen niet toegestaan
deel te nemen aan lokale verkiezingen.
Ik weet dat er binnen partijen als de PvdA
en GroenLinks al over het idee is gesproken.
De discussie erover gaat beslist door omdat
veel afdelingen van landelijke politieke partijen
momenteel te klein zijn.’
Referenda
Het derde voorstel van Boogers is meer
ervaring op te doen met het referendum,
vooral het correctief referendum. ‘Het
draagt er toe bij dat politici beter rekening
houden met de wensen en opvattingen van
inwoners. Ik ben betrokken geweest bij het
referendum in Groningen over de herinrichting
van de Grote Markt. De ervaring
was positief: na een eerste negatief oordeel
van de bevolking kwam het college met een
alternatief dat wel door het tweede referendum
kwam. Ook de ervaringen met het
referendum in Zwolle over de vestiging van
een speelhal waren zeer positief.’ Boogers
geeft toe dat deze vorm van bestuurlijke
vernieuwing nog niet helemaal uit de verf
komt, zoals bleek bij het burgemeestersreferendum
in Utrecht waar nog geen tien
procent van de bevolking kwam opdagen.
‘Toch geloof ik vooral in het correctief referendum.
Het moet alleen even tijd hebben.
Het werkt als een stok achter de deur. Het
voorkomt dat het college besluiten er zo
maar door kan drukken.
|
|
‘Oudere politici moeten
jongeren kansen geven’
‘Boogers komt in zijn boek met interessante
ideeën om de lokale politiek te verlevendigen.
Maar voordat je iets aan het systeem gaat veranderen,
moeten de politici eerst kritisch naar
zichzelf kijken. Vooral de oudere generatie politici
in de gemeenten is vaak alleen maar met de
strijd om de macht bezig en daardoor krijgen
de ambitieuze jongeren geen echte kansen’.
Dat is het kernprobleem,’ oordeelt Piet Fransen
(Lijst Fransen – Gulpen Limburg). Fransen weet
waarover hij spreekt, want hij zit al dertig jaar
in de raad van Gulpen. In die tijd is hij steeds
met voorkeurstemmen gekozen en tien jaar
wethouder geweest.
‘Mijn neefje van negentien die op de HEAO zit,
heeft politieke ambities. Hij is ook goed gemotiveerd
want hij krijgt op school studiepunten
voor zijn activiteiten voor mijn partij. Als zo’n
jongen alleen maar midden in machtsspelletjes
verzeild raakt, dan houdt het plezier gauw op.
Jongere politici moeten op een stimulerende
|
manier begeleid worden vanuit de fracties en
zo een kans krijgen om de gemeentepolitiek in
te groeien. Anders ben je ze in een mum van
tijd weer kwijt.
’
Fransen bestrijdt dat de landelijke partijen
plaatselijk niet doelmatig opereren. ‘Bij ons in
Gulpen zijn PvdA en CDA op gemeentelijk niveau
wel degelijk goed bezig. Ik heb ook niet
het gevoel dat die nou zo aan de leiband van
hun nationale partijbestuur lopen. In feite merk
ik alleen maar dat ze nationale partijen zijn als
er plaatselijke verkiezingen aankomen. Als de
leiders van de landelijke partijen dan verkeerd
in de publiciteit komen, zie je de lokale lijsttrekkers
nerveus worden. Dan krijgen ze zaken op
hun bordje waaraan ze niet zo gek veel kunnen
doen.’
Toch vindt hij het idee om landelijke partijen
onder lokale namen gemeentepolitiek te laten
bedrijven wel sympathiek. ‘Maar het lijkt me
heel moeilijk uitvoerbaar. Wat voor onderwerp
neemt zo’n partij dan om zich mee te profileren?
Kan zo’n club bij volgende verkiezingen
|
weer onder een heel andere naam opereren?
Voorzien de statuten van een landelijke partij in
zo’n aanpak? Ik denk dat de gemeentepolitiek
voor veel mensen weer interessant wordt als de
vergoedingen, ook voor leden van commissies,
stevig omhoog gaan. De tarieven die nu gelden,
kunnen echt niet meer. Ik weet zeker dat je
met stevige vergoedingen ook meer jongeren de
gemeentepolitiek in kunt lokken’.
Volgens Fransen is er tot nu toe ook te weinig
geëxperimenteerd met het idee van de gekozen
wethouder. ‘Ik ben er een groot voorstander
van, want het vergroot de band tussen
burger en gemeentepolitiek
enorm!’
Dr. Marcel Boogers, Lokale
politiek in Nederland. De
logica en dynamiek van
plaatselijke politiek ISBN
9789059314986, uitgeverij
Lemma, Den Haag
2007, prijs: f 21,00
|