Home Locomotie 35 Herindeling Drenthe geen onverdeeld succes
Herindeling Drenthe geen onverdeeld succes | Afdrukken |  E-mailadres
Locomotie - Locomotie 35
vrijdag, 03 oktober 2008 23:56
 

 Door Adrie Gaasbeek

Herindeling
Drenthe geen
onverdeeld succes

Het fenomeen gemeentelijke herindeling houdt nog steeds de gemoederen
in bestuurlijk Nederland bezig. Steeds opnieuw blijkt op
velerlei terreinen dat schaalvergroting niet tot het gewenste resultaat
leidt ; soms tot het omgekeerde. Uiteraard zijn er ook positieve
ontwikkelingen gaande en deze ervaringen zijn waarschijnlijk leerzaam.
Na 10 jaar herindeling in Drenthe kunnen we consequenties
vaststellen en beoordelen.

In juni 1993 werd door het College van Gedeputeerde Staten van Drenthe de wenselijkheid uitgesproken om de Drentse gemeenten te herindelen. Drenthe is dunbevolkt en telt, verspreid over 34 gemeenten, evenveel inwoners als Rotterdam-Zuid. Aanleiding voor deze herindeling was onder andere de ontstane wildgroei van hulpstructuren zoals gemeenschappelijke regelingen. Nadelen bij deze hulpstructuren zijn bij voorbeeld dat geen directe democratische legitimering aanwezig is, aangezien de besturen niet rechtstreeks gekozen zijn.


Na akkoord verklaren door een meerderheid in de Drentse Staten werd de ‘commissie Van Splunder’ gevormd die het College zou adviseren omtrent de randvoorwaarden alsmede over de vorm en de omvang van een wenselijk geachte herindeling. De achtergronden en doelstellingen sloten aan bij het toenmalige rijksbeleid. De Drentse gemeenten zouden groter en krachtiger worden met deskundige, voltijdse wethouders en ambtenaren die gespecialiseerd zouden zijn op bepaalde terreinen. Ook zouden de gemeenten voldoende toekomstwaarde moeten hebben. Er moesten sterke gemeenten ontstaan die integraal het hun toegewezen

takenpakket kunnen vervullen. Dit betreft dan de lokale basistaken op het gebied van sociale zorg, ruimtelijke ordening, infrastructuur, volkshuisvesting en milieu. Verder zouden grotere gemeenten beter tegenspel kunnen bieden aan andere overheden en beter kunnen inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen.


De uitgangspunten waren duidelijk. De gemeentelijke herindeling is een praktische benadering waarbij het goed uitvoeren van taak en functie van een gemeente centraal staat. Hulpstructuren moesten zoveel mogelijk worden teruggedrongen. De provinciale grenzen zouden blijven zo die waren. Gemeenten zouden in hun geheel bij herindeling betrokken worden. Nieuw te vormen gemeenten moesten een duidelijke samenhang vertonen. Het Provinciaal Omgevings Plan(POP) van Drenthe zou als leidraad dienen bij het bepalen van deze samenhang. Aan de nieuw te vormen gemeenten zouden – wat het inwonertal betreft – hogere eisen worden gesteld; een ondergrens werd daarbij niet gesteld. Gemeenten die ‘trekkers’ zijn in regionale ontwikkelingen namen een aparte positie in en kregen meer ruimte ter beschikking. Gebieden met een gelijksoortige problematiek zouden bij voorkeur binnen dezelfde

     
 
Drenthe

minder gunstig dan vóór de herindeling en ook minder gunstig dan de gemeenten die zelfstandig zijn gebleven. De opkomst van de kiezers was aanmerkelijk lager; vooral in de ‘buitendorpen’. Het lidmaatschap van alle politieke partijen en het politiek activisme was sterk gedevalueerd.

Op het vlak van de beleidsprestaties zijn de resultaten van gemeentelijke herindeling niet bemoedigend. Het op tijd gereed zijn van de jaarrekening en begroting is niet verbeterd; integendeel. Op het vlak van ontwikkeling van nieuwe systemen voor afvalinzameling behoren de heringedeelde gemeenten tot de hekkensluiters. De herindeling leidt wel tot meer beleidsambities, maar deze kunnen niet vertaald worden in meer of betere plannen op het terrein van ruimtelijke ordening en milieu. Bij de ontwikkeling van de bestemmingsplannen wordt meer dan in het verleden een beroep gedaan op externe stedenbouwkundige adviseurs. Op het terrein van actualisering en controle op milieuvergunningen krijgen heringedeelde gemeenten een achterstand op de planning. De financiële positie van alle onderzochte heringedeelde gemeenten is verslechterd en niet intact gebleven. De financiële reserves worden ingrijpend aangetast door nieuwbouw en wachtgelden. De nieuwe gemeenten kampen met een aantasting van de belastingcapaciteit. Dit zijn dus alle wetenschappelijk onderbouwde conclusies.


Meerderheid
Per 1 januari1998 kreeg Drenthe dus twaalf nieuwe gemeenten. De Provinciale Staten van Drenthe hadden dit in overweldigende meerderheid goedgekeurd. Van de eenenvijftig Statenleden stemden alleen de twee onafhankelijken tegen en onthield de ouderenpartij zich van stemming. Vijf jaar later organiseerde het College van GS een telefonische enquête onder 1.200 Drenten (ongeveer 0,3% van de totale bevolking) en toen was het gepubliceerde resultaat:

gemeente worden ondergebracht. Er was een maximum voor het aantal gemeenten dat in een groter verband werd samengebracht. Door de gemeenten zelf genomen initiatieven tot herindeling zouden positief worden benaderd, maar moesten wel passen in het totaalbeeld. Knelpunten in de gemeentelijke bestuurspraktijk moesten worden weggenomen. En zo ontstonden er twaalf nieuwe gemeenten in Drenthe.

Ambitie
Nu – tien jaar later – is een evaluatie wel op haar plaats. Mogelijk helpt daarbij de studie van prof.dr. Herweijer die in zijn ‘Effecten van herindeling’ de situatie in de provincie Groningen beschreef, waar reeds in 1986 een herindeling had plaats gevonden. Herindelingsmotieven waren toen: ruimtegebrek van naburige snelgroeiende gemeenten, de bestuurskracht

van de te kleine gemeenten en de reductie van de regiobesturen (WGRregio` s). Daarbij kwam dat bestuurders van kleine plattelandsgemeenten het initiatief namen om samengevoegd te worden om te voorkomen dat zij tegen hun zin toegevoegd werden aan een ambitieuze stedelijke centrumgemeente. Een vijfde motief is geponeerd door provincie/rijk onder het mom van ‘bestuurlijke vernieuwing’. Belangwekkend was dat door de herindeling in meerkernige streekgemeenten tendensen ontstonden om taken over te dragen aan dorpsverenigingen en dorpsraden; er werd gezocht naar wegen om de nadelen voor een klein deel te nivelleren.

Politieke partijen zijn een essentieel onderdeel van onze democratie. Op het vlak van de participatie van burgers in de gemeentepolitiek scoren de heringedeelde gemeenten – bij alle indicatoren


   

5 procent was enthousiast over de gemeentelijke herindeling; 52 procent was mordicus tegen en de rest ‘mocht het worst wezen’. Dat de herindeling dus niet zo`n succes is geworden is een ietwat eufemistische benadering. Vanuit de gemeentebesturen kwam er een massieve kritiek op de rol en de taakuitoefening van de Provincie; als de zaken niet naar wens gaan, zoek je de schuld altijd bij de ander. De afstand tussen burgers en bestuur is op velerlei gebieden vergroot (dat is vooral voor de ouderen een ongunstige ontwikkeling).

 

Ook de dienstverlening is sterk achteruit gegaan en het voorzieningenniveau – vooral op het platteland – heeft geleden onder de veranderingen. De bestuurlijke organisaties blijken door de grootschaligheid vaak slecht te functioneren, de financiële mogelijkheden van de gemeenten gaan achteruit, de kosten voor de burgers nemen alleen maar toe en de politieke interesse daalt verder. Er is wel een duidelijk verschil in beleving bij de vier stedelijke gemeenten (de HEMA- kernen Hoogeveen/Emmen/Meppel/ Assen) en de acht meer landelijk gerichte gemeenten. Men trekt echter vrij algemeen de conclusies dat er geen wens is om tot een nog grotere opschaling te komen, dat er geen verbetering is gekomen in de regionale samenwerking of in de relaties tussen de centrumgemeenten en de plattelandsgemeenten, dat er aan cultuurverschillen weinig of niets gedaan wordt etc. Terugdraaien kan men de situatie niet maar men heeft de handen meer dan vol aan een stuk verbeteringsaanpak.

 

Diverse geledingen in onze Drentse samenleving heb ik gevraagd naar hun reacties. Eerst benaderde ik de Drentse burgemeesters. Zij hebben de gemeentelijke herindeling voor de burgers ervaren als een emotionele zaak; op het gemeentehuis moet men zijn voor een rijbewijs etcetera en dat is nu verder weg; men denkt ook dat de zorg voor de individu verminderd is. Het

blijkt moeilijk om eenmaal verloren vertrouwen te herwinnen; men komt niet meer even aanlopen op het gemeentehuis; de besluitvorming is taaier en complexer geworden; men laat eigen belang (dorpisme) niet los; de Provincie moet leren gedetailleerd toezicht op de gemeente te vergeten; mogelijk worden in grotere gemeenten bepaalde taken beter uitgevoerd. De reacties kenmerken zich door een grote mate van diversiteit, maar de burgemeesters hebben grotere gemeenten gekregen en zijn daarom niet afwijzend.

 

Bij de wethouders kon ik onder andere. vaststellen: de gemeenten waren te klein om hun taken naar behoren uit te voeren, fulltime wethouders ontwikkelen meer bestuurskracht, door de schaalgrootte zijn er meer mogelijkheden voor grotere projecten, voor verenigingen van dorpsbelang liggen er mooie taken om als intermediair op te treden, op het terrein van onderwijs, wmo-beleid, brandweer, kunst & cultuur, minderhedenbeleid etcetera kan een grotere gemeente meer doen.

 

Ook hier dus in het algemeen een positieve toonzetting. In het kader van het dualisme nu dus het woord aan de volksvertegenwoordigers – de raadsleden dus –: de financiële problemen vereisen een drastisch ingrijpen, er liggen nog steeds kwaliteitsproblemen bij de ambtenaren, (het blijft moeilijk om kwalitatief goed jong personeel te werven), men krijgt minder geld uit het gemeentefonds, afkopen van samenwerkingsverbanden is duur, discussies over de locatie van een te bouwen gemeentehuis, buurthuizen/ zwembaden/sportvelden zijn moeilijk te handhaven, frequent verandert de organisatiestructuur, inhuren van dure externe bureaus , oude reserves worden aangesproken (de beschikbare 83 miljoen voor herindeling naar twaalf gemeenten bleek niet voldoende), veel te veel gelijksoortige ambtenaren die de eigen positie willen veiligstellen, burgers moeten te lang op antwoord wachten,

de aandacht van de burger voor politiek handelen loopt dramatisch terug. Het is duidelijk dat de Raadsleden niet bijster enthousiast zijn.

 

Andere aanpak
Dit alles overdenkende, ist toch wel de conclusie gerechtvaardigd dat er – na tien jaar – niet bijster veel enthousiasme voor een opgelegde gemeentelijke herindeling valt te bespeuren. In het blad van de VNG stond recentelijk dat problemen ook anders aangepakt kunnen worden: In de gemeente Ten Boer in Groningen heeft men slechts dertien ambtenaren op een bevolking van 7.200 (in 2006 nog 52 ambtenaren). De ambtenaren zijn vertrokken naar de stad Groningen (afstand 12 km). Daar worden in het groot de ambtelijke zaken voorbereid en uitgevoerd. In Ten Boer zijn nog drie beleidsregisseurs (welzijn, ruimte en publieke zaken/ dienstverlening) en een financieel controleur, die de opdrachten van het College uitvoeren + gemeentesecretaris, de raadsgriffier en enige ambtelijke ondersteuning. Er blijft voor de burgers een balie. Eemnes (provincieUtrecht) en Blaricum en Laren (Noord-Holland), met ieder ongeveer 10.000 inwoners, hebben hun ambtelijke organisaties samengevoegd, maar hebben nog wel eigen Colleges, een eigen secretaris en een regiestaf van drie personen. Het College zit op drie verschillende plaatsen en dat vereist wel wat postverkeer. Er is een werkgarantie – geen baangarantie – voor alle ambtenaren. De organisatie is efficiënter geworden.

 

In Drenthe proberen we er met elkaar in de twaalf gemeenten het beste van te maken; zo zijn Drenten nu eenmaal. Voor de onafhankelijke politiek liggen er in Drenthe mooie kansen, want er waren in 2007 voldoende kiezers voor drie Statenleden. Wat zal 2011 brengen? 

Adrie Gaasbeek is oud-statenlid voor de Onafhankelijke Partij Denthe

Laatst aangepast op zaterdag, 04 oktober 2008 01:30