Home Locomotie 36 37 sleutels tot geluk binnen een gedwongen huwelijk
37 sleutels tot geluk binnen een gedwongen huwelijk | Afdrukken |  E-mailadres
Locomotie 36
maandag, 19 januari 2009 13:43
Inhoudsopgave
37 sleutels tot geluk binnen een gedwongen huwelijk
Pagina 2
Alle pagina's

sterke-colleges

door Dick van Nieuwkerk

37 sleutels tot
geluk binnen een
gedwongen huwelijk

De colleges van burgemeester en wethouders in dit land lijken de laatste jaren bepaald niet te benijden. Wie de cijfers van gevallen colleges en van vroegtijdig opgestapte wethouders analyseert, moet wel concluderen dat het besturen van een gemeente een keihard metier is geworden dat kennelijk alles (en vaak te veel) vraagt van de manoeuvreerkunst van de belangrijkste actoren. Hoog tijd dus voor een boek dat de fijne kneepjes van een krachtig lokaal bestuur in kaart brengt.

dualisme soms de kwade genius? Vertillen gemeenten zich niet te vaak aan kostbare prestigeprojecten waarna de verantwoordelijke wethouder vroegtijdig het veld moet ruimen?

Regels
De beantwoording van deze vragen valt jammer genoeg buiten het behandelkader van het boek “Sterke colleges”, maar de opgeworpen vragen geven wel de uiterst actuele context van deze publicatie aan . De auteurs Arno Korsten, ervaren bestuurskundige, en Milo Schoenmaker, burgemeester van Bussum, kiezen er bewust voor om te opereren binnen de mogelijkheden van het dagelijkse politieke handwerk binnen een gemeente. Hun centrale onderzoeksvraag is deze: wat kan het gemeentebestuur zelf doen om maximale bestuurskracht te ontwikkelen? De wet stelt nauwelijks eisen aan de bestuurskracht en geeft maar één aanwijzing: er moet sprake zijn van ‘collegiaal bestuur’. Het schrijversduo voegt hieraan nu ‘37 ongeschreven adviesregels’ toe, aanbevelingen die moeten leiden tot krachtdadige colleges met een normale houdbaarheidsdatum. Een van hun meest in het oog springende adviezen is een college niet te omvangrijk te maken, want dan is het risico groot op afstemmingsproblemen tussen wethouders met aanpalende portefeuilles. Het wordt dan voor de burgemeester een ware kunst om de boel bij elkaar te houden. ‘Een groot college is vaak ook van niemand en dat moet je voorkomen.’

In de eerste zes maanden van 2008 kwamen in dertien gemeenten de colleges ten val. In de zelfde periode van 2007 gold dat voor zeven gemeenten. Bijna een verdubbeling dus. De eerste helft van 2008 zijn er al vrijwel net zoveel wethouders na een politiek conflict vertrokken als tijdens het hele jaar 2007: respectievelijk 67 en 77. Het aantal opgestapte wethouders was halverwege 2008 al 84. Over het jaar 2007 was dat aantal in totaal 131. Van de 84 in de eerste helft van 2008 vertrokken wethouders, waren er maar zeventien die om niet – politieke redenen

stopten. (bron: Binnenlands Bestuur/ Henk Bouwmans). Deze cijfers alleen al rechtvaardigen de conclusie dat de stabiliteit van gemeentebesturen de laatste jaren stevig wordt ondergraven. Het zou interessant zijn om de achtergronden van deze geleidelijk ingezette deconfiture van het gemeentebestuur nader te onderzoeken. Immers, er dringen zich spontaan tal van vragen op. Wordt de kwaliteit van de bestuurders minder? Wordt de vijver waaruit voor de bezetting van colleges wordt gevist soms kleiner? Is het enkele jaren geleden ingevoerde dualisme

Bij het samenstellen van hun adviezen zijn Korsten en Schoenmaker niet over een nacht ijs gegaan. Ze analyseren probleemsituaties uitvoerig en illustreren hun betoog met interessante observaties en citaten van zeventig ervaringsdeskundigen (burgemeesters, wethouders, raadsleden, adviseurs, topambtenaren). Zeer terecht leggen de auteurs veel nadruk op de veelal uiterst moeizame beginsituatie van collegevorming. ‘Een college is te vergelijken met

pagina 1



Laatst aangepast op woensdag, 21 januari 2009 13:14