|
zijn dit gemeenten met een versnipperde raad, veel wispelturig gedrag, rauwe omgangsvormen, weinig visie, ad hoc opereren en zelfs vormen van cliëntelisme, het gericht zijn op bepaalde private belangen. Volgens Korsten/Schoenmaker kunnen colleges in zo’n situatie vaak niet overleven omdat de raad niet gevoelig is voor koers, doelen en continuïteit. De meeste ‘moeilijke’ gemeenten liggen in uithoeken van het land (Den Helder, Zundert, Delfzijl worden genoemd) en de auteurs analyseren hun situatie haarscherp. Uit de beschrijving van het dossier Delfzijl – waar zich zo veel intriges en vermeend semi-maffiose praktijken afspeelden dat de Gronings havenplaats in de media het predikaat het ‘Palermo van het noorden’ kreeg – komt duidelijk naar voren dat het daar jarenlang ontbroken heeft aan een ‘rust brengende burgemeester, een communicatieve schakelaar en verbinder’. Alleen een burgervader met deze eigenschappen zou de gemoederen in Delfzijl hebben kunnen bedaren, stellen de auteurs.
‘Sterke colleges is zonder meer een nuttig boek. Het is verplichte kost voor formateurs van colleges en voor onderhandelaars. Voor de collegeleden zelf is het een prachtige geheugensteun op momenten dat ze evaluerend terugblikken op de gang van zaken en lijnen uitzetten voor hun toekomstige beleid tijdens hun jaarlijkse ’dagje op de hei’. Het boek is zo grondig gedocumenteerd dat het soms verdwaalt in details. 37 adviezen is ook wel een beetje te veel van het goede. Bovendien staan er 37 adviesregels evenwaardig geschakeld naast elkaar, terwijl ze onderling van aanmerkelijk verschillend gewicht zijn. Tien vuistregels zouden het boek handzamer hebben gemaakt. Maar de echte liefhebber zal dat verder een zorg zijn. Die komt toch wel aan zijn trekken.
Dick van Niekerk is publicist
|
Door Arjan van Westen
De OSF kan inzetten
op: ‘Terug naar de
Republiek'
André Krouwel (44) is door de Nederlandse media een veel gevraagd politicoloog. Zijn er verkiezingen of andere politieke veranderingen, Krouwel duidt ze vlot en begrijpbaar op radio, televisie en in kranten. Hij promoveerde op een onderzoek naar de veranderende rol van politieke partijen in Europese democratieën na de Tweede Wereldoorlog. Naast zijn werk als universitair hoofddocent aan de Vrije Universiteit van Amsterdam ontwikkelde Krouwel het Kieskompas, een website die stemmers helpt met het maken van een keuze. Genoeg redenen om deze specialist over de Onafhankelijke Senaats Fractie (OSF) aan de tand te voelen.
|
In zijn woning aan de Amsterdamse Overtoom neemt Krouwel de tijd voor het vraaggesprek over die kleine partij in de Senaat. Voorkomend want hij is enorm druk. Met begeleiden van zijn studenten en met zijn werk voor het Kieskompas. Deze website is verworden tot een bedrijf. ‘Net de Amerikaanse verkiezingen achter de rug en nu zijn we met Kieskompas gevraagd voor de Israëlische verkiezingen.’ Ondanks de buitenlandse zakelijke verplichtingen gaat de politicoloog voor het onderwerp OSF goed zitten. Duidelijk wordt dat Krouwel die partij geen lang leven geeft als deze niet drastisch van koers wijzigt.
Hoe verklaart u de OSF? ‘Het is een effect van het kiesstelsel dat de OSF in de Eerste Kamer zit. De Senaat wordt nu via Provinciale Staten gekozen en daarin zitten ‘lokalo’s’ en weet ik wat allemaal. Met rechtstreekse verkiezingen zou de OSF niet in de Eerste Kamer zitten. Nieuwe partijen komen niet aan bod in Nederland. En zeker niet als de achterban zo divers is als die van de OSF.’ |
Hebben nieuwe partijen überhaupt een kans van slagen?
‘Daar heb ik samen met een collega onderzoek naar gedaan. Er komen in Nederland heel veel partijen bij maar als je kijkt wat daarvan zetels haalt en invloed uitoefent dan is dat eigenlijk niks. Recent heeft alleen de SP een grote impact. En als je aardig bent D66, want ze zaten vijf keer in de regering. Nieuwe partijen die op lange termijn invloed hebben op het politieke stelsel, zowel in zetelaantal als beleidsverandering, ze zijn er verder niet. Nederland is in dat opzicht behoorlijk conservatief. De PVV en TON zijn tijdelijke fenomenen. De logica zegt dat die twee of drie verkiezingen overleven en dan weg zijn.’
Wat vindt u van de OSF? ‘Het lijkt me in intellectuele en politieke zin lastig om voor de OSF in de Eerste Kamer te zitten. Moeilijk omdat ze een brede achterban van diverse pluimage heeft. Ze heeft daardoor geen slagkracht en de inbreng is niet baanbrekend. Op mijn netvlies staat niet één wetsvoorstel of inbreng van de OSF, waarvan je zegt:
|