|
Streektalen: Een eigenzinnige enclave |
| Afdrukken | |
E-mailadres |
|
Locomotie 36
|
|
maandag, 19 januari 2009 15:48 |
|
Pagina 1 van 3 
|
Stellingwerfs I
door Dick van Niekerk
Een eigenzinnige
enclave
Het Stellingwerfs is een Nedersaksische streektaal die gesproken wordt in Zuidoost-Friesland (gemeente West- en Ooststellingwerf, grootste kernen: Wolvega en Oosterwolde) en in Noord-Overijssel, in het noordelijke deel van de gemeente Steenwijkerland. In het hele taalgebied wonen bijna 60.000 mensen. Hoewel het Stellingwerfs een betrekkelijk kleine taal is, heeft het een unieke positie binnen de streektalen van ons land. Dit heeft alles te maken met de onafhankelijke en zelfbewuste opstelling waarvoor de Stellingwervers van oudsher hebben gekozen. Hun eigen Saksische taal en cultuur hebben ze vanaf de middeleeuwen steeds met verve beschermd. Ze willen ook uitdrukkelijk niet als ‘echte Friezen' beschouwd worden hoewel ze met hen wel harmonisch in één provincie samenwonen. Bestuurlijk en politiek zien ze zichzelf namelijk weer wél als Friezen. |
vastberaden, niet Friestalige boerenbevolking wist beide partijen resoluut van het lijf te houden en koos voor zelfbestuur. Ieder jaar werd er per Stellingwerfs district (oost, west en zuid) een gerespecteerde persoon, een stelling, gekozen. De drie stellingen kregen de taak het bestuur en de rechtspraak in de regio te leiden (een systeem dat te vergelijken is met de Zwitserse eedgenootschappen). Aldus ontstond er een gebied waarin er eenheid was van bestuur en rechtspraak. Zo’n gebied heette in de middeleeuwen een werf. De Stellingwervers vielen onder het rechtstreekse bewind van de Duitse keizer, die hun zelfbestuur ook erkende, net als dat van de ‘echte Friezen’. In de bestuurlijke termen van die tijd heette het dat de Stellingwervers zogenaamde ‘rijksonmiddellijken’ waren. Dat wil zeggen dat ze bestuurlijk rechtstreeks vielen onder de keizer. |
Zo beperkt als het Stellingwerfse taalgebied is, zo intens is de taal- en streekbeleving van de ‘Stellingwarvers’. Kijk bijvoorbeeld eens naar de manier waarop ze met hun taalgrens met het Fries omgaan. Die wordt gevormd door het voor een groot deel door Friesland stromende riviertje De Tjonger. In het Stellingwerfs echter wordt die consequent De Kuunder genoemd. Ook het idyllische dorpje Kuinre, de meest westelijke plek van het taalgebied, heet in het Stellingwerfs De Kuunder. Kuinre werd al heel lang geleden naar de rivier genoemd. De Stellingwervers hebben het pas nog samen met de ‘echte Friezen’ voor elkaar gekregen dat de dubbele riviernaam De Tjonger of De Kuunder de officiële is geworden. Zo is deze nu ook terug te vinden in onder meer de nieuwste Bosatlas van Nederland. De rivier De Kuunder vormt ook een psychologische grens. Als Stellingwervers |
ergens over van mening verschillen met de Friezen, dan zeggen ze: “Daar, over de Kuunder, denken ze er anders over.” Een opmerkelijk regiobesef klinkt ook door in het gebruik van de naam Friesland. Hoewel hij in de gelijknamige provincie woont, zegt een Stellingwerver: ‘k ga Friesland in,’ als hij in Sneek of Heerenveen op bezoek gaat. Stellingwervers gebruiken ook vaak de aanduiding het ‘Friese Friesland’ als tegenstelling met het eigen ‘Stellingwarver Friesland’.
Rijksonmiddellijken Waar komt deze onafhankelijke opstelling vandaan? Voor een verklaring moeten we terug naar de late middeleeuwen, naar de periode tussen 1300 en 1500. Zowel de niet - Stellingwerfse adel als het bisdom Utrecht probeerden regelmatig aanspraak te maken op het gebied. Maar de
|
Het spreekt voor zich dat deze regio – ook toen die in 1517 bij Friesland werd gevoegd - de eigen cultuur, taal en het gemeenschapsgevoel door de eeuwen heen altijd grote aandacht heeft gegeven. De innige sociale cohesie binnen dit versnipperde gebied - Ooststellingwerf telt dertien dorpen, Weststellingwerf vierentwintig – blijkt nog steeds uit de verenigingsdichtheid per gemeente die ver boven het landelijk gemiddelde uitsteekt.

|
pagina 1
|
|
Laatst aangepast op woensdag, 21 januari 2009 13:19 |