Home Locomotie 38
Een ongelooflijke bemoeial | Afdrukken |  E-mailadres
Locomotie 38
dinsdag, 29 september 2009 13:06

emmakraak

pagina 1 van 3

 

Door A.J. Snel

De drijfveren van

een ongelooflijke

bemoeial

gecreëerd werd, waarbij mijn angst
om verlaten te worden op de proef gesteld
werd. Onbewust stel ik misschien
nog wel eens mensen op de proef, ja.
Ik wil niet uitgestoten, verlaten worden
en daag uit. Om te zien of ik wel echt geaccepteerd  ben.’

Zo dwars als pokhout is ze.

Dat zal ze niet van een vreemde hebben. Toen haar vader haar in juli 1942 in Den Oever, dorp aan zee in het uiterste van de Kop van Noord-Holland, aangaf bij de burgerlijke stand had hij vijf namen in gedachten: Emma, Wilhelmina, Juliana, Beatrix, Irene.

Op dringend advies van de ambtenaar

ten gemeentehuize ging hij met frisse tegenzin akkoord met drie voorlopige

voornamen: Emma, Mientje, Juultje. Maar direct na de oorlog zou formeel de wijziging

worden genoteerd en zo ook geschiedde.

Vandaar dat thans in het Zeeuwse Kortgene

een tegendraadse dame woonachtig

is met de volledige naam E.W.J.B.I. Kraak,

die met onverholen genoegen weet mee

te delen dat haar vader helemaal niet zo

Oranjegezind was. Maar ja, de oude

Kraak duldde geen vreemde hand. Hij

was in het verzet, saboteerde Duitse verbindingen en nam onderduikers in huis.

Met het vertrek van de koninklijke familie

naar het Verenigd Koninkrijk en Canada

was hij bepaald niet gelukkig. Niettemin,

die blonde Bestie, zoals Nietzsche de gedachte

Übermensch aanduidde, was hem

onwelkom. Hij liet zich niet de wet voorschrijven

door de ongenode nationaalsocialisten.

Vandaar zijn opstelling toen Emma als achtste van de negen kinderen die zijn vrouw en hij tenslotte rijk zouden zijn, werd geboren. Ze heeft, ziet ze op

afstand in de tijd, met veel dingen waar haar vader voor stond, geworsteld. Maar ze is zich ervan bewust dat haar eigen onverzettelijkheidze is zich ervan bewust dat haar eigen onverzettelijkheid
komt van een stam waarvan
ze niet zo heel ver is verwijderd geraakt.

 


‘Het is dubbel, zoals haast alle dingen
meer gelaagdheden hebben. Mijn vader
had een enorme vrijheidsdrang en ik heb
hem zijn gedrag, dat daaruit voortkwam,
wel kwalijk genomen. Hij nam, ook voor
zijn gezin, risico’s waar je vragen bij kunt
stellen. Ik zou dat niet doen en terwijl ik
dat zeg, ben ik me ervan bewust dat ik
bang ben dat ik wél net zo zou handelen
als mijn vader. Wat dat is? Een over-
dreven gevoel voor rechtvaardigheid.
Ik herinner me nog haarscherp hoe
vreselijk ik het als kind vond toen een
onderwijzeres een jongen sloeg. Daar wil ik niet bij zijn. Tegelijkertijd, ik voel een drang, een dwang, om onrechtvaardigheid te bestrijden.
Daar móet ik me mee bemoeien. Daardoor
wek ik op buitenstaanders de indruk
dat ik heel zeker van mezelf ben,
maar ik weet heel goed wat onzekerheid
is. Dat komt van heel ver. In de oorlog
hadden we onderduikers, van Joodse afkomst.
De vrouw van het stel, tante Annie,
is in die jaren mijn moeder geworden.
Zij ging en ik bleef. Bij een vrouw die mijn
echte moeder was maar die ik niet als
mijn moeder zag. Een jaar of drie na de
oorlog logeerde ik in Amsterdam bij die
Joodse mensen. Ik wilde bij hen blijven en
het vreemde was dat er een soort uitdaging

Emma Kraak, oud-raadslid van de Zuid-
Hollandse, tot een aantal jaren geleden
nog zelfstandige gemeente Ter Aar,
oud-wethouder van diezelfde gemeente,
oud-statenlid in Zuid-Holland en nu
penningmeester van de Onafhankelijke
Senaatsfractie (OSF) en voorzitter van
het wetenschappelijk bureau van de OSF.
In iedere functie lijkt ze haar ziel en zaligheid
te leggen. Niettemin, het leven heeft
haar op diabolische wijze geleerd te relativeren.
Twee dochtertjes had ze, die van hun geboorte af lichamelijk en geestelijk
diep gestoord waren en die in 1974 na
een gekweld bestaan binnen acht weken
beiden overleden. Vijf en zes jaar werden
ze, Machteld en Esther. Ze zegt: ‘Een jaar
na de dood van Esther en Machteld werd
onze zoon Micha geboren, in 1975 dus.
Hij vervult een hoofdrol in het leven van
mijn man Wim en mij. Zo is het goed.
Maar in dat jaar 1974 wist ik dat ik nooit
meer onbevangen gelukkig
zou zijn en die wetenschap zit voorgoed
in me. Je zou denken dat je met zo’n uitgangspunt zoveel zin voor betrekkelijkheid
opdoet dat niets anders meer betekenis
kan hebben. Ik ben tot enkele conclusies gekomen. Ik kom uit een religieus gezin en ik heb zelf lang gezocht naar redenen waarom er een god zou bestaan. Uiteindelijk heb ik alleen redenen gevonden om te weten dat hij niet bestaat.
Als er een almachtige God zou zijn, waarom
is het hier dan zo’n klerezooi? In het verlengde van die vraag ligt voor mij een opdracht. Er is geen bovenaardse kracht die de wereld op orde brengt. Dus zullen we dat zélf moeten proberen. Vanuit die gedachte komt mijn overtuiging dat
andere mensen niet de dupe hoeven te
worden van mijn verdriet. Ik weet wel dat

pagina 2 van 3

291373_locomotie_38-1_pagina_06_afbeelding_0001
destijds van mij werd verwacht dat ik wenend zou rondlopen en ik weet ook dat het als arrogant wordt ervaren dat ik probeerde en nóg probeer dat niet te doen. Het lijkt mij dat we het leven ondanks alles zo aangenaam mogelijk moeten laten zijn en omdat er geen sturing van bovenaf is, zullen we dat zelf moeten nastreven. Ik heb, geloof ik, geleerd mijn pijn opzij te zetten en me ondanks mijn ballast te verplaatsen in achtergronden van anderen. Er zijn altijd wel hoge doelstellingen te bedenken en gewichtige filosofieën. Toch kun je volgens mij beter proberen je eenvoudig te verplaatsen in de achtergronden van andere mensen. Sommige verlangens kunnen onbeduidend lijken maar het kan heel goed zo zijn dat de mogelijkheid een dakkapel op het huis te zetten iets te maken heeft met het levensgeluk van mensen. Hou het maar een beetje simpel en overzichtelijk. Zo, daar heb je wat overwegingen en drijfveren van een ongelooflijke bemoeial.’ Haar vader was huisschilder. Het gezin waaruit ze voortkomt was groot. Ze is de achtste van de negen kinderen Kraak. Haar jeugd was, materieel gezien, schraal. ‘Daar stond tegenover dat er bij ons veel gepraat werd, discussie werd gevoerd over van alles en nog wat. Wij hoorden niet bij een bepaald circuit en we hadden genoeg gevoel van eigenwaarde om zonder deel uit te maken van een groep stand te houden. Voor de jongsten in het gezin, en daar hoorde ik bij, was het leven niet al te ingewikkeld. Je hoorde alle gesprekken en wilde erbij horen en intussen liep je niet zo in de gaten. Bovendien, ik maakte mijn eigen wereld; als ik een boek las, was ik ergens anders. Ik heb altijd dingen willen weten en ik kon totaal verzinken in boeken. Leren door reguliere scholing? Dat was er maar in heel beperkte mate bij. Toen ik met 14 jaar van school af kwam, kon ik thuis komen werken. In de huishouding dus

Ik ben leergierig. Ik ben na de geboorte van Micha naar de middelbare school gegaan om meer aan de weet te komen over de arbeidsmarkt, politiek en personeelsbeleid. In 1987 werd ik raadslid voor het Progressief Akkoord in Ter Aar, een samenwerkingsverband van wat zich op de linkerflank beweegt. In Ter Aar ben ik ook twee korte perioden wethouder geweest, tweede helft jaren negentig. Beetje naïef misschien. Ik moest leren wat voor machinaties worden gehanteerd, ook binnen de gemeentelijke politiek. De Rijnstrekers blinken in het algemeen niet uit in het openhouden van het vizier en in de politiek wordt die eigenschap nog versterkt. Ik heb er in ieder geval veel van geleerd. Ook dat de overheid zich dikwijls helemaal niet opstelt als hoedster van de burgerij. Het gaat nogal eens om het verkrijgen van macht en het behoud daarvan waarbij ambtenaren zo hun eigen agenda hebben. Het is benepen. Bestuurders en ambtenaren denken elkaar aan een touwtje te hebben, spelen elkaar de bal toe en bekommeren zich te weinig om hun taak: dienstbaar zijn aan de bevolking. Ik heb nooit van spelletjes gehouden, ook niet van politieke spelletjes.Ik denk dat ik dat vaak genoeg heb laten merken om ontregelend te werken. Dat heeft me ook in een isolement gebracht. Althans, binnen het bestuur. Tegelijkertijd had ik als raadslid en wethouder enorm veel contacten met mensen die mij zagen knokken, me goedgezind waren, zich door de overheid gedwarsboomd zagen en hulp zochten. Ik heb nu een stichting om die mensen bij te staan als ze zich door de overheid tekort gedaan voelen, kwesties voor ze uit te zoeken, zien hoe ze hun recht krijgen. Zelf durven ze zich nogal eens niet te openlijk teweer te stellen. Ze voelen zich benadeeld of onbehoorlijk behandeld maar ze houden zich stil omdat ze straks toch weer aan hetzelfde loket staan. Dat verschijnsel vind ik tergend. Ja ik kan me vreselijk opwinden over onrecht en ik houd in een conflict

heel lang vast. Met een verbetenheid die mij zelf ook verwondert. Terwijl alles zo betrekkelijk is. We hebben bewezen dat we naar de maan kunnen, maar sommige ziekten stellen medici voor onoplosbare vragen; daar weet ik alles van.’

 

Ze voelt zich thuis in de onafhankelijke politiek. “Destijds, binnen het Progressief Akkoord, hielden we trouwens ook al goeddeels onze eigen koers. Voor het oplossen van plaatselijke problemen heb je niet zo veel aan landelijke beginselen. Ik vind dat je het moet opnemen voor de zwakkeren in de samenleving, maar dat is nou niet een idee waar je patent op kunt hebben.Het gaat uiteindelijk allemaal om mensen die geboren worden, er al dan niet iets van bakken en dan doodgaan. Met die wetenschap kun je beter maar niet te hoogdravend omgaan. Hou het maar zo simpel mogelijk. Ondoorgrondelijke dictaten van bovenaf, achter het bureau bedacht en opgeschreven door theoretici, daar kun je op plaatselijk en regionaal niveau heel weinig mee aan. Tenminste als je gewoon uit bent op een manier van goed samenleven waarbij zoveel mogelijk aan verlangens van mensen tegemoet gekomen wordt.’

Die boodschap zou in de Tweede Kamer kunnen doorklinken. ‘Ik begin er wel iets in te zien landelijk te gaan. Op voorwaarde dat we onze uitgangspunten goed en zorgvuldig formuleren en heel goed kijken naar de mensen die de overtuiging, dat meer zeggenschap naar de basis moet, helder en klaar kunnen overbrengen. Of we groot kunnen worden? Als dat je eerste prioriteit is, zal dat ten koste gaan van wat je werkelijk nastreeft. Dat is gevaarlijk. Buiten en in de politiek loert altijd het levensgrote risico dat de hang naar macht omwille van de macht de overhand krijgt. Je laat dan je doelstellingen vallen om maar te komen waar je wilt zijn. Op weg naar de top laat je je makkelijk strippen. Daar sta je dan tenslotte aan de top. In je naakte kont.’

pagina 3 van 3

Laatst aangepast op woensdag, 30 september 2009 14:21