Home Locomotie 38
Betrokken burger verdient waardering | Afdrukken |  E-mailadres
Locomotie 38
woensdag, 30 september 2009 11:52
interactiefbeleid

door Rob Visser

Betrokken burger

verdient waardering

 

De stad Portland, in de Amerikaanse staat Oregon, heeft een gemeenteraad zonder politieke partijen. Burgers krijgen bij ieder agendapunt spreektijd en dienen zelf ook agendapunten in. Behalve een ruim draagvlak voor het beleid is er in Portland een actief gemeenschapsleven, doordat burgers honderden initiatieven beheren om de lokale samenleving vorm te geven. Interactief bestuur mag in Nederland een trend zijn, zo ver als in Portland zijn we nog niet. Het valt niet mee om jongeren te laten meepraten over het inrichten van hun hangplek. En is interactie met de burger eigenlijk zinvol of vooral verspilling van geld en tijd? Een schets van deze aspecten met de mening van Jornt van Zuylen die de functie heeft van ‘aanjager burgerparticipatie’ op het ministerie voor BZK.

Geformaliseerde invloed van burgers op de besluitvorming begon in 1965 toen in de Wet Ruimtelijke Ordening het begrip inspraak werd geïntroduceerd. Burgers die de lokale kranten uitplozen vonden op den duur steeds meer aankondigingen van besluiten, zoals een kapvergunning, en konden dan een brief schrijven. Inspraak bestaat nog steeds en heeft als voordelen dat er wettelijke waarborgen zijn, daar kun je desnoods via de rechter een beroep op doen. Nadeel van inspraak

is dat er alleen wordt geluisterd naar wat burgers niet willen. Een overheid die rekening wil houden met wat ze wel willen moet hen in een vroegtijdig stadium raadplegen, zodat er kans is om bij te sturen. Na een motie van Tweede Kamerlid Wilbert Willems werd hier- mee sinds 1993 geëxperimenteerd. Maar ook dat bleek een nadeel te hebben: het is de overheid die niet alleen bepaalt wanneer er van gedachten wordt gewisseld, maar ook waar, waarom, waarover en met wie. In de loop der jaren is de indruk ontstaan dat deze bijeenkomsten niet waren bedoeld om te luisteren, maar om de geesten rijp te maken voor een bestaand plan. De derde en voorlopig laatste stadium van de interactie tussen overheid en burger, dateert van de laatste jaren: burgers nemen zelf het heft in handen als er geen inspraakavond wordt gehouden. Zij kloppen soms bij de overheid aan voor subsidie of expertise, maar verder zijn ze vaak zelfredzaam door de inzet van eigen betrokkenheid, ideeën, kennis, geld en connecties. In toenemende mate valt hierbij het woord participatie: de overheid luistert niet alleen, de burger krijgt (of neemt) ook invloed en handelingsruimte. Er loopt nog geen buslijn door de nieuwe woonwijk? In plaats van te klagen bij de gemeente, maken bewoners met elkaar afspraken over carpoolen en autodelen. Een Haagse huisvrouw die begaan was met het lot van prostituees, begon een huiskamerproject voor deze doelgroep. Een ondernemer die vond dat zijn meervoudig gehandicapte zoon slecht werd verzorgd bij een instelling, verkocht zijn bedrijf en zette de Thomashuizen op. Een professionele2 organisatie met een aantal vestigingen die een beroep doet op subsidie en die opereert binnen de officiële regels, net als de scholen van Iederwijs. Beleving Het huidige kabinet stelt in het regeerakkoord open te staan voor inbreng van burgers, onder het motto ‘samen wonen, samen leven’. Sinds afgelopen voorjaar is het wettelijk voorgeschreven om burgerconsultatie toe te passen bij de besluitvorming rond grote infrastructurele projecten, het is dus niet meer zo dat hierbij alleen ruimte is voor de traditionele inspraak op het allerlaatst. Deze ‘inspraak nieuwe stijl’ is geëvalueerd door Partners & Pröpper, een bureau dat in opdracht van de overheid interactieve trajecten organiseert en dat veel tijd steekt in het verzamelen van leerervaringen. Jornt van Zuylen, aanjager burgerparticipatie bij het ministerie voor Binnenlandse Zaken heeft de evaluatie gezien: ‘Natuurlijk gaat er wel eens wat mis. Aan de andere kant blijkt ook weer uit dit rapport dat het weliswaar tijd kost om burgers te raadplegen, maar het levert ook heel veel op. Je voorkomt bijvoorbeeld een groot aantal bezwaarprocedures die behalve tijdrovend ook erg duur kunnen zijn. Daarnaast blijkt dat een overheid die luistert naar burgers, zorgt dat die burgers ook meer open staan voor de noodzaak van het beleid. Als ergens zo maar een voetbalveldje wordt aangelegd, dan wordt het misschien niet gebruikt. Maar als burgers zich ervoor inzetten dat het er komt en dat gebeurt ook, dan is de kans dat het gebruikt wordt veel groter. Bovendien is

pagina 1 van 3

de overheid nu gewend heel veel tijd te steken in het afleggen van verantwoording achteraf. Dat is bij participatie veel minder nodig, want de burger kan zelf zien dat het gemeenschapsbudget zorgvuldig is besteed, namelijk op basis van de wensen die hij zelf heeft uitgesproken. Er is natuurlijk nog veel te leren, alleen al dat de beleving van burgers sterk kan verschillen van die van de ambtenaren en bestuurders. De laatsten ervaren vaak tijdsdruk als voor een interactief traject een aantal bijeenkomsten wordt gepland, verdeeld over een jaar, terwijl de burger zich afvraagt waarom het een jaar moet duren voordat er iets gebeurt.’ Van Zuylen kent vele honderden voorbeelden van kleine en grote interactieve projecten in Nederland. Op een steenworp afstand van zijn ministerie is het Haagse Bos, dat behalve twee miljoen bezoekers per jaar (volgens Staatsbosbeheer), een gebruikersgroep heeft van burgers die graag medeverantwoordelijk zijn voor het beheer. Met een paar collega’s op het ministerie heeft hij een keer als proef naar twee gemeentes gebeld om te vragen of ze een buurtfeest konden organiseren. ‘De gemeente Bergen op Zoom gaf allerlei tips voor het aanvragen van vergunningen en subsidie, ook vertelden ze waar ik een partytent met feestverlichting kon lenen en wie ik moest bellen bij de politie. Bij een andere gemeente werden we steeds doorverbonden en kregen we vaak ontwijkende antwoorden. Je loopt als burger het risico dat je heel veel hobbels over moet om gehoor te vinden voor een heel redelijk voorstel. Een inwoner van Biddinghuizen wilde een natuurpad maken, hij wilde er zelf graag wandelen, maar hij wist zeker dat het in de behoefte van veel anderen zou voorzien. Hij had de financiering, de aanleg en het onderhoud al rond op een wijze die zou bijdragen aan de lokale economie. Toch heeft het veel moeite gekost om de gemeente Dronten ervan te overtuigen hoe doordacht het plan was.’

Tips voor raadsleden

‘De overheid leert steeds beter om initiatieven van burgers de waardering en steun te geven die ze verdienen.’ Dat zegt premier Balkenende in het boek Help, een burgerinitiatief, dat werd uitgegeven door het ministerie voor BZK. Dat een overheid zich opstelt als lerend, dus niet alwetend, lijkt een cultuurverandering op zich. Dit blijkt ook uit de teneur van het boek die veelal gericht is op het prikkelen van ambtenaren om te reflecteren op hun positie. Zonder absolute waarheden te verkondigen over wat er allemaal goed en fout is, gaat het boek in op de vragen die ambtenaren kunnen hebben als ze geconfronteerd worden met een initiatief vanuit de samenleving. Zoals de vraag ‘Als ik dit initiatief serieus neem, word ik misschien wel overbodig. Dat kan toch alleen maar betekenen dat mijn baan vervalt bij de eerstvolgende bezuinigingsronde?’

 

Het boek biedt een groot aantal praktijkvoorbeelden die in hun variëteit en hun beschrijving heel interessant zijn. De projecten lopen uit van een speeltuin met kinderboerderij in Geleen, het opknappen van een schoolplein in Ridderkerk, wijkbudgetten voor bewoners van Zwolle en veiliger verkeer rond een school in Delfzijl. Ieder project heeft een eigen worsteling doorgemaakt met de combinatie van geld, menskracht, ideeën en regels, maar overal zijn de partijen erin geslaagd oplossingen te vinden met creativiteit en volharding. Het boek is primair bedoeld voor ambtenaren. Het is natuurlijk ook nuttig voor bestuurders die de ambtenaren moeten aansturen. Bovendien krijgen Raads- en Statenleden volop informatie aangereikt voor hun controlerende taak: ideeën, inspiratie en praktische tips waarmee kan worden beoordeeld of het bestuur goed opereert. De overmaat aan praktijkvoorbeelden heeft ook een zinvolle functie: bij onverhoopte onwil vanuit het ambtelijk apparaat kun je rustig zeggen ‘als het in gemeente X lukt om een constructieve dialoog met burgers te voeren over onderwerp Y, waarom zou dat dan met onze burgers niet kunnen?’ (einde kader) Van Zuylen werkt aan een nieuwe druk van Help, een burgerinitiatief. Die uitgave is bestemd voor een bredere doelgroep. Informatie hierover en over de conferenties over dit onderwerp in het najaar van 2009, is te vinden op www.helpeenburgerinitiatief.nl.

Dienstbaar

De burger moet erop kunnen rekenen dat hij gehoor krijgt bij de gemeente, vindt Van Zuylen. Hij is mede-auteur van het boek Help, een burgerinitiatief dat ambtenaren ondersteunt in hun werk (zie ook kader). ’Onder burgers leven genoeg ideeën en er is ook bereidheid om er verantwoording voor te nemen, dat hoeven we als ministerie niet te stimuleren. Het gaat veel meer om de houding en de instrumenten van ambtenaren om in te spelen op de ideeën van burgers. Daarnaast willen we graag dat iedereen die bij burgerparticipatie is betrokken

kennis uitwisselt, zodat ze niet het wiel hoeven uit te vinden. Omgaan met burgerparticipatie vereist evenwicht tussen alert blijven en loslaten. Je moet de burger ruimte geven en niet voortdurend over zijn schouder meekijken, maar je moet ook op tijd voeling houden, alleen al omdat de burger het prettig vindt om te weten dat de overheid zijn initiatief waardeert. Dat evenwicht is wel eens onwennig, een doorsnee ambtenaar vraagt zich bij een burgerinitiatief drie dingen af: ‘past dit in het beleid?’, ‘houden we dit onder controle?’ en ‘heb ik hier een rol in?’ Ik denk dat het heel gezond

Pagina 2 van 3

stadhuis-portland

Het stadhuis van Portland in de Amerikaanse staat Oregon, waar burgers actief deelnemen aan besluiten en initiatieven in de lokale samenleving.

is voor lokale ambtenaren om te weten dat een initiatief heel zinvol kan zijn en dat toch op alle drie de vragen een ontkennend antwoord volgt. Alle ambtenaren zijn na vijf uur ook burger, hopelijk een betrokken burger. Heel veel betrokken burgers hebben op den duur een idee, dat gaan ze uitwerken. Vervolgens staan ze in de startblokken om het te gaan uitvoeren en dan komen ze bij een ambtenaar terecht. Het kan een ambtenaar zijn die denkt ‘waar bemoeien ze zich mee, dat is mijn werk’ of het omgekeerde ‘fijn dat ze dat willen, dan hoef ik het niet te doen’. Een ambtenaar die klaar is voor een tijdperk waarin de overheid zich dienstbaar opstelt denkt: ‘wat goed dat dit gebeurt, hoe kan ik dit faciliteren?’ Deze ambtenaar is overigens niet altijd populair bij zijn collega’s.’ Op 17 september heeft de Nationale ombudsman een rapport uitgebracht over het verschijnsel burgerparticipatie. De ombudsman heeft op eigen initiatief onderzoek gedaan naar de ervaringen van burgers en ambtenaren. De inhoud van het rapport was bij het ter perse gaan van deze Locomotie nog niet officieel bekend, ingewijden melden dat het een top zes van ergernissen van burgers bevat, een checklist en adviezen aan de overheid om een aantal spelregels in acht te nemen. Deze spelregels hebben onder meer betrekking op de voorbereidingsfase waarin de overheid heldere keuzes moet voorleggen. Ook wordt gepleit voor een constructieve houding van ambtenaren tegenover initiatieven vanuit de samenleving en een zorgvuldige informatievoorziening, zodat burgers op de hoogte worden gehouden wat er met hun inbreng gebeurt. Nieuwe balans Alles wijst erop dat burgerparticipatie een trend is in de moderne samenleving. Er zijn indicaties dat het een onomkeerbare ontwikkeling is die vraagt om een nieuwe overheidscultuur, maar het zou in theorie ook een hype kunnen zijn waarvan het hoogtepunt al is gepasseerd. Van Zuylen: ‘Als je vooruit wilt kijken, moet je vaak eerst even terugkijken. Ooit was er een klassiek liberale samenleving waarin de overheid zorgde voor brandweer, politie en defensie; cultuur was in particuliere handen, gezondheidszorg gebeurde onder meer vanuit de kerk en dat gold ook voor armoedebestrijding. Vandaag de dag doet de overheid veel meer, maar daarmee hoeft het particuliere initiatief niet te worden gesmoord in regels. In een tijd van mondige burgers die zelf initiatieven nemen en kennis uitwisselen, soms ook kennis aan de overheid ter beschikking stellen, past een nieuwe balans. Van de overheid zal steeds meer worden gevraagd randvoorwaarden te scheppen zodat burgers kunnen voorzien in hun eigen behoeftes. Soms vereist dit dat je stimuleert en aanmoedigt

maar het omgekeerde is ook denkbaar. Een aantal senioren bouwt in Flevoland een eigen woonwijk met een golfbaan, dat is dus een particulier initiatief op het gebied van ruimtelijke ordening. Op zich misschien heel lovenswaardig, maar als ze er een hek omheen gaan zetten zodat het geen openbaar gebied meer is, denk ik dat je als overheid ho moet kunnen roepen. Als je mensen invloed geeft is het boeiende dat ze vaak ineens een andere afweging maken. Bij natuurrampen in het buitenland is dat vaak te zien, de regering zegt een aantal miljoen toe en vanuit burgers wordt dan geklaagd dat dit uit hun belastinggeld gebeurt. Maar diezelfde burgers maken vervolgens een behoorlijk bedrag over aan een hulporganisatie die campagne voert om in het gebied van de ramp te kunnen opereren.’ Het rapport van de ombudsman is te bestellen via www.nationaleombudsman.nl.

 

Rob Visser is zelfstandig adviseur
communicatie

pagina 3 van 3

Laatst aangepast op woensdag, 30 september 2009 12:19