|
tweede partij van het land ruziënd ten onder ging. De LPF geldt sindsdien als schoolvoorbeeld van hoe het niet moet. Fusiepartijen CDA en ChristenUnie negerend is D66 van de nieuwkomers met kabinetservaring, de enige partij die zich weet te handhaven in Den Haag. De Leidse politiek historicus heeft daar verklaringen voor. ‘D66 heeft zich eigenlijk het gedachtegoed van de vooroorlogse Vrijzinnig Democratische Bond toegeëigend. Dat gat was er al die jaren gebleven.’ Een tweede verklaring voor het blijvende succes van D66 is volgens Vossen dat het een typische partij van de ontzuiling is en goed voor de zwevende kiezer. ‘D66 is voor velen een favoriete tweede partij.’ D66 doet het in de peilingen nu erg goed. Vossen begrijpt dan ook niet waarom de OSF, die nogal eens dichtbij D66 wordt geplaatst, de Tweede Kamer in wil. De OSF moet dan wel met een ‘unique selling point’ komen.’
Over de ondergang van de intern verdeelde LPF is veel geschreven en ook het succes van D66 wordt de laatste tijd veelvuldig uitgelicht. Wat verder weggezonken in het collectieve bewustzijn is de ruim tien jaar aanwezigheid van DS’70 in de Tweede Kamer en de korte deelname van deze partij aan het kabinet- Biesheuvel I (1971/1972). Een geschiedenis waar wellicht de OSF lering uit kan trekken.
Eind jaren zestig kwam uit de Partij van de Arbeid de Democratisch Socialisten 1970 (DS’70) op. Een groep van sociaaldemocraten die vond dat de PvdA veel te veel naar links was opgeschoven. De links conservatieve boodschap van de nieuwe partij sloeg aan en bij de verkiezingen in 1971 komt DS’70 met lijsttrekker Wim Drees jr. met acht zetels in de kamer. De confessionele partijen KVP, CHU en de ARP verloren en konden met de VVD geen meerderheid behalen. Met het DS’70 van de zoon van ‘vadertje Drees’ kon wel een meerderheidskabinet worden gevormd.
De DS’70 ministers hielden vast aan hun visie op inflatiebestrijding en weigerden
|
te bezuinigen. De coalitiepartijen zagen daar niets in en het kabinet-Biesheuvel I viel snel. Iets wat volgens Ruud Nijhof, die als eenmansfractie het licht in de Tweede Kamer voor DS’70 in 1982 uit kon doen, uiteindelijk de partij fataal werd. ‘We zijn ontstaan uit een linkse partij en lieten een rechts kabinet vallen. Dan verlies je sympathie aan beide kanten van het politieke spectrum.’ Bij de kiezer maar ook bij de media verloor zijn partij in de jaren zeventig aan steun en stemmers. ‘Het was een onomkeerbaar proces.’
Nijhof is bekend met de OSF en heeft een positieve indruk van het werk van deze fractie in de Eerste Kamer. ‘Dat de OSF niet onsympathiek is, heeft ook een nadeel’, stelt de man die een middenpartij als DS’70 leidde. ‘Sympathiek is een middenkoers. Je kunt in de politiek beter bemind of gehaat worden. Wat mensen mobiliseert is emotie.’
Dat de OSF nu overweegt om met de Tweede Kamerverkiezingen mee te doen, is nieuw voor de oud-DS’70 leider. ‘De ratio zou zeggen dat het lastig is om zo’n heterogeen palet aan politieke opinies te bundelen. Het lijkt me een moeilijke positie voor de OSF.’ Nieuwsgierig is Nijhof hoe de OSF lokale politiek op landelijk niveau denkt te brengen. ‘Als je die programma’s van de achterban van de OSF goed vergelijkt, zijn er waarschijnlijk grote verschillen.’ Hij erkent dat een nieuwe positionering in Den Haag het lokale element kan zijn. ‘Landelijk is er niet veel op dit vlak. Of dit aspect de kiezer aanspreekt, dat vraag ik me af.’ Nijhof betwijfelt of er ondanks het fenomeen van zwevende kiezer nu veel ruimte is voor nieuwe partijen. ‘Het midden in de politiek is zeker met D66 druk bezet. Toen ik in de Tweede Kamer kwam, droop de haat tussen het CDA en de PvdA van de bankjes. Die tijd is voorbij. Ze zijn allemaal naar elkaar toegeschoven.’ Met de PVV en de SP is er volgens Nijhof ook op de flanken weinig ruimte voor een nieuwe partij. ‘Je moet nu toch een heel erg afwijkend profiel hebben, wil je met aardig wat zetels in de Tweede
|
Kamer komen.’ Wat ook zeker niet onderschat mag worden is de solide basis van de gevestigde partijen. ‘Neem het CDA en de PvdA. Ondanks dat de oude verzuiling verwaterd is, gaan die nog wel decennia mee. Ze zitten in alle instituties.’ En deze partijen leren voordurend van nieuwkomers. ‘Het is wel frappant dat de huidige PvdA veel van de DS’70 standpunten heeft overgenomen.’
Eén-issue-partijen, zoals de Partij voor de Dieren, slagen er volgens Nijhof niet daadwerkelijk in het politieke bestel te veranderen. ‘Tegen de tijd dat de PVDD ook de goudvis uit zijn kom gered heeft, verdwijnt de partij vanzelf.’ De PVV is volgens Nijhof wel een gat in de markt want de partij van Geert Wilders heeft een duidelijke aanhang, die met een eenvoudige boodschap bereikt wordt. Dat de PVV als nieuwe partij aanslaat komt ook doordat het boegbeeld van de partij de touwtjes strak in handen heeft en zijn optredens in de media zorgvuldig kiest. Nijhof maakt daarbij een kanttekening. ‘Charisma is belangrijk maar slechts één leider maakt een partij ook kwetsbaar. Mensen gaan nu eenmaal niet eeuwig in de politiek mee en de omloopsnelheid van politici ligt tegenwoordig hoog.’
Als Nijhof gevraagd wordt of hij iemand weet die bij Tweede Kamerverkiezingen de OSF gezicht kan geven, moet hij diep nadenken. ‘Herman Wijffels maar die zit bij het CDA, Iemand als Opstelten? En helaas, Wilders is bezet’, lacht hij. Nijhof laat doorschemeren dat het niet eenvoudig is om voor de OSF een leider te vinden, die het vooralsnog weinig heldere gedachtegoed van de partij efficiënt en op aansprekende wijze vorm geeft. ‘Toch moet de OSF niet opportunistisch worden. Gewoon zoeken in eigen kring. Daar moet gezien de ervaring in de diverse Provinciale Staten toch een leuke vent of goede vrouw tussen zitten.’
Nijhof gaat er vooralsnog niet vanuit dat hij zelf terugkeert in de politiek. ‘Maar ik ben 64 en bestuurlijk nog actief en uitsluiten moet je nooit iets.’ Na zijn vertrek uit de Tweede Kamer is Nijhof de
|