Home Locomotie 38
Dagboek Senator Locomotie 38 | Afdrukken |  E-mailadres
Locomotie 38
donderdag, 30 april 2009 20:01

 

locomotie37dagboeksenator

 

Dagboek Senator

 

 

te ontsporen en door de Eerste Kamer tot de orde geroepen wordt. In het wetsontwerp Elektriciteitswet wordt iedereen verplicht om een zogenaamde ’slimme meter’ in huis te nemen. Die houdt niet alleen het elektriciteitsverbruik bij, maar laat ook precies zien wanneer er hoeveel verbruik heeft plaats gevonden. Daarmee kun je dus nagaan wat voor typen apparatuur er in een huishouding in gebruik zijn, maar ook wanneer je een keer laat naar bed gaat en wanneer je op vakantie bent geweest. Het wordt ook mogelijk zonder problemen eigen stroomproductie (bijvoorbeeld van zonnecellen op het dak) aan het net terug te leveren. En dat laatste wordt natuurlijk vooral gebruikt als argument voor deze ‘slimme’ meter. Er is in het land nog al wat verzet tegen en ik kom met D66 overeen om samen vooral het privacy-aspect in de gaten te houden. Gelukkig zijn er meer partijen die er zo over denken. Na een langdurige discussie belooft de minister dat zij van verplicht installeren zal afzien. Zij past de wet aan. Twee dagen later, woensdag 26 maart, vertrek ik met enkele partijgenoten van de Fryske Nasjonale Partij naar Barcelona. Daar wordt dit jaar de ledenvergadering gehouden van de Europese Vrije Alliantie, de partij die in het Europese parlement een aantal regionale partijen vertegenwoordigt en daar samen met de Groenen een fractie vormt. De FNP zelf is niet groot genoeg om in het Europarlement te kunnen komen, maar via de EFA is er toch een mogelijkheid om ook Europees mee te doen. Als we nog eens van de OSF een echte partijenfederatie kunnen maken, dan zouden we misschien zelf ook... Afijn, daar zal later in het jaar op het symposium in Zeeland nog over gesproken worden! De bijeenkomst in Barcelona is stimulerend. Het hele vertaalcircus van Europa is meegekomen zodat iedereen in zijn eigen taal (of tenminste in de officiële taal van zijn eigen land) kan spreken. De voorzitter, Nelly Maes, is een Vlaamse en spreekt dus Nederlands. Er worden twee Friese zusterpartijen als

 

 

Op 17 maart wordt het Europadebat gehouden. Voor mij persoonlijk elk jaar één van de hoogtepunten van het Kamerwerk omdat het een algemeen debat is waar ook de kleine partijen de gelegenheid hebben hun gedachten over een breed onderwerp (Europa!) eens uitgebreid te formuleren. En nu, met de financiële en economische crisis op het hoogtepunt is het helemaal van belang om eens duidelijk te maken welke rol Europa volgens ons moet hebben. Juist nu blijkt natuurlijk dat één land alleen weinig meer kan en dat gezamenlijk optreden op veel punten noodzakelijk is. Dat grote banken, die in heel veel landen opereren, beter gezamenlijk gecontroleerd kunnen worden dan alleen door het land waar hun hoofdkantoor staat, ligt toch voor de hand? Maar vooral de Engelsen zorgen er voor dat het toezicht in principe toch bij de landen blijft liggen. Ook al wordt er wel een overlegorgaan gecreëerd dat hopelijk veel invloed kan uitoefenen. En eigenlijk zou toch ook de

 

 

crisisbestrijding zelf meer een Europese zaak moeten zijn. Nu de landen daar helemaal zelf verantwoordelijk voor zijn, probeert het ene land de staatsschuld beperkt te houden terwijl het andere onbeperkt schulden maakt. Voor de euro is dat natuurlijk funest: de een probeert de munt sterk te houden terwijl de ander hem juist verzwakt. Onderlinge solidariteit wordt op die manier ook moeilijk! Kortom, we zijn er nog niet en onze regering is, net als de meeste andere regeringen, te bang om bevoegdheden op dit terrein over te dragen. Dat is wel begrijpelijk na het debacle met het referendum over de Europese grondwet, maar juist op het gebied van de economische politiek zou een veel nauwere samenwerking de burgers wat kunnen opleveren. We zijn bang geworden om te pro-Europees te lijken. Ontsporing Twee weken later een mooi voorbeeld van waar onze overheid weer eens dreigt

 

pagina 1 van 3

 

lid toegelaten, Die Friesen uit Oostfriesland en de SSW, die de Deense minderheid in Noord-Duitsland en de Noordfriezen vertegenwoordigt. En van alle vertegenwoordigde partijen, uit vrijwel alle landen van de Europese Unie, hoor je dezelfde ideeën als van de partijen in de OSF: zelf baas wezen in de eigen regio om zo jezelf te kunnen zijn. Onze hele delegatie komt ‘s zaterdags met een goed gevoel terug. Zulke contacten doen goed. Van het één in het ander. De volgende woensdag ga ik naar Moldavië om weer mee te werken aan een verkiezingswaarneming van de OVSE. Omdat ik dat intussen twee keer eerder gedaan heb, weet ik ongeveer wat mij te wachten staat. Aankomst in de hoofdstad Chisinau, een luxe hotel, een briefing waarin de situatie wordt uitgelegd en ons verteld wordt hoe we moeten werken en kennismaken met de partner waarmee we moeten samenwerken. De volgende dag ergens naar het binnenland, waar het een stuk primitiever is, de stembureaus opzoeken, kennismaken en de volgende dag controleren hoe het toe gaat. Ik tref het deze keer: ik heb in het noorden van het land een heel redelijk hotel. En de streek is interessant: in sommige dorpen gebeurt alles in het Roemeens (want driekwart van de Moldaviërs spreekt Roemeens), in andere gebeurt alles in het Russisch (want er is een grote Russische minderheid) en in enkele dorpen is alles Oekraïens (want dat is nog weer een andere minderheid). De dorpen lijken vrij homogeen bij één van de drie taalgroepen te horen. In de stad Edinet worden formulieren gebruikt in alle drie de talen en kan er dus gekozen worden. Onze indruk van de verkiezingen is goed. Er wordt goed de hand gehouden aan de regels en dat betekent dat er in principe niet (veel) sprake kan zijn van fraude. Maar als de volgende dag het resultaat bekend wordt, blijkt dat de communistische partij net een kleine meerderheid heeft. Die avond hebben wij als Nederlandse waarnemers nog een etentje met

 

de consul en enkele mensen van de ambassade in Kiev, en we stellen met elkaar vast dat die overwinning veel onlustgevoelens oplevert onder de jeugd, maar dat de oude garde voor zekerheid en stabiliteit gekozen heeft en dat de uitkomst dus niet echt hoeft te verbazen. Maar intussen lopen buiten op de Boulevard van Stefan de Grote al duizenden jongeren te scanderen. ‘Weg met de communisten.’ De volgende ochtend maak ik nog een wandelingetje door de stad en zie dat de demonstranten zich alweer verzameld hebben. Nog veel meer dan gisteren. Van politie is nog nauwelijks wat te zien. Maar als wij tussen de middag met een bus naar het vliegveld gebracht worden, krijgen we de eerste berichten al binnen dat de zaak toch uit de hand loopt en dat een enorme politiemacht de orde zal herstellen. Alles bij elkaar dus toch een kater: de OVSE verklaart op gezag van ons als waarnemers dat de verkiezingen eerlijk zijn verlopen, maar het volk (de jeugd in ieder geval) is het met de uitslag niet eens en is er ook van overtuigd dat er toch fraude in het spel is. Symposium Anderhalve week later volgt het symposium van de OSF in Kamperland, Noord- Beveland. De organisatoren hebben onderdak voor ons gereserveerd in vakantiepark de Banjaard , zodat wij niet alleen een voor de OSF heel belangrijke brainstormsessie aangeboden krijgen, maar daar omheen ook nog een heerlijk weekend met zon, zee en strand. Centraal in de discussie staat de behoefte die bij de OSF partijen al langer gevoeld wordt om meer gezamenlijk op te trekken, en de suggestie van prof. Krouwel om dat als samenbindend element te gebruiken het streven naar autonomie voor de regio’s. Als provinciale partijen speelt dat idee bij al onze partijen, meer of minder duidelijk uitgesproken, een rol en prof. Krouwel verwoordt op het symposium het idee bloemrijk en wervend. Met elkaar streven naar een ‘asymmetrisch federalisme’, dat wil zeggen iedere regio krijgt zoveel autonomie als juist daar nodig

 

 

 

nodig is, niet meer iedereen gelijk, maar maatwerk. Een aantrekkelijk idee, zeker voor OSF-partijen die immers allemaal verschillend kunnen zijn en vaak ook willen zijn. Maar voor we daar echt gezamenlijk mee de boer op kunnen (Tweede Kamerverkiezingen??) moet er nog wel uitwerking plaats vinden. De kiezer let niet echt op elk detail, maar wij moeten wel eerst met elkaar vaststellen wat we de kiezer willen gaan vertellen. Vooral misschien, waar we met elkaar hetzelfde willen voor onze regio’s en waar we juist verschillend willen zijn. En toch ook natuurlijk over wélke regio’s we dan praten, want juist dát is in discussies over bestuurlijke veranderingen vaak een moeilijk punt. Krouwel zou ons daar goed bij kunnen helpen. Tussen alle andere zaken door blijven de ontwikkelingen op de Antillen aandacht vragen. Vroeger kwam de kamercommissie Nederlands Antilliaanse en Arubaanse Zaken (NAAZ) bijna nooit bij elkaar, tegenwoordig bijna elke week. En voor 20 april is er een uitnodiging van het Bestuurscollege van Sint Maarten om met hen te komen praten. Met een grote delegatie zijn ze naar Den Haag gekomen om duidelijk te maken dat nog niet alles klaar is maar dat er toch heel hard gewerkt wordt om straks de status van land binnen het koninkrijk te krijgen. Daarvoor moet Sint Maarten veel dingen zelf gaan doen die nu nog door de regering van de Antillen worden gedaan, maar vaak op een manier die niet echt recht doet aan de behoeften van het eiland zelf. Ze weten dat er in Nederland erg getwijfeld wordt of ze er wel aan toe zijn om zoveel zelfstandigheid te krijgen en zijn volledig bereid zich door Nederland te laten assisteren als ze zelf tekort schieten. Dat is voor mij een belangrijk gegeven om toch positief te blijven, maar onder mijn collega’s denkt lang niet iedereen er zo over. Autonomie Dat blijkt op 19 mei bij het plenaire beleidsdebat over de Antillen. Een week

 

pagina 2 van 3

 

 

tevoren is het referendum op Curaçao gehouden waarbij 52% voor de overeenkomst met Nederland stemde, maar 48% er tegen. Het proces van staatkundige verandering kan dus wel doorgaan, maar het gevoel dat daarbij te veel autonomie wordt ingeleverd blijkt toch wel breed te leven op het eiland. Alle woordvoerders zijn zich daarvan bewust, maar desondanks wordt door de meesten scherp uitgehaald naar alles wat er mis is op de eilanden. Bewezen maar vooral onbewezen corruptie beheersen het debat en vooral Sint Maarten moet nog niet denken dat het zomaar de landstatus krijgt. Mijn inbreng is toch wat anders van toon. Natuurlijk is het noodzakelijk dat er op het gebied van financiën en rechtspleging vergaande garanties worden ingebouwd en dat er mogelijkheden komen om als Koninkrijk eventueel in te grijpen als er dingen misgaan. Maar dat betekent inderdaad wel dat de autonomie die Curaçao en Sint Maarten krijgen aanzienlijk kleiner is dan wat de Antillen nu hebben, en ook kleiner dan Aruba. Hoezeer dat ook verantwoord is, het is niet vreemd dat dit bij een deel van de politici en de bevolking onvrede oproept. En het gaat dus niet aan om de Curaçaose oppositie daarom maar met Nederlandse hooghartigheid voor gek te verklaren. Nee, in feite heeft de PVV van Wilders het dan beter begrepen: die willen contact zoeken om de oppositiebeweging naar volledige onafhankelijkheid toe te praten. Daar ben ik niet voor, want ik vind de koninkrijksbanden daarvoor (nog) te belangrijk, maar daarmee neem je een aanzienlijk bevolkingsdeel op Curaçao in ieder geval wel serieus. Een dag later mag ik bij de ontvangst van Friese statenleden door de Eerste Kamer een verhaal houden over de twee Europese verdragen die Nederland heeft ondertekend ter bescherming van nationale minderheden en minderheidstalen. En vooral over de vraag of Nederland zich zelf wel voldoende houdt aan de verplichtingen die daarin vastgelegd zijn (nee dus), en wat er moet gebeuren om

 

 

dat wél te doen. Antwoord: natuurlijk het antwoord dat wij als OSF altijd geven, namelijk de bevoegdheid leggen bij de betreffende regio. In dit geval dus de bevoegdheid voor het Fries (ook bijvoorbeeld in het onderwijs) naar de provincie Friesland. Een week later: alweer iets over de Antillen. De “Commissie Democratisch Deficit” wil graag weten wat wij vinden van de klacht van de Antillen dat het Koninkrijk onvoldoende democratisch is opgebouwd. Mijn mening is dat het wezenlijke probleem daarbij ligt in het feit dat over Koninkrijkswetgeving (dus wetgeving die uitdrukkelijk voor alle rijksdelen moet gelden) uiteindelijk alleen door de Nederlandse Tweede en Eerste kamer wordt beslist. En daarin zijn de landen in de west niet vertegenwoordigd zodat je naar mijn mening inderdaad over een democratisch gebrek kunt spreken. Maar ik constateer dat veel parlementariërs dat graag zo willen houden, ondanks het feit dat een vertegenwoordiging van de West nog geen twee zetels in de tweede kamer zou kunnen invullen. Het gaat dus meer om het principe dan om de echte invloed. 4 Juni worden de Europese verkiezingen gehouden. De Europese Vrije Alliantie (EFA) komt van zes op zeven zetels. Het blijft natuurlijk een kleine Gideonsbende, en wij hebben er in Nederland geen bijdrage aan kunnen leveren (dat zou toch moeten kunnen!), maar elke zetel extra versterkt wel het geluid van de regio’s in Europa. Langzamerhand begint het eind van het parlementaire jaar al in zicht te komen en de laatste weken gaan snel. Op 6 juni mag ik de discussie leiden bij een studieweekend van de Partij voor het Noorden. Nuttig, ook voor mij, om de discussie over politieke uitgangspunten in één van onze partijen eens zo intensief mee te maken. Op 9 juni komt in de Kamer de paspoortwet aan de orde. Dat is weer een onderwerp dat door D66 voor ons

 

 

behandeld wordt. Wij zien beide geen heil in het opslaan van vingerafdrukken in één grote centrale database, die dan ook nog voor politionele doeleinden gebruikt kan worden. De zoveelste grote database, die onder omstandigheden gekoppeld zou kunnen worden aan allerlei andere gegevens, die gehackt kan worden en die (dus) eventueel ook mísbruikt zou kunnen worden. Op 16 juni stemmen wij dus tegen. Op 29 juni is de Wet WIJ aan de beurt, die jongeren tot 27 jaar het recht op een bijstandsuitkering ontneemt maar daarvoor in de plaats een recht op opleiding of werk garandeert. Mocht dat echt niet lukken dan is toch een uitkering mogelijk. Ik ben niet enthousiast over nieuwe wetgeving want de gemeenten doen hier al zo veel aan, maar met het principe ben ik het graag eens. Jongeren moeten geen uitkering maar werk. Dus toch maar voor stemmen. Op 30 juni nog een keer de Antillen. De Raad van State maant ons in een onderhoud om wat meer begrip voor de positie van de Antilliaanse politici te tonen en niet vanuit Nederland te hoog van de toren te blazen. Ik krijg dus min of meer gelijk en ben het graag met de Raad eens. Tenslotte 7 juli. In het college van fractievoorzitters komt het voorstel van de minister-president aan de orde voor Prinsjesdag. Omdat er altijd van tevoren gelekt wordt over de beslissingen van het kabinet wordt voorgesteld om óf de stukken van tevoren vrij te geven en dan de troonrede wat meer beschouwend te maken, óf de stukken pas na de troonrede vrij te geven, zodat niemand ze eerder heeft en er dus ook niet gelekt kan worden(??). De Tweede Kamer is voor het eerste voorstel, wij zijn unaniem voor het tweede. Een ‘beschouwende’ troonrede, dat wordt natuurlijk niks, en je kunt de koningin ook geen dingen laten vertellen die iedereen al weet. Dat wordt dus moeilijk voor de ministerpresident, nu Eerste en Tweede Kamer er zo verschillend over denken. Maar hij mag eerst nog op vakantie. En wij ook, want het reces begint. ’s Avonds bij het

 

 

traditionele diner als afsluiting van het jaar moet ik halverwege weg omdat ik anders de laatste trein niet meer haal. Het is weer veel later geworden dan gepland was en ik had dus beter met de auto kunnen gaan. Intussen is ook bekend dat in Moldavië de verkiezingen toch overgedaan zullen worden. In onze vakantie, dus ik kan het mijn vrouw niet aandoen om daar nog een keer te gaan waarnemen. Maar ik wacht het wel met spanning af!

 

locomotie37hthoeve

afb-vlaggen

pagina 3 van 3

Laatst aangepast op woensdag, 08 december 2010 13:32