Sprookjesstad
Het heeft even geduurd maar nu is ie er dan toch: de Vijfde nota Ruimtelijke Ordening. Zo dik als een stoeptegel , vol verleden en heden en met heel weinig toekomst erin. Wat dat betreft is het ding flinterdun en moet van alles nog met provincies en gemeenten worden doorgewerkt en afgestemd. Geeft niks want dat komt over een jaartje of wat allemaal te staan in deel drie.
In ieder geval is het een verstedelijkingsnota geworden. Er moet volgens de opstellers nog flink worden gebouwd: in de steden waar het kan, daarbuiten als het moet. En dus zijn alvast de gebieden aangegeven waar het wel weer zal moeten. In de randen van het Groene Hart en de Bollenstreek bijvoorbeeld.
Als alles goed was gegaan had dit de moeder van alle andere nota's met ruimtelijke gevolgen moeten zijn. Nu is het mosterd na de maaltijd en is bijvoorbeeld Verkeer en waterstaat de ruimtelijke ordenaars al voor geweest. Terwijl verkeersverbindingen bij uitstek het gereedschap zijn om een land te maken of te breken. Waar je niet (goed) kunt komen kun je niet neerstrijken om activiteiten te ontplooien. En omgekeerd: wat je in den blinde goed met elkaar verbindt roept nieuwe activiteiten op en loopt het risico om onder de voet gelopen te worden. Nu heeft ons land al de hoogste infrastructuurdichtheid per hectare in de wereld. Dus die moet eerst maar eens beter worden benut. Helaas. Nadat de corridors als veredelde lintbebouwing al weer waren afgeserveerd is er toch weer gevlucht in nieuwe concepten. Ditmaal gaat het om bedenksels als een Deltametropool en Netwerkstad. De randstad van op zichzelf staande stadsgewesten heeft als ouderwets afgedaan. Te weinig kritische massa (let op de quasi wetenschappelijke term). Met een morsige kluwen van samenklonterende steden en stadjes die zich gaat uitstrekken tot aan de Drechtsteden in het zuiden, tot Amersfoort, ja zelfs tot diep in Flevoland
in het oosten zullen we de internationale concurrentie met het buitenland aankunnen. In plaats van 'n miljoen inwoners per regio afzonderlijk heb je bij elkaar opgeteld zo'n zes miljoen zielen en dat is pas kritische massa! Zonder Deltametropool zijn we dus nergens. Aanleggen dat ding zou je zeggen als het waar was, alleen: hoe doe je dat? Bij zo'n opvatting hoort een passend hoogwaardig vervoerssysteem. En dat wordt nergens gepresenteerd. Niet in de Vijfde nota en niet in de al verschenen verkeersnota NVVP. Een rondje Randstad met de zweeftrein is zo duur dat hooguit de binnenring rond het Groene Hart ermee zal worden bediend. Daar zijn de verbindingen tussen de steden straks al uitstekend, met al die baanvakverdubbeling en de komst van de HSL. Er zal dus juist een sneltramnet moeten worden aangelegd dat overal aansluit op metro en stoptrein. En daar zit nu juist het probleem dat ook kleinere netwerksteden zal teisteren. Het is allemaal veel te ijl gebouwd om nog voldoende klanten op te leveren voor een gezonde exploitatie. Het gevolg daarvan is weer dat een groot deel van die door de overheid gestimuleerde relaties tussen stadjes alleen nog maar per auto zijn af te wikkelen. Dus moeten er meer wegen komen die zoals we weten dan weer dichtslibben. Dus verliezen we de concurrentieslag met het buitenland alsnog.
We moeten dit helemaal niet willen. We willen het ook niet, zo blijkt. Er wordt net gedaan alsof iedereen graag kilometers vreet, terwijl het uit bittere noodzaak voortkomt. Nieuwe woonwijken zijn verstoken van de meest noodzakelijke voorzieningen zodat het tekort eraan per auto bij elkaar gereden moet worden. Wie dat meet en niet beter weet concludeert daaruit dat we reizen zo'n lolletje vinden. Wie kan kiezen zoekt na verloop van tijd echter een werkkring dichter bij huis of een woning dichter bij het werk. Hier wordt weer eens een fraai sprookje verteld. Provincies en gemeenten ruiken het geld dat aan deze nieuwe concepten kleeft en zullen de Haagse planologische fantasten wel weer naar de mond praten om het binnen te slepen. Wat moeten ze anders?
Ze zouden om te beginnen eens beter kunnen kijken naar de mensen waarvoor ze het allemaal zeggen te doen. De tijdshorizon van de Vijfde Nota is 2020. Lang voor die tijd is de naoorlogse grijze golf al aardig aan het wegebben en komen er jaarlijks tienduizenden grote woningen vrij door verlating. Daarvan zijn er veel door splitsing geschikt te maken voor de vele één- en tweepersoonshuishoudens die er dan zijn. Dat geeft meer klanten per hectare, dus betere voorzieningen en dus minder kilometergevreet. In combinatie met een betere benutting van de al in gebruik zijnde verstedelijkte ruimte is zo het laatste beetje bevolkingsgroei heel goed op te vangen. Omstreeks 2030 zal immers de bevolkingsdaling intreden. Verstandige beleidsmakers gooien in het perspectief van die afname in hun nota's nu al het roer om. Het is daarom eigenlijk wel prettig dat die Deltametropool en Netwerkstad nauwelijks handen en voeten krijgen. Komt er een leuke Zesde Nota. Zonder sprookjesstad.
Marten Bierman
|