Home Oude artikelen Politici gebruiken aan biologie ontleende termen
Politici gebruiken aan biologie ontleende termen | Afdrukken |  E-mailadres
Artikelen uit oude Locomoties
dinsdag, 15 juni 1999 01:00

Politici gebruiken aan biologie ontleende termen


Als bioloog en ecoloog voel ik me altijd wat ongelukkig als ik zo'n zakje 'biologische' of 'ecologische' aardappelen bij de supermarkt koop. Waarom wordt onze naam op de verpakking zo ijdel gebruikt? Wat is er in feite biologisch of ecologisch aan die piepers? Met vakgenoten praat ik zelden of nooit over aardappelen.

Door Peter Heukels

Het ergste is natuurlijk de aanduiding 'biologisch-dynamisch'; daarbij kan ik me helemaal niets meer voorstellen. Als onbespoten aardappelen zo gezond zijn, waarom noemen we ze dan niet gewoon zo: 'onbespoten', of 'gezond'? Of voor mijn part medicinaal, of medisch-dynamisch? Dat zou het marktaandeel van dat product tot grote hoogte opstuwen. Nu maakt nog maar 1,5 procent van de akkerbouwers gebruik van 'biologische' teeltmethoden; maar ik verwacht dat de resterende 98,5 procent gretig hun voorbeeld volgt als hun gewassen op die manier worden opgewaardeerd tot medicinaal preparaat. De boerenstand zou op slag zo geacht zijn als de medische. En voor biologen wordt het dan misschien wat eenvoudiger om uit te leggen wat hun vak nu precies inhoudt.

Immers, de meeste mensen weten nauwelijks waar biologen nu eigenlijk mee bezig zijn. Ja, Midas Dekkers, die kent iedereen. De media rammen dat rolmodel van de biologie er keihard in bij het publiek. Midas kun je ook makkelijk begrijpen. Hij badineert vaak over zijn poes die zo menselijk doet, of over de seksuele frustraties van schildpadden en zo. Maar met biologie of ecologie heeft dat maar weinig te maken.
Het ligt natuurlijk in hoofdzaak aan de biologen zelf, dat hun werk zo slecht begrepen wordt. Je krijgt als biologiestudent ook geen training in het uitleggen van de maatschappelijke relevantie van je onderzoeksresultaten. Met grote vertraging komen nieuwe biologische inzichten nog wel eens in leerboekjes voor middelbare scholen terecht, maar biologie blijft daar een pretvak waar je meestal geen examen in hoeft te doen, en dat beetje kennis vervaagt bij de leerlingen snel. Sommige van die scholieren komen later in de politiek terecht. Dan mogen ze beslissen over biologisch onderwijs en onderzoek, en over natuurbeschermingszaken, al beperkt hun kennis der natuur zich tot de poes van Midas Dekkers en de grassprietjes die ze zich na het gazonmaaien van de tuinbroek vegen.
Een tijdje geleden bleek bij een enqute dat de historische kennis van Nederlandse politici ver beneden de maat was. Wel, ik denk dat een vragenlijstje over biologische onderwerpen nog veel grotere kennishiaten aan het licht zou brengen. En dat geeft meer reden tot zorg, want aan het historisch verleden kunnen zelfs politici niks veranderen, maar aan natuur, milieu en landschap helaas wel. Ondertussen gebruiken politici en andere leken wel allerlei aan de biologie ontleende termen, zonder die te begrijpen. Er zijn zo heel ongewenste vormen van taalgebruik ontstaan, die meer versluieren dan verduidelijken en tot inefficint beleid voeren. Er zijn wel vage doelstellingen met de natuur en het milieu als onderwerp, maar daarover heeft men al even vage voorstellingen. Door het heersende wanbegrip worden de doelstellingen zelden of nooit gehaald, maar daarvan ligt men niet wakker.

Ook de term 'duurzaam' is op vergelijkbare wijze zo nietszeggend geworden. Dat woord komt overigens niet uit de biologie. Oorspronkelijk gebruikten we het voor zulke zaken als geteerde palen, plastic tuinstoelen, Volvo's en ontwrichte huwelijken. Architecten en aannemers denken nog steeds dat ze duurzaam bezig zijn als hun flatgebouwen minstens een eeuw niet omvallen. Als je ze dan uitlegt dat we daar inmiddels wat anders onder verstaan, namelijk dat hun creaties noch in de bouwfase, noch in de gebruiksfase, noch in de afbraakfase belastend voor het milieu mogen zijn, schudden ze vaak niet-begrijpend het hoofd. Dat is hun in Delft nooit verteld. Dat Volvo's en andere moderne auto's betrekkelijk lang meegaan wil ik niet bestrijden, maar dat ze ook duurzaamzijn mag je gezien hun gewicht, luxe uitrusting, motorvermogen en brandstofverbruik toch ernstig betwijfelen. Toch kom je die term in advertenties voor auto's regelmatig tegen.

Niet alleen notoire groeineuroten zoals aannemers en garagehouders hebben oogkleppen of kopkleppen op, als het begrip duurzaamheid in het geding is. Ook journalisten van onverdacht milieuvriendelijke signatuur maken nog wel eens een vergissing. Onlangs nog, in dit blad (Locomotie nr. 9, p. 15-16) werd de loftrompet gestoken over de gemeente Deventer, die 400 gulden subsidie had verstrekt voor 400 zonneboilers in de nieuwe wijk De Vijfhoek (Colmschate Noord) en daarmee de titel 'zonneboilerstad 1999' binnengehaald. Bij de bouw van de wijk, zo werd verheugd gemeld, was ook geen tropisch hardhout gebruikt. 'Duurzaam bouwen staat bij ons hoog in het vaandel,' had de projectleider nog geroepen. Ja, dat zal wel. Natuurlijk is het goed dat die wijk niet geheel is opgetrokken uit vliegasbeton, asbestplaten en gewolmaniseerd hout, en dat de huizen daar niet op een bruinkoolcentrale zijn aangesloten. Maar ik ken die omgeving nog uit mijn jeugd, vanaf de jaren vijftig al; en toen was het daar nog een prachtige groene wereld. In het Voorontwerp Structuurplan 'Deventer Visie' van november 1990 werd deze stadsuitbreiding al voorgenomen, althans voor het gedeelte ten westen van de Nieuwedijk, dat van noord naar zuid door het plangebied loopt. In dat voorontwerp (p. 45) werd nog vermeld dat Staatsbosbeheer (SBB), anders toch gauw bereid tot medewerking aan stedelijke uitbreidingsplannen, het gebied ten oosten van die dijk als 'planologisch te beschermen landschaps- en natuurgebied' had geclassificeerd. En blijkens het kaartje op p. 46 was in het Streekplan IJsselvallei uit 1986 ook al gewezen op de hoge natuurwetenschappelijke, cultuurhistorische en belevingswaarde van de betrokken landerijen, met de uitdrukkelijke toevoeging dat stadsuitleg hier niet te overwegen viel. Toch verrees even later, zo ongeveer als eerste, precies hier een woonwijk van ongeveer 20 hectare, en werd het nog grotere gebied ten westen van de Nieuwedijk, tot aan de bestaande stad, pas als laatste 'duurzaam' volgebouwd. "Laten we maar een voorschotje nemen", moet de gemeente Deventer hebben gedacht, en "wat doen streekplannen of adviezen van SBB er feitelijk toe?" Het duurzaamheidsbesef van het Deventer stadsbestuur moet dus wel een beetje genuanceerd beoordeeld worden. Ik misgun Deventer dat prijsje voor de zonneboilers niet; daar hebben ze ook 1,6 ton voor betaald. Maar ik mis de korenbloemen en de roodbonte koetjes.

Natuurlijke levensgemeenschappen zijn van nature nooit erg duurzaam, maar zo veranderlijk als de pest. Dat is maar goed ook, anders hadden ecologen niet veel te doen. Er bestaat wel zoiets als een stabiele climax-vegetatie, op plaatsen waar eeuwenlang behalve ecologen geen mensen hebben huisgehouden, maar zulke plekken zijn zeldzaam geworden. Eigenlijk waren ze sinds de laatste IJstijd al nooit erg algemeen, althans niet in Europa. Maar in ons werelddeel is natuur de laatste tijd wel een erg efemeer verschijnsel geworden. Er wordt hier door plant en dier onophoudelijk verhuisd en op grote schaal uitgestorven. Wij dwingen ze daartoe. Sommige soorten houden wel van verhuizen, zoals mussen, spreeuwen en onze stadsonkruiden. In het biologisch-dynamische milieu dat wij om ons heen scheppen gedijen deze organismen dan ook goed. Op die manier zijn ze dus toch wel duurzaam, zou je kunnen zeggen. Maar andere, meer kieskeurige planten en dieren hebben grote problemen met die levensstijl. Als het ze maar even niet bevalt, gaan ze van ellende dood. Die schepsels zijn dus veel minder duurzaam, althans als wij in de buurt zijn. Je kunt zo van elke plant- of diersoort een specifieke duurzaamheidswaarde vaststellen. In feite hebben biologen dat al lang gedaan; ze weten van de meeste soorten precies waar ze wel en niet tegenkunnen. Het gewogen gemiddelde van al die duurzaamheidswaarden van planten en dieren heet 'draagkracht van het ecosysteem'.
Al weer zo'n woord dat geregeld door politici wordt gebezigd, vaak in een sociale context (minder draagkrachtigen), maar ook wel als ze menen iets over de natuur te moeten zeggen. Dan lees je van die wollige zinnen als "De draagkracht van natuur en milieu stelt beperkingen aan de bestemming van gronden in het Groene Hart". Zulke dingen staan ook wel in de ambtelijke stukken die uit het kantoortje van minister Pronk komen aanwaaien. Maar in de nota 'Rood voor groen' wordt dan weer voorgesteld dat zeer draagkrachtigen toch eigenlijk wel een landgoed in het Groene Hart verdienen, als ze achter hun nieuwe villa dan maar wel een stukje groen aanplanten, met een wandelpaadje voor minder draagkrachtigen. Ondertussen vraagt niemand zich af waar de grutto's en de reuzenbovisten moeten blijven. Er komt immers nieuwe natuur voor terug? Nee, dat is nu juist een grote misvatting; er wordt alleen de zoveelste aanslag gepleegd op de bestaande natuurwaarden, en die zijn grotendeels onvervangbaar.

Overal waar een weg of woonwijk wordt aangelegd, stelt men tegenwoordig 'compensatie' voor de verloren gegane natuurwaarden in het vooruitzicht. Marten Bierman heeft daar ook wel eens wat over gezegd; bijvoorbeeld, dat je voor de aanleg van IJburg alleen compensatie kon geven door een ander stadsdeel van Amsterdam onder water te zetten. Zo helder zien de meeste politici dat helaas niet. Die denken dat het wel genoeg is als je een reeds bestaand stuk groen met nog wat hoger groen uit een tuincentrum beplant. Iedereen schijnt te vergeten dat je door verstedelijking niet alleen planten en dieren kwijtraakt, maar ook een unieke bodemkundige en cultuurhistorische situatie waarvoor nergens op de wereld een alternatief voorhanden is en ook niet kan worden gemaakt. Wat onder de grond zit, wordt hoe dan ook niet waargenomen. Toch bepaalt dat in hoge mate wat er op kan groeien en leven. Dat daar ook ons eigen verleden ligt, netjes gedocumenteerd in sedimentlagen en veenpakketten met fossielen, determineerbaar stuifmeel en artefacten, spoort de politiek evenmin tot voorzichtigheid aan. Hier wreekt zich ook weer dat gebrek aan historische belangstelling. Intussen is minstens vijftien procent van de Nederlandse bodem al volledig ontzand of vergraven, maar toch willen 'milieubewuste' politici niets liever dan grote plassen aanleggen, om meer water in het landschap te brengen. Immers, dat helpt tegen de 'verdroging', is ook leuk voor recreanten, je kunt er waardevol zand voor wegen en bouwterreinen uit winnen en ook nog overtollig water in bergen als het een paar dagen heeft geregend. Iedereen vóór dus, van links tot rechts. Maar je bent dan wel je hele bodemarchief kwijt, zodat je nooit meer kunt nagaan hoe de Kaninefaten daar hebben geleefd, of hoe de riviertjes vroeger hebben gelopen.

Iemand gaat ons dat nog eens kwalijk nemen, in de toekomst. Ja, laten we het nog even over 'toekomstwaarde' hebben; dat woord valt ook zo vaak in de politiek, maar volgens mij weet niemand wat het betekent. "De Thalys kan niet over bestaand spoor, want dat heeft geen toekomstwaarde", hoorde ik een Leidse wethouder eens zeggen. Toen ik vroeg wat hij bedoelde, wist hij het zelf ook niet zo goed. Hij mompelde dat het iets te maken had met het voltage van de bovenleiding; een HST kon hier niet rijden omdat wij 7500 Volt hebben en de Fransen 25000, of zoiets. Ondertussen rijdt dat ding al jaren heel vlot langs mijn huis, op bestaand spoor, en als je de stoptreinen vervangt door lightrailsystemen kan hij daar nog veel harder; zelfs onze gewone intercity's kunnen makkelijk 180 rijden als het moet. Ik heb er een paar jaar over nagedacht, en ik denk dat ik begin te begrijpen wat ze met 'toekomstwaarde' bedoelen. Die bestuurders willen in de toekomst tegen hun kleinkinderen kunnen zeggen: "ja kindje, de HSL, die heeft opa nog aangelegd, dwars door het Groene Hart. Ter compensatie hebben we de NAM toestemming gegeven de Biesbosch onder water te zetten, door daar naar gas te gaan boren." En de aannemers: "ja kindje, aan die Betuwelijn heeft opa destijds nog een mooi centje verdiend, zodat we nu heel draagkrachtig zijn en opeen landgoed in het Groene Hart kunnen wonen. Het enige wat me dwars zit is die HSL in mijn achtertuin. Maar zo gaat het; de vooruitgang houd je niet tegen.

Peter Heukels is freelance auteur/vertaler van natuurboeken.

Streamers:

De natuur is zelf helemaal niet duurzaam

Compensatie voor de aanleg van IJburg? Zet Amsterdam-Zuid onder water

Biologische kennis van bestuurders beperkt zich tot gazonmaaien
Laatst aangepast op donderdag, 25 december 2008 14:02