|
Jeugdhulpverlening in Fryslân: door Coby Laanstra-Ypma |
| Afdrukken | |
E-mailadres |
|
Artikelen uit oude Locomoties
|
|
dinsdag, 15 juni 1999 01:00 |
Afstand tussen management en werkvloer is te groot
Jeugdhulpverlening in Fryslân
Fryslân is een redelijk overzichtelijke provincie. Alles wat we willen weten is te meten. Maar is de hulpvraag van jonge mensen echt wel in kaart te brengen? Laat het goed gaan met 85% van de jeugd in Nederland, voor 15% ligt dat iets anders. Zij hebben in mindere of meerdere mate problemen van diverse aard: emotionele, ontwikkelings- en schoolproblemen, psychiatrische en verslavingsproblemen en met dit laatste probleem lijkt de criminaliteit onder de jongeren hand in hand te gaan. Van deze jongeren maakt maar 3% gebruik van de jeugdhulpverlening.
Door Coby Laanstra-Ypma
Wie is er verantwoordelijk? Voor de Wet op de Jeugdhulpverlening draagt de Provincie de verantwoordelijkheid, zij heeft de 'regiefunctie' en beheert de financien . De uitvoering van de hulpverlening in Frysl’n is ondergebracht in ÈÈn multifunctionele organisatie van jeugdhulpverlening, de MFO. De jongeren die onder het Ministerie van Justitie vallen, vallen onder de verantwoordelijkheid van de Stichting Jeugdbescherming Friesland. Samen met de Stichting Jeugdzorg vormen ze Jeugdzorg Friesland.
Jeugdzorg Friesland wil verandering in de opbouw van de hulpverlening, dus reorganisatie. De directie wil alle veranderingen -meer thuishulp, sluiting van dag- en nachtopvang- in ÈÈn keer realiseren. Dus vernieuwen en afbouwen tegelijkertijd. Afbouwen betekent dat er residentieÎle plaatsen opgeheven worden, in ruil voor ambulante hulp. Dat vraagt om moeilijkheden. De FNP heeft steeds aangegeven dat veranderingen in de hulpverlening van belang zijn, maar dat er eerst duidelijkheid moet komen over de sluiting van dag- en nachtopvang. Het is nog maar enkele jaren geleden dat wij voor een aantal jeugdigen een zogenaamde prikkelarme plek moesten hebben. Het gaat hier om jonge mensen, die door intensieve hulp en training hopelijk weer een plaats in de maatschappij kunnen veroveren. De Waddenhoeve was zo'n plek. En het werkte. Maar de directie van jeugdzorg Friesland besliste anders: weg Waddenhoeve. Deze jongelui kunnen uitstekend op Aekinga, een internaat, terecht. Zo was het argument van de directie nog dit voorjaar. Wij, de Statenleden, waren niet erg enthousiast maar we waren bereid het een kans te geven. Als klap op de vuurpijl kwam nu het nieuws dat het internaat Aekinga binnenkort dicht gaat. Niet alleen de directie, maar ook gedeputeerde Bijman van het CDA noemt dat noodzaak. Er staan teveel bedden leeg terwijl de wachtlijsten voor thuiszorg groeien. Ontslag dreigt, het personeel moet omgeschoold worden voor de ambulante hulpverlening. Er is geen rust meer in de tent, beschuldigingen gaan over en weer en dat moet hulp verlenen!
afbraakformule Voor ons als Statenleden is dit alles zeer ongrijpbaar en om beter inzicht te krijgen in hoe het er nu werkelijk aan toegaat op de werkvloer zijn er werkbezoeken geweest. Daar is ons vermoeden bevestigd: Aekinga te Appelscha is een sterfhuisconstructie. Van 55 bedden ging het naar 21 in september 2000. Het argument voor sluiting is dat er teveel bedden leeg staan. Maar welke hulpverlener zal kiezen voor de afbraakformule, en zijn of haar pupil naar Aekinga sturen? De lege bedden zouden ook nog het tekort aan plaatsen elders op kunnen vangen. Maar als Aekinga bedden over heeft en jeugd opneemt uit Noordholland, komt er geen geld mee. Het is duidelijk dat nog lang niet alle mogelijkheden zijn onderzocht en wij vinden het nog veel te vroeg om tot sluiting over te gaan. Je gooit toch geen oude schoenen weg voordat je nieuwe hebt gekocht die je het gevoel geven " Deze zijn voor mij gemaakt"? Dat de nieuwe benadering werkt, moet eerst maar aangetoond worden. Niet eerder kan Aekinga dicht.
Steunpunt 0-25 Natuurlijk, veranderingen moet je ook aandurven. In de nieuwe plannen worden 6 [ITALICpilots] genoemd die in samenwerking met 6 gemeenten en andere organisaties worden ontwikkeld onder de naam"Steunpunt 0-25". Hier wordt advies, informatie en steun gegeven aan jeugd en opvoeders. De eerste is van start gegaan op een zeer geschikte lokatie namelijk een bibliotheek: met een scala aan informatie dus! Maar gerustgesteld zijn we in het minst. Een aantal niet-collegepartijen, namelijk Groen Links, de FNP en D66 hebben gezamenlijk een informatieavond georganiseerd. Op uitnodiging van deze partijen zijn ouders, pleegouders, verzorgers, politie, onderwijzers en andere hulpverleners met Statenleden van bovengenoemde partijen bij elkaar om de tafel gaan zitten. Zo hebben we een goed inzicht gekregen in de werkelijke problemen. En die zijn groot: de hulpverlening blijkt onderling niet goed afgestemd te zijn. Goed management betekent in het bedrijfsleven: zorg dat je inspeelt op de vraag van de klant en maak dat duidelijk aan je medewerkers. Bij de Jeugdzorg Friesland zit daar het breekpunt. Zoals één van de aanwezigen zei: 'Er is gebrek aan visie en sturing en vooral aan communicatie met de uitvoerende werkers'. De Staten hebben in de jeugdzorg de regierol. De politiek bestuurlijke kant is onze verantwoordelijkheid, moeten we alles dan maar laten gebeuren terwijl we weten wat er mis is?
Beter spoorboekje Toegang tot de brede Jeugdzorg is het credo. De toegang, het kaartje kopen, dat lukt wel, maar de tijden van het spoorboekje komt niet overeen met de vertrektijden van de trein die je nodig hebt om op je bestemming te komen. Er zijn dus lange wachttijden. Er is miscommunicatie. Jouw trein staat op een ander spoor of is net vertrokken. Ouders die om hulp vragen moeten direkt naar het juiste perron gestuurd of gebracht worden. Immers, er schuilt heel wat verdriet achter de hulpvraag van kinderen of van de opvoeders. Wij verwachten van Jeugdzorg Friesland dat zij de lijnen in dit computertijdperk kort kunnen houden en op elkaar aan kunnen laten sluiten. Het moet nu niet moeilijk zijn de gegevens van mogelijkheden voor hulp toegankelijk te maken.
Nu naar de Statenzitting van 20 december 2000. Wij willen de semi-residentiele en de residentiele plaatsen handhaven zolang er geen goed herhuisvestingsplan op tafel ligt. De prikkelarme omgeving dient gewaarborgd te blijven voor de jongeren die dat nodig hebben. Ook dient er meer aandacht en mogelijkheid te zijn voor de geindiceerde zorg, die problemen moet oplossen daar waar de ambulante zorg tekort schiet. Op 20 december zal blijken wat er concreet mee gedaan wordt. Van de raad van beheer van de stichting Jeugdzorg is tot dusver eigenlijk niets vernomen. Wel heeft gedeputeerde Bijman het gedachtengoed inmiddels overgenomen en dat is positief. Er komt nu een commissie voor de jeugdzorg waarin Statenleden zitting hebben, die gaat onderzoeken wat er mogelijk is. Duidelijk is dat het management en de zorginhoudelijke taak beter op elkaar afgestemd moeten worden. Met veel goede wil zal en moet dat slagen.
Coby Laanstra-Ypma is Statenlid in Fryslân voor de FNP
|
|
Laatst aangepast op donderdag, 25 december 2008 14:02 |