|
Niet regelen, maar regisseren |
| Afdrukken | |
E-mailadres |
|
Locomotie 39
|
|
maandag, 04 januari 2010 23:44 |
|
Door Rob Visser
Niet regelen, maar regisseren
|
|
Zijn bestuurders en ambtenaren oprecht geïnteresseerd in wat burgers willen? Dat is volgens Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer een kernvraag van de democratie, onder andere bij interactieve besluitvorming. In de derde aflevering van de serie over dit onderwerp in Locomotie, een interview met Brenninkmeijer over het rapport ’We gooien het de inspraak in’, dat hij in september uitbracht. ’Participatie van burgers in de besluitvorming is van wezenlijk belang. Het zou voor ambtenaren geen corvee moeten zijn, maar een bijdrage aan het vergroten van de legitimiteit van de overheid.’
De titel van uw rapport bevat het woord gooien. Is de conclusie dat de overheid slordig te werk gaat bij de interactie met burgers? Wordt er vaak misgegooid?
|
eenmaal verplicht is. Tijdens het onderzoek voor dit rapport kwamen we een voorbeeld tegen van een wethouder die naar de bewoners van een wijk had geluisterd, maar toch een beslissing moest nemen die in hun nadeel uitviel. Hij ging opnieuw met de bewoners praten om uitleg te geven en verwachtte een zaal vol woede en wantrouwen. Toch kreeg hij juist veel waardering voor zijn openheid, al was dat mede te danken aan het vertrouwen dat hij daarvoor al had opgebouwd. Blijkbaar had hij voldoende gezag in de betreffende wijk om een negatief besluit te kunnen verkopen en hij bezat voldoende leiderschap om dat gezag ook waar te maken.
Wat was de aanleiding voor het onderzoek?
Met name op gemeentelijk niveau zijn klachten over participatie een voortdurende bron van kritiek op de overheid.
|
Gemiddeld krijgen we bij het instituut Nationale ombudsman zo’n 13.000 klachten per jaar binnen, waarvan enige tientallen gaan over participatie van burgers in de besluitvorming. We kijken voortdurend naar patronen, niet alleen kwantitatief, ook naar de zwaarte van klachten. Wij kunnen de overheid zowel gevraagd als ongevraagd advies geven en ik vond het de moeite waard om naar dit onderwerp een eigen onderzoek te doen. Bovendien kun je daarmee niet alleen nagaan in welke mate de regels worden nageleefd, maar ook of die regels tegemoetkomen aan het rechtvaardigheidsgevoel van burgers. Het onderwerp krijgt nog extra gewicht als je beseft dat de legitimiteit van het overheidsbestuur door het kabinet is bestempeld als een strategisch thema voor de 21e eeuw. Als ik het heb over participatie, dan bedoel ik overigens niet alleen de wettelijk geregelde in-
|
|
Dat zou ik niet willen zeggen, het woord gooien kan wijzen op sarcasme, maar ook op enthousiasme. Het gaat vooral om de vraag of de overheid oprecht geïnteresseerd is in wat burgers willen: hebben bestuurders en ambtenaren het besef dat zij daarmee hun voordeel kunnen doen? Goede participatie kan bijvoorbeeld leiden tot een besluit waar burgers het niet helemaal mee eens zijn, maar waar ze wel begrip voor hebben. Dat vergroot hun betrokkenheid bij de samenleving en verkleint de kloof tussen burger en politiek. Het inschakelen van burgers moet dus geen rituele dans zijn en ook geen corvee, omdat het nou
|

Ombudsman Alex Brenninkmeijer |
|
|
Pagina 1 van 3 |
|
|
|
|
spraak, maar ook minder formele manieren om de burger invloed te geven op de besluitvorming. We zijn uitgegaan van de bekende klachten en bij de start van het onderzoek hebben we een meldpunt geopend waar nog eens zestig signalen binnenkwamen. Na een literatuuronderzoek naar initiatieven en ontwikkelingen op dit vlak hebben we een studie gemaakt van de gemeente Portland in de VS en een selectie van de meest voorkomende ergernissen voorgelegd aan ambtenaren van zes gemeentes. Daarna kwam een rondetafelbijeenkomst met wetenschappers, bestuurders en lokale ombudslieden. Met het onderzoek willen we twee hoofdvragen beantwoorden: wat zijn de meest voorkomende ergernissen van de burger en hoe kunnen die worden voorkomen? Tot de ergernissen behoren dat de politiek allang heeft besloten, maar de indruk wekt dat burgers nog invloed kunnen uitoefenen. Wat ook voorkomt: het besluit is nog niet genomen, maar er is geen tijd meer om de reactie van burgers in overweging te nemen. Soms is er onduidelijkheid over de inhoud van het voorgenomen besluit of over de redenen waarom de wensen van burgers onhaalbaar zijn.
Hoe is het rapport gevallen?
De belangstelling is enorm. Normaal krijgen we van dergelijke grote onderzoeken een paar honderd aanvragen binnen om het rapport toe te zenden, nu ligt dat aantal op ruim duizend. Daarnaast zijn vijftienhonderd exemplaren verstuurd van de Inspraakwijzer, met tien spelregels die uit het rapport voortkomen. Het aantal aanvragen voor interviews ligt ook hoger dan anders. Vanuit de VNG en het ministerie voor Binnenlandse Zaken heb ik heel positieve reacties gekregen. Het ministerie voor Verkeer en Waterstaat heeft mij gevraagd een congres toe te spreken met vijfhonderd ambtenaren die interactieve projecten runnen en ook daar bleek dat de inzichten van het rapport
|
worden gewaardeerd. Het besef groeit dat de samenleving niet toebehoort aan de overheid of de politiek, maar aan zestien miljoen Nederlanders. Zij voelen zich betrokken bij de publieke zaak, uit onderzoek blijkt keer op keer dat ze dat ook erg belangrijk vinden. Als zij bezwaar hebben tegen een plan kun je niet zo maar zeggen ’pech gehad’ of ’het zijn altijd dezelfde personen die dwarsliggen’. Beschouw hun verontwaardiging als oprecht. Komt die toch voort uit kortzichtige motieven, dan blijkt bijna altijd dat ze zich overvallen voelen of niet serieus genomen.
Kunt u verklaren waarom dat gebeurt en wat de gevolgen zijn?
Als in de politiek het adagium heerst om voortgang te boeken, wordt het raadplegen van burgers vaak als omslachtig gezien. Een voorbeeld is de Rijn-Gouwelijn, de nieuwe spoorlijn van Gouda naar de kust. De gemeente Leiden organiseerde een referendum en de burgers zeiden nee, maar dat werd vervolgens weer overruled door de provincie. Een ander voorbeeld waar ik chagrijnig van word, is het nieuwe stationsgebied in Utrecht, mijn eigen woonplaats. De private partijen die daarbij een rol spelen, zijn zo machtig dat de overheid helemaal vast zat en er geen ruimte meer was voor een reële inbreng van burgers. Het is niet bekend wat hun inbreng zou hebben opgeleverd, wel is duidelijk geworden dat een burger door het starten van één juridische procedure het hele plan twee jaar wist op te houden. De reactie van premier Balkenende was dat dit niet toelaatbaar was en dat de overheid moet kunnen doorpakken. Dat lijkt me geen slim standpunt voor wie de tijdgeest verstaat. Ik zou willen zeggen: als de overheid iets minder de nadruk legt op voortgang, gaat het misschien wel een heel stuk sneller.
Welke overheidsbesluiten komen volgens u in aanmerking voor participatie?
|
Daar zijn geen objectieve criteria voor, ik denk wel dat er vier factoren zijn die hierbij meespelen. Als eerste factor zie ik de mate waarin het onderwerp speelt in de leefomgeving van burgers: is hun betrokkenheid laag, dan is participatie minder zinvol. Als tweede denk ik aan de aanwezige beleidsruimte - is die klein, dan moet je vooral niet de verwachting wekken dat je rekening kunt houden met allerlei wensen. Dan is er de behoefte aan informatie voor het maken van een zorgvuldige afweging, soms kunnen burgers door hun ervaringsdeskundigheid de kwaliteit van een besluit verhogen. Tot slot kan de behoefte aan draagvlak en betrokkenheid van burgers een indicatie zijn. In elk geval moet de betreffende overheid in staat en bereid zijn een professioneel participatietraject op te zetten en goed te luisteren. Niet alleen naar de burgers die staan te dringen om hun mening te geven, maar naar iedereen die belang heeft bij het betreffende besluit.
Hoe kunnen burgers zien of hun gemeente inderdaad van plan is serieus naar ze te luisteren?
Het zal niet altijd vooraf zichtbaar zijn, maar misschien wel tijdens het traject. Een overheid die wil profiteren van de betrokkenheid van burgers stelt zich niet op als de grote regelaar van de samenleving, maar als regisseur. Straal uit dat je open staat voor alle ideeën en dat argumenten winnen van hiërarchische verhoudingen of machtsposities. Ook zijn vaak creativiteit en volharding nodig voor het zoeken van win-winsituaties. Daarnaast is het verstandig om niet te snel te oordelen of een bepaald idee al dan niet zinvol en haalbaar is; onderzoek dat eerst eens. Deze uitgangspunten kunnen worden vertaald in een personeelsbeleid voor ambtenaren, vanaf de werving tot en met opleidingen, beoordeling en loopbaanbeleid. Daarnaast moet de gemeenteraad als collectief opereren tijdens het interactieproces, dus zonder dat de diverse fracties over
|
|
|
Pagina 2 van 3 |
|
|
|
|
de rug van de burger onderling rivaliseren om elkaar wind uit de zeilen te nemen. Om participatie nog kansrijker te maken zou de overheid zich meer als facilitator moeten opstellen, waarbij de leiding van het traject in onafhankelijke handen is. In de VS heeft die functie de naam gekregen van beleidsbemiddelaar, iemand die het krachtenveld kent en steeds weer nieuwe impulsen geeft om de discussie in constructieve banen te leiden.
Wat is de rol van de gemeenteraad en Provinciale Staten?
Als ik gemeenteraadslid zou zijn, dan vroeg ik het College aan het begin van de raadsperiode om een participatieagenda met de diverse onderwerpen waarover de komende jaren een beslissing moet worden genomen. Zo kan ik vanuit mijn controlerende taak erop toezien dat de uitvoerende macht correct omgaat met de belangen van burgers bij het maken van plannen en dat burgers tijdig worden geraadpleegd. Ik hoor dat binnen de OSF het idee is besproken (Locomotie 37, red.) om de leiding van een interactief traject te geven aan de controlerende macht, dus niet aan de ambtenaren die dat tot nu toe doen. Dat is een interessante gedachte, daarmee geef je als volksvertegenwoordiger op een bijzondere manier inhoud aan je taak. En je geeft een signaal af dat je het debat tussen de diverse fracties tijdelijk stopzet om gezamenlijk te kunnen luisteren naar de burger.
Wat zijn de verschillen tussen lokale, regionale en hogere niveaus?
|
Johannes Kramer, FNP: ’Vroegtijdig bekend maken’
’Burgers hebben hoge verwachtingen van de mate waarin de overheid rekening met hen kan houden’, zegt Johannes Kramer, fractievoorzitter van de FNP in de Staten van Fryslân in een reactie op het interview met de ombudsman. ’De democratie is nu eenmaal niet perfect, een zekere mate van wrijving tussen algemeen en individueel belang is onvermijdelijk - het is aan de politiek om daar keuzes in te maken. Door de stijging van de welvaart, de afgelopen decennia, zijn burgers gewend altijd maar hun zin te krijgen en als dat niet lukt gaan ze protesteren. Een aantal moeders in Friesland voerde actie tegen de ruime sluitingstijden van horecagelegenheden, omdat hun kinderen veel te laat en dronken thuis kwamen. Ze demonstreerden op het Binnenhof, omdat enkele politieke partijen zich het onderwerp hadden toegeëigend, maar Den Haag gaat daar helemaal niet over: het beleid rond sluitingstijden is in handen van de gemeentes. En zo werd een nobel doel een soort publicitaire speelbal.
Professioneel Aan de andere kant heeft ook de overheid zelf wel eens overtrokken verwachtingen. Juist dat aspect van draagvlak kan ertoe leiden dat een interactief traject alleen maar wordt georganiseerd om de geesten rijp te maken. Als dat gevaar dreigt moet politiek een keuze maken: beleid verkopen als het besluit daarover rond is of burgers vragen mee te denken als daar ruimte voor is. Wij waren pertinent tegen de komst van de Zuiderzeelijn tussen Amsterdam en Groningen en met ons een groot deel van de bevolking. De provincie wilde toen een telefonische enquête houden onder de burgers, maar dat is geen professionele manier om in een democratie de mening van burgers te peilen. Het houden van bijeenkomsten is beter, dan kun je uitleg geven en in dialoog gaan. Maar wel goed georganiseerd, niet in een achterafzaaltje waar twee mensen voor zijn en twee tegen, waarna je roept dat er geen grote weerstand is. Ik ben het met de ombudsman eens dat participatie het best werkt op lokaal niveau, omdat het onderwerp anders misschien te complex en te abstract wordt. En de onderwerpen die voor participatie in aanmerking komen, moeten vroegtijdig bekend zijn, eigenlijk bij de verkiezingen al. Zo voorkom je dat een onderwerp ineens opduikt en er niet meer zorgvuldig gesproken kan worden over voordelen, nadelen en alternatieven. De gemeentelijke herindeling was helemaal geen verkiezingsitem, maar werd wel plotseling een politiek issue.’
|
Op lokaal niveau zijn de afstanden heel klein, dat geeft overzicht en herkenbaarheid, je weet precies waar je het over hebt en wie daarbij betrokken zijn. Hoe hoger het niveau, hoe grootschaliger het onderwerp en hoe minder de burger zich ermee verbonden voelt. Als een vraagstuk de gemeentegrenzen overschrijdt, lijkt het me heel verstandig dat |
gemeentes samen, eventueel met de provincie, een interactief traject opzetten. Ik ben trouwens benieuwd hoe de discussie binnen de OSF over participatie vordert en ik blijf graag op de hoogte.’
.Rob Visser is zelfstandig communicatieadviseur
|
Het rapport ’We gooien het de inspraak in – Een onderzoek naar de uitgangspunten voor behoorlijke burgerparticipatie, kan worden gedownload via www.nationaleombudsman.nl. |
|
|